+ Meer informatie

De generatiekloof tussen hobbelpaard en computer

Opa's en oma's volgen een cursus om beter de rol van grootouder te kunnen spelen

8 minuten leestijd

„Nee opa, dat moet je zó doen". Kleinzoon-lief zit ongeduldig achter de computer en prikt opa's vinger bereidwillig op het toetsenbord. Opa is zeventig, vitaal en schrander, maar dit gaat z'n pet ver te boven. De tijd dat hij z'n kleinkinderen met een hobbelpaard kon vermaken is voorbij.

Het bovenstaande dilemma zal volgende week op de cursus "Grootouders van nu" ongetwijfeld ter sprake komen. Opa's en oma's hebben steeds meer tijd over om met hun kleinkinderen op te trekken. Ze zitten alleen soms met de handen in het haar om de generatiekloof te overbruggen. Ze snappen weinig tot niets van computers, video's, cd-spelers, magnetrons en de nieuwste leesmethode op school.

„Het is niet zo dat we grootouders een cursus laten volgen om ze te leren opa en oma te zijn. Maar we hebben gemerkt dat veel ouderen met dezelfde problemen zitten. Op deze cursus kunnen ze dan met elkaar van gedachten wisselen". Agogisch medewerker J. Klercq van Volkshogeschool Ons Erf in Berg en Dal is het brein achter het „gespreksweekend" dat volgende week van 20 tot en met 22 september wordt gehouden.

Weinig belangstelling

Het wil nog niet erg vlotten met de belangstelling voor een 'omscholingscursus' tot grootouder. Een eerdere midweek in mei moest worden afgezegd en voor de eerste cursus heeft men nu met veel pijn en moeite tien deelnemers bij elkaar gesprokkeld.

„We zien een grote groep ouderen die nog lang gezond en actief zijn. Doordat mensen steeds minder lang betaald werk doen, storten ze zich op vrijwilligerswerk, gildeprojecten of studie. De rol van grootouder wordt ze echter heel vanzelfsprekend opgedrongen. Hier is eigenlijk nog nooit serieus aandacht aan besteed. Er is zelfs geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. We weten niet eens hoeveel opa's en oma's we in Nederland hebben".

Klercq stuitte bij zijn werk voor de Volkshogeschool Ons Erf herhaaldelijk op generatieproblemen tussen ouderen en jongeren. Bij veel andere cursussen die door vijftig-plussers werden bezocht, kwamen allerlei frustraties boven. Door er met elkaar over te praten denken de tien ouderen op het gespreksweekend van volgende week een stuk wijzer te worden. •"*"•* ""•""'"

De jeugd van nu zit niet meer zo te wachten op verplichte contacten met grootouders, hoort Klercq uit reacties. „Totdat de kleinkinderen twaalf zijn, loopt het vrijwel probleemloos; daarna groeien grootouders en kleinkinderen nogal eens uit elkaar". Daarbij komt dat opa's en oma's niet meer doorhebben waar hun kleinkinderen precies interesse in hebben en wat ze op school leren. „Die kleinkinderen willen hun verhaal wel kwijt, maar ze merken al snel dat het niet aanslaat. Grootouders hebben nog nooit gehoord van floppy-discs, weten nog minder hoe ze met computers moeten omgaan en vinden het onzin dat hun kleindochter een cd-speler heeft gekocht. Voor sommigen blijft er dan weinig andere gespreksstof over".

Alleen succesverhalen

Kleinkinderen krijgen op oudere leeftijd ook steeds meer belangstelling voor de levensloop van opa en oma. Ze mogen echter ook weer niet al te nieuwsgierig zijn, heeft de agogisch werker gemerkt. „Als ze dingen uit het verleden willen weten, horen ze alleen de succesverhalen. Wanneer er ooit iets is misgegaan, wordt daar zorgvuldig omheen gepraat of wordt dat in de doofpot gestopt. Terwijl de grootouders wel precies op de hoogte zijn van de ups en downs van hun kleinkinderen. Dat kan ook wrijving geven".

Tijdens de cursus leren de opa's en oma's een boek voor grootouders te ma,yoor veel opa's is het contact met hun kleinkinderen een inhaalmanoeuvre". ken dat ze later aan hun kleinkinderen kunnen geven. Ze beantwoorden er vragen als: wanneer hebt u leren zwemmen, wanneer kreeg u uw eerste fiets, wat was het fijnste cadeau dat u ooit hebt gehad, wat wilde u vroeger worden, wilden uw ouders dat ook, welke kleding droeg u? „Zo komen kleinkinderen meer over hun grootouders te weten en leren ze ook om niet alles te verbloemen".

Het is niet alleen een kwestie van „onbegrip", denkt Klercq. Sommige ouderen reageren hun frustraties op hun kleinkinderen af. „Als ze een vervelend trekje in hun kleinzoontje van zeven ontdekken, hebben ze al snel de neiging te denken: zie je wel, dat heeft-ie van z'n vader. Die kon ook zo oervervelend zijn. Je ziet dat er juist veel problemen Foto RD zijn als de relatie met de kinderen ook niet zo goed is".

