+ Meer informatie

ACHTERGROND EN TOEKOMSTPERSPECTIEF

De tweestrijd in China

10 minuten leestijd

,,Wij staan tegenover twee soorten maatschappelijke tegenstellingen, namelijk de tegenstelling tussen de vijand en onszelf en de tegenstelling binnen het volk. Dit zijn twee soorten tegenstellingen van totaal verschillende aard."

Dit citaat is afkomstig van de overleden Chinese partijvoorzitter Mao Tsetung en opgetekend in het bekende „Rode Boekje".

De leer van de „tegenstellingen" neemt in het maoisme een belangrijke plaats in. Zonder tegenstellingen is er geen eigenlijke vooruitgang. Tegenstelfingen zijn universeel en de motor van alle verandering - deze dialectiek heeft Mao rechtstreeks van Hegel afgeleid.

Toch moeten wij in deze dagen, als wij aan China denken, de vraag stellen of de strijd die daar nu gevoerd wordt werkelijk voortkomt uit het ideologischtheoretisch mechanisme of uit de reële praktijk die het dogma het dogma laat en ook de communistisch Chinese mens bepaalt bij de veranderde werkelijkheid. Dogmatisme staat dan tegenover realisme. In China is het eindpunt van de ideologie bereikt. Hoger kan de Chinese communistische mens niet komen, wat hij ook onderneemt. Zelfs met de grootste vijand — de Verenigde Staten — is een politiek van verzoening, van détente, mogelijk gebleken. China staat dan ook voor een nieuw tijdperk.

Consolidatie

In 1949 hebben de communisten de nationalistische leider Tsjiang Kai-sjek van het Chinese vasteland verdreven. Peking werd de nieuwe hoofdstad. De periode welke direct op de machtsovername volgde, is die van consolidatie en voorbereiding, ten einde de machtsovername in alle delen van het Chinese culturele, maatschappelijke en religieuze leven door te voeren. De ideologie moet alle levensterreinen gaan omvatten en iedere burger moet zelf een ideoloog worden die zich echter volstrekt onderwerpt en onderworpen weet aan de wil en de interpretatie van de partijleiding. Het Chinese communisme streeft naar de volkomen politisering van het gehele leven. Wat de kerken betreft, wil men. dit vooral bereiken via de zgn. patriottische Drie-Zelf-Beweging. Men wil niet direkt komen met een felle aanval op de kerk of op het geloof. Neen, eerst moeten kerkleiders worden ingeschakeld, hun blik moet zich verruimen tot het terrein der politiek. Vooral, liberale en (later) ook enkele evangelische theologen worden de drijfveren achter deze beweging die steeds meer Chinese kerken aantrekt.

Maar andere groepen worden harder aangepakt. Na 1949 volgen er tot ongeveer 1958 een aantal politieke liquidatiecampagnes, vergelijkbaar met Stalins grote zuiveringen uit de tweede helft der jaren dertig. Iedereen wordt gezien als een potentiële anti-patriot, een vijand van volk en ideologie. Merkwaardig is dat in het maoïsme dat volk vrijwel identiek gesteld wordt met de ideologie, al is het de partij die aan de ideologie verder richting geeft.

In een helaas weinig bekend rapport van een Amerikaanse senaatscommissie, getiteld „The Human Cost of Communism in China" wordt geschat dat het aantal omgebrachte personen tijdens de liquidatiecampagnes van 1949-1958 tussen 15 en 30 miljoen ligt. Daarna neemt het aantal slachtoffers snel af.

Honderd bloemen

In die eerste jaren van communistische consolidatie is er dus in China een schrikbewind uitgeoefend en toch — misschien wel juist daardoor — heeft dat communisme zich in de periode 1949-1958 nog onvoldoende kunnen consolideren. Dat blijkt wel het duidelijkst uit de zgn. „Honderd Bloemen periode".

De kerken zijn geheel gelijkgeschakeld via de Drie-Zelf-Beweging, inderdaad. De rol van de godsdienst in China lijkt zo goed als uitgespeeld, maar ondergronds woekert de politieke on-, vrede onverminderd voort,vi-jffefsf^^!**!*

In mei 1955 spreekt partijvoorzitter Mao Tse-tung zijn beroemd geworden zin uit: „Laat honderd bloemen bloeien. Laat honderd gedachtenscholen elkaar bestrijden." Een jaar later zal hij zijn bekende toespraak over de „tegenstellingen" houden. Geheel volgens de regels der dialectiek geeft Mao voor het eerst aan andersdenkenden gelegenheid hun kritiek op de regering te uiten. Laat de teugels maar vieren en laat al die meningen maar op elkaar los; dit zal de vooruitgang slechts ten goede komen.

Stroom kritiek

De communisten hadden echter niet verwacht dat de response op de oproep van voorzitter Mao zo groot zou zijn. Al spoedig blijkt dat de kritiek vanuit het gehele land aanzwelt tot een geweldige vloed die nog nauwelijks te stuiten lijkt. Vooral de intelligentsia en de getrainde vertegenwoordigers der partijelite uiten hun misnoegen over ideeën, doeleinden en methoden van de partij. Mao's troon lijkt even te wankelen...

