+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste Jongelui!

De vorige keer hebben we een vriend ingeleid, die 25 jaren oud was. We noemden hem een man die een mooie positie innam. Hij stond op de grens van de jongeren en de ouderen. Hij gaf, wat zijn leeftijd betreft, beiden de hand. We hebben toen deze gedachte aangegrepen, om aan de hand van een vraag, die hij stelde, iets te schrijven, wat tot lering zou kunnen strekken voor jong en oud.

Terwijl we deze dingen neerschreven kwam ons nog een andere gedachte voor de geest, die we niet hebben vastgelegd, omdat deze ons van het onderwerp, dat we toen wilden behandelen, zou hebben afgevoerd.

Mogelijk vragen jullie nu: Wat is dat dan voor een gedachte geweest? Dat wil ik jullie wel vertellen, onder deze voorwaarde dat je dan in gedachten een ogenblik onze genoemde vriend loslaat. Want wat we nu willen schrijven heeft in zoverre niets met hem, noch met zijn leeftijd te maken, hoewel het toch ook weer wel van betekenis is voor jong en oud.

We dachten aan “mensen” die overal “tussen” zoeken te staan. Dat zijn de mensen van het "midden”. Die zijn er heel wat in de wereld, en niet alleen in de wereld, maar ook in ons kerkelijk leven.

De “tussenpositie” lijkt een heel mooie positie, maar het is o.i. een heel gevaarlijke positie. O neen, het is helemaal niet mijn bedoeling om nu eens klappen uit te gaan delen, maar het kan toch wel eens nodig zijn, om op bepaalde dingen te wijzen.

Degenen die zich voor “tussenmensen” uitgeven noemen zich niet konservatief en ze noemen zich ook niet progressief. Ze zijn niet vóór alle dingen vasthoudend aan het oude, maar ze zijn ook niet ten koste van alles vooruitstrevend.

Ze zeggen tegen ons b.v. - want wij worden tot de konservatieven gerekend, dat soort dat vóór alle dingen vast wil houden aan het oude -: Jullie moeten ook niet denken dat het daarmede te redden is. Als je denkt dat met het gebruik van de oude vertaling en de oude berijming en de oude formulieren en de oude liturgie, het in orde is, dan ben je er toch wel helemaal naast. Jullie moeten echt een beetje van je „vastgeroeste” ideeën laten schieten. Je moet toch wat begrip gaan tonen, dat het ook anders kan. O zeker, die progressieven hebben ook niet helemaal gelijk. Dat zijn dus die mensen, die ten koste van alles, alles maar graag veranderd zouden zien. Zij moeten niet overal het breekijzer tussen willen zetten. Zij moeten het wat langzamer aan doen, dan breekt het lijntje niet. Dan breken ook de verhoudingen niet. Dan blijven „ouderwets” en „nieuwerwets” samen voor de „kerkelijke wagen” lopen. We moeten wat meer met elkander praten. We moeten elkaar wat meer willen begrijpen. We moeten elkander wat meer leren waarderen. We moeten toch van elkander het goede geloven. We bedoelen toch uiteindelijk allemaal hetzelfde.

Mogelijk zijn er wel onder de lezers, die zeggen: Nou ja, zo is het toch uiteindelijk ook? Wat heb je aan al dat „geschutter”? Je leeft tenslotte in het jaar 1972 en alles is anders dan vroeger. We moeten achter „vroeger” maar gauw een punt zetten.

Degenen, die op deze lijn redeneren, weten dan ook nog te vertellen, dat „wij” ook niet meer leven net als in 1800 enz. We zijn dan eigenlijk inconsequent. Want ten opzichte van de Godsdienst komen we 200 jaren achter, terwijl we ten opzichte van het leven heel goed bij de tijd zijn.

Wat moeten we nu van al deze dingen zeggen? Wij zijn de leeftijd van 25 jaren al gepasseerd, ja, tellen zelfs al meer dan het dubbele aantal jaren. Toch voelen we ons nog niet oud en afgeschreven, al worden we door velen wel zo bekeken. We staan midden in het leven. Dan heeft onze leeftijd dit mee, dat je een beetje overzicht over het leven begint te krijgen.

