+ Meer informatie

Jisken Pieters Hijlaridis

4 minuten leestijd

1.

Deze naam herinnert ons aan een vrouw, die de Heere gevreesd heeft. Zij leefde in de vorige eeuw. Zij heeft in haar leven ervaren, dat het uitnemendste moeite en verdriet is, maar ook wie de Heere voor haar was.

Wij zouden niet meer van haar af weten, wanneer er niet een brief was, die het één en ander over haar zalig leven en sterven vermeldt. Deze brief is in de weg van Gods voorzienigheid in handen gekomen van een zekere v.A. te W. De inhoud maakte zo’n indruk op zijn gemoed vanwege het eenvoudige, ware en kinderlijke geloof, zo duidelijk in de vrucht daarvan in deze vrouw geopenbaard, dat hij niet kon nalaten de brief door de druk openbaar te maken.

De brief is uitgegeven onder de titel: Verborgen leven met God. De uitgever is Fa. Romijn en Van der Hoff. Van A. uit de wens, dat des Heeren zegen erover moge zijn om veler ogen te openen om het ware van waangeloof te onderscheiden en dat wij mochten zuchten om die Geest, Die dat ware geloof en de bekering in het hart werkt.

Wie de brief geschreven heeft en aan wie deze gericht is, is ons niet bekend. Hij is gericht aan een waarde vriend. De aanleiding tot het schrijven was een brief, die de schrijver ontving over het godvruchtig sterven van een vriend. Deze wekte hem op tot verlevendiging van de hoop op de enige Heiland Jezus en tot moedgeving aan ons geloof te midden van de vele banden ook iets mede te delen van het zalig leven van des Heeren volk en van de vrijheid, waarmede Christus Zijn vrijgekochten heeft vrijgemaakt.

Hij schrijft: Mijn aandacht wordt daartoe bepaald bij één onzer nu reeds in de Heere ontslapen vriendinnen, die een weinig tijds na de dood van Willem Pot overleden is en met wie ik vooral in de laatste tijd misschien meer bijzonder bekend was dan gij. Ik bedoel Jisken Pieters Hijlaridis, die wij in de verlopen maand februari tezamen naar het kerkhof in uw woonplaats hebben gebracht.

Het kan nog tot zegen zijn om de aandacht op deze brief te vestigen en de inhoud daarvan hier naar voren te brengen.

Zij vertelde zelf, dat het haar onmogelijk was een bepaalde tijd aan te wijzen, waarin de Heere haar bekeerd had, omdat zij van jongsaf in het huis harer ouders en onder de leiding van voortreffelijke leraars onder de bediening der genademiddelen verkeerd hebbende, in haar jeugd wel aan de wereld en de dienst der ijdelheid onderworpen was, maar toch gepaard gaande met onophoudelijke kloppingen en wroegingen, die haar temidden van de zonden nooit rust noch genot deden vinden. Evenwel — zo lezen we verder —, eerst nadat zij gehuwd was met de landbouwer Wierda, begon het hinken op twee gedachten bij haar op te houden en werd zij een bepaalde metgezellin dergenen, die de Heere vreesden. Zodanige leidingen van God, waarbij het geloof als een verborgen en onopgemerkt zuurdesem in het hart door de Heilige Geest gewerkt wordt, zijn voor vele oprechten niet zelden grote bezwaren, uit welke het ongeloof aanleiding neemt om nu en dan het gehele werk der bekering te wantrouwen, ja zelfs te verwerpen. Zulks was echter bij Jisken niet het geval, want het had de Heere behaagd haar een rechte Maria-gestalte te geven, dat is, zij was een opmerkster van de woorden des Heeren. Zij luisterde meer naar het getuigenis Gods dan naar de verwarde klanken en stemmen, die er uit haar eigen hart en consciëntie oprezen, en omdat zij van de Vader gehoord en geleerd had wat de Heere Jezus voor een arm en verloren zondaar is, en omdat zij door de dagelijkse ontdekking van haar grote schuld en van haar dodelijk hart voor God, dat arm en verloren, zieh bevindelijk kende en gedurig meer leerde kennen, daarom zag zij voor zichzelf in de Heiland Jezus zulk een geopende Fontein, zulk een veilige Vrijstad, dat het in meer of mindere mate haar dagelijks werk was om zich als een geheel onreine aan die Fontein te laten opnemen.

Gij kunt hieruit nagaan — zo vervolgt de schrijver —, dat haar leven niet was wat men een gestaltelijk leven noemt, want haar hoop lag niet zozeer in haar eigen werkzaamheden, als wel in het eenmaal volbrachte werk van de grote Hogepriester, en haar bevinding verzekerde haar niet zozeer op een gevoelige wijze van haar genadestaat, maar verzekerde haar des te meer met een bedaarde stile overreding des gemoeds van de genade, almacht en bereidwilligheid, die er in de Heere Jezus zijn, en van de onveranderlijke getrouwheid der beloftenissen Gods in Hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.