+ Meer informatie

Rector J. Molenaar: "Alleen het gezag waarin ook de liefde een plaats heeft, is heilzaam`

12 minuten leestijd

Het onderwijsveld geeft geregeld verontrustende signalen af. Eerst waren er de berichten dat veel leerkrachten zich opgebrand voelen. Daarna bracht onderzoek aan het licht dat meer dan de helft van de middelbare scholieren zich regelmatig schuldig maakt aan het doelbewust ontregelen van de lessen. Vrij recent haalden vandalisme en wapenbezit de media. Is er nog gezag op school? Rector J. Molenaar van het Wartburg College.

Het gebouw van de Rotterdamse scholengemeenschap Guido de Brés staat op een opvallende plaats. Pal naast een districtsbureau van de Rotterdamse politie. Bij ongeregeldheden is de sterke arm nabij. Het blijft een laatste optie. In eerste instantie is er rector J. Molenaar. Sinds dit jaar is hij rector van het Wartburg College, dat ontstond door de samensmelting van de Guido de Brés, het De Swaef College en het Revius College. Het onderwijs-imperium telt in totaal 4000 leerlingen. In de praktijk is er weinig veranderd. Molenaar bleef tevens verbonden aan de Guido. Alleen heet hij daar nu formeel lokatiedirecteur.
Duizenden leerlingen leerden hem kennen als een man van gezag. Een school vereist orde en regel. Zoals dat ook voor een samenleving geldt. De huidige maatschappij bewijst voor Molenaar wat de gevolgen zijn als dit principe wordt losgelaten. Het woord gezagscrisis is hem net iets te zwaar geladen. „Dat tendeert naar de gedachte dat er helemaal geen gezag meer is. Zo ver zou ik niet willen gaan. Wel denk ik dat je kunt spreken over een aantasting van het gezag. Dan denk ik allereerst aan de overheid, als dienares van God, en daaraan verbonden de politie. Gegeven ter bescherming en bestraffing."

Verloedering
„Kijk je vanuit die optiek naar zaken als de IRT-affaire en de acties van de politie, dan moet je constateren dat het gezag toch wel een beetje over de straat rolt. Ook de waardering van het gezag komt daardoor op een lager pitje te staan. In het onderwijs zie je hetzelfde. Ik vind het heel kwalijk als docenten actie gaan voeren en stakinger organiseren."
De erosie van het gezag wordt vooral veroorzaakt door de gezagsdragers zelf? „Ik denk het wel ja. Wanneer gezagsdragers zich zodanig gedragen dat ze geen respect meer afdwingen, heeft dat onmiskenbaar z'n weerslag op hen over wie gezag wordt uitgeoefend. In de jaren '60 verzetten bepaalde groepen in de samenleving zich tegen het gezag. Dat kon ernstige vormen aannemen, maar het gezag bleef wel functioneren. Ik vind het ernstiger als gezagsdragers zelf het laten afweten.
De gevolgen zijn op verschillende terreinen terug te vinden. Ik denk aan een stukje verloedering in de samenleving. Om dichter bij huis te blijven, nog niet zo lang geleden is onderzoek verricht door dr. Mooi naar het gedrag van leerlingen. Daaruit kwam naar voren dat meer dan de helft zich regelmatig schuldig maakt aan het doelbewust ontregelen van de normale voortgang van de les."

Veeg teken
„Ik denk ook aan de brochure "De veilige school", die afgelopen zomer door het ministerie naar de scholen is gestuurd. Daarin werd aangegeven dat kleine criminaliteit binnen de school langzamerhand gezien moet worden als een onaangenaam, maar onvermijdelijk verschijnsel. Dat is een veeg teken."
Is de situatie op reformatorische scholen beter?
„Die indruk heb ik wel. Er is nog meer gevoel voor gezagsverhoudingen. Tegelijk moet ik zeggen dat het verschijnsel de gereformeerde gezindte niet voorbij is gegaan. Beginnende docenten hebben nogal eens de verwachting dat gezag er gewoon is. Nou, zo werkt het vandaag niet."
Twintig jaar geleden wel?
„Laten we het verleden niet verheerlijken. Ook toen kwamen ordeproblemen voor, maar ik zie wel een verschuiving. De gevoeligheid voor gezag en de vanzelfsprekendheid ervan verdwijnt. Het moet worden waargemaakt, door de persoonlijkheid, de inzet, de uitstraling. Vandalisme gaat ons evenmin voorbij. Je moet een behoorlijke surveillance binnen je school hebben, om zo mogelijk preventief te werken. Meestal treedt het bij vlagen op. December is altijd een wat moeilijke maand. Wellicht dat het vuurwerk een sfeer oproept die stimulerend werkt op jongeren die een neiging tot vandalistische activiteiten helsben. Heel belangrijk is dat je zo'n kern zo snel mogelijk opspoort."