Lang zal die binnenlandse dooi dan ook niet duren. De geschrokken partijleiding neemt snel maatregelen en een nieuwe politieke liquidatiecampagne die duurt tot 1958, zet met grote felheid in. Met geweld worden de gevoelens van ontevredenheid neergeslagen, en niet volgens de — door Mao zelf aanbevolen — „methoden van discussie, kritiek, overreding en opvoeding" (Mao Tse-tung, februari 1957). Het spreekt vanzelf dat met dergelijke methoden de ontevredenheid slechts moet toenemen, al wordt deze dan niet meer openlijk, bovengronds, geuit.

Grote sprong

Mao begrijpt nu dat het dus tot snelle actie moet komen. De grote revolutionair ziet het gevaar met een oogopslag. Daarom wil hij de massa's opnieuw aktiveren. In 1958 komt hij met een geweldig plan: „De Grote sprong voorwaarts" Alle krachten moeten worden ingeschakeld om het nieuwe China te brengen op het welvaartsniveau der westerse landen. Tegelijk is dit natuurlijk een geweldige afleidingsmanoeuvre om radikaal te breken met China's verleden en het volk aaneen te smeden tot een arbeidersmassa. Boeren worden

door J. A. E. Vermaat
van het land weggehaald om in de steden te komen werken. Het gezinsleven wordt ontwricht door de instelling van de commune. Alles wordt gericht op de opvoering van de produktie.

Deze immense poging om het Westen in enkele jaren tijds — „met een grote sprong voorwaarts" — te evenaren mislukt jammerlijk. Na aanvankelijke schijnsuccessen slaan de feiten in 1960 hard toe: hongersnood staat voor de deur. De boeren zijn in groten getale in de industrie te werk gesteld, zulks ten koste van de agrarische produktiesecotr. China, dat sinds 1942 geen ernstige hongersnood meer heeft gekend, dreigt nu opnieuw aan dat monster ten prooi te vallen. Om een catastrofe te voorkomen moeten grote graanaankopen worden gedaan in Canada. De boeren worden snel teruggestuurd naar het land, toch opnieuw heeft het gezag van Mao een flinke deuk gekregen en is de ondergrondse ontevredenheid toegenomen.

De ,,grote sprong voorwaarts" was eigenlijk een poging het communisme in een keer te vestigen - en dat werd een schromelijke mislukking, een desillusie.

Periode 1960-1966

Over de jaren die daarop volgen is maar weinig bekend. China is thans in een volledig isolement getreden. In 1961 legt premier Tsjoe En-lai, tot ergernis van Chroesjtsjow, en juist op het moment van de destalinisatiecampagne in de Sowjet-Unie een krans op het graf van Stalin. Daarmede wordt de Chinees-Russische breuk ingeluid, een breuk die na 1963 verergert en die tot op de dag van heden voortduurt. De Sowjet-Unie trekt zijn adviseurs uit China terug. China staat nu alleen in de wereld. In de Verenigde Naties heeft het geen stem. Een poging het communisme naar Indonesië over te planten, via Soekarno, mislukt. Al deze ontwikkelingen markeren de neergaande lijn in de Chinese buitenlandse politiek. Steeds sterker begint de kritiek op Mao Tse-tung weer de kop op te steken. Mao beseft dit zeer wel. In een laatste grote krachtsinspanning zal hij daarom nog proberen deze stemmen tot zwijgen te brengen. Daartoe ontwerpt de revolutionair van de twintigste eeuw zijn „Culturele Revolutie", welke in 1966 met kracht wordt ingezet en welke geheel drijft op de' dweepzucht van de „rode gardisten" - jonge mensen van veelal nog onder de twintig jaar; via die „rode gardisten" probeert Mao zich staande te houden.

Culturele revolutie

De c„Culturele revolutie van 1966-1968 is in feite een grote zuivering geweest van tegen Mao gerichte elementen. Niet alleen buiten, maar ook binnen de partij. Bij besluit van 8 augustus 1966 wordt door het Centraal comité van de Chinese communistische partij (CCP) het doel van de nieuwe beweging omschreven: „De strijd tegen en het omverwerpen van die personen die een gezaghebbende functie hebben, maar die tegelijk de weg van het kapitalisme zijn opgegaan". Het gaat vooral om personen binnen de partij. Dat is belangrijk, omdat dit met name de gematigde vleugel binnen de CCP betreft. De „Culturele revolutie" is een beweging van uiterst links tegen gematigd. De meest fantastische terminologie wordt gebruikt om die „gezaghebbende functionarissen" te klassificeren: „bourgeois rechtsen", „contra-revolutionaire revisionisten", „reactionaire academische bourgeois autoriteiten", tec.

