+ Meer informatie

„Als we de wapens moeten inleveren, is het einde verhaal"

Woninginrichter Doornekamp is in vrije tijd politieagent

13 minuten leestijd

Vrijdagavond, elf uur. Henk Doornekamp verwisselt zijn kostuum voor een blauw uniform. Terwijl velen de woonkamer langzamerhand verruilen voor de slaapkamer, begint de woninginrichter uit Poeldijk na een gewone werkdag aan zijn tweede baan. Een rustige nachtdienst van de politievrijwilliger begint met het staande houden van twee giechelende meisjes op een scooter en mondt uit in het aanhouden van een automobilist die een gestolen aanhanger trekt. Op heterdaad.

Het is verbazingwekkend hoeveel verkeer zich in het nachtelijk uur op straat bevindt. Vanuit de auto houden vier agentenogen de omgeving nauwlettend in de gaten. Henk Doornekamp en collega Hermanjansen zijn alert. Vrijdagavond is voor een aantal mensen synoniem voor drankavond. Reden voor de beide agenten een aantal chauffeurs die niet zo'n koersvaste indruk maken, even uit te laten stappen. Een blaastest wijst uit hoever ze de afgelopen uren in het glaasje hebben gekeken. Sommigen zitten tegen de grens, niemand komt er deze nacht overtuigend overheen. Dat heeft Doornekamp ook wel anders meegemaakt. Gemiddeld eenmaal per week draait hij als vrijwilliger een avond- of nachtdienst mee. Daarmee is de woninginrichter een van de circa drieduizend Nederlandse burgers die zich, na een gedegen opleiding, regelmatig in een uniform steken om de sterke arm van dienst te zijn. In de toekomst kan dit uitgroeien tot 10 a 15 procent van de reguliere korpssterkte, wat neerkomt op zo'n zevenduizend vrijwilligers.

Afgewezen
Het is vrijdagavond tien uur, als de laatste koopavondklanten bij Doornekamp Stijlvol Wonen, aan de voet van een grote rooms-katholieke kerk in Poeldijk, zijn vertrokken. Dat betekent voor de eigenaar van de zaak niet dat hij onderuitgezakt bij de haard of in de achtertuin kan gaan zitten. Over een uur wordt hij bij de politie verwacht, voor zijn tweede 'baan'. Acht en een halfjaar geleden ging Doornekamp voor het eerst als agent de straat op. „Van jongs af aan heeft de politie mij getrokken. Op m'n zeventiende heb ik er gesolliciteerd, maar ik werd afgewezen omdat ik te jong was." Een goede administratieve functie leidde de aandacht van de politie af, maar de enthousiaste verhalen van zijn broer over (toen nog) de reservepolitie wakkerden het vlammetje bij Henk weer aan. Op z'n 25e solliciteerde hij bij de rijkspolitie in Bodegraven, als reservist. Nadat hij door het landelijke selectiecentrum was aangenomen, kreeg hij zijn opleiding in Bodegraven. Eén avond in de week. „Na twee jaar waren we volledig bekwaam."

Wapenstok
Doornekamp ziet zijn bijbaan niet als de vervulling van een jongensdroom. „Achteraf gezien zou ik het met een volledige baan waarschijnlijk niet helemaal naar m'n zin hebben gehad bij de politie. Je hebt er weinig vooruitzichten. De meesten komen niet verder dan brigadier. Als hobby vind ik het leuk." Omdat Doornekamp een meubelzaak in Poeldijk overnam, verhuisde hij drie en een halfjaar geleden naar een andere politieregio. Daar schreef hij opnieuw een sollicitatiebrief Hij kon als reservist aan de slag bij de gemeentepolitie Monster, die inmiddels deel uitmaakt van de regio Haaglanden. Onder de afdeling Westland-West vallen onder meer de plaatsen 's-Gravenzande. Monster, Poeldijk en Wateringen. Tegen elf uur 's avonds begroet Doornekamp op het bureau in Monster zijn collega's. Het kostuum van de meubelverkoper heeft plaatsgemaakt voor het tenue van de politie. Vier strepen op de schouder geven zijn rang aan: hoofdagent. De uitrusting van de vrijwilliger is compleet: pistool, wapenstok en handboeien. Zijn wapen heeft Doornekamp in de praktijk nooit hoeven te trekken. Zes keer per jaar zorgt een oefening ervoor dat hij de behendigheid ermee niet verliest. „De wapenstok trekken ook we niet snel. Als je daarmee gaat slaan, breng je iemand zo verwondingen toe."

