+ Meer informatie

Voetnoten

6 minuten leestijd

1) Op de ambtsdragersconferentie van 1981 refeerde ik over „Verschuivingen in de prediking” - Ambtelijk Contact, 20e jaargang, nr. 6, juni 1981, pag. 638 v.v.

2) L. Praamsma, „De belijdenis in de crisis”, Wageningen z.j. en J. van Genderen, „De reformatorische belijdenis in discussie”. Den Haag 1971, hoofdstuk I: De be-lijdenis in de crisis.

3) Dit is het standpunt o.a. van prof. dr. G.Th. Rothuizen en prof. dr. H.M. Kuitert; het staat ook op de achtergrond van het rapport van de geref. synode „God met ons” over de aard van het Schriftgezag.

4) Dit is de belijdenis van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.

5) Dit is de teneur van het „Cahier voor de gemeente”, nr. 7, Kampen 1969, van dr. C. Augustijn, „Kerk en belijdenis”.

6) Vgl. de paragraaf „Belijdenis en oecumeniciteit”, pag. 80 in J. van Genderen, „De betekenis der belijdenis”, Haarlem 1955.

7) Ondertekeningsformulier voor ambtsdragers, „Kerkorde van de Chr. Geref. Ker-ken”, Dordrecht 1979, pag. 116.

8) Bekend is zijn nog in gebruik zijnde boekje, althans in de Geref. Gemeenten en misschien nog in een enkele chr. geref.gemeente, „Voorbeeld der Goddelijke Waarheden”.

9) Bedoeld is de door schrijver dezes verzorgde serie „Bijbel en belijdenis” inzonder-heid deel II en deel V „Een levend lidmaat” voor de belijdeniscatechisatie.

10) Vgl. W. van ’t Spijker, „Doctrina naar reformatorische opvatting” in „Theol. Re-formata” XXe jaargang blz. 263 v.v. en XXle jaargang blz. 7 v.v.; J. van Genderen, „Geloofskennis en geloofsverwachting”, Apeldoornse Studies nr. 17, Kampen 1982, pag. 82: „Zowel wat God ons in Zijn Woord leert als wat in de kerk op grond van Zijn Woord - in verkondiging, belijdenis en théologie - geleerd wordt, is ,leer’.”

11) Zondag 18, antw. 48.

12) Vgl. A.F.N. Lekkerkerker, „Gesprekken over de Heidelberger”, Wageningen 1964, hoofdstuk VIII en IX met als conclusie: „En ook dat het heilzaam is voor de Pro-testanten zelf, wanneer zij niet zozeer de polemische maar wel de positieve inhoud van antw. 80 goed in zich opnemen.”, pag. 76.

13) Art. 15 NGB.

14) A.D.R. Polman, „Onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis”, deel I, pag. 13, Frane-ker z.j.

15) Idem pag. 16.

16) Idem pag. 19.

17) Bijvoorbeeld t.a.v. „van de wijs waarop de voordragt en ontwikkeling der Predesti-natie-leer daarin geschied is”. Vgl. D. Nauta, „De verbindende kracht van de belij-denisgeschriften”, Kampen 1969, pag. 45.

18) K. Barth, „Kirchliche Dogmatik” 1, 2, pag. 693 en v.v.

19) Polman a.w. pag. 28.

20) H.T. van Bochove, „Gemeente in veelvoud”, Franeker z.j., pag. 8.

21) J. van Genderen, „De reformatorische belijdenis in discussie”, pag. 53.

22) H. Volten, Rondom het belijden der kerk”, Kampen 1962, pag. 224 v.v.

23) Augustijn a.w. pag. 70.

24) A.M. Lindeboom, „Moet dat zo doorgaan?”, Kampen 1981,„Enkele kritische no-tifies over het kerkelijke leven in de Gereformeerde Kerken”.

25) Lindeboom a.w. pag. 7-11.

26) „Dia”, maart 1982, pag. 19 v.v.

27) Vgl. K.H. Miskotte, „De blijde wetenschap”, Nijkerk 1947, pag. 62-74; J.G. Woel-derink, „De inzet van de Catechismus”, Franeker z.j. pag. 66-81.

Vgl. de nuchtere opmerkingen van M.P. van Dijk in „Onze enige troost en het ko-rnende Koninkrijk”, Amsterdam 1980, pag. 31.

28) H. Kakes, „Geref. Theol.Tijdschrift”, 4e jaargang nr. 4, aangehaald door Volten a.w. pag. 110.

29) P. Schravendeel in „Gereformeerde Weekblad” (Kok, Kampen), 11 december 1981, pag. 141 n.a.v. Lindebooms kritiek op zondag 10. Eerder - 23 Oktober 1981 - had prof. dr. J. Plompde kritiek op zondag 10 afgewezen.

30) G. van der Leeuw, „Sacramentstheologie”, Nijkerk 1949, pag. 246, geciteerd door G.C. Berkouwer, „De Sacramenten”, Kampen 1954, pag. 16.

31) Polman a.w. deel IV, pag. 152, die kort het indmkwekkende betoog van Calvijn weergeeft in „Institutie”, IV, XIV, 3.