De radicale vleugel wordt gedreven door de vrouw van Mao Tse-tung, Tsjiang Tsjing en door Lin Piao, minister van defensie. In het besluit van 8 augustus wordt aan de werken van Moa Tse-tung een soort „onfeilbaarheid" toegeschreven. De belangrijkste citaten uit zijn toespraken en geschriften waren reeds door Lin Piao gebundeld in het zgn. „rode boekje". Tsjoe En-lai, de gematigde politicus binnen de CCP, blijft echter buiten schot, vermoedelijk omdat hij de rechtstreekse Jbeschermeling was van Mao Tse-tung zelf. uitgewoed. De periode die nu aanbreekt is die van de desillusie, vooral onder de jongeren. De geweldige krachtsinspanning om het land cultureel te hervormen, gelukte slechts zeer ten dele. Niet al Mao's vijanden zijn uitgeschakeld. Tsjoe En-lai, die het brute geweld van de „Culturele revolutie" ongeschonden is doorgekomen, wordt de eigenlijke leider van het China na 1969. Hij is ook bij de gematigden het meest geliefd. Lin Piao daarentegen streeft naar de macht via verdere radikalisering. In april 1969 slaagt hij erin zich direkt onder Mao Tse-tung te plaatsen via een uitspraak van het negende partijcongres waarin Lin Piao als de opvolger van Mao Tse-tung wordt aangewezen. Lin Piao wil meer; hij wil reeds nu alle macht.

Plots verdwijnt hij op geheimzinnige wijze uit de publiciteit. Geruchten, in 1971, willen dat hij een staatsgreep tegen Mao zou hebben beraamd. Niet onwaarschijnlijk. Mogelijk is echter ook dat de gematigde vleugel in het begin der jaren zeventig weer de overhand begint te krijgen en er in slaagt Lin Piao uit te schakelen. Hoe het ook zij, in september 1971 lekt het nieuws uit dat Lin Piao is omgekomen tijdens een vluchtpoging naar de Sowjet-Unie. Dit nieuws komt vooral bij de jongeren die bij de Culturele revolutie betrokken waren, hard aan. Lin Piao immers was, naast Mao, hun idool. Hij was de eigenlijke vormgever van de „Culturele revolutie" en de samensteller van het „rode boekje" geweest. Deze jongeren worden in toenemende mate onzeker aangaande de waarde van het Maoïsme zelf. Twijfel en desillusie verspreiden zich al spoedig. Er komt zelfs een nieuw verlangen naar „religie" en religieuze ervaring op. Vele jongeren werden na de „Culturele revolutie" in de landbouw te werk gesteld; ook dat heeft het gevoel van desillusie vergroot.

Nixon-Mao
Bovendien treedt er een wending in Desillusie ^^ Chinese buitenlandse politiek in, wanneer als resultaat van de „pingTegen, 1968 is de Culturele r^yj!)lu.|i|!,-j ponf-diplomatie" de-Amerikaanse prePremier Tsjoe En-Lai (links) en Mao Tse-tung (rechts) in hun glorietijd. sident Nixon een bezoek brengt aan China, Het is duidelijk dat Tsjoe En-lai thans de richting van de Chinese buitenlandse politiek geheel bepaalt. Daarbij komt dat Mao zelf zich op onverklaarbare wijze tot de persoon Nixon voelt aangetrokken. Zelfs na zijn aftreden als president zal Nixon in China door Mao persoonlijk als een staatshoofd worden ontvangen.

Na de dood van Tsjoe En-lai en de dood van Mao Tse-tung is na enkele interne machtswisselingen de greep van de gematigde vleugel op de binnen- en buitenlandse politiek van China versterkt. De radikalen worden afgeschilderd als „de bende van vier", waaronder Mao's weduwe Tsjiang Tsjing.

Vooruitzichten

Uit het voorgaande moge blijken dat de huidige machtsstrijd in China een» lange voorgeschiedenis heeft. Het gaat steeds weer om de strijd tussen de dogmatici en de pragmatici. Nieuwe feiten kunnen het dogma een andere inhoud en betekenis geven.

Mijn verwachting is dat de ontwikkeling in de richting van de consolidatie der gematigden zich zal voortzetten. De Chinese ideologie zal daarbij een ondergeschikte plaats innemen, al mogen wij de betekenis daarvan niet uitvlakken. De nieuwe controverse is tussen de Sowjet-Unie en China en niet langer tu ssssen China ede westerse wereld. Ik verwacht dat die controverse in de toe-' komst zeker niet zal minder worden, eerder het tegendeel zal het geval zijn. Hopelijk zullen er in de nabije toekomst nieuwe mogelijkheden komen voor het christelijk geloof en de christelijke kerk. Daarvoor kunnen wij slechts bidden. Alleen de Heere God is in staat ïe dikste muren van ideologie en ongeloof omver te werpen. In het geloof mogen we dat toekomstperspectief stellig hebben, al zegt het menselijk verstand nog vaak dat het tegendeel het geval lijkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.