+ Meer informatie

Werken met helm op past in arbo-beleid

NDIA VRAAGT BIJBELS Brochure over ziekteverzuim handleiding voor ondernemingen

5 minuten leestijd

DEN HAAG — Slechts ongeveer een derde van de bouwvakkers die' werken aan de spoortunnel in Rotterdam draagt een helm. De meerderheid van 'macho's' vindt zichzelf te stoer voor zo'n onding. Het zou meer iets zijn voor de 'softy's'. Toch wordt er op drie steiger niveaus gewerkt in het ondergrondse toekomstige tracé. Zo bezien, lijkt een helm dus geen overbodige luxe. Eén vallende hamer kan leiden tot een forse periode van ziekteverzuim, om van erger maar niet te spreken. Wie had het ook alweer over een arbo-beleid?

Het was een sprekend voorbeeld dat gisteren werd aangehaald door een collega van het vakblad voor het schildersbedrijf tijdens een persconferentie ter gelegenheid van de presentatie van de brochure "Ziekteverzuim: voorkomen en genezen".

Stekelenburg wees op bedrijven in de Botlek waar het toch .^nders toegaat. „Als werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan en ik daar binnenkomen als softy of macho, dat mag u zelf invullen, dan is het dragen van zo'n helm gewoon verplicht. Of je het ding nu hinderlijk vindt of niet, of het warm is of koud, de helm moet op zodra je bij de portier het bedrijfsterrein betreedt".

'Rotterdam' lijkt dus niet maatgevend. Uit het voorbeeld blijkt echter wel dat de situatie in de praktijk soms flink kan afwijken van de door de sociale partners en de overheid nagestreefde idealen.

Aanvaring

Tijdens de bijeenkomst kwam het overigens nog tot een pittige aanvaring tussen Rinnooy Kan en Stekelenburg. De voorzitter van de centrale ondernemersorganisatie verklaarde zich tegen het plan van staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken om bedrijven wettelijk te verplichten ziekteverzuim te registreren en een verzuimbeleid te voeren.

Ook was een motie van de Tweede Kamer over een wettelijke regeling voor de bedrijfsgezondheidszorg volgens hem voorbarig. Rinnooy Kan: „Werkgevers en werknemers moeten de kans krijgen om op basis van vrijwilligheid de afspraken tussen werkgevers en werknemers in het najaarsoverleg over terugdringing van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid uit te werken". De malusbijdrage in het kader waarvan werkgevers enkele maanden salaris moeten betalen als compensatie voor het feit dat een werknemer in de wao terechtkomt, noemde Rinnooy Kan exorbitant hoog. Hij vond het jammer dat de Kamer deze regeling niet had herzien. Het huidige pakket is volgens de werkgeversvoorzitter onevenwichtig en nadelig voor de werkgevers.

Stekelenburg maakte met enkele grimassen direct duidelijk dat hij vraagtekens zette achter deze benadering. Tijdens zijn speech verweet hij Rinnooy Kan alleen tegen wetgeving te zijn als dat in de kraam van de werkgevers te pas komt. Het zogeheten uitruilen van ziektedagen tegen vakantiedagen had immers ook wel aan vrijwilligheid van de sociale partners overgelaten kunnen worden, meende Stekelenburg.

Staatssecretaris Ter Veld reageerde laconiek op deze tweespalt rond haar beleid. De discussie geeft volgens haar aan dat na jaren in ieder geval door zowel werkgevers als werknemers de ernst van de problematiek ten volle wordt onderkend.

Onderzoek

De voorzitter van de tripartite werkgroep (werkgevers, werknemers en overheid) die de brochure samenstelde, drs. A. Woltmeijer, benadrukte de bereidheid om iets aan het ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid te doen. Hij haalde een onderzoek aan van de Loontechnische Dienst bij 508 bedrijven. Daarvan bleken er 234 actie te ondernemen om ziekteverzuim te beperken en terugkeer van zieke en arbeidsongeschikte werknemers mogelijk te maken.

Rinnooy Kan wees erop dat inmiddels in 80 cao's zo'n 230 afspraken hierover zijn gemaakt. Volgens hem is maatwerk noodzaak en is er geen behoefte aan een „eenheidsworst".

Staatssecretaris Ter Veld liet weten, dat de loontechnische dienst nog onderzoek moet gaan doen naar de mate waarin de bedrijven de gemaakte cao-afspraken naleven. Bovendien valt volgens Ter Veld tot dusver slechts 42 procent van de werknemers onder een vorm van bedrijfsgezondheidszorg. Een richtlijn van de EG hierover moet in 1993 zijn vertaald in wettelijke maatregelen. Bovendien staat de bewindsvrouw onder druk doordat de Tweede Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel "terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume" aandrong op versnelling van wetgeving.

Brochure

De gisteren gepresenteerde brochure is bedoeld als handleiding om het ziekteverzuim in ondernemingen te bestrijden. Daarbij dienen zowel werkgevers als werknemers, leidinggevenden als ondernemingsraadsleden te worden betrokken.

In de brochure wordt een plan van aanpak gepresenteerd. Een eerste maatregel is een goede verzuimregistratie. Deze moet antwoord geven op vragen als: Hoe vaak zijn mensen ziek? Hoe lang? ^ Op welke afdelingen zitten de meeste zieken en in ^ welke functies? Op deze manier wordt een goede analyse van problemen mogelijk.

Verder is het van belang dat er een personeelsbeleid wordt ontwikkeld dat werknemers uitdaagt gebruik te maken van hun capaciteiten, bij voorbeeld door middel van een loopbaanbeleid (jobrotation). Daarbij dient de ervaring van oudere werknemers en de spankracht van jongere medewerkers te worden benut. De zorg voor goede arbeidsverhoudingen is gediend met tijdig overleg met medewerkers, aandacht voor persoonlijke omstandigheden en onderlinge verhoudingen.

In het kader van preventie van ziekteverzuim dienen stress en werkdruk te worden verminderd door afwisseling van werk en werktempo. Werknemers zouden de ruimte moeten krijgen hun werk naar eigen inzicht te verrichten.

Een werknemer dient zich ziek te melden bij zijn directe chef. Deze moet met hem/haar contact houden door af en toe te bellen of de zieke te bezoeken. Bij regelmatig kort verzuim kan onder begeleiding van de afdeling personeelszaken met de werknemer een gesprek worden gevoerd. Bij langer ziek-zijn dient na zes weken een prognose te worden gemaakt. Na drie maanden ziekteverzuim verdient het aanbeveling een terugkeerplan te maken. Deze tips vormen slechts een greep uit de gisteren verschenen de brochure. Wie meer wil weten, kan de brochure bestellen bij het ministerie van sociale zaken, afdeling informatie (070 3334455) en bij de Stichting van de Arbeid (070 3499505).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.