+ Meer informatie

Slechts klein deel van het Iraakse volk steunt 'redder van het land'

In Bagdad valt niets te bespeuren van hekel aan westerlingen

7 minuten leestijd

BAGDAD - „Ben je een Amerikaan?" Hoopvol kijkt de kleine jongen van achter zijn kartonnen doos met haarspeldjes omhoog. Is er een zweem van teleurstelling bij de jonge zakenman als hij hoort dat de "khawaadja" slechts uit Nederland komt? In Bagdad is niets te bespeuren van een hekel aan vt'esterlingen, wat na de „moeder van alle veldslagen" wonderlijk aandoet.

Een belangrijke reden voor de hartelijke ontvangst van westerlingen is dat de Iraakse bevolking goed doorhad dat de oorlog niet gericht was tegen burgerdoelen, maar tegen de bolwerken van het regime.

„Toen in januari de luchtaanval begon, vluchtte ik met mijn gezin de stad uit. Dat deden ook honderdduizenden anderen. We waren daar op de landwegen open doelwit voor de overjagende Amerikaanse vliegtuigen. Die deden niets, ze vielen geen burgers aan. Dus durfden we terug te keren", vertelt Abd elLatief, een 36-jarige koopman op de Arabische markt.

„De Amerikanen waren heel nauwkeurig. Ze vernielden alleen bruggen, fabrieken, regeringsgebouwen, militaire kampen. Woonwijken werden niet getroffen".

En de bunker in Amareyya dan? „Verschrikkelijk dat daar zoveel mensen stierven. Maar hier in Bagdad wordt gezegd dat de bunker een belangrijk communicatiecentrum was. Bovendien was president Saddam Hoessein een paar uur voor de aanval in de bunker".

Of dit gerucht, dat in Bagdad de ronde doet, klopt, is niet relevant. Belangrijk is dat het gerucht als zodanig bewijst dat de Irakezen geloven dat de Amerikanen enkel mogelijke militaire objecten en fabrieken beschoten.

Lofdichten

Elke avond is Saddam Hoessein op televisie te bewonderen. Meestal zit hij onbeweeglijk op een podium, terwijl een zaal uitzinnige leden van de Ba'ath-partij hem in gedichten en spreekkoren prijst. „Grote Leider, Redder van het land. Onze Hoop, U volgen wij!"

Ook elke avond wordt door een aardig lachende officier een televisieprogramma gepresenteerd waarin enkele jeugdige misdadigers aan het publiek worden getoond. Meestal worden een stuk of vijf jonge dieven voor hun leven te schande gezet.

Beide programma's, die van lof aan de president en schande voor de misdadigers, dienen hetzelfde doel. De machtige hand van vadertje staat wordt onderstreept.

Hét Iraakse regime kan niet zonder dit soort propaganda, zeker niet nadat de oorlog en de opstanden van de Koerden en de sji'ieten hebben bewezen dat de Iraakse leider niet almachtig is.

Voor de oorlog durfde het Iraakse volk geen woord van kritiek te spreken over het regime van president Saddam Hoessein. Dat stadium van de blote angst lijken de Irakezen nu voorbij. Onder vier ogen of in een groepje vrienden komen de verhalen los.

Te gevaarlijk

Alle propaganda van de Iraakse overheid ten spijt lijkt toch maar een klein deel van de bevolking het regime te steunen. In Bagdad, waar Saddam Hoessein op de meeste steun kan rekenen, is menigeen bereid aan te geven dat hij niets met de heersers te maken wil hebben.

„Toen CNN (Cable News Network, een Amerikaanse satellietzender) hier kwam en me vroeg of ik Engels sprak, ontkende ik dat. Het is vee! te gevaarlijk om iets te zeggen. Je kunt zomaar verdwijnen", zegt Khalid (38) terwijl een paar vrienden meeluisteren.

Khalid vertrouwt zijn vrienden met zijn leven. Een andere Irakees, Mohamed, bijt nog liever zijn tong af dan dat hij in het bijzijn van andere Irakezen over politiek praat. Voor een journalist die belooft hem niet bij zijn ware naam te noemen maakt Mohamed een uitzondering. „Ik heb geen vrienden. Niet omdat ik te hard moet werken, maar omdat ik niemand vertrouw. Mensen hier lachen met je en doen joviaal, maar morgen word je verraden aan de geheime dienst wegens opmerkingen tegen het regime. Iedereen is bang. Ze kunnen je alles afnemen als je verdacht wordt van kritiek. Dus houdt iedereen zijn mond, zelfs tegen zijn vrouw en kinderen".

