+ Meer informatie

ONDERDANIGHEID, ENKELE BIJBELS-THEOLOGISCHE LIJNEN

7 minuten leestijd

Onderdanigheid is een begrip dat in onze moderne samenleving het tij tegen heeft. Het roept snel de associaties op van ‘uit de rijd’ en ‘achterhaald’ te zijn. Mondigheid staat nu hoog in het vaandel. In dit artikel willen we met elkaar zoeken naar de wortels van onderdanigheid. Dit begrip blijkt binnen het Nieuwe Testament op vele terreinen een rol te spelen. De vraag hoe we er in onze tijd mee om moeten gaan is dan ook relevant.

ACHTERGROND

Voor het lezen van de Bijbel is het van groot belang dat we oog houden voor de sociale, maatschappelijke en religieuze context waarin de Bijbelwoorden klinken. In de Grieks-Romeinse samenleving van die dagen was het huisgezin van groot belang. De huisvader bekleedde een sleutelpositie in het leiding geven aan en de opvoeding in het gezin. Het Nieuwe Testament stelt dan ook op dit terrein eisen aan degenen die in de gemeente leiding hebben te geven (vgl. 1 Tim. 3 vers 4). In de toenmalige samenleving was de uitoefening van autoriteit in alle levensverbanden veel sterker dan in onze huidige moderne, westerse samenleving. Als we de structuur van de vroegchristelijke gemeente en de ambten willen begrijpen dienen we oog te hebben voor de functie van het huis(gezin) en de gezagsverhoudingen in die dagen.

GRONDBETEKENIS VAN ONDERDANIGHEID

Onderdanigheid heeft te maken met de plaats die men inneemt in een bepaalde orde, binnen verhoudingen. Onderdanigheid veronderstelt enerzijds een hoger geplaatste persoon die gezag uitoefent en anderzijds iemand die zich aan die persoon gehoorzaam onderwerpt. Theologisch is het van groot belang te letten op de onderwerping van alles door God aan Christus. Dan valt onder meer te denken aan 1 Korinthe 15 vers 27 en Efeze 1 vers 22. Zo is alles en iedereen onderworpen aan de goddelijke heerschappij.

Gevallen mensen willen zich niet voegen, terwijl het juist aan komt op het zich onderwerpen aan God, Zijn wet en Zijn gerechtigheid. De christelijke gemeente daarentegen is aan Christus onderdanig (vgl. Efeze 5 vers 24). Vanwege de herstelde relatie met God komen de dingen in het leven van alle dag eveneens in de rechte verhouding te staan. Waar God en Zijn Woord heerschappij oefenen in mensenlevens stempelt dat allerlei relaties waarin christenen staan. We kunnen slechts de contouren aanduiden van de verschillende gebieden die hierbij in beeld komen.

OVERHEDEN EN ONDERDANEN

De eerste verzen van Romeinen 13 zijn van groot belang als het gaat om onderwerping aan de overheid. De overheid wordt hier getekend als een dienares van God met een duidelijk omschreven taak, namelijk om de kwaden te straffen. Verzet tegen deze ordening van God zal voor de betrokkenen dan ook negatieve gevolgen hebben. Onderworpenheid aan de overheid is geboden. Paulus roept expliciet op om de verschuldigde belastingen en dergelijke te betalen en de overheid met respect te bejegenen.

1 Petrus 2 vers 13 is evenzeer van belang inzake de onderdanigheid ten opzichte van menselijke ordeningen. Ook daarbij wordt de wil van de Here ter sprake gebracht. De taak van de overheden is immers om kwaaddoeners te straffen. Juist christenen dienen in hun hele opstelling te tonen dat zij het goede voorstaan en doen. Daardoor wordt het goede getuigenis over christenen en het christelijk geloof bevorderd. Het luistert dan ook nauw hoe een christen zich opstelt in de samenleving. Er wordt op hem of haar gelet.

In die lijn klinkt ook de oproep tot vermaning in Titus 3 vers 1 om de overheden en machten onderdanig te zijn. Gehoorzaamheid en bereidwilligheid om het goede te doen zijn voor de christen essentieel. Daardoor wordt het nieuwe leven van de christenen ook voor ongelovigen in hun omgeving zichtbaar.

MAN EN VROUW IN HET HUWELIJK

Kolossenzen 3 vers 18 roept de vrouwen op tot onderdanigheid aan hun eigen man. Die onderdanigheid staat daar wel in een bepaald kader, namelijk ‘in de Here’. De verhouding tot de Here is het alles bepalende voor alle andere relaties, dus ook die tussen man en vrouw in het huwelijk. Het evangelie heiligt de natuurlijke levensordeningen. Zo komt hier het huwelijk onder christelijke belichting te staan. Hiermee wordt een verkeerde uitleg van de gelijkheid in Christus gecorrigeerd. Dat betekent beslist geen vrijheid voor de man om maar te doen wat hij zou willen. In Kolossenzen 3 vers 19 wordt heel duidelijk dat voor egoïsme en tirannie van de man in het christelijk huwelijk geen plaats is.

