+ Meer informatie

VRAGENBUS

3 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan : T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid

J. V. te V. vraagt wat voor leer dat geweest is, die de vrouwkens leerden en nimmermeer tot kennis der waarheid konden komen ? En wie waren Jannes en Jambres ?

Antwoord: eze vragen staan in verband met hetgeen we lezen in 2 Tim. 3 : 6, 7 en 8.

In dit hoofdstuk voorzegt de apostel hoedanige mensen en wat voor verleiders er in de laatste dagen zuilen opstaan. Hij vermaant Timotheüs hen te schuwen. „Want, " zo zegt hij, „van dezen zijn het, die als, vrome zielenjagers in de huizen insluipen en nemen met hun toverkunsten de vrouwkens gevangen. Het zijn vrouwkens, die met zonden geladen zijn, zodat zij aan de ene zijde zich van die last zoeken te ontdoen, en aan de andere zijde de zonde niet nalaten, zodat zij door menigerlei begeerlijkheden gedreven worden. Vrouwkens, die altijd leren, altijd willen onderwezen worden, die er op uit zijn, hoe zij tot God in een goede verhouding, en eens in de hemel zullen komen, en toch nimmermeer tot kennis der waarheid kunnen komen, omdat hun leergierigheid er eigenlijk op uit is, hoe zij datgene, waarvoor zij vrezen, kunnen ontkomen."

Met enkele woorden heb ik getracht even het verband aan te geven.

Wat blijkt nu? Die vrouwtjes leren zelf niet, maardie hebben behoefte om onderwezen te worden.

Klinkenberg zegt van deze vrouwen het volgende: „Het waren vrouwkens met zonden beladen, zodat zij als gebukt gingen onder de last der ondeugden, zij werden door velerlei begeerlijkheden gedreven en door verschillende aardsgezinde listen geslingerd. Zij leerden altijd, zij hoorden naar het onderwijs der verleiders, maar tot de kennis en gelovige erkentenis der waarheid, welke zonder een heilige wandel niet bestaan kan, konden zij niet komen. Trouwens de verleiders voedden hen met dwalingen en zij dachten nergens anders aan, dan aan het verzadigen van hun lusten."

Nu komen we tot de beantwoording van de tweede vraag. Wie waren Jannes en Jambres?

Het waren Egyptische tovenaars, die de apostel noemt met de namen onder welke zij bekend stonden. Zij deden hetzelfde als Mozes deed, maar met de bedoeling om Mozes' werk krachteloos te maken of liever om Gods zaak tegen te staan. Voor zulke mensen waarschuwt Paulus Timotheüs. Paulus wil zeggen, eveneens is dit met hetgeen de schijnvrome rondlopers doen; zij bootsen het werk van u, o Timotheüs, na en spreken ook van hetgeen gij leert. Zij doen het echter om uw getuigenis krachteloos te maken. Zo stellen zij zich onder de schijn van christelijke vroomheid vijandig tegenover de Christelijke waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.