Croissantje
In de koffiekamer hapt een agent een croissantje weg. Ondertussen vindt een informele evaluatie plaats van de knokpartij die een week eerder bij een houseparty plaatshad. Doornekamp voegt zich bij de enkelen die in de hal aan een sigaret trekken. Welgemoed incasseert hij de complimenten van een collega-agent over een afgeleverde kast. Tijdens een briefing zet wachtcommandant H.P. Kort, die vannacht de leiding heeft, de aandachtspunten voor de komende uren op een rij. Terwijl de eersten van de zes dienstdoende agenten de straat op gaan, legt hij uit dat vijftien vrijwilligers gemiddeld eenmaal per twee weken een dienst draaien. Onder hen bevinden zich vrij veel zelfstandige ondernemers, maar ook een huisvrouw hoort tot het vrijwilligersbestand. „Het gaat om een uitbreiding van personeel, op het moment dat je wat extra mensen moet ophoesten. Ze vormen een aanvulling op degenen die we in vaste dienst hebben en komen nooit in plaats van hen. We gaan er niet vanuit dat we met vrijwilligers onze tekorten, door ziekte of structureel, kunnen opvangen. Ik koppel in principe altijd een vrijwilliger aan een beroepsman."

Scooter
Doornekamp deelt deze nacht de politiewagen met Herman Jansen, die na het voortgezet onderwijs op de Fruytier-scholengemeenschap in Apeldoorn in dezelfde plaats de Nederlanse Politie Academie volgde. Ze melden de wachtcommandant dat ze in de auto zitten en rijden de weg op. Direct na het passeren van een brommer en een scooter houden ze halt: controle van de verzekering. Alles blijkt in orde. Met de jonge dames, die met twee joekels van speelgoedberen op de scooter zitten, blijkt geen zinvol gesprek te voeren. Giechelend rijden ze verder.
De melding van een automatisch inbraakalarm doet de politiewagen van richting veranderen. In een mum van tijd rijden de agenten voor. Het alarm blijkt de bewoners van een beveiligd huis bij binnenkomst te hebben verrast. Er lijkt niets aan de hand, maar voor de zekerheid schijnen de beide agenten toch even met hun felle zaklampen in de donkere hoeken van het huis. Ze kunnen de moeder en twee dochters met een gerust gevoel achterlaten. Het zwalken van een bestelbusje vormt de aanleiding het nummerbord aan een kentekencontrole te onderwerpen. Doornekamp geeft het nummer door aan de centrale. De APK blijkt in orde en ook de verzekering is voor elkaar. Het rijgedrag van de chauffeur vormt desondanks aanleiding de auto naar de kant van de weg te dirigeren. Maar net voordat Jansen tot actie wil overgaan, trekt een auto zonder licht de aandacht.

Passeren
De chauffeur reageert wat traag op seinende tegenliggers, maar ontsteekt de lampen alsnog. Hij kan verder ongemoeid doorrijden, want via de portofoon krijgt het agentenduo -het is inmiddels tegen twaalven- een oproep voor hulpverlening. Een oude vrouw is gevallen en haar echtgenoot kan haar niet overeind krijgen. De beide agenten bieden uitkomst. Ze verlenen deze nacht meer service. Mensen die op vakantie gaan, kunnen de pohtie kosteloos vragen bij hun woning een oogje in het zeil te houden. Ook vannacht doen de agenten een paar huizen van vakantiegangers aan. „Ja hoor, de post ligt netjes opgestapeld in de gang." In de brievenbus verdwijnt een politie-memo. De huisverzorgers mogen eventuele inbrekers niet eenvoudig het idee geven dat de bewoners elders verblijven. De politie is je beste kameraad! Of de volgende 'klant' daar ook zo over denkt, is de vraag. Na het oplichten van de boodschap "Stop politie" brengt hij zijn auto tot stilstand. De jonge man die uitstapt, draagt een spijkerbroek, sportschoenen en een trainingsjack. In zijn beide oren hangt een ring. Jansen ziet aanleiding hem een blaasproef af te nemen. Acht seconden constant blazen. Het blaasapparaat geeft niet meteen de uitslag. „Hij moet even nadenken", zegt Doornekamp. „Hij ruikt alcohol. Ik ook." „Ik heb maar drie biertjes gedronken", reageert de man. De uitkomst van de blaasproef luidt uiteindelijk P: passeren. De blazer krijgt nog wel een waarschuwing mee., Je kentekenverlichting doet het niet. Daar moet je even naar laten kijken."

