+ Meer informatie

PROFETISCHE PREDIKING

8 minuten leestijd

Heeft de redactie met haar keuze voor een artikel over ‘profetische prediking’ eigenlijk wel oog voor wat er in deze tijd speelt? Is het niet een onderwerp van gisteren? In de jaren ‘60 en ‘70 werd in de grote kerken in ons land hoog opgegeven van het ‘profetische spreken’ van de kerk, die zich ‘met haar getuigenis richt tot het volk’. Dat élan is weggeëbd. De kerk heeft zich goeddeels teruggetrokken uit de publieke discussies en houdt zich sterk met het innerlijk bezig. Dat laatste is geenszins verkeerd (zelfs broodnodig), maar als we daarmee terreinen in de samenleving onttrekken aan het Woord en oordeel van de HERE zijn we nog altijd niet goed bezig. Beseffen we wel wat ‘profetische prediking’ vanuit bijbels oogpunt inhoudt?

TERZAKE

Het eerste wat we daarvan kunnen zeggen is dat ze terdege kijkt naar wat er werkelijk speelt. Ik geef twee voorbeelden.

In Jes. 28:23–29 gaat het over het werk van een boer. Het staat midden tussen diverse profetieën in de politieke situatie van die tijd, gericht tot Juda en Israël temidden van de machten die hen bedreigen. Waarom nu die zeven verzen over ploegen, zaaien en maaien, over dille, komijn en tarwe? Nu, de profeet wil duidelijk maken, dat er een verband is tussen het boerenwerk en de politiek. Je moet op beide terreinen met wijs beleid te werk gaan, van God willen leren en met Hem rekening houden.

De natuur vraagt erom, dat we weten wanneer we zaaien en welk gewas we er het beste kunnen verbouwen. Dat is een zaak van wijsheid en ervaring, en ten diepste van een letten op hoe God de dingen geschapen heeft. Ons ploegen, zaaien en maaien zijn ook geen garantie voor succes — we blijven van Hem afhankelijk. Maar het is wijs om rekening te houden met de ‘wetten’ die de Schepper zelf in zijn schepping heeft gelegd.

Zó is het ook bij de samenleving en de politiek. Maar het vreemde is, dat de mens wèl lessen uit het boerenleven trekt, maar niet uit de geschiedenis. Dat de HERE onrecht niet maar op zijn beloop laat gaan, en het gaan in zijn wegen zegent — daarvan wil de dwaas die in zijn hart zegt dat er geen God is, niet weten.

In Luc. 12:54–56 verwijt de Here Jezus de mensen, dat ze wel naar de lucht kijken en dan weten te vertellen of er regen of hitte op komst is, maar de eigen tijd niet onderkennen. Scherp vraagt Hij: ‘Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderkennen, waarom onderkent gij deze tijd niet?’ Paulus zegt dat er van God het nodige gekend kan worden, en dat er geen verontschuldiging is voor de blindheid waardoor de mens bevangen is. Dat geldt van de diepste nood en verlorenheid van ons leven, maar die staat niet los van hoe we bezig zijn in kerk en samenleving, tot en met de grote politiek. Als we zeggen dat we echt niet begrepen hadden, dat een leven dat ingaat tegen Gods heilzame geboden zijn oordeel tegemoet kan zien, noemt Christus ons ‘huichelaars’.

PROFETIE

Wat is profetie? Men kan zeggen: dat is nu, dat Gods Geest onze verblinding opheft en ons zicht geeft op hoe het er met onszelf, als met alle vezels deel uitmakend van een samenleving, voor staat. In het OT spreken de profeten zonder halt te houden bij de grenzen van cultus, persoonlijk leven of politiek. Het ontdekkend, oordelend en bevrijdende licht van Gods woord moet over het héle leven gaan, en een scheiding van de terreinen onderling wordt altijd weer graag gehanteerd als bliksemafleider, om buiten schot te blijven.

Profetie is niet voorspelling van de toekomst, al kan die er wel in besloten liggen. Profetie plaatst het mensenhart in het licht van het Evangelie en in het krachtenveld van de Heilige Geest, en brengt mensen onder het beslag van Gods heerschappij. Hoe dat geschiedt zien we in Hand. 2, waar Petrus op de Pinksterdag een woord van de profeet Joël aanhaalt. Als de HERE van zijn Geest uitstort op alle vlees, zullen onze zonen en dochters profeteren, jongelingen gezichten zien, ouden dromen dromen en zelfs slaven en slavinnen zullen door Gods Geest profeteren.

Als we dan vragen wat dat inhoudt, dan is daar in de eerste plaats als kern de boodschap van onze verlorenheid in onszelf en van Gods heil in Christus alleen. In Hand. zien we echter dat de boodschap ook aan koningen en hoogge-plaatsten verkondigd wordt, met de oproep zich aan Christus gewonnen te geven en in Gods wegen te gaan.

