+ Meer informatie

Levende brief van Christus

Thomas Boston

12 minuten leestijd

Zes kinderen bracht hij naar het graf Zelf had hij een broze gezondheid. Zijn vrouw leed aan zware psychische depressies. Uit ervaring kende hij het kromme van het levenslot. Maar in dat alles hield Thomas Boston vast aan God, vernieuwde jaarlijks het verbond met Hem en predikte met kracht het Evangelie van vrije genade. „Ik zeg niet dat Christus voor u gestorven is, maar wel dat er voor u een gestorven Christus is.

Het feit dat de naam van Thomas Boston meer dan 250 jaar na zijn dood nog bekend is, zegt al veel. Hij had een boodschap voor alle tijden. Volgens Thomas M'Crie, een groot Schots theoloog, heeft "De viervoudige staat" meer dan enig ander werk bijgedragen aan de godsdienst van het Schotse volk. En een biograaf zegt van Boston dat geen dienaar van Christus in zijn tijd zo het apostolische model benaderde als deze gezant van God. Wie was deze man? En wat was zijn boodschap? Thomas Boston wordt geboren op 17 maart 1676 te Duns, ten zuidoosten van Edinburgh. In zijn jeugd komt hij naar voren als een wat teruggetrokken en zwaarmoedige jongen. Zijn lichamelijke kracht is gering, maar zijn verstandelijke vermogens zijn indrukwekkend. Al jong komt de knaap in aanraking met de strijd die het christenleven eigen is. Zijn vader, John Boston, behoort tot de strikte covenanters. Verachting, vervolging en gevangenschap zijn zijn deel. De jonge Thomas mag hem in zijn cel gezelschap houden, om de eenzaamheid te verlichten. Het maakt diepe indruk op hem. Dat betekent niet dat hij het leven van Gods genade kent. Wel zijn er indrukken in zijn geweten, maar zijn hart is nog onverbroken.

Studie
Het is door de prediking van Henry Erskine, de vader van de gebroeders Erskine, dat Thomas in 1687 in zijn ziel gewond wordt. De Heere overtuigt hem krachtig van zijn verlorenheid en zijn ogen gaan open voor de rijkdom in de Heere Jezus Christus. Meteen valt de duivel zijn prille geloof aan, met de verzoeking dat het getal van de uitverkorenen reeds vol is. Boston herinnert zich later niet hoe de strik gebroken is. Wel heeft hij eruit geleerd hoe gevaarlijk onwetendheid is. De boze maakt daar gretig misbruik van om zondaren van de Zaligmaker af te houden. In zijn hart ontstaat nu het verlangen om zich te geven in de dienst van de Heere Jezus Christus. Zijn vader kan de driejarige studie aan de hogeschool niet betalen, maar door alle menselijke onmogelijkheid heen baant God een weg. Na twee jaar kan hij zijn studie in Edinburgh beginnen. Hij is dan vijftien jaar oud. Een praktische voorbereiding op het ambt ontvangt hij in het jaar waarin hij als particulier onderwijzer werkzaam is. Hij moet de ongeregelden vermanen. Zijn schuchtere karakter is daarbij een hinderpaal. Worstelend aan de troon van Gods genade om getrouwheid en kracht, mag hij zich toch vrijmaken van de zielen van dit gezin. En zijn woorden leggen beslag op de harten.

Grote ernst
Op 15 juni 1697 houdt hij zijn proefpreek over de tekst: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard". Zelf zegt hij ervan: „Ik wilde graag het nest van de duivel in brand steken". De nog jonge Boston heeft echter meer vuur dan licht. De terugslag blijft niet uit. Hij voelt zich zo verward en aangevochten dat hij zich afvraagt of hij wel aan dit werk had moeten beginnen. In zijn God vindt hij echter rust. Zijn eerste preken kenmerken zich door grote ernst, maar bevatten weinig van het Evangelie van Gods genade. Een oudere predikant wijst hem daarop en zegt: „Indien u begonnen was Christus te prediken, zou u meer voldoening hebben gehad". Kritiek die Boston ter harte neemt. Hoewel er veel vacante gemeenten zijn, krijgt de jonge kandidaat niet snel een beroep. Hij moet meer dan twee jaar wachten. De verzoeking om zich in de prediking aan te passen aan de smaak van zijn gehoor is levensgroot. De Heere oefent hem echter in het geloof dat afziet van de omstandigheden en ziet op Gods belofte dat alle dingen moeten medewerken ten goede voor degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

