+ Meer informatie

Kinderloosheid, een knagend gemis

18 minuten leestijd

In de moderne samenleving vallen kinderloze echtparen niet op. Je neemt kinderen, of je neemt ze niet. Dat er zijn die ze dolgraag hadden maar niet krijgen, leeft nauwelijks meer. Ook in de kerk lijkt weinig oog voor het verdriet van kinderloosheid te bestaan. In de aanspraak van de gemeente gaat menig predikant er van uit dat de schare voor hem uit ouders en kinderen bestaat. In doopdiensten is maar zelden een woord voor hen die nooit bij het doopvont stonden of zullen staan. Dat kan zo'n dienst tot een kwelling maken. Kinderloze echtparen, een huisarts en een predikant over het paradoxale gemis van kinderen die je nooit hebt gehad.

Ze wonen aan de rand van een Veluws dorp. Uiterlijk gaat het hun voor de wind. Een mooi, vrijstaand huis met uitzicht op het boerenland. Een goed huwelijk. Geen financiële zorgen. Allebei werk. Maar als ze samen aan tafel zitten vraagt hij soms bitter: waar doen we het eigenlijk voor? Het verlangen naar kinderen wordt alleen maar sterker.

Voor de familie houden ze zich groot. Vrienden en collega's van Maarten komen niet verder dan een ruwe grap. Zelfs in de kerk moet hij soms de meest banale opmerkingen incasseren. Anja kan het gemis beter verwerken. Maar als Maarten met bijbellezen bij Spreuken 30 is aangekomen, moet ze de tanden op elkaar zetten. „Deze drie dingen worden niet verzadigd, ja vier zeggen niet: het is genoeg. Het graf, de gesloten baarmoeder, de aarde die van water niet verzadigd wordt en het vuur zegt niet: het is genoeg." Ze kent de teksten uit haar hoofd.

Onderzoeksmolen
Veertien jaar geleden werd hun huwelijk gesloten. „Dat we geen kinderen zouden krijgen, daar dachten we absoluut niet aan. Anja komt uit een gezin van twaalf kinderen, ik uit een gezin van tien." Na een jaar begon de familie voorzichtig vragen te stellen. Anja zelf zag het niet al te somber in. ,Je dacht: het komt wel." Het kwam niet.

De huisarts stuurde haar door naar de specialist. Maarten werd ook uitgenodigd. Van het ene onderzoek vielen ze in het andere. „De dokters proberen van alles. In het begin zeiden ze steeds: „Wacht maar af, het komt wel goed." Dat geloof je. De vruchtbaarheid was bij beiden zwak. Maar het was zeker niet hopeloos."

Na vier jaar waren ze het getol in de onderzoeksmolen spuugzat. Ze verlieten het ziekenhuis en zochten hun heil bij homeopaten, die volgens betrouwbare bronnen uiterst deskundig waren in het verhogen van de vruchtbaarheid. De geboortekaartjes in hun wachtkamers wekten bij binnenkomst al verwachting. „Overal hoorden we hetzelfde. „Dat lukt hoor; met drie maanden tot een halfjaar ben je zwanger." Achteraf denk je wel 's: het was gewoon een centenkwestie. We hebben er vrachten geld naartoe gebracht."

Nog één maand
Ze keerden terug naar het ziekenhuis. Als ze een overzicht van de achterliggende jaren willen geven, raken ze volledig van slag. Is ze nou zeven jaar onder behandeling geweest of acht? En hebben ze vier homeopaten geconsulteerd of waren het er vijf?

De hoofdlijn is duidelijk. Temperatuurcurven bijhouden, hamster-eiceltest, twee keer een kijkoperatie, één keer weefsel weeggehaald, twee keer kunstmatige inseminatie met zaad van de echtgenoot, meer dan een jaar een hormonenpompje met als complicatie de ene aderontsteking na de andere. „Je denkt steeds: laat ik het nog één maand proberen. Rond de veertiende dag liet de gynaecoloog een echo maken om te zien of er een eicel vrijkwam. Dat leek dan het geval en dan hoopte je maar weer. Was ik twee weken over tijd, dan kreeg je weer hoop. Maar altijd was het mis."

