+ Meer informatie

De vruchten van het Pinksterfeest

5 minuten leestijd

, , En zij waren volhardende in de leer der Apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods en in de gebeden." (Hand. 2 : 42)

Het werk des Geestes in de harten van Zijn volk, is een onzichtbaar werk. Het is een particulier werk, daar op het Pinksterfeest de verdeelde tongen als van vuur zaten op een ieder der discipelen apart. Hoe verborgen dat Geesteswerk ook is, de vruchten er van worden zichtbaar naar buiten. En aan de vruchten kent men de boom.

Op de preek van Petrus waren er 3000 toegedaan. Zij droegen het stempel van de echtheid des Geestes, want deze gemeente was volhardende. Er is veel kaf onder het koren, veel vorm zonder wezen, veel schijn wat geen echtheid is. Hoeveel zijn er, die zeggen bekeerd te zijn, genade bespreken op de gezelschappen van Gods volk, soms de voornaamste plaats innemen, en tenslotte was het alles geen waar zaligmakend werk, daar het het stempel van de Heilige Geest miste. Alleen het werk, door God de Heilige Geest verheerlijkt, is echt. Dat rust op de liefde des Vaders, op de koping door het bloed van Christus. Het werk van de Heilige Geest brengt volharding mede. Deze volharding is geen vrucht van de mens, niet van onze goede voornemens, zelfs niet van genoten genade-weldaden, maar alleen vrucht van Christus' offerande en van de onveranderlijke trouw des Heeren. Waar de Heere begint, voleindigt Hij Zijn werk, gelijk Paulus zegt: „Vertrouwende dit, dat Hij, Die in U een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op de dag van Jezus Christus."

Dit volharden was er in de leer der Apostelen. Deze leer was verkondigd door Petrus op de Pinksterdag. Zij heeft tot inhoud: Een rijke Christus en een arme zondaar. Het handelt over een rechtvaardig en heilig God, over de liefdevolle trekkingen des Vaders, over een onwillig en onmachtig volk, over de trouw des Heeren en over de ontrouw van Zijn kerk. Het handelt over het volbrachte werk van Christus en de noodzakelijke toepassing van de Heilige Geest om daarvan deelgenoot te worden.

Op de leerschool van Christus komt men nooit uitgeleerd. Daar geldt het gedurig: „Eigen krachten te verachten, wordt op Christus' school geleerd." Daarvoor wil de Heere de prediking des Woords als middel gebruiken, waarin deze leer wordt verkondigd en des Heeren volk wenst geen andere prediking des Woords te horen.

Gemeenschap der heiligen werd er in rijke mate beoefend in de Pinkstergemeente. De zonden brengen verdeeldheid, twist, scheuring en tweedracht; maar de Heilige Geest verstevigt en bindt door de band der liefde. Wie God liefheeft, heeft ook Zijn volk lief. Dit gebod hebben wij van Hem, zegt de apostel Johannes, nl. dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefheeft. Deze liefde overtreft alle natuurlijke liefde, alle liefde tussen man en vrouw, ouders en kinderen. Tevoren hadden de discipelen twist, wie toch de meeste onder hen was, wie het best bekeerd was. Nu acht de een de ander uitnemender dan zichzelf. Nu hebben zij elkaar nodig als de hand en de voet, waarbij noch de hand, noch de voet gemist kan worden.

Volhardende in de breking des broods. Dit breken des broods was tweeërlei. Er waren liefde-maaltijden, men zocht elkaar op, men kon niet los van elkaar leven, men had behoefte om bij elkaar te zijn, met verheuging en eenvoudigheid des harten (vs. 46.) Men sprak over wat God gedaan had en over Zijn werken in de natuur en in de genade, over Christus en Zijn werk en Zijn laatste liefdebevel: „Verkondigt Mijn dood, totdat Ik kom." Door geloof en liefde gedrongen zaten zij ook aan de Avondmaalsdis, opdat hun geloof versterkt zou worden. Gods volk kan daar niet buiten. De Dis des Verbonds is gegeven tot versterking van het geloof. Het niet gebruiken daarvan doet het geloofsleven kwijnen tot schade van eigen zieleleven. Het niet gebruiken van dit sacrament doet een magerheid komen over de ziel, met donkerheid en duisternis des harten.

Volhardende in de gebeden. Des Heeren volk blijft een biddend volk. Bidden om tijdelijke en geestelijke nood-

druft. Bidden voor eigen zieleleven, voor huisgezin, kerk en staat. Dit gebed is de Christenen van node, zegt de Heidelberger Catechismus, daarom, dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, en dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijk zuchten, zonder ophouden daarom bidden, en daarvoor danken. Ware bidders, van de Heilige Geest geleerd, zijn de kurken, waarop de kerk en de staat drijven. Er moeten predikers des Woords zijn, maar ook zuchters en bidders aan de Troon der Genade. In dit bidden leert de Heilige Geest bovenal Gods eer zoeken. Dan drukt de Hoogheid Gods op de harten van Zijn volk, opdat zij uit de diepte roepen. Zulk gebed begeert voorts, dat de Heere met alle nooddruft naar het lichaam verzorge en de ziel beware van al het kwaad, hetwelk aan de zaligheid zou kunnen schadelijk zijn.

Mijn lezers, kent gij deze vruchten van Pinksteren in Uw eigen leven? Zo niet, haast en spoedt U dan om Uws leven wil en de Geest des Heeren doe Uw bidden:

Och schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest! Mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.