+ Meer informatie

Moeder is gevallen

3 minuten leestijd

DoorJ. Visser-Vlaanderen „Stap...stap..." wie loopt aar door het bos? De takken raken, en de bladeren itselen onder zijn voeten. Iet is de boswachter. De oswachter loopt alle dagen oor het bos. Iatuurlijk...Dat moet wel. ^ant hij moet kijken, of smand het bos vernielt of aat stropen. Het huis van de boswachter laat aan de rand van het bos. )oet de boswachter al het 'erk alleen...? Nee oor.. .Want een eind verder taat nog een huis. Daar 'oont Hoekman. Hoekman , de knecht van de oswachter. Maar weet je wat o erg is...? Hoekman is vaak iek. Dat vindt Hoekman eel erg, want hij helpt zo raag in het bos. Tea en Tom, e twee grootste kinderen van [oekman moeten iedere dag en eind lopen naar school, ietertje en Beppie zijn nog iein. Die spelen meestal eerlijk buiten. Vanmorgen ijn Tea en Tom al vroeg 'eggegaan. Ze willen niet zo lat op school zijn. Moeder waait net zo lang als ze hen ien kan. Met een zucht gaat naar binnen. Vader is weer iek. Als het zo blijft, moet de okter maar komen. „Mam...," roept Tea als ze it school komen. Maar wat is r met moeder...? Ze zien dat loeder met een pijnlijk szicht op de stoel zit. Vader gt in de kamer op bed. Dat is ïzelliger, dan boven, als hij ek is. Maar nu.. .wat moet er u gebeuren? Moeder kan niet lopen. Ze gevallen. En haar enkel oet ontzettend zeer. Tea en om schrikken, als ze horen at er gebeurd is. Moeder ad de gordijnen gewassen en ilde die haastig ophangen. Kalm aan...!" had vader og gewaarschuwd. Maar het as al te laat. Moeder was lisgestapt van het kleine apje. „Die vervelende thoonmaak ook...!" had ider gemopperd. Maar toen loest moeder toch een beetje chen,enzei:,,Valt er iemand, als het geen hoonmaaktijd is?" „Ja maar, die hoonmaak.. .dat vind ik..." ader vindt er maar niets aan. Nu zitten we met de rvolgen. Was ik maar ïter." Moedig zegt Tea: ,,Ik il een groot verband om uw jkel doen. Dat kan ik best.

Tea en Tom mogen nog even opblijven. Maar na een poosje klaagt moeder: ,,Mijn been wordt steeds pijnlijker. Eigenlijk...moet de dokter komen voor de nacht." „Hadden we maar telefoon," zucht vader, ,,wie moet het bij de dokter gaan zeggen? Tea en Tom zijn nog te jong. Of wil jij gaan, Tom?" Tom kijkt het raam uit. Buiten wordt het al schemerig. „Weet je wat...?" moeder heeft een oplossing. „Als Tom naar de boswachter loopt, dan kan die de dokter opbellen."

,,Ja, dat zou kunnen," vindt vader. „Wil je wel Tom?" „Wees maar niet bang hoor," zegt vader troostend, „de Heere ziet je altijd. Wij zullen voor je bidden."

Zonder dat Tom er erg in heeft, heeft hij zijn handen gevouwen. En dan ineens...de twee lichtjes zijn nu heel dichtbij. En...er springt iets langs zijn benen, en wipt in een boom..Tom

Als de dokter vertrokken is, vertelt Tom van de lichtjes, waar hij zo bang voor was. Maar ook van het versje van school. „De Heere is overal hè paps?" ,,Ja hoor jongen, de Heere ziet ons altijd. En ik denk, dat die felle lichtjes, de ogen van een poes waren. Die lijken in het donker precies op lichtjes, Tom."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.