+ Meer informatie

Gods Woord en het gezin

6 minuten leestijd

8

Gezinsvermeerdering

De naam van Hanna is ons niet onbekend. Wij weten van haar aangrijpend gebed om een zoon. En daarbij spreekt niet alleen het verlangen om een kind uit Gods hand te mogen ontvangen, maar ook de begeerte, dat dit kind bezig zal mogen zijn in de dienst des Heeren. De nood van Israël en van het ver weggezonken erfdeel des Heeren is in dit alles op haar hart gebonden. Hanna ontvangt verhoring op haar gebed. De Heere geeft haar een zoon: Samuël, want, zeide zij, ik heb hem van de Heere gebeden.

Reeds spoedig wordt het kind naar het heiligdom in Silo gebracht en groeit daar op onder de bewarende hand Gods. .laar na Jaar brengt Hanna voor Samuël een nieuw priesterkleed. Zelf geweven, ‘t Is haar een lust dat Samuël de Heere in bijzondere zin mag dienen.

Maar de Heere is haar verder goed. Haar moederlijk hart heeft Samuël af moeten staan. Nu gaat de Heere inplaats van Samuël haar meer kinderen schenken. We lezen er misschien vaak aan voorbij en hebben vaak alleen oog voor het geschenk van Samuël. ‘t Staat echter niet voor niets in Gods Woord geschreven: „Want de Heere bezocht Hanna en zij werd bevrucht en baarde drie zonen en twee dochteren”. Duidelijk is het, dat zij behalve Samuël nog vijf kinderen ontvangt.

Nog duidelijker is het, dat het voor Hanna een zegen Gods geweest is deze kinderen te krijgen. Anders zou er niet staan, dat de Heere Hanna bezocht. Zeg niet, dat de tijd niet donker was in die dagen. Als Hanna daar op zag, moest haar de schrik om het hart slaan: wat zou er van deze kinderen terecht komen? Maar de Heere zegende en zij mocht op die God zien. Die in haar ellende haar had willen gedenken.

Hier kan de vraag gesteld worden of dit door velen nog wel een zegen gevonden wordt! Bij het huwelijk hebben bruid en bruidegom geluisterd naar de taal van het gebed:„…. hun kinderen, zo het U behaagt hen die te geven”. Helaas is het getal niet gering, dat als man en vrouw van deze regel maakt: „zo het ons behaagt die te nemen”. Het grotere gezin is eer in discrediet bij dat getal, dan dat het als een zegen beschouwd wordt.

We schrijven over deze aangelegenheid met grote schroom. Juist als het gaat over deze tere dingen, wordt zo spoedig het schone lelijk gemaakt. Temeer zeggen we dit, omdat er in onze tijd een stroom van lektuur over dit onderwerp is, die meer tegemoet komt aan de lust tot de zonde dan aan het zoeken om deze dingen te beleven. Wij voor ons behoren niet tot hen, die het spreken over deze dingen geheel verwerpen, omdat het niets met de godsdienst te maken heeft, ’t Zou te wensen zijn dat er eens meer goede lektuur op dit gebied kwam. In den regel is deze Juist hierin maar zeldzaam.

Tóch, deze zaak behoort tot het gezinsleven. We hebben aan het begin gezegd, dat we Gods Woord willen laten spreken voor het gezinsleven in onze tijd. Dan kunnen en mogen we onze ogen niet sluiten voor de gevaren van de dagen, die wijbeleven. Eén van die gevaren is zeker wel, dat de ouders autoritair zelf de grootte van hun gezin zullen bepalen.

’t Is geen nieuws, als we hier moeten spreken van een algehele verandering op het bredere erf rondom ons in het spreken over deze dingen. De gereformeerde zede omtrent huwelijk en gezinsgrootte wordt wel danig aangevallen.

Het is nog niet zo lang geleden, dat het gebruik van voorbehoedmiddelen onder ons zonder meer werd afgekeurd. In de praktijk was er zeker ook de zonde, op welke wijze dan ook, maar algemeen werd toch het gebruik verworpen.

Snel is dit de laatste tientallen Jaren gewijzigd. De term geboorteregeling is nu al te vinden in de lektuur, die als christelijk aangeprezen wordt. Zelfs wordt gesproken over de menselijke plicht van het regelen van de geboorten. Alsof het verwekken van het nieuwe leven een zaak van de mens is. In kringen waar vóór de oorlog gepleit werd — mede door een soort verbonds aktivisme — voor het grote gezin, worden nu klanken gehoord, die voor de befaamde middelen pleiten tot voorkoming van een te groot aantal kinderen. Zelfs is dit op voorzichtige wijze van hogerhand als wettig voorgesteld.

Wel heel sterk is de grote verandering op dit gebied uitgekomen op het congres „Chaos rond Eros”, 12 november 1966 gehouden in Den Haag. Alleen al het feit, dat daar het gesiachtelijk verkeer vóór het huwelijk door velen bepleit is, spreekt voldoende. Voeg daarbij het pleidooi om het gemakkelijker kunnen verkrijgen van voorbehoedmiddelen, zelfs voor ongehuwden. En dan te bedenken, dat dit congres mede uitging van de Protestantse Stichting ter bevordering van verantwoorde gezinsvorming.

Wat er van waar is, is mij niet bekend, maar onlangs las ik, dat leden van de Chr. Ger. Kerken namens de plaatselijke kerkeraden bestuurslid zijn in de plaatselijke afdelingen van deze stichting. Ik vraag mij af: kent men de daar overheersende meningen wel? En dat niet alleen blijkens genoemd congres, maar ook uitkomend in andere publikaties? Trouwens, de ouders zijn verantwoording van hun huwelijksleven schuldig tegenover de Heere. En dat in het licht van Zijn geboden. De Heere wijst in Zijn Woord de ouders op het zoeken te beleven van Zijn gebod. Gebed en tere wandel kunnen hier niet gemist worden. Advies van predikant of arts is hier niet uitgesloten. Maar geen stichting die leiding gaat geven in het huwelijksleven, hoe mooi of die leiding ook genoemd wordt.

Het grote kwaad hier is, dat met God geen rekening wordt gehouden. Mensen maken het uit of er nog plaats in het leven voor de uitbreiding van het gezin is. Het is opvallend dat in een welvaartstijd deze meningen opgekomen zijn, terwijl we toch heus niet van de onmogelijkheid van een goede verzorging kunnen spreken. Hier spreekt de steeds meer doorbrekende begeerte om van het leven hier beneden te genieten. En daaraan moeten alle beginselen aangepast worden.

Hebben we dan geen oog voor de moeilijkheden op dit gebied? Zeer zeker. Wij willen die echter niet benaderen vanuit de geest van deze tijd. De Heere zoekt in het gezinsleven de beleving van de vreze van Zijn Naam ook in deze dingen.

Die vreze des Heeren doet belijden, dat Gods voorzienigheid over alle dingen gaat. Uiteindelijk bepaalt God het getal van onze kinderen. En dat niet in een dood fatalisme, dat de belijdenis van Gods voorzienigheid vervormt tot een soort noodlot. Maar in de persoonlijke verantwoordelijkheid, die alleen in de vreze des Heeren gekend wordt, tegenover God en elkaar. Dan kunnen de dagen boos zijn, de Heere blijft Dezelfde, Die in deze weg Zijn zegen nog schenkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.