+ Meer informatie

Het konijn

1 minuut leestijd

En Okko en Hermen? Zij zijn geschrokken! Maar nu lachen ze. Ze roepen: „Oom Anko, moeten we u opvissen?" „Mij opvissen?" Hij proest. „Ik red mezelf wel", zegt hij. Hij klautert omhoog. Sjop-sjop-sjop. Zijn voeten soppen in de schoenen. Oom Anko loopt het restaurant binnen. Misschien kunnen ze hem daar helpen. En ja hoor. Er is een droogtrommel in het restaurant. Daar mogen de kleren in. Het duurt niet lang of oom heeft weer droge kleren aan. Hè, hè, dat is klaar. „Nog een wedstrijd oom?" vragen de jongens. Maar nee, daar heeft oom geen zin in. „Ik wil eerst eten", zegt hij, „en dan zien we wel weer. Maar in de boot, nee, dat doe ik niet. Eén keer is nat genoeg op deze dag. Anders is het geen feestdag meer voor mij". Er was eens een konijn. Zo maar voor de gein. Het liep op een keer zo maar weg. Dat was heel erg pech. Dat was nu wel pech. Het konijn wist heel niet de weg. Ze moesten nu gaan zoeken. In alle hoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.