+ Meer informatie

Leuter-pastoraat

3 minuten leestijd

In Trouw van 2 mei werd een stukje overgenomen uit een kerkblad ergens in het land. Naam van blad en scribent iaat ik met opzet achterwege. Het betreft de vraag waarom in een bepaalde kerkgemeenschap zoveel candidaten er niet over denken een beroep naar Zeeland aan te nemen.

Op de vraag naar het waarom geeft de redacteur het volgende antwoord: ,Ik dacht, omdat er hier in een gemeente van drie-, vierhonderd zielen voor een flinke jonge vent te weinig werk is.

Het dorp is vrijwel helemaal christelijk. Zijn gemeenteleden zijn meestal minstens zo vroom als hij. Bij de jeugd leven geen wilde ideeën De mensen zijn lichamelijk en geestelijk gezond.

De man moet twee preken per week maken en catechiseren en wat bezoeken brengen.

Als hij geen bijzondere interessen heeft, is het gevaar groot, dat hij een koffie-dominee wordt, die met zijn mensen, vroom of niet vroom, te leuteren zit.”

Omdat het hier een fragment van een artikel betreft, en ik de kerkbode niet in handen kon krijgen, weet ik niet of de redacteur met het door hem getekende beeld gelukkig is. Het is op zichzelf heel goed mogelijk dat hij op een dergelijke voorstelling kritiek heeft. Niettemin zal deze tekening wel levensecht zijn en omschrijven wat er blijkbaar bij een groot aantal candidaten leeft. Anders had dit niet zo op papier gezet mogen worden.

We denken er eens even over na: een flinke, jonge vent, die zijn werk in een gemeente begint heeft kennelijk behoefte aan wat anders: meer mensen dan de drie, -vierhonderd van zo'n zeeuws dorp; een ontkerstende omgeving, zodat niet heel het dorp christelijk is; mensen die op zijn minst minder vroom zijp dan hij zelf, al kan hij het dan niet halen bij de vroomheid van de zeeuwse gemeenteleden; een jeugd met wilde ideeën!

Als de man het dan niet treft met zijn interessen buiten het pastoraat om, is de afwezigheid van al de genoemde omstandigheden een geschikte bodem om van de candidaat een leuter-pastor te maken.

Gelukkig dat er zo veel flinke candidaten zijn dat ze „aan de zuigkracht van die verzoeking” weten te ontkomen. Gelukkig dat er candidaten klaar komen die met zo'n tamme zaak geen genoegen nemen en Zeeland mijden!

Of moeten we het omkeren: ongelukkig de gemeente die een dergelijke candidaat op-de-vlucht-voor-de-verzoeking-van-Zeeland krijgt? Ongelukkig de gemeente, wiens predikant weliswaar geen zeeuwse leuter-pastor wordt, maar evenmin het a.b.c. van het herderschap leert, omdat hij in zijn zoveel anders gestructureerde gemeente al aan x.ij.z. toe is voordat hij het a.b.c. geleerd heeft. Zou de jongeman niet beter wat vroomheid van zijn zeeuwse gemeenteleden hebben kunnen leren om dan ook elders als waarachtig vroom predikant te dienen? Dat zullen moeilijker posten zijn, maar zijn zeeuwse jaren waren een goede voorbereiding. Of is voorbereiding in strijd met de roeping? Ja, van roeping gesproken…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.