+ Meer informatie

Slotwoord Ouderlingenconferentie 1975

7 minuten leestijd

Broeders, onze conferentie is weer bijna ten einde. Het is goed om zo eens per jaar bij elkaar te komen en samen te spreken over problemen, die in onze tijd op ons afkomen en die ons dikwijls intens kunnen bezig houden. Trouwens net gesprek met elkaar is altijd belangrijk. In het ambt van ouderling staat het gesprek meestal centraal. Ik denk in dit verband aan de gesprekken op de kerkeraadsvergaderingen, op huisbezoek, op ziekenbezoek, bij moeilijke gevallen, bij vreugdevolle gebeurtenissen enz.

Er moet in het gesprek geestelijke leiding gegeven worden.

Ik wil hierover aan het eind van deze conferentie nog graag een paar korte opmerkingen maken. En ik wil dat doen vanuit datgene wat Paulus heeft geschreven in 2 Tim. 4 de verzen 1 t/m 5. In deze verzen geeft Paulus aan Timotheus zijn laatste opdracht. Je zou kunnen zeggen, Paulus vat hier de opdracht van de kerk voor alle eeuwen nog eens samen. We vinden het in het tweede vers: Verkondig het woord. Een wel zeer positieve vermaning.

Al wordt hier in de eerste plaats gedacht aan de publieke prediking van het Woord Gods in de kerk, toch kunnen we dit rustig doortrekken naar al onze ambtelijke gesprekken. Wij dienen dus het Woord Gods in zijn belofte en eis te brengen in het leven van de individuele leden en in de gezinnen van de gemeente. En dat het er op aankomt leert meteen al het eerste vers. Paulus betuigt dit hier voor het aangezicht van God en Christus Jezus. Hij legt a.h.w. voordat hij dit zegt voor Gods aangezicht de eed af.

Verkondig het woord. Dat is de opdracht van Timotheus. Dat is de opdracht van alle predikers en dat is ook de opdracht van de ouderling. We hebben niet anders te doen dan de boodschap van de Koning door te geven. Doen wij dat niet, dan zijn we ontrouwe dienstknechten.

Wat is nu de inhoud van die boodschap ?

Die wordt hier heel algemeen omschreven, maar tegelijk weten we precies waar het om gaat. Het is het Woord van God. Het gehele Woord zoals de kerk dit heeft ontvangen van Genesis tot en met Openbaring. En het hart van dat Woord is Christus Jezus, het vleesgeworden Woord. Daarom moet het bij het brengen van dat Woord in al onze gesprekken gaan om Hem. die de Vader gezonden heeft tot ons heil en tot wie de Heilige Geest ons leidt om verzoening met God te vinden.

En dan staat er verder: „Dring er op aan, gelegen of ongelegen”.

Deze boodschap is van zo’n enorm groot belang, dat die altijd gebracht moet worden of het ons nu uitkomt of niet. Alles moet eigenlijk wijken voor dat Woord. Maar is het in de praktijk vaak niet zo, dat het Woord moet wijken voor alles en nog wat. Hoe moeilijk is het niet om met dat Woord ons drukke leven binnen te dringen. Velen komen niet meer naar de kerk, voor huisbezoek is vaak geen tijd. Steeds hoor je maar weer: Ik heb het veel te druk. Maar broeders, als we nu eens heel eerlijk zijn, is het dan niet zo, dat we afkerig zijn van dat Woord van God. We voelen heel goed aan wat dat Woord van ons wil, maar we proberen toch telkens ons dat Woord van het lijf te houden. Dat kan ons als ambtsdragers wel eens moedeloos maken, maar weet dan dat God dit woord van Paulus voor u heeft laten opschrijven. Blijf aandringen bij de mensen om zich door het Woord te laten leiden. We mogen niet bij de pakken gaan neerzitten. Ook niet aan de neiging toegeven om op pad te gaan als ons dat eens uitkomt. Ook eens doorzetten bij die gemeenteleden, die nooit gelegenheid hebben, bij wie het altijd ongelegen komt.

