+ Meer informatie

Ten overvloede

4 minuten leestijd

Ten overvloede moet nog even gewezen worden op het feit, dat deze rubriek in de eerste plaats is bedoeld voor de studerende jongens en meisjes, die met de litteratuur van ons land zeker bij de studie te maken hebben. Voorts voor de altijd blijvende groep mensen, die de schoonheid van proza en poëzie aanvoelt; die telkens wordt gefrappeerd door de macht van het woord; door de vele mogelijkheden, waartoe onze moedertaal in staat is. De taal, goed gehanteerd, heeft 'O O een grote uitdrukkingsmogelijkheid: „Ik houd van proza, clat dartelt en jubelt als een waaiend zomerwoud vol vogels. Ik hond van volzinnen, die klinken als stemmen onder de grond, maar opkomen, stijgen, stijgen, luider en meer, en voorbijgaan en stijgen en zingend doorklinken hoog in de lucht. Ik houd van woorden, die eensklaps onder de dreun van de stijl door, als een neuriënde kinderstem zachtjes opklinken. Ik houd van woorden, die heel even ritselen, als

gesmoorde snikjes." (Lodewijk van Deyssel). „Zou er ooit iemand komen, die het wonder van het woord peilde, hij zou geheel de schepping verstaan. Want, is het woord de wezenlijke gestalte van de geest, de mens wederom is de mikrokosmos, de wereld in het klein, de samenvatting van alle lagen en orden der schepping.

Maar meer dan samenleving is hij; immers de kroon der schepping en het beeld Gods, daarin, dat hij het wóórd heeft." (Dr. K. II. Miskotte, Het waagstuk der prediking). Wanneer nu wordt gewezen op die uitdrukkingsmogelijkheden, over het kneden van de taal naar onze wil, door middel van een geschonken gave, dan wil dit niet zeggen, dat we de schrijver of schrijfster steeds voor onze rekening nemen; dat het, eenvoudig gezegd „onze mensen" zijn. In genen dele. Wat aangehaald wordt als voorbeelden van het hanteren van onze taal, wil niet altijd zeggen, dat we met de inhoud instemmen. Meestal is in deze rubriek erop gewezen, wat de inhoud wèl zou moeten zijn.

Als het gaat over de „prins van de Nederlandse dichters", zoals Joost van der Vondel wordt genoemd, dan weten we, dat die kousenverkoper te Amsterdam tot de roomse kerk is overgegaan.

Velen hebben Joost tot een voorbeeld gesteld, zoals Jodocus van Lodensteyn, die in vele gedichten Van den Vondel nabootste.

Wanneer Van den Vondel over het huwelijk schrijft, dan kan men niet anders zeggen, dan dat het niet beter zou kunnen uitgedrukt worden, maar dan moeten we niet zeggen: „dat kan niet goed zijn, want die man is dit of dat." Luister even naar hem:

Waar werd oprechter trouw Dan tussen man en vrouw Ter wereld ooit gevonden? Twee zielen gloènde aaneengesmeed, Oi : vastgeschakeld en verbonden In hef en leed. De band, die 't harte bindt Der moeder aan het kind, Gebaard met wee en smarte, Aan hare borst met melk gevoed Zo lang gedragen onder 't harte, Verbindt het bloed. Nog sterker bindt de band Van t paar, door hand aan hand Verknocht, om niet te scheiden, Nadat ze jarenlang gepaard Een kuis en vreedzaam leven leidden, Gelijk van aard.

Uit de Gouden Eeuw zou men verscheidene staaltjes van prachtige poëzie kunnen citeren van schrijvers, die overhelden naar de leer van de Remonstranten, maar dan is de waarde van het taalgebruik daarmee niet minder.

Wanneer we liet hebben over werk van thans levende schrijvers of schrijfsters, dan kan het voorkomen, dat men de persoon in kwestie kent of vroeger gekend heeft. Men weet dan diens gaan en staan, en wanneer men dan zo'n bekende naam leest, dan gaat men er nauwkeuriger acht op slaan. Dan kan het zijn dat gedacht wordt: hoe komt zo'n naam nu hier warempel verzeild? Die man of die vrouw is een dit of dat; het doopceel wordt gelicht: het is een vrijdenker, een nieuwlichter, een.... Hij of zij komt uit dit milieu; moet van de oude „waarheid" niets hebben.

We begrijpen echter wel, dat het daarom niet gaat. De proeven van proza of poëzie worden genomen als illustratie van b.v. de geest van de tijd, de moderne visie op verschillende dingen, enz. Het verkeerde en onvolledige wordt in de regel in deze rubriek aangetoond.

Wellicht dat in het vervolg hierop nog vele malen de nadruk zal dienen gelegd. Mag er dan op een „lankmoedig aanhoren' worden gerekend?

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.