Ouders
„Een andere partij waarmee we te maken hebben, zijn de ouders. Ook die accepteren in het algemeen wat minder vanzelfsprekend het gezag van de school. Enkele jaren geleden is dat voor het bestuur aanleiding geweest om daar in een brief eens de vinger bij te leggen."
Moet ik vooral aan jonge ouders denken?
„Ik denk dat je het bij hen in iets versterkte mate vindt. Het zijn mensen die zelf jong waren in de jaren zestig. Dat heeft toch wel z'n sporen getrokken. In jongere gezinnen komt het bijvoorbeeld vaker voor dat kinderen hun ouders aanspreken met "jij" en jou". Er is een wat andere gezagsverhouding dan in de oudere gezinnen. Dat kan z'n doorwerking hebben in de schoolsituatie.
In het algemeen zie je dat ouders zich sneller dan vroeger achter hun kinderen opstellen, wanneer die op school straf krijgen. Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen als ze aan de bel trekken, om naar de reden ervan te informeren. Maar ik heb er wel grote moeite mee, als het gesprek wordt ingezet met: 'Er deugt niks van jullie beleid en mijn kind maakt die straf niet.' Dat komt helaas voor."

Duidelijke regels
Leidt dit tot een zekere aanpassing van de strafmaat?
„Nee. We hebben onze eigen lijn en die houden we vast. Voor het handhaven van het gezag en de orde binnen een school, zeker een school van deze omvang, is nodig dat er duidelijke regels zijn. En die zijn alleen geloofwaardig als je er de hand aan houdt.
Een school is een zelfstandige instelling. Ouders zijn verantwoordelijk voor de schoolkeuze. Daar zijn ze volledig vrij in. Maar zodra ze gekozen hebben, erkennen ze de school in haar eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk is een goede relatie en communicatie van essentieel belang. Wij doen onze uiterste best om daar invulling aan te geven. Maar de school is geen verlengstuk van de ouders, die er de dienst uitmaken en de regels opstellen. Dat doet de school zelf."

Geen janboel
Onderscheiden reformatorische scholen zich in degezagshandhaving van christelijke en openbare scholen?
„Een paar jaar geleden heb ik een schoolleiderscursus gevolgd. Een van de onderdelen van die cursus was het bezoeken van eikaars scholen. Op die manier heb ik verschillende openbare, rooms-katholieke en protestantschristelijke scholen van binnenuit leren kennen. Nérgens heb ik een janboel geconstateerd. Dat viel me hard mee. Natuurlijk verschillen de uiterlijke kenmerken. Maar de gestelde regels werden overal gehandhaafd. Ik zou niet graag beweren dat het buiten het reformatorisch onderwijs met de orde slecht gesteld is. Er zijn zelfs openbare scholen met een zéér streng gezag.
Dat hoeft overigens niet altijd positief te zijn. Ik heb gewezen op de noodzaak van heldere regels en sancties, maar daarmee is niet alles gezegd. Gezag is niet alleen verbonden met macht, maar ook met christelijke noties als liefde, vergeving, het maken van een nieuw begin. Die mogen niet ontbreken. Gezag zonder liefde is hard, meedogenloos, autoritair. Alleen het gezag waarin ook de liefde een plaats heeft is heilzaam, helend."