Paulus spreekt ook nog over wederleggen, bestraffen en bemoedigen.

Er zijn in onze tijd vele verkeerde meningen, er gebeuren vele verkeerde en zondige dingen, die bestraffing verdienen; velen hebben een bemoediging nodig, omdat ze dreigen te verslappen. Laten we ook hier maar eerlijk zijn. Wij houden daar niet zo erg van. Dat ieder mag denken en doen wat hij wil, ligt ons veel beter. Het gezag van Gods Woord is in dit opzicht wel erg in diskrediet geraakt. Toch zullen we naar dit Woord moeten blijven luisteren en handelen.

Wel moet ons wederleggen, bestraffen en bemoedigen gebeuren met alle lankmoedigheid en onderrichting. Met razen en tieren wordt meer bedorven dan bereikt. Het moet ons niet gaan om verdoemen, maar om behouden. Blijf daarom geduldig onderrichten uit dat Woord. Paulus dringt ons er hier ook toe, hard te blijven werken, want er komt een tijd dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zien we daar in onze tijd al niet de contouren van ? Velen keren zich van alles af. Ze willen nog wel wat, maar alleen dat wat hun eigen hart begeert. Ze zijn liefhebbers van zichzelf.

En laten we echt niet denken dat dit alleen voorkomt buiten de muren van de kerk. Ook in de kerk zitten ze, die de vorm misschien nog wel vasthouden, maar de innerlijke kracht missen ten bloede toe te strijden. Ze behoren nog wel tot de kerk, gaan soms ook nog wel naar de kerk, doen aan allerlei activiteiten misschien nog wel mee en toch, ze missen de kracht, ze verloochenen die, omdat ze het genot liever hebben dan God. En laten we niet gering denken van de verzoekingen in onze dagen. Ik denk hier alleen maar eens even aan de vele vrije tijd en de dagelijkse radio- en tv-programma’s die voor het overgrote deel worden gemaakt door mensen, die zich om God noch Zijn gebod bekommeren. En broeders, dat heeft vat op elk mens, die zich niet door Gods Woord laat leiden.

Diep in ons hart hebben we allemaal een afkeer van bestraffing. Vermaningen, zeggen we dan, zijn ouderwets. We luisteren liever naar hen die zonden goedpraten. En wat worden er in onze tijd niet veel zonden goedgepraat of weggeredeneerd.

En zo zijn er leraars bij de vleet, die ons op alle mogelijke manieren tegemoet komen en ons bevestigen in onze eigen, wijze inzichten. Zelfs is het niet uitgesloten zich op orthodoxe wijze naar eigen begeerte leraars bijeen te halen. Wat kan men soms van leraars houden, die het kwaad van de mensen duidelijk aanwijzen. Men laat zich door hun woorden strelen, maar tot waarachtige bekering tot de levende God komt men niet. Broeders, bedenk bij al uw ambtelijke arbeid: Het gaat de Here echt om ons hart. Daarom blijf nuchter onder alles, aanvaard het lijden. Uw standvastigheid in alles, tegenover alle verschijningsvormen van welke dwaling ook, hoe mooi het lijkt en hoe vroom het klinkt, zal lijden meebrengen. Dat hebben we echter gelovig te aanvaarden. Paulus zegt tenslotte tegen Timotheus en daarin ook tot ons: doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle. Dat wil zeggen: Verkondig getrouw het Evangelie en draag zorg voor de overdracht van het Woord aan de komende generaties.

Verricht uw dienst ten volle. Dat ziet duidelijk op het ambt, waarin God u geroepen heeft. Hij heeft u de opdracht gegeven. Hij geeft u ook in de weg van gebed en gehoorzaam luisteren naar Zijn woord de kracht om uw dienst met inspanning van al uw krachten en het offer van uw gehele leven, te volbrengen. Hem zij de heerlijkheid in aile eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.