+ Meer informatie

Juliana van Stolberg

3 minuten leestijd

(7).

Hoewel de zaak der Nederlanders hopeloos schijnt, gaat de Prins toch weer naar Holland terug. Zijn moeder Juliana houdt hem niet terug, want in de strijd van haar zoon ziet zij de bevrijding der Evangelische geloofsgenoten van gewetensdwang en bloedplakkaten en de mogelijke uitbreiding van de Evangelische prediking. Op één ding ziet zij echter nauwlettend toe n.1. dat haar zonen toch geen middelen zullen gebruiken of geen verbindingen zullen aangaan, die tegen Gods Woord zijn. De jaren, die nu volgen zijn de donkerste voor Juliana. Steeds is zij met haar gedachten in Nederland, al ontvangt zij in weken, soms in maanden geen bericht. Van de brieven, die zij geschreven heeft, hebben er verscheidene nooit, of vaak veel te laat hun bestemming bereikt. Maar in al die brieven is altijd weer de grondtoon: Hoopt op God; Hij zal de uitkomst geven. Alles mag verloren gaan, alles kan verloren gaan, als één ding maar blijft: het vertrouwen, de vaste overtuiging, dat wij in Gods weg zijn en Hij ons niet verlaten zal.

Al zes maanden lang werd de stad Haarlem belegerd en alle pogingen om de stad te ontzetten waren mislukt. Machteloos moest de Prins toezien, hoe de ijzeren band om de stad steeds nauwer werd toegesloten en alle hoop op redding vernietigd werd. Juliana heeft hiervan gehoord en schrijft dan:

Mijn hartelijk geliefde zoon!

Met welk een blijdschap heb ik het schrijven, dat gij mij hebt gezonden, ontvangen en dat ik uw handschrift mocht zien en uw betrekkelijke welstand vernemen. De Almachtige moge U en al de zijnen in eeuwigheid behoeden en beschermen en in alle dingen bijstand zenden, want Hem is alle macht in hemel en op aarde. Hoe menigvuldig bewijst Hij aan U en ons Zijn almacht. Hij schenke ons Zijn Heilige Geest, dat wij het recht erkennen en Hem er altijd recht dankbaar voor zijn, en altijd onze troost en hoop alleen op Hem bouwen. En als het ook schijnt, alsof Hij ons vergeet, zo zal Hij toch te rechter tijd met Zijn hulp komen en hen, die op Hem bouwen, in eeuwigheid niet verlatend Mijn hartelijk geliefde zoon, ik bid de Almachtige, de goede lieden van Haarlem ook te troosten, hem van al hun vijanden te verlossen en U genade en middelen te geven, hen te hulp te komen en alle zaken daarheen te richten, dat zij tot bevordering Zijns Woords en tot Uwer ziele zaligheid gedijen. Hartelijk geliefde zoon! Ik wil U met schrijven niet langer ophouden. Mijn moederhart is altijd bij U, het God mij toe U zelf mijn trouw te bewijzen, ik zou geen vlijt daarvoor sparen. Ik beveel mijzelve steeds mijn geliefde heer aan en bid de Almachtige U in Zijn goddelijke bewaring te allen tijde te houden en voor alle ongeval te behoeden. Dillenburg, 16 juni 1573.

Uw getrouwe moeder tot in de dood, Juliana, Gravin van Nassau, Weduwe

Wat zal die brief de Prins tot troost zijn geweest! Neen, zij wil hem met schrijven niet lang ophouden, maar één ding moet hij toch weten; het moederhart is altijd bij hem en als ze kon, dan was ze zelf gekomen om hem te tonen, dat ze de getrouwe moeder is tot in de dood. Wat leeft zij met hem mee in zijn moeilijkheden en die moeilijkheden zouden nog groter worden. Haar geloof zou nog zwaar beproefd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.