+ Meer informatie

Naarde katechisatie

5 minuten leestijd

(145)

De Wet des Heeren

Het vierde gebod (4)

We willen nog op een ernstige zaak wijzen in verband met het vierde gebod.

Er zijn gemeenten in onze kerken, waar in de eredienst des zondags niet meer geregeld de tien geboden van Gods Wet worden voorgelezen, maar andere gedeelten der Schrift, zoals de „hoofdsom der Wet”.

Of dat vrucht is van hetgeen Prof. Oosterhoff schreef in het (in een vorig nummer) genoemde artikel over „Hermeneutiek van de Wet” in het jaarboekje 1965 van onze kerken, laten we ter ieders persoonlijke beoordeling over. Prof. Oosterhoff schiijft in het jaarboekje: dat de Wet, de Tien geboden, volgens de Schrift geen uitzonderlijke positie inneemt ten opzichte van al de andere wetten, al moet de decaloog wel onderscheiden wolden van die andere wetten De tien geboden, zo merkt de professor op, zijn een soort „katechismus”, een korte samenvatting van wat Israël moet weten en wat de jongeren moeten leren. Maar een vaste, starre, onverandeilijke formulering vormen deze Tien Geboden niet volgens de schrijver van dit artikel. In verband hiermede lezen we dan verder:

„Daarom lijkt mij ook de uitzonderlijke plaats, die wij aan de Wet der Tien Geboden geven in de eredienst, door elke Zondagmorgen weer haar alleen als de uitdrukking van Gods wil aan de gemeente voor te lezen, een onjuiste eenzijdigheid.

We zouden geloof ik evengoed andere gedeelten uit de Heilige Schrift kunnen lezen. Is de eenzijdige nadruk, die de Decaloog in de eredienst ontvangt, niet een verheffing van dit gedeelte boven andere gedeelten in de Heilige Schrift? Dit is iets, dat men in de Bijbel nergens aantreft. Doel van de Wetlezing in de samenkomst der gemeente is de Wet als een spiegel voor te houden, opdat wij onze zonden leren kennen en ons voor God verootmoedigen, maar ook als regel der dankbaarheid. Maar waarom zouden we geen gedeelten uit Deuteronomium kunnen lezen? (hoofdstuk 4, 5, 6, 7, 8, 9 e.a.). Of gedeelten uit de bergrede van Jezus? Of de vermanende gedeelten in de brieven van Paulus? Schrijver meent, dat ook prof. Kremer tot dezelfde conclusie gekomen is blijkens diens rectorale rede.

„Prediking en Ethiek”.

Tot zover het citaat.

De bepaling bij art 64 van de D K O vermeldt: „In elke gemeente zal des Zondagsmorgens de Wet des Heeren en des middags of des avonds de Apostolische geloofsbelijdenis worden gelezen.” Verwezen wordt naar de Gen. Syn. van 1899 en 1906. Ongetwijfeld heeft men met de „Wet des Heeren” bedoeld de Tien geboden. In de notulen van 1906 blijkt, dat de G.S. besloot, dat op handhaving van het voorlezen der Wet bij de kerkvisitatie worde gelet. Art. 8 inzake de vragen aan de kerkeraad uit ’t „Reglement op de keikvisitatie” luidt: worden de Wet des Heeren en de Twaalf artikelen des geloofs geregeld voorgelezen?

Wanneer beweerd wordt, dat de Tien geboden van Gods Wet GEEN uitzonderlijke positie innemen ten opzichte van al de andere wetten, dan vragen wij ons toch af, of de Heidelbergse Katechismus ook niet verkeerd is, aangezien zij toch wèl de Wet des Heeren ziet in haar specifieke betekenis en waarde blijkens Zondag twee en Zondag 34.

Dat zij in Zondag twee bij de Wet als kenbron onzer ellende heenwijst naar de HOOFDSOM van de Wet, zoals Christus die heeft aangegeven, daarmede bedoelt zij in ’t licht te stellen de diepe EIS der Wet, namelijk niet alleen wat de mens moet d o e n of niet mag doen, maat wie de mens moet zijn voor God: God liefhebben met GEHEEL zijn hart, met GEHEEL zijn ziel en met GEHEEL zijn verstand en met GEHEEL zijn kracht! Door de toepassende daad van de Heilige Geest wordt men ontdekt aan zijn ellende-staat. „Maar zijn wij alzo bedorven dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?”

En wanneer de Katechismus in Zondag 34 de Wet des Heeren betrekt in het leven der dankbaarheid van Gods kind, komt dan in de bredere verklaring van de Tien geboden niet evenzeer uit, de kennis der ellende, ja, deze verdiept?

Zo stelt de Heidelberger na zijn brede verklaring van de Wet de vraag: „Waarom laat ons dan God alzo scherpelijk de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan?”

Welnu, dan ligt in dezelfde lijn de noodzakelijk heid, dat de Wet des Heeren geregeld in de samenkomsten van de gemeente gelezen wordt. De Reformatie was het, die weer in het centrum van de dienst des Woords des Zondags plaatste: de prediking van Gods Woord en deze houdt in: W e t en E v a n g e l i e !

Zeker, het voorlezen van de Wet wordt helaas veelal uit „gewoonte” aangehoord. Maar dit ligt niet aan het voorlezen zelf. Zo is het toch ook ten opzichte van onze kerkgang? De Wet dient ,.geregeld” als een spiegel de gemeente voorgehouden te worden. En het zal de bede van een ieder dienen te zijn, dat de Heilige Geest in die spiegel doe inzien tot ontdekking van zonde en schuld en een smeken om verzoening!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.