Eerste gemeente
Na lang wachten komt de gemeente van Simprin op zijn weg. Dat is echter niet naar het vlees van Boston. De gemeente telt nauwelijks honderd zielen en de onverschilligheid is groot. Het traktement is laag en de pastorie ligt in puin. Maar Gods Geest maakt hem gewillig om naar het onooglijke plaatsje te gaan. Met vasten en bidden bereidt hij zich voor op de taak die hem wacht. Op 21 september 1699 volgt zijn bevestiging. Getrouw bezoekt de jonge predikant de gemeenteleden en organiseert het kerkelijke leven. Aanvankelijk neemt het aantal kerkgangers eerder af dan toe. De Heere gebruikt de teleurstellingen om hem te leren leven uit het geloof in de beloften van God. De eerste uren van de maandag brengt hij door in het gebed, een gewoonte die hij zijn leven lang zal volhouden. Omdat hij bemerkt dat de onkunde in de gemeente groot is, beperkt hij zich in de prediking tot de kernzaken. Gedurende drie jaren preekt hij vervolgstof, die ten grondslag ligt aan zijn indrukwekkende werk "Des Mensen Natuur in deszelfs Viervoudigen Staat". Hij begint met de schepping naar Gods beeld. Vervolgens tekent hij op indringende wijze het bederf door de zonde, de gevaarlijke toestand van de natuurlijke mens en de verschrikkelijke toorn van God. Het grootste deel van het boek bestaat uit de leer van de "begonnen herstelling".

De viervoudige staat
Diepzinnig en schriftuurlijk geeft Boston aan wat het werk van Gods Geest is in het hart van zondaren. Met grote klem preekt hij de noodzaak van geloofsvereniging met Christus. Hij waarschuwt ernstig voor halve bekeringen, waarbij wij mogelijk met één dun draadje toch nog aan de oude Adamsstam hangen en niet in Christus zijn ingelijfd. Hij eindigt zijn werk met een indrukwekkende beschrijving van de eeuwige heerlijkheid en een aangrijpende verklaring van de rampzaligheid. In dit boek zien we hoe hartdoorzoekend Boston preekt. Hij is krachtig in zijn appèl en spreekt met het gezag van de Schrift. Het boek heeft diepe sporen getrokken in de geestelijke geschiedenis van Schotland en andere landen. In enkele jaren verschijnen meer dan dertig edities. Op 17 juli van het jaar 1700 treedt hij in het huwelijk met Catharina Brown. Het is het begin van een huwelijksleven dat gekenmerkt wordt door zware beproevingen. Verschillende kinderen moet hij grafwaarts dragen en zijn vrouw is in latere jaren dermate depressief, dat zij opgesloten moet worden. Toch gelooft Boston dat dit huwelijk van de Heere is. Dat geeft hem kracht en troost. Het jaar 1700 is nog om een andere reden van groot belang in zijn leven. Op een vensterbank bij een van zijn gemeenteleden vindt hij het boek "Het merg van het Evangelie" van Edward Fisher. Het geeft hem antwoord op veel vragen over het onderscheid tussen wet en Evangelie en vuurt hem aan om de bazuin van het Evangelie aan de mond te zetten.