„Met mijn kinderen praat ik nooit over politiek. Stel je voor dat ze bij andere mensen of op school iets loslaten over mijn mening, dan is het met me gedaan. Ik leef maar voor een ding, dat is de opleiding voor mijn kinderen. Hopelijk kunnen we allemaal emigreren. Het is hier hopeloos. Iedereen is bang".

Sterk regime

„De mensen van het regime lijken gerespecteerde burgers. Ze zien er keurig uit, gedragen zich voortreffelijk, maar het is allemaal schijn. Het is een stel moordenaars, niemand is veilig voor hen", aldus Mohamed.

„Het regime is verschrikkelijk sterk. Niemand kan daarin verandering brengen. Wat moeten we doen? Alle officieren, alle mensen met geld, de hele Ba'ath-küek wil een voortzetting van de regering in handen van Saddam Hoessein. De mensen met macht hebben geen behoefte aan verandering", klaagt George Ibtisam.

„Wij mensen die moeten vechten voor het bestaan, het gewone volk, wij die geen eten voor onze kinderen hebben, wij hebben hier niets te zeggen. Dit land is het eigendom van de president, alle praatjes over Arabisch socialisme ten spijt".

Niet alle Irakezen waren bereid tot een babbel. Een echtpaar op straat liet me in vloeiend Amerikaans weten: „Het is niet ons systeem om met buitenlanders te praten. Je begrijpt wel waarom hè?"

„Ik wil niet praten", zegt een handelaar in koperen potten. Maar niet praten is toch ook een boodschap? „Inderdaad, en ik weet zeker dat je die boodschap heel goed begrijpt". Vriendelijk zeggen we elkaar gedag.

Inlichtingendienst

De vrees om even een praatje te maken heeft natuurlijk te maken met de alom aanwezige Mukhabaraat. De Iraakse inlichtingendienst heeft overal ogen en oren. Wie een stapje uit de pas loopt, heeft de kans dat hij wordt opgepakt. „Als ik iets verkeerd doe, zullen ze mijn familie tot in de vierde graad van neven en nichten straffen", mompelt een ambtenaar.

Terwijl ik een foto wil maken van het kantoortje van de Chaldeeuwse patriarch Rufail Bidawid tikt een vinger op mijn schouder. Een man in uniform gebiedt me mee te komen naar een gebouwencomplex aan de ander kant van de straat.

„U mag hier geen foto's maken. Kom met me mee". In het kantoor van de gevreesde Mukhabaraat, de inlichtingendienst, vraagt een vriendelijke officier zich af waarom iemand in vredesnaam een foto maakt van het patriarchaat. „Heeft Bagdad geen mooiere gebouwen?" Na het inleveren van mijn rolletje en een lange uitleg dat ik een afspraak met de aartsbisschop heb, moet de officier lachen. „Ik geloof je. Maar we zullen voor de zekerheid je foto's houden".

De gepleegde misdaad was het fotograferen in een 'verboden zone'. Tegenover het patriarchaat ligt het hoofdkwartier van de Iraakse luchtmacht, een massa verminkt staal en beton van de tiende tot de eerste verdieping.

Na een standje van de Inlichtingendienst word ik onder het verwrongen hoofdkwartier door naar een wachtkamer gebracht. Een mooier beeld van de kracht van een Amerikaanse „precisiebom" kan ik me niet wensen, maar mijn interview loop ik jammerlijk mis.

Stilgezeten

Een behulpzame jonge officier Ahmed brengt me na een uur wachten terug naar het ministerie van informatie. Op mijn vraag welke oorlog erger was, die tegen Iran of tegen Amerika, kijkt Ahmed me peinzend aan.

„Tegen de Verenigde Staten hebben we geen oorlog gevoerd. We hebben stilgezeten en niets gedaan", aldus Ahmed. „Toen ons hoofdkwartier werd verwoest telden we zelfs geen gewonden. We zaten allemaal als konijnen in de schuilkelders zonder terug te vechten". „Je denkt toch niet dat wij geloven dat het Iraakse leger zich vrijwillig uit Koeweit terugtrok? Die onzin verkoopt de president maar er zijn geen kopers voor zulke praatjes. We zijn verschrikkelijk verslagen".

Secretaresse Amina (24) was geschokt toen de oorlog voorbij was. „Ik las de krantekoppen die zeiden dat er een wapenstilstand was. Ik dacht toen verbijsterd: Maar er is hier nog helemaal niets veranderd!" „De president laat zich nog elke dag als een God vereren en het regime spreekt nog steeds dezelfde taal. Alles is bij het oude gebleven. Waarom konden de Amerikanen hun strijd niet tot in Bagdad voortzetten en de Republikeinse Garde rond de president wegvagen? Als de Amerikanen willen, kunnen we ons regime snel omver werpen", meent Amina. „Waarom doen ze het in vredesnaam niet?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.