Eigenlijk zou het handiger zijn als de kinderen dan ook bij de gesprekken tussen ouderen betrokken worden. De cursusleider vindt dat te ver gaan. „We confronteren ze wel met mensen die kleine kinderen hebben, maar niet met hun eigen kinderen. Met vreemden die je kinderen zouden kunnen zijn, kun je makkelijker over eventuele conflicten over bij voorbeeld de opvoeding praten".

Zindelijk

Als voorbeeld voor verschil in opvatting noemt Klercq het zindelijk maken van kleine kinderen. „Vroeger moest dat zo snel mogelijk, dat bespaarde moeder tenslotte ook veel was. Tegenwoordig speelt dat nauwelijks een rol omdat hele volksstammen papieren luiers gebruiken. Ze laten hun kinderen zindelijk worden wanneer ze daar zelf aan toe zijn. Je ziet dan vaak dat oma's zich daaraan ergeren en hun dochters nog eens fijntjes laten weten hoe vroeg zij toch wel droog waren. En dat doen ze dan nog. het liefst waar anderen bijzitten".

Grootouders van nu kunnen meer tijd voor hun kleinkinderen vrijmaken. Opa van zestig is met de vut en heeft naast zijn activiteiten in het ouderenwerk nog tijd genoeg om regelmatig met z'n kleinzoon te vissen. „Opa's en oma's kunnen tegenwoordig veel langer van hun kleinkinderen genieten. Ze hebben niet de verantwoording voor het wel en wee van deze kinderen, maar kunnen er wel allerlei leuke dingen mee ondernemen en ze soms grondig verwennen. Voor veel mannen is het zelfs een inhaalmanoeuvre. Ze doen met hun kleinkinderen alles waar ze vroeger met hun eigen kinderen geen tijd voor hebben gehad. Toen hun eigen kinderen opgroeiden, hadden ze het te druk met werk en carrière. Ze proberen dit vaak bij hun kleinkinderen weer goed te maken".

Bemoeien

Al staan grootouders wat meer aan de zijlijn, ze bemoeien zich wel degelijk met de opvoeding van hun kleinkinderen. Voor velen is het een doorn in het oog dat hun dochter of schoondochter gaat werken en de kinderen aan een oppas overlaat. Ze 'zijn veel te bang dat hun kleinkinderen het kind van de rekening worden.

„We zien ook dat kinderen met een groot gemak een beroep doen op grootouders om op de kinderen te passen. Ze zeggen niet gauw nee, ook al hebben ze op dat moment heel andere plannen. Grootouders vinden het meestal ook niet erg om zichzelf voor hun kleinkinderen aan de kant te schuiven. Daar gaan we het hier tijdens het gespreksweekend ook over hebben. Moet je jezelf wel wegcijferen en hoe ver moet je daarin gaan?"

Het weekend —helaas wordt ook een zondag ingeruimd voor activiteiten— heeft slechts tien deelnemers getrokken. Klercq blijft geloven dat het probleem erg onder ouderen leeft, maar hij denkt in het vervolg aan een andere opzet. „Misschien is het beter de cursus in een reader aan verschillende volkshogescholen aan te bieden. Nu moeten de mensen voor een paar dagen naar Berg en Dal komen en er ook nogal wat geld voor neertellen. Dat stoot velen toch af".

Meer tijd

Iemand die wel vol enthousiasme op de nieuwe cursus heeft ingeschreven is mevrouw H. Rietbergen (61) uit Haarlem. In een vlotte outfit doet ze er alles aan om als een jonge, vitale oudere doof het leven te gaan. Ze heeft drie kleinkinderen en wil tijdens de cursus met andere opa's en oma's over de rol van grootouder praten. Ze is net met de vut en krijgt nu meer tijd voor haar kleinkinderen. „Ik vraag me bij voorbeeld af of ik niet te weinig bij m'n kleinkinderen over de vloer kom. Je hoort soms van anderen dat ze dagelijks bij hun kinderen op de stoep staan. Dat lijkt me overigens ook weer niet gezond".

De generatiekloof doet zich ook bij haar voelen. „Pas zou ik een avondje bij m'n kleinkinderen oppassen. Ik wilde de videorecorder aanzetten, maar snapte helemaal niet hoe dat ding werkte. Zegt m'n kleinzoontje van vijf: ja, maar oma, je moet 'm ook op "play" zetten. De techniek gaat voor mij gewoon te snel". {

Mevrouw Rietbergen geeft ruiterlijk toe dat ze van haar kleinkinderen meer kan hebben dan van haar eigen kinderen. „Dat kan eigenhjk ook niet anders. Als je zelf kinderen hebt, ben je jonger en ben je iedere dag met ze bezig. Als oudere bekijk je het allemaal wat meer van een afstand. Je hebt ook niet de wijsheid in pacht, maar vaak zie je wel fouten die je zelf ook hebt gemaakt. Door je ervaring kun je dan wel eens tips geven, maar die worden je door je kinderen niet altijd in dank afgenomen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.