Opwekking
De laatste jaren van zijn arbeid in Simprin komt er beweging in de dorre doodsbeenderen. Dan stelt Boston ook het lang verwaarloosde Avondmaal weer in. Bij zijn afscheid verklaart hij: „Ik durf niet te zeggen dat ik hier nutteloos geweest ben. Ik hoop dat u en ik niet zullen vergeten de vele zoete dagen die wij in deze plaats hebben gehad. Christus is bij ons geweest, zowel op de sabbat als in de week." In 1707 vertrekt hij naar Ettrick. Het is opnieuw een afgezonderde plaats, waar hij betrekkelijk geïsoleerd de herdersstaf op zal nemen. Vanwege zijn zwakke gezondheid ziet hij erg op tegen de grotere gemeente. Bovendien moet hij een gemeente verlaten die opbloeit, terwijl het in Ettrick geestelijk buitengewoon schraal is. Zedelijke onreinheid en zelfgenoegzaamheid strijden om de voorrang. De eerste drie jaren heeft hij geen vrijmoedigheid om het Avondmaal te bedienen. Na acht jaar ploegen op rotsen zegt hij in een moment van moedeloosheid tegen zijn vrouw dat hij van deze plaats vervreemd is. Hij verlangt om elders de ambtelijke bediening voort te zetten. Gods genadekracht is echter sterker dan de moedbenemende omstandigheden. Boston leert af te zien van mensen en zich te sterken in de Heere. Hij komt daarmee niet bedrogen uit. Als hij bedankt voor een aantrekkelijk beroep, geeft dat een omkeer in de gemeente. De Heere neigt de harten. Men voelt de kracht van de prediking. Als hij in 1710 het Avondmaal bedient, gaan 57 leden uit zijn eigen gemeente aan. 21 jaar later zijn er 777 die een Avondmaalspenning vragen, en daarmee aangeven dat ze begeren aan te gaan.

"Marrow-conflict"
De betekenis van Boston ligt niet alleen in zijn prediking en geschriften. Ook in de kerkelijke strijd van die dagen verstaat hij zijn verantwoordelijkheid. In de synode staat hij alleen in zijn bezwaar tegen professor Simson, die arminiaanse en ariaanse neigingen vertoont. Hij staat op van zijn stoel en verklaart: „Ik protesteer in mijn eigen naam en in de naam van allen die zich achter mij opstellen". Als niemand reageert, vervolgt hij: „En voor mijzelf alleen als niemand zijn instemming betuigt". Ook in het bekende "Marrowconflict" neemt hij met enkele anderen een eenzame positie in. De Schotse synode bestaat het om in 1720 "Het merg van het Evangelie" te veroordelen, wegens de antinomiaanse geest. Desondanks geeft Boston het boek opnieuw uit, voorzien van aantekeningen. Het gaat hem erom te laten zien dat de prediking van de particuliere verzoening en de verkiezing wel degelijk samen kunnen gaan met de onvoorwaardelijke nodiging van Christus tot alle zondaren. De algemene roeping verwoordt hij op een paradoxale wijze: „Ik zeg niet dat Christus voor u gestorven is, maar wel dat er voor u een gestorven Christus is." Zo kan de nodiging uitgaan tot iedere hoorder.

Levenseinde
In de laatste jaren van zijn leven nemen de problemen met zijn vrouw toe. De spanningen in de kerk vragen zijn volle aandacht. Zijn gezondheid is door nierstenen geknakt. Bovendien voelt hij zich gedrongen nog een aantal werken te publiceren, zoals "Een beschouwing van het verbond der genade", "Het kromme in het levenslot" en "De gemeenschap der heiligen". Boston ziet het als een bijzondere roeping om een studie over de accenttekens in de Hebreeuwse grondtekst te schrijven. Het kost hem drie jaar en nog eens een jaar om het voor de internationale wetenschap te vertalen in het Latijn. De publikatie maakt hij niet meer mee. In het voorjaar van 1732 is duidelijk dat zijn leven ten einde loopt. Zijn laatste preken gaan over het zelfonderzoek: "Beproeft uzelf of gij in het geloof zijt." Met die tekst bepaalt hij zijn gemeente voor de laatste maal bij de gronden van de zaligheid. Op zaterdag 20 mei 1732 sterft hij, op de leeftijd van 56 jaar. Een grote in het koninkrijk van God, die zich klein wist voor God en mensen. In zijn dagboek vat hij zijn leven als volgt samen: „Ik dank God in Jezus Christus dat Hij mij ooit een christen gemaakt heeft en dat Hij vroeg handelde met mijn ziel, dat Hij mij een dienstknecht van het Evangelie maakte en mij enig inzicht gaf in de leer van Zijn genade; dat Hij mij de Bijbel gaf en mij in aanraking bracht met de grondtalen, in het bijzonder met de Hebreeuwse tekst. De wereld is al die tijd een stiefmoeder voor mij geweest. Steeds wanneer ik probeerde om in haar te nestelen, was er een doorn van ongemak voor mij neergelegd. De mens wordt wenende geboren, leeft klagend en sterft teleurgesteld in de wereld. Alles is ijdelheid en kwelling des geestes. Ik heb gewacht op Uw zaligheid, o Heere."