Beurzen
Jansen en Doornekamp houden verschillende automobilisten staande voor een verkeerscontrole en eventueel een blaas- > proef De procedure wordt voortdurend herhaald. De bestuurder van de politiewagen gaat naar de auto, terwijl de bijrijder bij de bereikbaarheidsapparatuur blijft. Daarvandaan houdt hij ook de verrichtingen van zijn collega met een felle lamp in de gaten. „Voor hetzelfde geld trekt een chauffeur in plaats van z'n rijbewijs een pistool", licht Doornekamp toe. Hij zegt dat zijn beide banen goed te combineren zijn. „Gisternacht heb ik ook dienst gedraaid, omdat er een evenement was. Normaal gesproken draai ik iedere week één avond- of nachtdienst. We mogen dat zelf bepalen, in overleg. Doordat je een bedrijf hebt, ben je niet altijd beschikbaar. Je hebt 's avonds toch je afspraken, meubelbeurzen en noem maar op. We hebben ook nog wel eens kerk door de week. Heel vaak draai ik van vrijdag- op zaterdagnacht dienst. Dat is een van de leukste diensten. Wat mij ontzettend aanspreekt, is dat je de politie van twee kanten kunt bekijken." Zijn politiehobby gaat volgens Doornekamp op geen enkele manier ten koste van het werk op de zaak. „Het bedrijf merkt er in feite niets van. Hoe laat het ook wordt, als de winkel morgen om half tien open gaat, sta ik weer op de vloer. Ik heb niet zo veel slaap nodig. Ik kan wel heel romantisch zeggen: ik doe het voor de burgerij. Ach, ik vind het leuk met mensen om te gaan. Bij de politie doe je dat op een heel andere manier dan overdag in je bedrijf Het werk bij de politie is ontspanning voor me. De meeste mensen hebben een hobby die geld kost. Deze hobby kost geen geld. Het werk levert eigenlijk ook niets op. Vijf gulden per uur. Het is meer een onkostenvergoeding."

Bekenden
De agent-zakenman erkent dat het kan voorkomen dat hij een goede klant op de bon moet slingeren. Of dat hij iemand aan wie hij overdag een bankstel heeft verkocht, de volgende nacht op heterdaad betrapt bij een inbraak. Veel problemen op dat vlak heeft Doornekamp tot nu toe niet ondervonden. „Wij krijgen in de winkel gelukkig niet dat soort publiek. Maar je komt natuurlijk wel eens bekenden tegen. Een paar weken geleden zagen we een auto die onverantwoord hard reed. Mijn collega besloot die automobilist te verbaliseren. Het bleek een vrouw te zijn die drie weken daarvoor bij mij een bank had gekocht. Toen mijn personeel die bank veertien dagen later kwam afleveren, kregen ze nog wel even wat commentaar naar hun hoofd, maar verder vatte die mevrouw het sportief op. Ze gaf toe dat ze fout was. In zo'n geval ga ik ook niet proberen een collega om te praten en de zaak ongedaan te maken. Mocht ik overdag in de winkel iemand tegenkomen met wie ik 's nacht heb liggen vechten, dan laat ik een collega dat afhandelen. Ik heb overigens niet het idee dat mijn gezag als agent eronder lijdt als mensen weten dat ik in het dagelijks leven een zaak heb. Het soort pubHek dat bij ons koopt, kan het wel waarderen."

Oostblok
Voorzitter van de Landelijke Organisatie van Pohtie Vrijwilligers (LOPV) is de Veghelse burgemeester I.J.P. Keijzer. Hij vertelt dat het instituut van de vrijwillige politie dateert uit 1948. „Door de spanningen in het Oostblok riep de regering in dat jaar de Steunwerking Gezag in het leven. De bevolking werd opgeroepen zich erin te bekwamen om het gezag indien nodig van dienst te kunnen zijn. De Nationale Reserve en de Vrijwillige Politie zijn daarvan als enige overgebleven."
Keijzer legt uit dat het vrijwilHgerskorps in de loop der tijd een andere weg is ingeslagen. „Het instituut was helemaal gericht op de oorlogsgedachte, die langzamerhand op de achtergrond raakte. In het burgerleven zag je de normen intussen helaas ernstig verschralen. Toen zijn de reservisten op een andere manier ingezet." Politievakbonden zetten zich ervoor in het beroepspersoneel in het weekend minder te laten werken. De inzet van vrijwilligers vormde daarom een welkome aanvulling op de vaste-dienstverbanders. Sinds de invoering van de regiokorpsen, op 1 april 1994, heten de vroegere reservisten officieel vrijwilligers. De LOPV-voorzitter benadrukt dat kwaliteit hoog in het vaandel staat. Niet elke willekeurige melkboer, schoolmeester, huisvrouw of zakenman komt voor het werk in aanmerking. „De vrijwilligers worden geselecteerd en opgeleid. De opleiding wordt steeds verder geprofessionaliseerd. Sinds tien jaar is er een nieuw handboek voor de opleiding van reservisten, die minimaal twee tot drie jaar duurt. „Mensen die de stof te saai vinden of teleurgesteld raken in de sfeer binnen de politie-eenheden, haken af Je houdt kwaliteit over."

