+ Meer informatie

Het verschil maken

2 minuten leestijd

Afgelopen weekend zag ik het weer in de krant. De aankondiging van een vacature waarin je uitgedaagd wordt met de vraag ‘ga jij het verschil maken?’. Het is niet voor het eerst dat ik deze slogan onder ogen krijg. ‘Het verschil maken’, je vindt er verschillende varianten op. ‘Zij maakt het verschil’ is bijvoorbeeld de pay-offff van een christelijk damesblad. ‘Ik wil het verschil gaan maken’ kan het diepe verlangen zijn van iemand die begint aan een nieuwe klus. ‘Maak het verschil’ kan de oproep zijn van een ontwikkelingshulporganisatie om met een klein bedrag per maand van betekenis te zijn voor kansarme mensen.

‘Het verschil maken’. Het begint me steeds ongemakkelijker in de oren te klinken. Tegelijk kan ik ook niet ontkennen dat er wel degelijk situaties zijn waarin een klein gebaar een grote uitwerking heeft. Bijvoorbeeld op die moeder in Afrika. Ik word geraakt als ik hoor hoe een maandelijkse bijdrage van tien euro wel degelijk een levensveranderende impact op haar heeft. Ze kan daardoor haar eigen bedrijfje starten en weer brood op de plank krijgen voor haar kinderen.

Waarom dan toch dat ongemakkelijke gevoel? Omdat ik niet aan de indruk ontkom dat er een bepaalde druk in meeklinkt. Een druk om uniek te zijn, je te onderscheiden en er voor te zorgen dat dat wat je doet of wie je bent opvalt. Gewoon je werk doen, is niet meer genoeg. ‘Niemand mag meer ergens op lijken. Het verschil maken is altijd goed.’ schreef de Volkskrant enige tijd geleden en dat is waarom de Volkskrant ‘het verschil maken’ ook heeft uitgeroepen tot het verboden woord.

Dat ongemakkelijke gevoel houdt echter niet op bij de psychologische en sociale druk om het verschil te maken. Het gaat nog een spade dieper. Het is een theologisch gevoel van onbehagen bij de gedachte dat ík het verschil moet maken. De kerk, mijn werk, de samenleving zijn niet de plekken waar ik het verschil moet maken. Het verschil ís al gemaakt. In en door Jezus Christus. Hij heeft het verschil gemaakt, een cruciaal verschil met juist de nodige consequenties voor mijn eigen ik, want ‘Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij’ (Gal.2,20).

En laat het nou juist deze waarheid zijn die bevrijdt en heilige ontspanning geeft. Waarom? Omdat mijn werk en roeping hier op aarde soms ook iets van ploegen op rotsen heeft; dat ik helemaal niet zie welk verschil ik maak. Het gaat er niet om dat ík de vruchten zíe van mijn werk, maar dat ik vrucht draag. Het risico van de gedachte dat ik het verschil kan of moet maken is dat het ‘coram Deo’ (leven voor Gods aangezicht) onder druk komt te staan en wordt overgenomen door het ‘coram hominibus’ (bezig zijn met voldoen aan verwachtingen van jezelf en anderen). Vrucht dragen vloeit voort uit het bezig zijn coram Deo. Wie in Hem blijft en Zijn Woorden in hem laat blijven, die draagt veel vrucht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.