+ Meer informatie

Spelonk van Adullam 40 jaar

Tante Mien vangt Zeistenaren op in haar woningen

5 minuten leestijd

ZEIST — In „de Spelonk van Adullam" in Zeist herdenkt oprichtster mevrouw M. C. van Beek morgen met haar zeventienbewoners dat zij op 1 november 1951 startte met het verlenen van onderdak aan jongere en oudere mensen. Velen hebben in de afgelopen jaren een plekje gevonden in de woning aan de P. C. Hooftlaan. Vanwege de groei van het aantal bewoners kocht zij daarna nog enkele woningen aanlangs P. C. Hooftlaan, Sanatoriumlaan, Burgemeester Patijnlaan en Laan van Beek en Royen. Enkele jaren geleden werd zij koninklijk onderscheiden voor de inzet voor haar bewoners.

..Tante Mien", zoals vele Zeistenaren haar kennen, kwam op 1 november 1951 met haar ouders naar Zeist. Ze zou gaan trouwen en haar ouders gingen er van hun oude dag genieten na een arbeidzaam leven in een bejaardentehuis in Woubrugge. Veel plezier beleefde ze niet aan de overstap naar Zeist. Haar moeder stierf al na tien dagen en ook de verloving ging uit. Later ervoer zij dat deze stap niet Gods wil was geweest.

Mevrouw Van Beek: „Omdat we toch wat moesten verdienen, begon ik een pension voor onderwijzers. In die tijd moesten die nogal lang op een woning wachten en daarom kwamen ze toen bij mij in de kost. Ook twee visueel gehandicapte bezoekers van Bartimeüs vonden bij mij wisselendonderdak".

In 1955 keerde mevrouw Van Beek met haar vader terug naar Woubrugge, omdat haar door het bestuur van het hervormd bejaardencentrum was gevraagd daar de leiding op zich te nemen, het werk dat zij voor haar vertrek naar Zeist ook had gedaan. Het pension in Zeist werd waargenomen door een vriendin en drie jaar lang gaf zij zelf haar krachten aan het bejaardentehuis in haar geboorteplaats. Omdat haar vriendin ging trouwen, keerde tante Mien terug naar Zeist. Kort daarna werd haar vader ziek. Zij verzorgde hem tot zijn dood in 1961.

Zwarte periode
Daarna brak „een zwarte periode" in haar leven aan. „Ik werd overspannen in die periode en het gevolg was dat ik in het Christelijk Sanatorium hier in Zeist terechtkwam. Ik was behoorlijk depressief en ook het shocken bracht geen verbetering in mijn toestand. Ook geestelijk had ik het in die periode erg moeilijk. Ik voelde mij van God verlaten en had nergens houvast aan.

Dit duurde bijna drie maanden. In de nacht van 30 op 31 maart 1962 veranderde dit. Ik weet dat nog als de dag van gisteren. Die zondagmorgen kreeg ik vrede met God, Ik voelde de wonderlijke werking van Zijn Geest, wat een totale verandering teweegbracht voor mijn latere leven. De depressiviteit veranderde in vrolijkheid en ik kon weer zingen van Gods goedertierenheid. Die dag en ook daarna mocht ik anderen in het sanatorium tot steun zijn. Ik vertelde dat wat de Heere bij mij gedaan had, ook bij hen mogelijk was.

De doktoren bekeken mij eerst met argusogen, want zij dachten dat ik doorgeslagen was en met godsdienstwaanzin te kampen had. Vanaf dat moment liet ik alle medicijnen staan en na veertien dagen was ik weer thuis. Men liet mij ook gaan omdat een gezinsverzorgster uit mijn pension werd teruggetrokken voor ander werk, zodat ik zelf weer met het werk moest beginnen".

Uitbreiding
In de volgende jaren kreeg mevrouw Van Beek steeds meer werk te verzetten. Door allerlei instanties werd op haar een beroep gedaan om een bepaald persoon op te nemen die in moeilijkheden verkeerde. „Mijn bewoners kwamen vaak uit het Christelijk Sanatorium, als ze daar ontslagen werden maar nog niet zelfstandig konden wonen. Zij verbleven dan een tijd bij mij tot de doktoren of sociaal werksters oordeelden dat men wegkon. Ook werd ik diverse malen benaderd door sociaal werksters uit Utrecht met het verzoek om mensen op te nemen met wie men niet goed raad wist. Dit waren mensen die te 'goed' waren voor opname in een instelling of een zwervend bestaan leidden. Ik heb altijd geprobeerd mijn christelijke levenswandel in de praktijk gestalte te geven. Ook als iemand onderdak zocht. Als hij kon betalen, dan betaalde hij of zij - en had men niets, dan was er ook plaats".

Dit had tot gevolg dat het aantal " bewoners steeds meer uitbreidde. Enkele woningen werden in de loop der tijd aangekocht. De woning naast haar kwam te koop en vormt nu één geheel met haar oorspronkelijke huis.  Daarna kocht zij aan de P. C. Hooftlaan nummer 37 op, tegenover de andere woningen, waardoor andere bewoners dicht bij elkaar konden blijven wonen.

Tegenslag
Dit jaar kreeg mevrouw Van Beek opnieuw met tegenslagen te kampen. Op Tweede Pinksterdag overleed op 43-jarige leeftijd Herman Bakker. Herman, die afkomstig was uit het kloosterleven in Zeist, verbleef 25 jaar bij mevrouw Van Beek. „Herman regelde alles voor mij. Hij had de leiding tijdens het eten, verrichtte alle klusjes en deed de inkopen. Ik mis hem dagelijks, maar de Heere heeft het zo geleid dat zijn plaats is ingenomen door een theologisch student, die mij helpt en ook de bewoners behulpzaam is in allerlei situaties".

Kort na het overlijden van Herman kwam mevrouw Van Beek in het ziekenhuis terecht, waar zij geruime tijd verbleef. Toch voelt zij zich weer geheel de oude. „Ik werk weer volop mee en verzorg de bewoners nog steeds zelf'. In haar taak wordt zij bijgestaan door twee B-verpleegkundigen, van wie er één enkele jaren geleden in overspannen toestand bij haar terechtkwam en nu door haar in dienst is genomen. Ook wordt zij geholpen door enkele hulpen in de huishouding. Tante Mien is nu 76 jaar. maar: „Ik ga zo lang door als het mij gegeven wordt. Ik houd van dit werk en de mensen en als ik mij om gezondheidsredenen moet terugtrekken, hoop ik dat mijn werk wordt voortgezet. De Spelonk van Adullam moet een rustplaats blijven voor hen die zich daar veilig voelen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.