Mondigheid
Verdient de machtsfactor in het gezag op school meer accent dan in het gezin?
„Dat denk ik wel. In een gezin heb je meer ruimte voor een individuele benadering. Rekening houdend met karakters en eigenheden van kinderen. Daar speel je op in. Op school probeer je dat ook wel, maar met 1500 kinderen gaat dat toch wat moeilijker."
Hoe beoordeelt u de toegenomen mondigheid van leerlingen?
„Je kunt die niet helemaal losmaken van de tijdgeest. Dat wil niet zeggen dat die mondigheid alleen maar verkeerd is. Ik zie er ook positieve kanten aan. Er is heel wat scheefgroei geweest, omdat geen ruimte werd geboden voor de verwerking van dingen die van buitenaf werden opgedrongen.
Tussen de toegenomen mondigheid en de gezagsuitoefening kan een zekere spanning ontstaan, maar dat hoeft geen ongezonde spanning te zijn. De gezagsdrager zal zich moeten verantwoorden over de eerlijkheid en redelijkheid van de wijze waarop hij het gezag uitoefent. Als alles maar geslikt moet worden, kunnen zondige elementen die ook bij de gezagsdrager aanwezig zijn te veel hun vrije loop krijgen. Denk aan kleinerend optreden, cynisme, een onheuse bejegening van leerlingen. Als de mondigheid van leerlingen zo'n scheefgroei van het gezag voorkomt, is dat een positieve zaak."

Eén gezicht
In hoeverre wordt door reformatorische scholen eenheid nagestreefd in de regelgeving en de handhaving van regels?
„Daar bestaan geen schooloverstijgende afspraken over. Elke reformatorische school zoekt daarin z'n eigen weg, waarbij de overeenkomsten overheersen. Het gezag en de handhaving ervan hebben bijbelse wortels. Dat betekent dat je in hoofdlijnen op dezelfde regels uitkomt.
Bepaalde accentsverschillen die door de jaren heen zijn ontstaan, zou ik bepaald niet willen accentueren. Veel liever leg ik de vinger bij de eenheid. We hebben als reformatorische scholen elkaar heel hard nodig en moeten er alles aan doen om profilering ten opzichte van elkaar te voorkomen. Ik geloof ook niet dat daar reden voor is. Als ik op het Van Lodenstein College rondloop, zie ik nauwelijks verschil met het beeld dat ik hier waarneem. Voor De Driestar geldt hetzelfde. En dat vind ik prettig. Ik voel me verwant met die scholen. Kleine cultuurverschillen voorkom je nooit. Die mogen er wat mij betreft ook zijn. ledere school heeft z'n eigen traditie, z'n eigen historie, z'n eigen lokatie. Laat dat stukje eigenheid er mogen zijn. En verder: één gezicht!"

Levensstijl
Hoe waardeert u het vastleggen van zaken op het gebied van de levensstijl?
„Duidelijk is dat er sprake moet zijn van een christelijke levensstijl, ook op school. Dan denk ik aan veel meer dan uiterlijkheden. Hoe ga je met elkaar om? Welke dingen worden wel, welke dingen worden niet gezegd? In dat grote geheel heeft ook een aantal uiterlijke zaken een plaats. Je zit daarmee niet in het hart van de school. Ook niet in het hart van de identiteit. Maar de christelijke levensstijl is niet onbelangrijk. De preciese invulling is niet voor iedere christen eenduidig. Dat moeten we eerlijk zeggen. Er zijn nuanceverschillen. En die komen we ook binnen onze kring tegen. Daar komt nog bij dat het één van een ander gewicht is dan het ander. Gaat het om het dragen van een rok door een meisje of een vrouw, dan ligt bij mij het accent op christelijke levensstijl. Gaat het om het al dan niet dragen van een korte broek door jongens, dan ligt de nadruk op stijl. Over beide zaken hebben we regels.
Wij hebben daar geen lijst van aangelegd, omdat we menen dat je de uiterlijkheden dan gaat overaccentueren. En het vraagt een steeds verdere verfijning, want je loopt steeds weer tegen nieuwe dingen aan. Onze procedure is dat we ouders alleen de grondslagverklaring laten ondertekenen. Verder is voldoende bekend wat voor school wij zijn. Hebben we vanuit de aanmeldingsgegevens onze twijfel over de affiniteit van ouders met deze school, dan nodigen we ze uit voor een persoonlijk gesprek."