De specialist dicteerde voor een groot deel de tijden waarop ze gemeenschap moesten hebben. „Dat geeft best spanningen", erkent Maarten. „Je praat er niet elke dag over, maar je merkt het gewoon aan mekaar. Het is heel anders dan normaal."

Vloek
Begeleiding hebben ze nauwelijks gehad. „In al die tijdschriften gaat het allemaal even mooi", stelt Anja vast. „Pastorale begeleiding voor en na. Een huisarts die informeert hoe het gaat. Nou, ik wil niemand beledigen, maar als wij wat vragen aan de ouderlingen weten ze niet meer te zeggen dan: „Je moet maar op de knieën gaan." In principe hebben ze daar wel gelijk in natuurlijk, maar wat weten wij daarmee?

Over onze dokter roemt iedereen. Toen de buurvrouw zwanger was van een tweeling, kwam hij direct langs om te vragen of ze het verwerken kon. Maar ons zal hij nooit iets vragen. Dat steekt wel eens. Voor ons is het ook niet zo dat we het van middelen verwachtten. Je doet eraan wat je kunt doen, maar we hebben altijd het gevoel gehad: als we een kind krijgen, dan komt het van Boven. Daar kun je met die artsen al helemaal niet over praten.

Ik ben bij een homeopaat geweest die na drie maanden met de grofste vloek zei: „Het zal lukken!" Dan voel je je wel zo ongelukkig. Als je een kind krijgt is dat toch geen prestatie van jou?"

Kraambezoek
De conversatie van zussen en schoonzussen cirkelt negen van de tien keer rond de kinderen, zwangerschappen en bevallingen. Ze probeert zo ongedwongen mogelijk mee te praten. Maar als het over opvoedingsproblemen gaat houdt ze zich stil, omdat ze weet wat er anders wordt gedacht. Dat de beste stuurlui aan wal staan.

„Sommigen zeggen dat ook. Ik kan dat wel begrijpen. Het is heel moeilijk om je in de situatie van anderen te verplaatsen. Maar het doet mij wel zeer. Mensen kunnen ook goedbedoeld dingen zeggen die heel naar overkomen." Het liefst heeft ze dat er zo gewoon mogelijk wordt gedaan. Vooral bij kraambezoeken. „Als iedereen staat te kijken van "hoe zal ze reageren", dan vind ik het moeilijk om m'n houding te bepalen."

Voor Maarten is het succes van een kraambezoek op andere wijze afhankelijk van de houding van de ouders. „Zijn ze er blij mee, dan heb ik er niks geen moeite mee. Maar vinden ze het maar heel gewoon, dan denk ik: Je waardeert 't heel niet wat je krijgt. Ik heb collega's die amper-aan tijd hebben om een dag vrij te nemen als hun vrouw moet bevallen. Dat kan ik niet hebben. Ik zie liever een vader die z'n kind uit de wieg haalt en zegt: Moet je 's kijken, wat een mooi jong."

Huisarts
J. van der Steege, huisarts te Lunteren, herkent de problematiek van twee kanten. Als medicus en als lotgenoot. Hoewel hij nu drie kinderen heeft, leek het er aanvankelijk op dat zijn huwelijk kinderloos zou blijven. Dat vergemakkelijkt het gesprek met echtparen die hem consulteren vanwege kinderloosheid.

Bij een eerste gesprek richt hij zich vooral op de medische aspecten van de problematiek. „Die zijn voor deze mensen het belangrijkst. Medisch gezien kun je als huisarts natuurlijk niet zo veel. Zijn er wat problemen met de menstruele cyclus, dan laat ik vrouwen een paar maanden een temperatuurcurve bijhouden. Dat vergemakkelijkt de stap naar de gynaecoloog."

Specialist
Verwijzing naar een specialist betekent voor de Lunterense huisarts dat hij ook de begeleiding van het echtpaar overdraagt. „Ik denk niet dat het verstandig is om je er als huisarts mee te blijven bemoeien. Het is bovendien moeilijk in te schatten wie daar behoefte aan heeft en wie niet. Te weinig aandacht kan irritatie veroorzaken, maar een teveel aan aandacht ook. Daar komt bij dat je tijd beperkt is."

