+ Meer informatie

Loochening opstanding dooft alle licht en hoop

Brochure "Schrift en Getuigenis":

2 minuten leestijd

NIEUWERKERK A/D IJSSEL - Door het weerspreken van de opstanding, door ongeloof aan het getuigenis van de Schriften wordt alle licht gedoofd, sterft alle hoop weg en gaan we een sombere toekomst tegemoet. Dat stelt dr. M. J. Arntzen in een brochure "Opstanding van Christus", uitgegeven door de vereniging "Schrift en Getuigenis", de Vereniging tot opbouw en bewaring van het gereformeerde leven.

Dr. Arntzen zegt dat er in alle tijden de spot met de opstanding is bedreven. Naast de twijfel van de Verlichting (Jezus zou slechts 'schijndood' zijn), is er ook een meer verfijnde loochening van de opstanding. „Christus zou dan wel zijn opgestaan, maar over het hoe van dit heilsfeit zou dan nog van alles te zeggen zijn". Het getuigenis van de Schriften is echter duidelijk en klaar. Als Christus alleen zou voortleven in onze herinnering, dan zou alles nog verloren zijn, aldus Arntzen. Alleen als de levende Heiland kan Hij ons de schatten meedelen die Hij in Zijn zoendood verworven heeft. Het loochenen van de zoendood van onze Zaligmaker en van Zijn opstanding gaan volgens hem dikwijls hand in hand.

Kern boodschap

Mevrouw T. E. N. Ozinga noemt in de brochure opstanding „niet maar een begrip, maar de kern van de bijbelse boodschap". De verrijzenis van Gods Zoon garandeert dat alle doden zullen opstaaan, de gelovigen tot het eeuwige leven. De opstandingswonderen in het Oude en Nieuwe Testament zijn illustraties van het wonder van de geestelijke opstanding. De opstanding van Jezus is de bekroning van Zijn werk. Zijn verzoeningswerk is dan af en de scheiding tussen God en mens is ongedaan gemaakt. Ook de dag des Heeren zal een dag van opstanding zijn.

Ds. J. B. van Mechelen, hoofdredacteur van "Waarheid & Eenheid", staat in zijn bijdrage stil bij de tekst van Handelingen 26:8: „Wat? Wordt het bij ulieden ongelofelijk geoordeeld, dat God de doden opwekt?" Het dogma van de opstanding van Jezus wordt volgens hem dubieus gesteld in de Paasbrief van de hervormde synode. De loochening geschiedt niet alleen door een kerkelijke vergadering, maar ook aan theologische opleidingen en openlijk vanaf de kansels. Het is volgens hem blijkbaar „niet zinnig" om in de verrijzenis te geloven. En als men er in gelooft, dan is het een geloof als van de Samaritaanse vrouw (Joh. 4) en van Martha: We geloven dat er eens zoiets zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.