Vechtpartij
Doornekamp merkt duidelijke verschillen tussen het politiewerk in het district Haaglanden en in zijn vorige regio. „In Bodegraven hadden we meer vechtpartijen. Hier krijgen we regelmatig te maken met criminaliteit vanuit Den Haag, zoals inbraken. Vorige week hadden we een calamiteit bij een houseparty. Dat gebeurt zelden. Alleen met oud en nieuw is het hier een paar keer flink spannend geweest. De eerste jaarwisseling die ik meemaakte, van '92 op '93, ontstond er een gigantische vechtpartij. We werden met stenen onthaald. Een collega-reservist is daarbij gewond geraakt."
Dergelijke voorvallen onderstrepen volgens Doornekamp het belang van een complete uitrusting voor de vrijwillige politie. Hij kan niet uit de voeten met de visie van sommige korpsbeheerders, die de vrijwilligers als politie-surveillanten onbewapend de straat op laten gaan. „Als we de wapens moeten inleveren, is het einde verhaal. Zonder wapen kun je geen diensten draaien." Het komt nu al voor dat vrijwilligers zonder pistool aan de koppel op pad gaan. In Drechtsteden hebben ze volgens LOPVvoorzitter Keijzer in het ene district wel een vuurwapen en in het andere niet. Die ongelijkheid zit hem dwars.

Surrogaat
„Van Groningen tot Zeeland en van Den Helder tot Valkenburg heeft de politie dezelfde rechten. Ik zie niet in waarom dat bij de vrijwillige politie niet zo zou zijn. Dan krijg je surrogaat, professioneel en super-professioneel." Keijzer heeft er geen bezwaar tegen als vrijwilligers op het laagste niveau binnenkomen, zonder schietbevoegdheid. „Maar bij gebleken geschiktheid moet je wel goed gebruik van die mensen maken. Dan moeten ze kunnen doorstromen. Dat betekent: verdere opleiding, bijvoorbeeld een schietopleiding.
Vrijwilligers die voorlichting geven aan bejaarden of die de pohtie behulpzaam zijn op milieugebied, hoeven geen vuurwapen bij zich te hebben. Maar ik kan je garanderen dat je het in veel gevallen niet hoeft te proberen zonder wapen op pad te gaan. Als er bij bijvoorbeeld bij nacht en ontij op de Zeeuwse en Zuidhollanse eilanden in de wijde omtrek maar één politieauto rijdt, dan duurt het drie kwartier voor er een tweede auto is, als het mis gaat."

Warrig verhaal
Zaterdagochtend, half 3. De chauffeur van een Opel met aanhanger is een van de weinige nachtelijke weggebruikers. Voor een verkeerscontrole laat Doornekamp de chauffeur de voet van het gaspedaal halen. De losbreek-reminrichting, waardoor de aanhanger bij onverhoopt losschieten tot stilstand komt, blijkt niet in orde. Een mankement waarop een boete van 150 gulden staat. Er is echter meer aan de hand. Auto en aanhanger hebben een verschillend kenteken.
De bestuurder heeft een warrig verhaal. ,Je leent een auto van een vriend die je al vijftien jaar kent en je weet niet waar hij woont?" vat Doornekamp samen. De auto blijkt bovendien onverzekerd te zijn, wat nóg een probleem met zich meebrengt. „Ik snap niet dat die vriend je een auto leent die niet verzeketd is." Omdat de auto behoorlijk oud is en de aanhanger opvallend nieuw oogt, besluit de agent te laten controleren of de kar inderdaad is uitgeleend. Een sticker op de aanhangwagen vertelt waar hij vandaan zou moeten komen. Via de centrale wordt een andere politiewagen naar het desbetreffende bedrijf gestuurd. Het levert geen informatie op. Bij het bedrijfis niemand aanwezig en de sleutelhouders geven niet thuis. De agenten besluiten dat de Opel voor een technisch onderzoek zal worden afgevoerd. Om kwart over drie haalt een takelwagen auto en aanhanger op.

Waarheid
De heren in uniform hoeven weinig moeite te doen de waarheid boven tafel te krijgen. Voordat de politieauto de parkeerplaats van het bureau op rijdt, heeft de man al een halve bekentenis afgelegd. Hij heeft de aanhanger gestolen; de opdrachtgever blijft voorlopig nog onbekend. De dief zal de laatste uren van de nacht in een cel doorbrengen. Doornekamp kan het vermoeide lichaam tegen zeven uur 's ochtend nog even aan de matras toevertrouwen. Over twee en een halfuur staat hij weer in de zaak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.