Hoewel hij kinderloze echtparen specialistische behandeling nooit zal ontraden, doen zij er volgens Van der Steege goed aan om ook de schaduwzijde onder ogen te zien. „Vooral bij langdurige behandeling krijg je niet alleen een geforceerd huwelijksleven, maar ook een geforceerd leven in het algemeen. Dan denk ik wel eens: is het ideaal dat alles wel waard? Ik denk dat de acceptatie van kinderloosheid sterk afhankelijk is van de vraag of men een andere levensvulling kan vinden.

Dat is voor een man gemakkelijker dan voor een vrouw, met name voor een huisvrouw. De praktijk is dat op koffievisites en verjaardagen voornamelijk over de kinderen wordt gepraat. Een kinderloze vrouw voelt zich dan altijd buiten spel staan."

Klippen
Ook ethisch gezien zijn bij een aantal vruchtbaarheidsonderzoeken en -behandelingen nogal wat vraagtekens te plaatsen. „Je moet weten tot hoe ver je wilt gaan", vindt Van der Steege.

„Het gevaar bestaat dat je doordraaft omwille van het doel. Een enkele keer komt het voor dat mensen me om advies vragen. Meestal als ze in aanmerking komen voor een reageerbuisbevruchting. Zelf zijn ze geneigd om sterk gevoelsmatig te redeneren. Dat heeft het gevaar in zich dat het doel de middelen lijkt te heiligen. Daartegenover staat dat buitenstaanders het probleem vaak puur verstandelijk benaderen en over het gevoelsmatige heenwalsen. Dat zijn twee klippen die je moet omzeilen."

Voor de Lunterense huisarts wordt met reageerbuisbevruchting een grens overschreden, maar hij benadrukt dat uiteindelijk de beslissing aan de patiënt is. „Wat ik doe is een stuk voorlichting geven. Mensen moeten weten waar ze mee bezig zijn. De keuze kan ik voor hen niet maken. Dat wil ik ook niet. Je hebt makkelijk praten als je zelf kinderen hebt.

Voor deze mensen is het een kruis dat ze hun leven lang meedragen. Eerst heb je geen kinderen. Als je daarmee wat verzoend bent komt de tijd dat anderen kleinkinderen krijgen. En dan gaat de vraag spelen: als één van ons wegvalt, wat dan? Je moet dat niet kleineren."

Voor spek en bonen
„Vooral de zondagen en feestdagen zijn moeilijk", zegt Maarten. ,Je hoeft nergens voor te zorgen. Het is altijd stil. En het wordt in principe alleen maar stiller. Neefjes en nichtjes worden groter en gaan hun eigen weg. Dat beseffen we heel goed. Nu hebben we nog bijna elke dag de kinderen van m'n broer over de vloer. Die woont hiernaast. Zondags komen ze meestal ook even buurten. Dan leef je gewoon op. Krijgen ze verkering, dan is dat voorbij."

„Ik zie hoe gek hij op die kinderen is en zij op hem", zegt Anja. „Speelt-ie op het orgel, dan komen ze naast 'm zitten. Dan denk ik: Waarom mag hij er nou niet een paar van mij hebben? Wat is mooier dan een kind dat de handjes naar je uitsteekt, omdat het van je houdt. Daar komt nog bij dat het hele leven op kinderen ingesteld is. Het dorp, de school, de kerk... Moet je maar 's opletten in de kerk. Het is altijd: Vaders en moeders, jongens en meisjes."

„We hebben hier een dominee gehad die op huisbezoek vroeg of we in het gebed wel 's wat misten", bevestigt Maarten. „Toen zeiden we dat er bijna nooit voor kinderloze echtparen wordt gebeden. Dat zou hij onthouden. Nou, hij heeft het nooit gedaan he. Dan zit het toch niet hoog. Met doopdiensten hetzelfde. Ik ga er niet meer naartoe. Je zit er toch maar voor spek en bonen bij."

Paradoxaal
Hoewel het kunnen krijgen van kinderen in onze samenleving bijna als een vanzelfsprekendheid beschouwd wordt, is dat bij tien procent van de echtparen niet het geval. Naar de betekenis van ongewilde kinderloosheid is nauwelijks onderzoek verricht.

