+ Meer informatie

Hoe (be)oordelen wij?

5 minuten leestijd

We vormen ons altijd een oordeel over anderen. Op zichzelf genomen behoeft dat niet verkeerd te zijn. Onze tekst betekent niet dat wij geen mening mogen hebben over andere mensen. Wie met anderen te maken krijgt, zal altijd bepaalde gedachten en gevoelens bij zichzelf waarnemen omtrent die anderen. Maar van nature zijn dat niet de juiste gedachten en gevoelens. We zijn ook in dit opzicht geneigd de naaste te haten. Datgene wat de naaste doet en zegt wordt o zo gemakkelijk in een kwaad daglicht gesteld. Zo blijkt de verdorvenheid van het hart. We zijn vanuit onszelf geneigd het kwade te denken van een ander en niet het goede. Wat worden er een lichtvaardige oordelen geveld. Wat een onjuiste beoordehngen. Daarin komt de haat en ongegronde achterdocht naar voren. Zulk oordelen verbiedt Gods Woord. „Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt." Wie op een onjuiste wijze een oordeel velt over anderen, kan erop rekenen dat hem hetzelfde ten deel zal vallen.

De tekst verbiedt niet alle oordelen. Er dient oprecht over zaken en personen geoordeeld te worden. Er moet met kennis van zaken geoordeeld worden. Wie zijn oordeel al klaar heeft zonder dat hij grondig kennis heeft genomen van de feiten of handelingen, is op een onjuiste, onbijbelse manier bezig. Ook wordt de rechters uiteraard niet verboden een oordeel te vellen. Dat is zelfs hun taak en plicht. Het onrecht moet veroordeeld worden. Maar iemand die niets onbehoorlijks heeft gedaan, dient vrijgesproken te worden. Zo lezen we in Johannes 7:24: „Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel." De ene persoon dient niet anders beoordeeld te worden dan de andere. Er mag in het vormen van een oordeel over anderen geen onderscheid gemaakt worden tussen personen die we wel en die we niet mogen. Wie zou hier vrijuit gaan? Persoonlijk en ambtelijk?

Welke norm dient gebruikt te worden bij het oordelen over anderen? Gods Woord. Als er dingen gezegd worden die strijden met Gods Woord, als handel en wandel lijnrecht ingaan tegen Gods geboden, dan verbiedt de tekst uiteraard niet dat wij tot de slotsom komen dat zo iemand op de brede weg wandelt. Wat de betrokkene zelf ook zou zeggen, al zou hij zich inbeelden op de goede weg te zijn, het is niet zo. Is het niet hard dit te denken en te zeggen? Is het niet hard tegenover de naaste dit te laten blijken vanuit Gods Woord? Neen. Het zou daarentegen juist hard zijn als we de naaste in de waan laten dat het in orde is, terwijl het helemaal niet in orde is. Wat zou u denken van een arts die zegt dat zijn patiënt gezond is, terwijl hij weet dat dit helemaal niet zo is? Zou dat niet betekenen dat mogelijke handelingen en ingrepen ter genezing nagelaten worden en dat uiteindelijk de dood zal intreden? Is het zo niet hard iemand die denkt te leven en toch geestelijk gesproken dood is, maar voort te laten gaan?

Maar als de woorden Gods Woord niet weerspreken, als er van de doorleving van zonde en genade mag worden gesproken, als de verwondering over vrije. soevereine genade in het spreken doorklinkt en het leven in overeenstemming is met de woorden, dan past alleen een positief oordeel. Wij kunnen niet verder gaan dan het waarnemen van de woorden en daden. Het binnenste des harten is ons onbekend. Dat moet ons voorzichtig en bescheiden maken. Als duidelijk is dat iemand op de brede weg voortwandelt, of hij nu kerkmens is of niet, hoe dient dan de houding te zijn? Past dan een hooghartig en hoogmoedig oordelen en veroordelen? Nee, dan is het gebed geboden. Wie zou nu zichzelf niet moeten beschuldigen? Wie zou het niet moeten zeggen dat hij veel drukker is met het beoordelen en veroordelen van anderen dan met het bidden voor anderen? Als u zou zeggen: „Dan moet je er gebed voor krijgen", dan is dat op zichzelf genomen waar. Maar bent u al eens om zo'n gebed verlegen geweest? Hebt u eronder gezucht dat u geen gebed had? De Heere wil ook in deze zaak gebeden zijn. Het is Hem aangenaam wanneer de bede opklimt: „Uw Koninkrijk kome." De Heere wil gebeden zijn om de bekering van anderen. Laten we in alles mogen bedenken dat de Heere eenmaal over ons allen zal oordelen. De volgende vraag sta dan voor de aandacht: „Zal het wel zijn als Hij u zal onderzoeken?"
Wie met het oordeel Gods in zijn leven te maken mag krijgen leert zichzelf veroordelen. Die leert het begrijpen dat iedereen zalig zou kunnen worden, behalve hijzelf Maar hij mag ook leren dat het oordeel plaatsvervangend op Christus is gekomen. Hij heeft de straf voor Zijn Kerk gedragen, Hij heeft Zijn bloed gestort, opdat er vrijspraak en vergeving zou zijn. Wie zelfveroordeling en zelfverfoeiing mag kennen, is streng voor zichzelf en mild voor anderen. De Heere geve dat te betrachten, voor het eerst of al meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.