+ Meer informatie

Hardwerkende vrouwen van middelbare leeftijd

8 minuten leestijd

Onze samenleving verandert snel. Ook de verhouding tussen ouders en kinderen is nu anders dan vroeger. Ik kan daarvan niet alle aspecten bespreken. Eén licht ik eruit. Dat is de werkverhouding tussen ouders en kinderen. Vroeger was het zo dat (de meeste) ouders voor hun kinderen werkten, totdat de kinderen zelf de handen uit de mouwen konden steken. De ouders waren druk met de arbeid thuis en bij de baas. Er waren nauwelijks huishoudelijke apparaten die de moeders werk bespaarden. Alles moest met de hand gebeuren. Elke bijdrage die kinderen konden leveren om het huishouden draaiende te houden, was meegenomen. Kinderen hielpen bij het opmaken van de bedden, stof afnemen, schoenen poetsen, kleding opruimen, de was doen. Dat doen ze nog wel, denkt u. Toch is het nu anders. Vroeger moesten veel kinderen dat doen al voor ze naar school gingen of naar hun eerste baantje als dertienjarige. Ze zaten in de klas te knikkebollen, omdat ze vanaf zes uur moeder geholpen hadden. Als ze uit school thuis kwamen moesten ze weer aan de slag. Al was het alleen maar door de boodschappen te doen. Op een boerderij of ander eigen bedrijf werkten de kinderen dikwijls hard met vader mee. Die hulp bleven de kinderen aan de ouders geven ook nadat ze de deur uit waren. Dochters bleven werken bij moeder - denk aan de grote-schoonmaaktijd. Zoons bleven -bij een eigen bedrijfvader bijspringen in tijden van grote drukte.

Ook vroeger was het niet in alle gezinnen zo, ik weet het, maar veel ouders legden hun kinderen grote taken op. Die wisten niet beter en liepen mee in het gareel. Nu is dat anders. Heden ten dage sparen de ouders de kinderen op alle mogelijke manieren. De boodschappen worden eens in de week met de auto gedaan. Slechts de kleine boodschappen blijven voor de kinderen over. Het huishouden wordt vergemakkelijkt door veel apparatuur. Dat zien de moeders ook zelf wel in en daarom hoeven hun kinderen niet echt te helpen. „Ik heb liever dat ze hun best doen voor school", kan een ouder zeggen. Hoogstens als een moeder echt een hekel aan strijken heeft, vraagt ze het aan een dochter die daarvoor dan wel een verhoging van haar zakgeld ontvangt. Het huishoudelijke werk doet moeder zelf of de werkster. Ze heeft dikwijls niet eens zin om dat de kinderen op te dragen, want ze is het geklaag erover beu geworden. („Ik moet het altijd doen en mijn zus nooit...") De afwas doen is in veel gezinnen zo'n beetje de laatste bijdrage die ouders van thuiswonende kinderen vragen. Zelfs dat gaat nog met ruzies gepaard.

Het (bijna) eenrichtingsverkeer tussen ouders en kinderen van vroeger is nu omgedraaid. Toen zeiden de ouders tegen de kinderen: „Wil je dit voor mij doen?" Nu geven de kinderen om de haverklap hun bevelen aan de ouders. „Ma, repareer je mijn rok even!" „Pa, plak mijn band even, ik heb mijn fiets morgen weer nodig!" Het helpen bij ouders, als je zelfde deur uit bent, is voor de jong-volwassenen van tegenwoordig bijna onvoorstelbaar. De situatie is omgekeerd. Vader en moeder gaan bij hun getrouwde kinderen klussen.

Over deze verandering kunnen we een opvoedkundig betoog houden. Wat is echt goed voor kinderen? We kunnen een sociologisch verhaal schrijven. Waardoor is deze verandering gekomen? Ik laat dat achterwege. Ik wil slechts de vinger leggen bij één pijnpunt. Dat is de positie van -ik zeg het ruim- de ouders van tussen de 45 en 65 jaar en dan vooral de vrouwen onder hen. Voor een deel treft het ook de ongehuwden in die leeftijdsgroep. Deze mensen zitten namelijk klem tussen twee generaties en worden van twee kanten belast. Neem de vrouw van vijfenvijftig. In de lijn van haar eigen opvoeding gaat ze regelmatig helpen bij haar bejaarde moeder van vijfentachtig. Die woont nog zelfstandig, dankzij de hulp van haar dochter. Oma rekent op blijvende steun van haar dochter en vraagt zich niet af hoe zwaar het haar valt. Zij heeft veertig jaar geleden immers ook voor haar moeder gezorgd. Als de dochter na de arbeid bij haar moeder naar huis gaat, moet ze haastig eten, want 's avonds gaat ze oppassen op de kinderen van haar dochter. Die heeft een baan met avonddiensten. Dat houdt die dochter alleen maar vol omdat haar moeder vaste oppas is. Die dochter gaat echt niet bij haar moeder helpen. Daarvoor heeft ze geen tijd. Er zijn veel vermoeide vrouwen van rond de vijftig. Soms hebben ze het gevoel dat er misbruik van hen gemaakt wordt. In dit geval kan het kloppen. Twee generaties doen een beroep op hen. Wie helpt hén echter?

