+ Meer informatie

„God wordt in Hooglied niet ter sprake gebracht"

Drs. Deckers analyseert bijbelboek

3 minuten leestijd

UTRECHT - God wordt in het boek Hooglied niet ter sprake gebracht. Het boek verhaalt hoe de liefde mensen als een mysterie overkomt, waardoor man en vrouw participeren aan de goddelijke werkelijkheid. Dit maakt deze poëzie heilig genoeg om in de Bijbel te worden opgenomen. Dat zei mevrouw drs. M. C. N. Deckers-Dijs gisteren tijdens de verdediging van haar proefschrift over het bijbelboek Hooglied, waarop zij promoveerde aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht.

De titel van het proefschrift luidt "Begeerte in bijbelse liefdespoëzie. Een semiotische analyse van het Hooglied". Semiotiek doelt op een puur taalkundige analyse van tekens (teksten, woorden, enz.), in dit verband toegepast op het Hooglied.

Drs. Deckers verwierp de opvatting dat het bijbelboek de liefdesrelatie tussen God en de mens zou beschrijven. De laatste decennia doet volgens haar steeds meer de opvatting opgeld dat het in dit bijbelboek gaat om pure liefdespoëzie. Mevrouw Deckers zag in het Hooglied een „begeerte" (zie titel proefschrift) werkzaam, die zij als een oerdrift van de mens interpreteerde, namelijk het verlangen van de mens om leven te scheppen. Uiteindelijk toont het boek van het Hooglied „het intra-menselijk tekort", omdat de mens volgens Deckers wel in staat is een paradijs te scheppen, maar —tragisch genoeg— niet in staat is om dit paradijs ongeschonden te bewaren.

Joodse optiek

Volgens mevrouw Deckers is de vrouw in het Hooglied beeld van het gehele joodse volk; de vrouw is de draagster van de altruïstische liefde, die zoekt wat verloren was. Prof. dr. J. G. Kooij (algemene taalwetenschap, RU Leiden) constateerde een spanning bij Deckers tussen het historische uitgangspunt (de vrouwelijke hoofdpersoon van het Hooglied als beeld van het joodse volk) en de semiotische analyse (die de tekst bestudeert los van de historische context). Heeft u voor de kernvragen (bedoeld werd de inhoudelijke analyse van het Hooglied) wel de juiste methode (d.w.z. de semiotische) gekozen? zo vroeg hij haar.

Deckers antwoordde dat een tekst, ook die van het Hooglied, niet los is te denken van de tijd waarin die geschreven is; anderzijds verschillen de tijden niet zo veel van elkaar, zodat haar methode goed gebruikt kon worden. Zij had haar onderzoek gedaan „op het snijvlak van methode en exegese", aldus de promovendus.

Auteurschap

De semiotische methode bleek in ieder geval niet toereikend om te achterhalen wie nu de auteur van het Hooglied was. Mevrouw Deckers had geprobeerd door middel van deze methode te bekijken of de tekst misschien „een vrouwelijke hand verried". Voor het geheel van het bijbelboek was dit echter niet te bewijzen, hoewel ze de mogelijkheid in haar proefschrift wel opperde. Tijdens de discussie zei zij hierover dat „alleen de historisch-kritische bijbelwetenschapper", en niet de semioticus, de vraag naar het auteurschap kan stellen.

Wel vormt het Hooglied volgens haar een dermate levensechte uitbeelding van de vrouw, haar verlangen en gevoelswereld, dat ze in dit opzicht verwantschap op meende te merken met de feministische visie. „Er zijn beslist passages die puur door vrouwen geschreven zijn. Door de uiteindelijke redacteur zijn deze delen ingeweven in de uiteindelijke tekst", zo meende mevrouw Deckers-Dijs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.