Laat ik daarom degenen die zo graag het „midden” willen houden, zeggen, dat „wij” (ik geloof te schrijven namens alle kommissieleden van Bewaar het Pand en nog zeer veel anderen) heus niet van de gedachte uitgaan, dat met het vasthouden aan het oude, z.m. de zaak gered is. Ik wil niet beweren dat deze mensen er niet zijn. Want we komen ze inderdaad wel tegen, die, onuitgesproken, van de gedachte uitgaan, dat ze door hun konservatieve levenshouding bij de Heere een streepje voor hebben. Dat ze toch wel wat beter zijn dan de anderen die steeds maar weer naar wat nieuws jagen. Dat is natuurlijk in geen enkel opzicht het geval. En als er onder onze lezers zijn, die dat denken, dan hoop ik dat ze spoedig van deze waan verlost zullen worden. Want je kunt met een oude vertaling en een oude berijming en de oude formulieren en allerhande oude gebruiken, ook de eeuwigheid niet aandoen. Ze geven echt geen vrijbrief voor de hemel. Wanneer men meer niet heeft, en men zoekt daar heimelijk zijn grond van te maken, dan komt men er voor eeuwig bedrogen mee uit.

Wij gaan wel van de gedachte uit, dat de zogenaamde „middenmannen”, zo stilletjes weg, de progressieve steunen. Hun wordt wel gezegd dat ze niet te voortvarend moeten zijn, maar ze mogen wel voortvaren. En dat doen ze dan ook. En zo zijn we in de loop der jaren van het een in het ander gekomen. Men is begonnen het een na het ander „vrij” te geven. De konservatieven kregen dan niet helemaal ongelijk, doch de progressieven kregen wel helemaal gelijk. En zo zijn we van lieverlede „kerkelijk” de verkeerde kant opgeschoven. De gevolgen zijn: een grenzeloze verwarring. We kunnen niet meer samen lezen, zingen en praten. Ja ook dat laatste niet meer: praten! Want als je samen nog gaat praten, dan komt al heel gauw openbaar dat men een „verschillende taal” spreekt en daardoor elkander niet verstaat. Dat is natuurlijk heel erg, maar de feiten zijn er om het te bewijzen. Als je met degenen, die zo graag „het midden” houden, daarover spreekt, geven ze je nog gelijk ook. Ja vroeger, toen was het anders, toen was het toch wel beter, toen was er meer eenheid, zo zegt men dan. Maar tegenwoordig denkt de jeugd heel anders over de dingen. De scholen gaan daarin voorop en er is weinig aan te doen, zo vervolgt men het gesprek. En de progressieven varen voort, al moeten ze het niet al te voortvarend doen. natuurlijk. Want het lijntje mag toch niet breken.

Ieder die wat langer meeloopt in het kerkelijke leven en zichzelf geen oogkleppen voor laat doen, kan deze „koers” zien, die gevaren wordt. Maar het is een „koers”, die ons nergens brengt. En dat is altijd het geval, wanneer je het „midden” houden wilt. Ja, ik vrees dat we uiteindelijk daar terecht zullen komen, waar we, naar men „in het midden” zegt, toch niet wezen wil.

Want - ik zie de kerk even als een trekschuit - het trekpaard dat aan de linkerkant loopt is een beetje sterker, daar het met de „wetenschap” gevoed wordt, dan het trekpaard dat aan de rechterkant loopt dat minder wetenschappelijk is, men heeft daar over het algemeen minder letters gegeten.

Nu ben ik een man op het „achterschip” en zie door mijn eigen ogen. Een ieder heeft toch het recht om door zijn „eigen ogen” te kijken en te zeggen wat hij ziet? Ik zie de toekomst daarom niet zonder zorg tegemoet en zou wel wensen dat men nooit van „Kreta” afgevaren was.

Daarom ben ik, als je het zo wilt zeggen, konservatief. Als jullie daar maar niet de gedachten aan verbinden, dat ik achter loop. Want door genade, mag ik wel eens vooruitlopen en zien, dat de Heere alles zal doen uitlopen tot Zijn verheerlijking.

Doch zo lang we in deze wereld zijn, hebben en houden we onze verantwoordelijkheid. Van daar voor ditmaal deze ontboezeming.

Met hartelijke groeten,

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.