+ Meer informatie

Libië had een duidelijk motief voor Lockerbie

Voorbereidingen voor vliegtuigramp begonnen al in 1985

6 minuten leestijd

HILVERSUM - Precies drie jaar nadat boven het Schotse plaatsje Lockerbie een Pan Am-Boeing ontplofte —alle 258 inzittenden vonden de dood— wringt Libië zich in allerlei bochten om aan Britse en Amerikaanse beschuldigingen dat het daarin de hand zou hebben gehad te ontkomen. Afgelopen maandag verklaarde de Libische leider, Gaddafi, zelfs dat Pan Am-vlucht 103 door het „slechte weer" was neergestort. Van een aanslag was geen sprake, laat staan dat Libiërs daarbij betrokken zouden zijn, aldus Gaddafi.

Nu moeten Gaddafi's ontkenningen ter zake van Libische betrokkenheid bij terroristische aanslagen veeleer als bevestigingen worden uitgelegd. Zo heeft de Libische leider meermalen ontkend steun aan het Ierse Republikeinse Leger (IRA) te hebben gegeven, maar die ontkenningen weerhielden hem er niet van eerder deze maand te beloven dat Libië de opleidingskampen voor de IRA zousluiten.

De Brits-Amerikaanse beschuldigingen aangaande Libiës mogelijke betrokkenheid bij de aanslag hebben hun effect op Gaddafi niet gemist. De in de verklaring van de Schotse openbare aanklager Lord Advocate (gedateerd 14 november) genoemde hoofdverdachten Abdelbaset Ali Mohmed al-Megrahi en Al Amin Khalifa Fhima -beiden hooggeplaatste Libische geheim agenten- kregen in Libië zelfs bewegingsbeperking opgelegd.

Een zwager van Gaddafi werd op 10 december in verband met Franse beschuldigingen aangaande zijn betrokkenheid bij een bomaanslag op een Frans passagierstoestel in 1989 voor het Libische hooggerechtshof verhoord. Frankrijk eist dat deze Ahmed Senoussi zo spoedig mogelijk wordt uitgeleverd en steunt tevens het Brits-Amerikaanse verzoek om uitlevering van de beide Libiërs die van de aanslag op de Pan Am Boeing worden verdacht.

Syrië betrokken?

Was Libië echt bij die aanslag betrokken? Het weekblad "De Groene Amsterdammer" suggereerde begin deze maand dat het niet toevallig is dat vooral de Verenigde Staten nu met beschuldigingen aan het adres van Libië komen. Aanvankelijk was de verdenking immers op Syrië gericht. Syrië herbergt het "Volksfront voor de Bevrijding van Palestina -Algemeen Commando" van Ahmed Jibril, een radicale Palestijnse groepering, die, als het om terroristische aanslagen gaat, een beruchte reputatie heeft. Die zou de aanslag vanuit onder andere West-Duitsland hebben voorbereid.

Beschuldigingen aangaande de betrokkenheid van Syrië komt de Amerikanen nu echter zeer ongelegen, suggereert "De Groene Amsterdammer". Amerika heeft de Syrische steun in verband met het vredesoverleg in het Midden-Oosten nu harder dan ooit nodig, dus moet het "blazoen van Syrië" worden schoongepoetst. In het artikel in "De Groene Amsterdammer" wordt evenwel voorbijgegaan aan het feit dat de beschuldigingen aan het adres van Libië oorspronkelijk uit Schotland en niet uit Washington komen.

En de vraag is of de Schotse politie, belast met het onderzoek naar de ware toedracht van "Lockerbie", wel zoveel interesse had in het al dan niet verschonen van welk land in het Midden-Oosten ook. Ondanks aanvankelijke vage aanwijzingen richting Syrië kwam men uiteindelijk bij Libië uit. Toch schrijft Michael Theodolou in "The Times" van 16 november dat „westelijke inlichtingendiensten lange tijd het vermoeden hebben gehad dat de aanslag een gezamenlijke operatie van Iran en Syrië, met een bijwagenrol voor Libië", is geweest. Hij acht dat nog steeds aannemelijk.

Geheime agenten

Maar wie het gedetailleerde stuk van de Schotse openbare aanklager doorleest, zal tot de conclusie neigen dat de Libische rol toch veel groter moet zijn geweest dan aanvankelijk werd aangenomen.

De voorbereidingen van de twee Libische geheime agenten die van de aanslag worden verdacht, worden zo minutieus beschreven, dat er nauwelijks een speld tussen te krijgen is. De aanklacht is gebaseerd op een onderzoek van drie jaar in vijftig landen waarbij geen detail over het hoofd werd gezien.