Achternaam
In hoeverre wordt onder de docenten verschillend gedacht over gezag?
„Daarin is enige variatie, uiteraard. Dat hangt ook samen met karakter en persoonlijkheid. Maar ik denk niet dat er onder ons docenten zijn die vinden dat het gezag geen functie heeft. Allemaal werken ze aan op een goede orde. Ze stellen het ook erg op prijs wanneer de schoolleiding duidelijk ondersteunend aanwezig is bij de uitoefening van gezag.
Wel denk ik dat de afstand tussen met name jongere docenten en leerlingen kleiner is geworden. Nog niet zo lang geleden nam een collega afscheid. In een van de toespraakjes werd gememoreerd dat hij gewend was om de leerlingen met de achternaam aan te spreken. In mijn eigen middelbare-schooltijd gebeurde dat door acht van de tien docenten. Nu komt het nauwelijks meer voor. Jongere docenten staan ook wat dichter bij de leerlingen doordat ze in het algemeen wat makkelijker gekleed zijn, om het zo maar eens te zeggen. Een jonge docent in een grijs kostuum zie je niet zo vaak. Maar ik kan niet merken dat dat samengaat met een andere visie op gezag. Iedereen wil orde in de klas. Je zult het hoofd wel boven water moeten houden."

Rector
Hoe ziet u uw plaats als rector hierin?
„Er moet duidelijkheid zijn over de omgangsvormen, waarin de gezagsrelatie gestalte krijgt. Die gelden voor iedereen. Zo komt het op onze school niet voor dat docenten worden aangesproken bij hun voornaam, of met "jij" en "jou". Dat mag gewoon niet, ook als een docent zelf er geen moeite mee zou hebben. In soüicitatiegesprekken met jonge sollicitanten stel ik dat altijd even aan de orde, zodat ze weten wat onze gedragsregels hierin zijn. Daarnaast vind ik de begeleiding van jonge docenten een zaak van eerste prioriteit. Vooral de laatste jaren hebben we daar veel energie in gestoken. Die investering is niet alleen van betekenis voor de docenten zelf, maar ook voor de totale gezagssituatie binnen de school. Heb je veel docenten met ordeproblemen, dan geeft dat te veel onrusthaarden, waardoor het algehele gezag wordt ondermijnd."
Is depositie van de rector in de loop der jaren veranderd?
„Bezien vanuit zijn werk is de afstand tot de leerlingen groter geworden. Het is meer een managersfunctie geworden. Kijk ik naar mezelf, dan constateer ik dat je met het ouder worden ook wat milder wordt. Of iedereen dat proces doormaakt, kan ik niet beoordelen."

Bekering

In het geheel van de samenleving is een herwaardering van het gezag te bespeuren. Ervaart u dat als een steun in de rug?
„Ten dele. Positief vind ik dat in het openbaar weer over dit thema gesproken wordt. Minister Ritzen heeft de scholen in een eigen notitie heel nadrukkelijk gevraagd om aandacht voor de pedagogische opdracht in het bijbrengen van waarden en normen. Ook de betekenis van het gezin komt weer heel nadrukkelijk aan de orde. Je zou dus kunnen zeggen dat een zekere erkenning plaatsvindt van zaken waar de reformatorische gezindte en de reformatorische scholen zich altijd voor ingezet hebben. Wat dat betreft ben je wat minder geïsoleerd bezig. Aan de andere kant denk ik dat je deze ontwikkeling niet moet overwaarderen. Ik zie het meer als heen-en-weerbewegingen in een geseculariseerde wereld. God komt er niet aan te pas. Wat we voor alles nodig hebben, is bekering. Van onze overheid en ons volk. Daar vang ik geen signalen van op. Integendeel. Maar laat ik niet in mineur eindigen. God is machtig om ook dit te werken. Zou voor Hem iets te wonderlijk zijn?"

Volgende keer (slot): ds. P. van Ruitenburg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.