Met zijn proefschrift "Een leven zonder kinderen" lichtte dr. Frank van Balen dit voorjaar een tipje van de sluier op. Het leed om kinderloosheid typeerde de pedagoog als een paradoxaal verdriet. "Het is treuren om een verlies van iets dat er nooit is geweest." Kenmerkend voor de moderne medische wetenschap is, dat het probleem door artsen voornamelijk technisch wordt benaderd. Voor de psychische en sociale gevolgen is veel minder aandacht.

Het onderzoek van Van Balen leverde zowel voor de hand liggende als opvallende resultaten op. Dat vrouwen sterker onder kinderloosheid gebukt gaan dan mannen is niet zo verbazingwekkend. Opvallender is dat het huwelijk in het algemeen door de spanningen niet verstoord raakt, maar eerder hechter wordt. De acceptatie van kinderloosheid blijkt sterk afhankelijk van het feit of men bevrediging vindt in werk of studie.

In de door Van Balen onderzochte groep had 82 procent van de vrouwen een baan, tegenover 39 procent van de vrouwen van gelijke leeftijd met kinderen.

Stil verdriet
Bij een deel van de kinderloze echtparen brengt medisch onderzoek geen vruchtbaarheidsbelemmeringen aan het licht. Zo ook bij het echtpaar Van Maurik uit Gorinchem. Toch kwamen er geen kinderen. Omdat de mogelijkheid bleef bestaan, durfden ze niet tot adoptie over te gaan. De medische onderzoeken stelden hen soms voor vragen, maar die bleven binnenshuis. „Over die dingen praatte je niet."

Als ze terugzien op 29 huwelijksjaren, kunnen ze niet zeggen dat de kinderloosheid hen in bepaalde perioden aanvloog. „Het is bij ons altijd een stil verdriet geweest, maar gelukkig niet zo dat we geen oog hadden voor andere dingen. Een dokter heeft eens tegen ons gezegd: ,Je moet niet alleen letten op de dingen die je niet hebt, maar ook op de dingen die je wel hebt." Wij kunnen bij voorbeeld overal samen naartoe.

Wel is het zo dat er momenten kunnen zijn waarop je je ineens realiseert wat het betekent. Vrienden van ons waren pas 25 jaar getrouwd. Die hebben een heel fijn gezin. Op de receptie stonden hun zes kinderen naast hen. Dan realiseer je je ineens: dat zullen wij nou nooit hebben."

Zondagsschoolwerk
Een kleine twintig jaar terug werd Van Maurik door een ouderling van de plaatselijke Gereformeerde gemeente gevraagd of hij de leiding van het zondagsschoolwerk op zich wilde nemen. De eerste jaren deed hij het samen met zijn vrouw. Toen het aantal kinderen groeide, kregen ze assistentie.

„We hebben destijds lang geaarzeld. Je had helemaal geen ervaring in het omgaan met kinderen. Later hebben we ervaren dat dat geen enkel probleem hoeft te zijn. Als je maar van ze houdt." Beiden ervaren het zondagsschoolwerk als een van God gegeven levensvulling. „Rond half mei stoppen we. Dan heb je ook best behoefte aan een paar maanden rust. Maar tegen september heb je echt weer zin om te beginnen."

Daarnaast zijn ze actief in een regionale werkgroep voor verstandelijk gehandicapten, voor wie maandelijks een bijeenkomst wordt georganiseerd. „Dat doe ik eigenlijk nog liever. Die mensen zijn zo spontaan en eerlijk. Door ziekte ben ik er wat maanden uit geweest. Kom je dan terug, dan is het gewoon ontroerend om te zien hoe ze je gemist hebben. Ze vliegen je gewoon om de nek."

Niet geforceerd
Binnen de kerkelijke gemeente hebben ze zich nooit buitenstaanders gevoeld. „Ik denk dat het voor een groot deel aan jezelf ligt, als je dat zo ervaart", vermoedt Van Maurik. „Hoewel we erg naar kinderen hebben verlangd, was het toch niet het voornaamste in ons huwelijk. Veel belangrijker is om door genade te mogen weten dat je een kind van de Heere bent. Wel is het zo dat doopdiensten soms moeilijk zijn. Dan doet het je goed als een predikant in z'n gebed ook de kinderloze huwelijken aanhaalt. Dat gebeurt maar heel weinig."