Zo werden kleine kledingfragmenten gevonden die konden worden herleid tot de koffer waarin de explosieven waren verstopt, alsmede tot het land van oorsprong: Malta. Daar had een Libiër zich de bewuste kleding aangeschaft. Volgens de Schotse openbare aanklager hebben de beide Libische verdachten hun aanslag onder andere vanuit Libië, Zwitserland en Opst-Berlijn voorbereid.

Die voorbereidingen begonnen al in 1985 toen zij zich bij de firma Mebo AG in Zurich elektronische tijdmechanismen voor het tot ontploffing brengen van explosieven aanschaften. Vervolgens werden die tijdmechanismen in Libië uitgetest. Daarna kregen ze in Malta de beschikking over plastic explosieven van zeer hoge kwaliteit. Als dekmantel richtten ze in 1988 in Zurich en Malta een tweetal eigen firma's.

Bagagelabel

In december 1988 schaften ze zich via de firma Mebo in Zurich nog eens veertig speciale tijdmechanismen aan. In Malta bezorgden ze zich op onwettige wijze enkele bagagelabels. Op 7 december kochten ze op Malta de kleding en de paraplu die in de koffer bij de bom zouden worden gestopt.

Vervolgens schaften ze zich de koffer aan die door hen op 21 december, met als inhoud kledingstukken, een paraplu en een bom met tijdmechanisme, op de Air Malta-vlucht naar Frankfort werd geplaatst. Die bom zat in een radio-cassetterecorder en zou door een van de speciale tijdmechanismen tot ontploffing worden gebracht.

Het bagagelabel van de koffer duidde aan dat de koffer in Frankfort op de Pan Am-Boeing moest worden geplaatst die via Londen-Heathrow naar John F. Kennedy Airport, New York, zou vliegen.

Terwijl het aanvankelijke onderzoek in de richting van de Jibrilgroep of andere pro-Syrische groepen niet méér opleverde dan enkele "aanwijzingen", bleek uit later onderzoek dat de aanslag op de Pan Am Boeing vooral vanuit Libië, het nabijgelegen Malta en Zwitserland was voorbereid. Over een mogelijke Iraanse (mede)betrokkenheid bleek heel weinig, al had Iran wel een duidelijk motief (eerder had de Amerikaanse marine een Iraans passagiersvliegtuig neergehaald).

Motief

Maar ook Libië had een duidelijk motief. Anders dan Syrië had Libië in het verleden rechtstreekse gewapende confrontaties met de Verenigde Staten gehad. In augustus 1981 schoten Amerikaanse straaljagers twee Libische Migs neer en in maart 1986 werden Libische raket- en radarinstallaties alsmede Libische patrouilleboten in de Golf van Sirte vernietigd, een maand later gevolgd door massale Amerikaanse bombardementen waarbij men het ook op Gaddafi zelf had gemunt.

Dat Gaddafi op wraak zon en zijn geheime dienst al in 1985/86 begon met de voorbereiding van een aanslag op een Amerikaans doelwit, is dus goed te verklaren. Syrië daarentegen voer weliswaar ook een -zij het gematigder- anti-Amerikaanse koers, maar het ontbrak de Syriërs aan een uitgesproken motief om een grote terroristische aanslag tegen de Verenigde Staten voor te bereiden. LOCKERBIE Schotse Lockerbie.

Daarbij kwam dat Syrië in de tweede helft van de jaren tachtig zich in toenemende mate begon te distantiëren van pro-Iraanse terroristische groepen die in Libanon veel chaos aanrichtten. Syrië leek ook steeds meer waarde te hechten aan een goede verstandhouding met westerse landen, al leidde dat niet tot een duidelijke breuk met Palestijnse terroristische groepen die in Damascus over een kantoor beschikten.

Het is niet uit te sluiten dat Syrië indirect met de aanslag boven Lockerbie te maken had, maar het blijven speculaties. Anders dan bij Libië is er bij Syrië geen sprake van een heel patroon van aanwijzingen of van harde bewijzen zoals die, welke de Schotse politie na precies onderzoek wist te leveren. En er is nog een klein detail: pro-Syrische terroristen maakten in het verleden altijd gebruik van Tsjechische ontstekingsmechanismen voor hun bommen. Libische terroristen daarentegen bedienden zich steeds van Zwitserse... Zulke terroristische 'vingerafdrukken' doen de beschuldigende vinger bij de Lockerbie-ramp meer naar Libië dan naar Syrië wijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.