Mensen leren zichzelf kennen, en Christus kennen, en gaan verbanden doorzien. Als de gemeente van Jeruzalem maatregelen neemt om de weduwen van de Grieks-sprekenden van de noodzakelijke middelen van bestaan te voorzien, trekt dat mensen van buiten aan en ‘wast’ het Woord in de harten en levens van mensen (Hand. 6). Het sterven van een Herodes die Jacobus heeft laten ombrengen en zichzelf als een god laat vereren, wordt in Handelingen 12 profetisch doorlicht als ingrijpen vanuit de hemel. En wéér lezen we dat het Woord terrein en kracht wint. Als de woede van de macht der duisternis tegen de naam van Jezus Christus de zonen van Sceva berooid van kleren en gewond doet vluchten neemt men het niet voor kennisgeving aan, als een incident dat anderen overkomt, maar men belijdt schuld en doet afstand van tovenarij. ‘Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker.’ (Hand. 19,20)

In 1 Kor. 14 zet Paulus ‘tongentaal’ en ‘profetie’ tegen elkaar af. Waar de tongentaai een onverstaanbaar spreken is, is profetie een door openbaring inge-geven, begrijpelijk spreken, dat de opbouw van de gemeente dient en ook voor de buitenstaanders een ‘bewijs’ vormt van Gods kennelijke aanwezigheid.

Calvijn geeft aan, dat het bij profetie vooral gaat om goede schriftuitleg door mensen, die met wijsheid begiftigd zijn en Gods wil helder kunnen vertolken, ten dienste van de voortgang van de ‘gezonde leer’. Luther onderstreept in zijn uitleg van Romeinen, dat profetie die waarlijk van God komt, daaraan te herkennen valt, dat ze ons niet naar de mond praat, maar ons overtuigt van wat wij mensen voor onmogelijk hielden.

Dat is dus profetie: we leren onszelf kennen in en door het woord van Christus, en in dat licht laat de Geest ons ook zien wat er in onze eigen situatie speelt, en richt Hij onze voeten in gehoorzaamheid aan Christus op de weg van de vrede.

PROFETISCH GETUIGENIS

Kan de kerk krachtens de gave van de profetie haar stem verheffen in politieke zaken? Bijbels gezien kan die vraag alleen maar bevestigend beantwoord worden, maar hoe? Een kerk die aan de vraag wie zij zelf is voor Gods aangezicht, aan de verzoening van de schuld en de vergeving der zonden in het kruis van Christus, voorbij gaat, heeft geen boodschap. Ze draagt een politiek of maatschappelijk program uit, dat krachteloos is omdat het niet wortelt in het Evangelie van Jezus Christus en verkondigd wordt in de kracht en volmacht van de Heilige Geest.

Ware profetische prediking zal kwetsbaar zijn. Ze komt met argumenten, maar het laatste woord is niet aan de wetmatigheden of ‘eigenwettelijkheden’ van politiek en samenleving, maar aan de HERE die erboven staat en zijn eigen spoor trekt dwars door het gebeuren heen. Ze doet geen afbreuk aan de eigen verantwoordelijkheid van politici en regeringsleiders, ze gaat niet op hun stoel zitten, maar ze laat zien wat er speelt in de eigen tijd en legt dat aan tegen het levende woord van de HERE en de weg die daarin gewezen wordt. Een programma wordt het niet, want ware profetie is niet uit op een enkel uiterlijke omkeer, maar op radicale vernieuwing van het hart, van waaruit de uitgangen van het leven zijn. Profetische prediking is dus geboden. Het luistert echter zeer nauw, en het vraagt veel van de kerk. Het is goed dat laatste te onderstrepen: profetie is niet een zaak van de prediker alleen, maar het is de gemeente die de profetie toetst. En ze kan dat alleen doen, door dichtbij en uit het Woord te leven.

Ik begon dit artikel met de vraag of de redactie wel oog heeft voor wat er in deze tijd speelt. Die vraag had een dubbele bodem. Men kan erin horen, dat misschien nauwelijks iemand naar een artikel over dit onderwerp uitkijkt. Zo verstaan kan de redactie een verkeerde keuze gemaakt hebben. Het is — naar ik hoop — echter duidelijk geworden, dat de vraag van de profetische prediking belangrijk is. Een kerk, die de profetie verwaarloost, vraagt niet meer naar het Woord en de wil van de HERE voor de eigen weg. Dan wordt (1 Sam. 3:1) het Woord ‘schaars’, met als gevolg dat ‘gezichten niet talrijk’ zijn. ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk.’ (Spr. 29:18) Het is de Richterentijd, waarin ieder doet wat goed is in eigen ogen. Waar het Woord ‘wast’, doordat mensen ernaar vragen en zich door dat Woord laten bevrijden en gezeggen, is dat tot heil en zegen voor kerk en samenleving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.