Ds. M. Vlietstra, christelijk gereformeerd predikant in Zeist, erkent dat ook hij aan het begin van zijn bijna 40-jarige ambtelijke loopbaan weinig oog had voor de betekenis van kinderloosheid. „In de opleiding tot predikant werd er niet op gewezen. Ethiek was niet meer dan een bijvak. Zelf kregen we meteen kinderen. Dan sta je er eigenlijk niet bij stil dat het ook anders kan. Dat ontdek je pas in de praktijk van het pastoraat. Zoals dat met veel zaken het geval is."

Wat het betekent om kinderloos te blijven ervoer de predikant van heel nabij, toen bij twee getrouwde dochters de kinderzegen uitbleef. „Ik vermeed in doopdiensten bewust om over kinderloosheid te spreken. Dat zou naar mijn gevoel pijnlijk overkomen. Tot m'n oudste dochter zei dat het omgekeerde het geval was. Zo word je door schade en schande wijs. Het is niet zo dat ik nu elke zondag voor kinderloze echtparen bid. Het moet geen geforceerd schema worden. Wel moet je, vooral in de aanspraak van de gemeente, altijd in het achterhoofd houden dat je kinderloze echtparen en alleenstaanden gemakkelijk kunt bezeren."

In de kou
De mogelijkheden van de moderne medische wetenschap ziet de predikant niet uitsluitend als een vooruitgang. „Als mensen vroeger verteld werd dat ze geen kinderen konden krijgen, wisten ze waar ze aan toe waren. Nu zie je dat ze bezig blijven met onderzoeken en daardoor blijven hopen. Dat geeft een enorme belasting. Je ziet soms ook een houding ontstaan van: het moet en het zal lukken. Ik wil de medische behandelingsmogelijkheden niet allemaal veroordelen, maar ze hebben wel nieuwe problemen meegebracht."

Het feit dat voor ingrijpende behandelingen als kunstmatige inseminatie en reageerbuisbevruchting zelden het oordeel wordt gevraagd van de dominee, verklaart ds. Vlietstra vanuit de vrees dat de predikant dergelijke behandelingen zal ontraden. „Dat is ook wel een beetje de schuld van de dominees. Die kunnen soms erg hard zijn voor anderen. Je zult je altijd moeten inleven in hun positie. Dat hoeft echt niet te betekenen dat je alles maar goedkeurt."

De praktijk is nu dat de arts veelal pragmatisch redeneert en slechts aangeeft wat medisch mogelijk is, terwijl de predikant adviseert op de knieën te gaan. Zij die met de vraag zitten of bepaalde behandelingen ethisch verantwoord zijn, voelen zich daardoor twee keer in de kou staan.

Goedkoop
De Zeister predikant betreurt de kloof die op dit terrein bestaat tussen huisarts en predikant. De arts die slechts oog heeft voor de technische aspecten van het probleem, schiet naar zijn overtuiging te kort. Een dominee die alleen aanraadt het probleem aan de Heere voor te leggen evenzeer. „Als predikant ben je geen medicus, maar je zult wel op de hoogte moeten zijn van de medische mogelijkheden. Wat is verantwoord en wat niet?

Als je weet dat mensen bezig zijn met vruchtbaarheidsonderzoek, kan het goed zijn om er eens langs te gaan. Dat vraagt wel een vertrouwelijke relatie. Wat dat betreft is het een voordeel als je als predikant wat langer op één plaats staat. In zo'n gesprek zou ik niet zeggen: dit of dat mag niet. Je bent zo snel goedkoop. Wel zou ik ervoor waarschuwen om niet zo ver te gaan dat het een belemmering wordt in het gebed. Dat je alles van de middelen verwacht, of de grens van wat ethisch verantwoord is passeert. Dat gevaar is zeker aanwezig.

Maar een ander gevaar is dat wij, die zelf kinderen hebben, wel even pasklare antwoorden zullen geven, Ik heb veel met m'n oudste dochter gepraat. Maatschappelijk had ze het prima. Maar de toekomst was voor haar een schrikbeeld. „Jullie weten niet wat het is", zei ze vaak. „Je hebt ons, je hebt de kleinkinderen, maar wij hebben straks niks." Dan kon ik zo mee huilen."