Efeze 5 geeft vanaf vers 22 uitgebreid onderwijs over het huwelijksleven. Enerzijds wordt ook daar duidelijk gesteld dat de vrouw aan haar eigen man onderdanig behoort te zijn als ‘aan de Here’. Paulus handhaaft ‘de ongelijkheid’ en eigenheid die in de schepping gegrond is en wil niet weten van onjuiste nivellering. Tevens wijst Paulus binnen dit kader op de verhouding tussen Christus als het Hoofd en Zijn gemeente als het lichaam. Zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo ook de vrouw aan haar man. Dan blijkt anderzijds heel duidelijk, dat dit geen vrijbrief verleent voor het egoïsme en de rechten van de man. Hij heeft de dure plicht zich in liefde te geven aan en voor zijn vrouw. Het christelijk huwelijk is een leerschool in zelfverloochening en opofferingsgezindheid. In rijke beeldspraak wordt in Efeze 5 de essentie van het huwelijk getekend. Voor man en vrouw beiden is Christus’ omgang met Zijn gemeente het toonbeeld voor hun huwelijksleven.

In 1 Petrus 3 vers 1 en 5 wordt de onderdanigheid en godvruchtige levenswandel van christenvrouwen ter sprake gebracht als een wervend getuigenis voor hun (heidense) man. Tevens wordt daar nader ingegaan op de uiterlijke verschijning en de innerlijke gesteldheid van de godvrezende vrouw. Zachtmoedigheid en fijngevoeligheid van de christenvrouw kunnen van grote betekenis zijn om de mannen te winnen voor het christelijk geloof. Zulke vrouwen leven in de geest van Sara. Ook nu treffen we in vers 7 een vermanend woord tot de mannen aan om verstandig met het ‘zwakkere geslacht’ om te gaan. Beiden mogen ze immers leven uit de genade van God. Bij goede verhoudingen in het huwelijk is het gezamenlijk gebed het ware geheim voor een gezond en gelukkig huwelijksleven. Deze verhouding van man en vrouw heeft ook gevolgen voor de plaats van de vrouw in de gemeentelijke samenkomst. Dat blijkt o.a. uit 1 Korinthe 14 vers 34 en 1 Timotheüs 2 vers 11 en volgende verzen. Daar klinkt een beroep op wat in de schepping gegeven is en in Genesis 3 rond de zondeval beschreven wordt.

HEER EN KNECHT

In 1 Petrus 2 vers 18 worden de slaven vermaand om hun meesters onderdanig te zijn. Zelfs tegenover de verkeerde heren past geen revolutie. Wie zich als christen opstelt in alle verhoudingen van het leven, en zo ook onrecht verdraagt, wordt door God bekwaam gemaakt tot zo’n levenshouding. Dit heeft alles te maken met een leven in gemeenschap met Christus. De weg achter Christus aan is voor christenslaven vaak een weg van vernedering en lijden. Ze mogen leven uit Zijn verzoenend leven, lijden en sterven. Zo mogen zij hun leven geborgen weten in de handen van God. Titus 2 vers 9 en 10 roept ook de slaven op tot onderdanigheid en een positieve, dienende houding. In dat alles gaat het om de eer van God en de bevordering van het evangelie.

VERHOUDINGEN BINNEN DE GEMEENTE

In 1 Petrus 5 vers 5 worden de jongere gemeenteleden vermaand tot gehoorzame dienst aan de oudsten. In 1 Korinthe 16 vers 16 vermaant Paulus de gemeenteleden van Korinthe om degenen die leiding geven te erkennen. Juist als er gespannen verhoudingen zijn, is het van belang deze erkenning van gezag te vorderen. Dit is in lijn met 1 Thessalonicenzen 5 vers 12 waar de gemeente wordt opgeroepen om hen die leidinggeven ‘in de Here’ en die mensen vanwege hun zonden terechtwijzen te erkennen en te eren. God heeft hen in het ambt gesteld en daarom moet liefde tot de ambtsdragers de houding van de gemeenteleden bepalen. Paulus verzet zich tegen een verkeerde vrijheidszin en wil binnen de gemeente de goede en heilzame verhoudingen bevorderen.

BLIJVENDE BETEKENIS

Onderdanigheid is binnen de christelijke gemeente een heel fundamentele zaak. In Efeze 5 vers 21 en in 1 Petrus 2 vers 13 wordt onderdanigheid als algemeen inleidend gebod voorop gesteld bij de vermaningen en dat heeft alles te maken met de heilige eerbied voor Christus. Elkaar dienen is essentieel voor het leven in gemeenschap met Christus. In dat licht is onderdanigheid in de christelijke traditie een grondtype voor alle verhoudingen. Daarmee wordt misbruik van gezag niet bevorderd of verdoezeld. Daar geven Handelingen 4 vers 19 en Handelingen 5 vers 29b duidelijk uiting aan.

Dit Bijbelse begrip druist tegen de tijdgeest van toen en thans in. Het is echter noodzakelijk en heilzaam om ook in deze tijd de blijvende betekenis van goede onderlinge verhoudingen in het oog te houden. Wanneer we dicht bij onze dienende Heiland leven, zal die levende relatie alle andere verhoudingen stempelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.