32) W. Aalders, „De schok der herkenning”, Amsterdam 1971, pag. 8.

33) Idem, pag. 8.

34) Vgl. C. Graafland, „Waarom nog gereformeerd?”, Kampen 1973, pag. 23-33: „Theonomie tegenover autonomie”.

35) Deze uitdrukking werd o.a. gebruikt in een samenspreking tussen chr. geref. depu-taten en vrijgemaakte deputaten. Vgl. Acta 1959, pag. 276: „De geref. belijdenis Staat in het teken van de religie; het gaat niet om beschouwingen maar om de vreze des Heren.”

36) G. Oorthuys, „De eeuwige jeugd van Heidelberg”, Amsterdam 1939.

37) De Nederl. Geloofsbelijdenis was bedoeld als een belijdend getuigenis naar buiten; de Catechismus als vertroostende leer voor de jeugd naar binnen.

38) Vgl. K. Exalto, „De enige troost”, Kampen z.j., hoofdstuk III, „De controversen in de Heidelberger Catechismus”, pag. 41 v.v.

39) Uitdrukking ontleend aan Deel V, 15; vgl. het boek van J. Faber e.a. „De schat van Christus’ bruid (over de Dordtse Leerregels)”, Goes 1958.

40) A.A. van Ruler over „Perspectieven voor de gereformeerde theologie” in „Theolo-gisch Werk II”, pag. 81, Nijkerk 1971.

41) J. van Genderen, „De betekenisder belijdenis”, pag. 62.

42) Idem.

43) Exalto a.w. pag. 71.

44) N.a.v. de geloofsbrieven van de afgevaardigden uit Overijssel die opdracht hadden ontvangen om niet alleen naar Gods Woord, maar ook naar de „gelijkvormigheid des geloofs in de Confessie en Catechismus dezer kerken begrepen”. De synode was voldaan toen de afgevaardigden verklaarden dat net niet de bedoeling was aan de belijdenis gezag toe te schrijven naast het Woord. Vgl. J. van Genderen, „De be-tekenis der belijdenis”, pag. 61.

45) Vgl. J.G. Fijnvandraat, „De bijbel én de belijdenis?”, Apeldoorn z.j., n.a.v. een serie artikelen over Biblicisme in „Koers 1975”.

46) J. van Genderen, „De betekenis der belijdenis”, pag. 9.

47) A.F.N. Lekkerkerker, „De brief van Paulus aan de Romeinen II”, Nijkerk 1975, pag. 63.

48) H. Bavinck, „Gereformeerde Dogmatiek”, deel IV, pag. 401.

49) H. Bavinck, „De offerande des lofs”, Kampen z.j., blz. 93.

50) Volten a.w. pag. 224 v.v.

51) J. van Genderen, „De betekenis der belijdenis”, pag. 63.

52) Idem.

53) Idem pag. 64 en 65; ook D. Nauta a.w. en vooral W. Volger, „Om de vrijheid der kerk”, Kampen 1954, pag. 159 v.v. „Het absolute nulpunt”.

54) G. Wisse, „Catechismusprediking voor onze tijd”, Dordrecht 1930.

55) Art. 30 NGB. Vgl. het zeer belangrijke hoofdstuk „Om ,door dit middel de ware religie te onderhouden’” in „Woord en Kerk”, Amsterdam 1969.

56) Vgl. o.a. H. van Riessen, „Verschuivingen in het gereformeerde leven”, Amster-dam 1969; G. Dekker, „De veranderingen in de Gereformeerde Kerk”, Kampen 1972; Ph.J. Huijser, „Het verwordingsproces in de Gereformeerde Kerken”, Amsterdam z.j.

57) We noemen dit jaartal omdat de Gereformeerde Kerken in 1892 ontstonden uit een vereniging van de Chr. Geref. Kerk (uit de Afscheiding) en de Nederl. Geref. Kerk (uit de Doleantie).

58) J.G. Woelderink, „De gereformeerde gezindte”, ’s-Gravenhage 1951, pag. 10.

59) J. van Genderen, „Geloofskennis en geloofsverwachting”, pag. 32.

60) Idem.

61) Vgl. W. van ’t Spijker, paragraaf „Doctrina en kerk” in het artikel „Doctrina naar reformatorische opvatting II”, „Theol. Ref.” XXX, pag. 21 v.v.

62) W. Aalders e.a., „Tien keer gereformeerd”, Kampen z.j.

63) Vgl. mijn artikelen over dit onderwerp in „De Wekker” van 22 januari, 5 en 12 fe-bruari en 5 maart 1982.

64) Deze opmerking werd ter vergadering nogal bestreden. De Heiland preekte toch ook zonder ouderlingen? Ik heb alleen bedoeld: kerkordelijk kan er alleen sprake zijn van de ambtelijke dienst des Woords inclusief het uitspreken van de zegen als de gemeente onder leiding van de kerkeraad bijeen is.

65) „Geestelijke leiding in de prediking”, opgenomen in de bundel „Priesterlijke predi-king”, Amsterdam 1976, pag. 25 v.v.

66) Vgl. mijn „Wat is Christelijk Gereformeerd?”, Haarlem 1947, pag. 136.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.