e tovert de aller belabberdste kapsels om tot de mooiste modellen. Wat haar ogen zien, doen haar handen. Ze zet rollers in, kamt uit, toupeert, steekt schuifspeldjes in en spuit lustig met de haarlak. Soms punt ze wat bij en eens in het halfjaar zet ze bij deze en gene een permanent in. Mevr. W. FlachRonhaar uit Ridderkerk heeft één grote passie: het opmaken van haar. Donderdagmiddag, 13.00 uur, Dr. Kuyperstraat in Ridderkerk. Schichtig kijkt een vrouw van middelbare leeftijd om zich heen. Lange, natte slierten bengelen rond haar gezicht. Om de warboel een beetje te camoufleren, heeft ze een hoofddoekje omgebonden. Gehaast belt ze bij nr. 25 aan. De deur gaat open en ze wordt binnengelaten. Even later rijden twee dames de Dr. Kuyperstraat in. Een zielig staartje wappert in de nek. Ook zij worden gastvrij op nr. 25 ontvangen. Op hetzelfde moment stopt er een auto voor het huis. Een mevrouw stapt uit. Terwijl de auto optrekt, loopt de vrouw schielijk naar het huis van familie Flach en verdwijnt door de nog openstaande deur.

Trots
Donderdagmiddag, 17.00 uur, dr. Kuyperstraat in Ridderkerk. De voordeur van nr. 25 gaat opnieuw open. Negen dames schuifelen al keuvelend naar buiten. Nu blijken ze geen haast te hebben. Ze kijken evenmin schichtig rond. De reden laat zich gemakkelijk raden: Allen hebben een keurig kapsel. Schaamte is geweken voor trots. Elke donderdag, van één tot vijf, neemt mevrouw Flach (43) negen kapsels onder handen. Tussendoor pakt ze ook de haren van vrouwen aan die naar een bruiloft gaan. Van ietwat 'verwaarloosde' vrouwtjes maakt ze weer deftige dames. De één geeft ze een Grace-Kelly-rol mee, de ander een (gevlochten) knot en bij een derde bus. Tjongejonge, dat was wat! Als ik terugging, stond iedereen me bij de halte aan te staren. Eerst begreep ik niet waarom. Later kreeg ik het door: Ze keken naar m'n kapsel!" Mevrouw Harksteeg is reuzeblij met haar 'opmaak'-adresje. Vijftien jaar geleden kwam ze bij de amateur-kapster terecht. „M'n haar zat eerst erg slap, ik kon er geen kant mee uit. Ik wist niet wat ik ermee moest doen, was echt ten einde raad. Moet je nii m'n haar zien. Prachtig, toch? Ik ben de koning te rijk!" Met z'n tienen bij elkaar is het heel gezellig, verzekeren de dames. „We vertellen eikaars wederwaardigheden en leven heleS maal met elkaar mee. We zien £ gewoon naar de donderdago middag uit." Mevrouw Masten2 broek lacht. „Mijn man ook, S hoor! Als we naar vrienden of i£ kennissen willen gaan, zegt-ie slaat ze het haar naar binnen, al naar gelang de wensen van de klant, de haarinplant en de dikte van het haar. Vijftien jaar geleden kreeg de kapster haar eerste klant. „Dat was mevrouw Brouwer. Ik kwam veel bij haar, was er als kind aan huis. Ze beschouwde me eigenlijk als d'r dochter. Toen ze een poos ziek te bed lag, zei ze: „Ik zou zo graag m'n haren willen wassen, maar ik kan het niet." „Nou, dan doe ik het toch", reageerde ik. Zó is het begonnen." Anderen zagen hoe netjes en verzorgd het kapsel bij mevrouw Brouwer eruit zag. Bij navraag hoorden ze van de vaardige handen van mevrouw Flach. Zo kwamen ze bij de kapster terecht. Het klantenkringetje groeide meer en meer. Mond-tot-mond-reclame deed haar werk. Inmiddels zit de 'kapsalon' helemaal vol. Er kan niemand meer bij.

Ten einde raad
Mevrouw Mastenbroek komt al jaren aan de Dr. Kuyperstraat. „De eerste tijd reisde ik met de altijd: „Spreek maar af op donderdag of vrijdag"... Ik heb 'm wel door, hoor!" De Ridderkerkse huisvrouw en moeder van vier kinderen reageert bescheiden op alle lof „Eigenlijk", bekent ze, „had ik graag kapster van beroep willen worden. Daaraan waren echter allemaal "maren" verbonden. Uiteindelijk ben ik de kraamverzorging ingegaan, maar het kappen ben ik nooit vergeten. Nu doe ik het toch, met heel veel plezier."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.