Verwachting
Het echtpaar Van Wijk uit Gelderland weet uit ondervinding wat het betekent om zonder kinderen de levensavond in te gaan. Ze zijn de zeventig gepasseerd. Geregeld staan ze bij het graf van familieleden. „Steeds vaker worden we eraan herinnerd dat een van ons beiden als eerste zal wegvallen. Dat kan je wel 's aangrijpen. Hoe moet het dan met de ander? Maar het is een rust als je mag weten dat er een Ander is die ons leven bestuurt."

Hoewel ze het naar buiten toe zelden laten merken, is het gemis van kinderen een verdriet dat nog altijd knaagt. Vier keer werd gewekte verwachting de bodem ingeslagen door een miskraam. Daarop kwam de mededeling van de arts dat ze niet meer op kinderen moesten hopen. „Dat is altijd moeilijk geweest, maar in onze tijd denk ik nog moeilijker dan vroeger, door de manier waarop nu gesproken wordt over de kinderzegen. De een wil er zoveel, de ander zoveel, een derde wacht nog een poosje.

Ik vergeet nooit dat in een supermarkt 's een vrouw voor me stond die zei dat ze er niet meer dan twee nam, omdat het haar anders te druk werd. Ik kwam totaal van streek thuis. Want ik had ze zo graag, maar kreeg ze niet. Gelukkig is ons huwelijk er niet minder door geworden. Integendeel. Na de laatste miskraam ben ik aan de rand van de dood geweest. Toen ik uit het ziekenhuis kwam was het een wonder voor me dat we nog samen waren."

Levensvulling
Aan levensvulling heeft het hen nimmer ontbroken. Als voorganger in de Hervormde Kerk diende Van Wijk verschillende eigen gemeenten en verleende aan collega's bijstand in het pastoraat. Zijn vrouw vergezelde hem bijna altijd, deelde in vreugde en verdriet, en was actief in zondagsschool- en verenigingswerk.

„Ik heb dat altijd graag gedaan. Maar zeker toen ik nog jonger was stak het me wel als ze me zeiden hoe fijn het was dat ik altijd met m'n man mee kon, omdat ik niks achterliet. Dan dacht ik: je zou eens moeten weten hoe graag ik bij een gezin achterbleef. Er worden vaak zo klakkeloos dingen gezegd waarmee je een ander pijn doet."

De pastorie was zelden kinderloos. Tal van neefjes en nichtjes brachten er hun vakantie door. Buurkinderen liepen in en uit. „Daar hebben we altijd van kunnen genieten, al waren ze van een ander. Je moet ook oog hebben voor wat je nog ontvangt. We hebben een vrouwtje gekend dat de Heere als het ware wilde dwingen om haar een kind te geven. Die heb ik eens gezegd: vergeet toch niet dat er een gemis is dat veel erger is dan het gemis van kinderen. En een bezit dat het bezit van kinderen ver overtreft."

Dubbel pijnlijk
De pastorale arbeid in de gemeenten heeft hen ervoor bewaard het bezit van kinderen te idealiseren. „We komen in veel gezinnen. Na menig bezoek zeg ik tegen m'n man: dit verdriet hebben wij niet. Als je in bejaardentehuizen komt zie je maar al te vaak hoe ouders aan hun lot worden overgelaten door hun kinderen. Dat is dubbel pijnlijk.

Wij weten waar we aan toe zijn. En al heb je geen kinderen, dan heb je nog wel een taak in de wereld. Het lijkt hier soms net een herstellingsoord. We hebben haast altijd wel iemand in huis. Een weduwe, iemand die moet opknappen van een ziekte, iemand die er eens een poosje uit moet... Een leeg leven hebben we zeker niet gehad. Maar moet m'n man een kindje dopen, dan heb ik het nog altijd moeilijk. Dan denk ik: dat heb ik je nou nooit kunnen geven."

Op verzoek van de betrokkenen bleven twee echtparen anoniem. Zij kwamen onder de gefingeerde namen Anja en Maarten en het echtpaar Van Wijk aan het woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.