Lessen
Uit het leven van Boston kunnen we vele lessen trekken. Te beginnen bij zijn geestelijk leven. In zijn nog niet vertaalde autobiografie blikken we in het hart van een begenadigde ziel. We horen hem kreunen onder het gewicht van het inwonende verderf, we horen hem juichen over de stralen van Gods liefde. Hij zucht om licht in beslissingen en in leerstukken, waarop de Heilige Geest hem verborgenheden toont die hij in zijn prediking en geschriften voor alle eeuwen zal ontvouwen. Als we zijn dagboekaantekeningen lezen, valt op hoe afhankelijk hij is van de Heere. Wanneer hij overweegt een boek te schrijven, doet hij dat niet zonder Gods goedkeuring. Slechts als hij overtuigd is van Gods leiding, gaat hij in biddend opzien zijn gang. Hoezeer Boston de nadruk legt op het naakte geloof, in zijn dagboek komen we toch ook keer op keer de worsteling tegen om Gods gunst te mogen genieten. Hij verlangt naar de ervaring van Gods hefde: „Zijn glimlachen zijn zoet als honing van de raat, maar Zijn fronsen zijn bitter als de dood voor mijn ziel." In zijn gezin gaat hij met diepe ernst voor. Geen huisvader kan bij hem aan het Avondmaal deelnemen, als hij als hoofd van het gezin geen huiselijke godsdienstoefeningen houdt. Ieder jaar vernieuwt Boston wel enkele malen schriftelijk zijn verbond met de Heere. Bij het sterven van zijn zoon Ebenezer verklaart hij: „Daar vernieuwde ik mijn verbond met God en sloot ernstig en uitdrukkelijk een verbond voor Ebenezer. In zijn naam aanvaardde ik het verbond en Christus, Die in het Evangelie aangeboden wordt. Ik gaf hem over aan de Heere, terwijl de engelen en de stenen van het huis getuigen waren."

Voorzienigheid
Eén van de meest opvallende en actuele aspekten van Bostons theologie is zijn nadruk op Gods voorzienigheid. Hij weet waarover hij schrijft als hij het heeft over het kromme in het levenslot. Jarenlang heeft hij getobd met de zwakheid van geest van zijn vrouw. Zelf is hij nooit sterk geweest. Zes kinderen droeg hij naar het graf Zijn prediking en theologie riepen veel weerstand op. Dat maakt ons extra belangstellend naar wat deze man ons heeft te vertellen over de voorzienigheid. Eerst zet hij uiteen dat er geen leven zonder krommingen is. Tegelijkertijd geldt dat niemands leven uit enkel krommingen bestaat. Het kromme dienen we te relativeren. Vanuit ons gezien is het krom, maar het geloof weet dat de Heere Zich niet vergist. Opmerkelijk is dat Boston onomwonden zegt dat we de krommingen in ons leven vaak met onze zonden in verband moeten brengen. God wil Zijn volk door moeiten en beproevingen corrigeren. Ze zijn als een pijnlijk medicijn dat toch een goede uitwerking heeft. „Verdrukkingen zijn verordende middelen voor de heiligmaking, waarvan ik verzekerd ben dat ze een even grote verborgenheid is als de rechtvaardigmaking." De christen heeft het kromme te aanvaarden, niet in doffe berusting, maar in onderwerping aan de soevereiniteit van zijn hemelse Vader. Dat is geloofswerk. We vinden onze troost in de Heere Jezus Christus. Hij is de barmhartige en medelijdende Hogepriester, Die in al onze benauwdheden benauwd was. Hij ging de weg van vernedering naar verhoging. En wij met Hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.