+ Meer informatie

VOOR HEN VERBORGEN

4 minuten leestijd

En dit woord was voor hen verborgen. Lucas 18:34

Welk een verborgenheid voor de liefde, dat door de scheiding van de Heere en zijn discipelen, een eeuwige verbinding gelegd zou worden. De Heere Jezus gaat zijn discipelen onderwijzen in de weg: „De Zoon des mensen zal gedood worden en zal ten derde dage weder opstaan". Welk een verborgenheid, ook die geestelijke weg van Gods volk, die weg van dat „Met Hem sterven en met Hem opstaan".

Sterven in dit leven. Naar het schijnt van God verlaten vanwege de toorn Gods tegen uw zonden, met de liefde Gods in uw hart. Waar was een heerlijker liefde dan tussen de Vader en de Zoon? Hoor, Hij roept het uit: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Zo leren ook Gods kinderen in de Heilsweg deze voetstappen drukken. Zeker, Hij vóór hen en zij na Hem. Hij onder hen en zij onder Hem gedragen, hoe verborgen de Heere in deze weg ook voor hen is. Is de verborgenheid der Godzaligheid niet groot?

Het is zo verborgen en toch zó zalig; het leven ligt achter de dood. Het behoud achter de verlorenheid en vrijspraak achter de doem. Welk een vijandschap wordt in het leven van de Kerk geopenbaard tegen deze weg en deze leer. Petrus roept het uit: „Dat zal u geenszins geschieden". Hij wil het voor de Heere niet en voor zichzelf niet, vanwege de liefde. En toch, o gelukkig, de Heere laat zich niet hinderen in deze weg. Toen niet en nu niet. Het klinkt u toe: „Volg Mij".

U moet vòlgen, of brèken. Breken met Judas! U moet volgen, u moet als een moordenaar met Christus gekruisigd worden. Of zoals de vrouwen die Jezus volgden. Ze stonden van verre bij het Kruis. Zoals de tollenaar van verre stond. De Heere trekt u in het gericht met Hem. U gaat verloren. De wet verdoemt en veroordeelt en de liefde leert u deze doem ondertekenen. Toen alle hoop mij gans ontviel en niemand zorgde voor mijn ziel. Daar verliest de kerk haar eerste bekering en al haar goede werken.

Daar verliest Gods kind alle eigen mogelijkheid tot zalig worden. Daar verliest de kerk zelfs haar Zaligmaker, naar eigen gedachten. „Wij dachten dat Hij het was die Israël verlossen zou", zeiden de Emmaüsgangers. Daar gaat de kerk met Hem sterven.

Maar dit is de weg des Heils, de weg des levens. Leven is, in een Ander het leven vinden, van een Ander worden. Dat wordt de enige troost. Dat is de enige hoop. Zo ontvangt de Heere alleen de Eer van de zaligheid van Zijn kind. Het leven is mij Christus!!

Waar de medegekruisigde zichzelf leert veroordelen, door de ontdekkende werking van de Heilige Geest. „Ik hang hier rechtvaardig" (aan dit vloekhout) en de Heere leert vrijspreken in zijn oordelen (en Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan). Daar klinkt het op zijn zuchten: „Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn". Met Hem sterven en met Hem opstaan. Welk een verborgenheid! De verborgenheid der Godzaligheid is groot!! Hij voor mij en dan ik met Hem. Opdat het worde: Ik leef nu niet meer, maar Christus leeft in mij, door het geloof.

Op de Paasmorgen worden de raadsels der ziel opgelost, de banden des doods verbroken. De Schuld uws volks hebt Gij uit Uw boek gedaan. Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan. Daar wordt de rust geschonken. Daar zien ze niemand, ook zichzelf een ogenblik niet dan, Jezus alleen. En alles wat aan Hem is is gans begeerlijk. En de Heere zegt tot hen: „Volg Mij na" en alles achterlatende zijn zij Jezus gevolgd. Is de weg voor mij verborgen, leer mij volgen!

LEERBROEK DS. K. VELDMAN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.