+ Meer informatie

TER OVERWEGING

8 minuten leestijd

Bert van Nieuwenhuizen (red.), Andre Rouvoet. Uitg. Aspekt Soesterberg, 201 blz., € 17,95.

Het is maar gelukkig dat minister Rouvoet nog maar 47 jaar is, dan is er nog wel een kans dat er nog eens een echte biografie van hem uitkomt. Als ik de berichten in de pers goed begreep, is er iemand die daarvoor geïnteresseerd is. We zullen zien, maar hoe dan ook: dit boek is echt onder de maat. Het was ook wel lastig: Rouvoet wilde geen gesprekken, heel begrijpelijk als er al andere lijnen liggen. Het gevolg is echter een heel gefragmentariseerd beeld van iemand die het toch waard is om voor het voetlicht gehaald te worden. Er zijn bijdragen die echt de moeite waard zijn: die van prof. Schuurman bijvoorbeeld, die Rouvoet (en zijn vrouw) al vanaf de studententijd kent, een dieptepeiling doet en in zijn verhaal enkele waardevolle tips stopt. Zwak punt is dan weer dat deze bijdrage al eerder elders te lezen was. De redacteur heeft blijkbaar erg getobd voor het bij elkaar halen van zijn hoofdstukken. Ook de bijdrage van prof. G. Harinck snijdt hout; geen wonder, want het was zijn oratie: ‘Waar komt het VU-kabinet vandaan?’ Maar… past dat wel in een biografie?

Wat mij betreft had de bijdrage van Elsbeth Etty echt geweigerd moeten worden (daar is een redacteur toch voor, als het echt nodig is?): zij weet niet alleen te weinig van Rouvoet, maar heeft ook het lef om uit allerlei bij elkaar geraapte gedachten van anderen een verhaal te maken dat niet anders getypeerd kan worden dan als: schandelijke bagger; het spijt mij, maar er zijn geen andere nette woorden voor. Eén geluk: ze haalt daarmee niet Rouvoet naar beneden (al lijkt het daar wel op), maar zichzelf. Kortom: geduldig wachten op een echte biografie, op het moment dat daarvoor past.

Philip Troost, Spiritualiteit van ontvankelijkheid. Uitg. Kok Kampen 2008, 192 blz., € 14,90.

Dit boek blijkt een ‘remake’ te zijn van een eerdere publicatie over hoe gereformeerde en charismatische christenen van elkaar kunnen leren (zie p. 9). Het perspectief is nu verbreed naar de spirituele ervaring die vooral het karakter van een geschenk (ontvankelijkheid) heeft. De schrijver, predikant in de GKv, vraagt aandacht voor de ervaringskant van het geloof. Dat is een goede zaak, maar wel jammer dat de rijke traditie van de bevindelijke gereformeerde theologen buiten het blikveld blijft. Soms lijkt het of de schrijver het wiel opnieuw wil uitvinden. Op andere plaatsen stemmen op een wat simpele manier moderne psychologische inzichten en bijbelse waarheden wonderlijk overeen (ontvankelijkheid als vrouwelijke functie).

J. Hendriks, Verlangen en vertrouwen. Het hart van gemeenteopbouw. Uitg. Kok Kampen 2008, 445 blz., € 19,50.

Opnieuw heeft professor Hendriks een boek over gemeenteopbouw laten verschijnen. Net als de vorige boeken die hij daarover schreef, gaat het om grondige studies met een groot gehalte aan bevlogenheid en praktijkervaring. Hendriks begint te laten zien hoe belangrijk het is een visie te hebben op de gemeente in de bredere context van de samenleving van nu. Vanuit die visie (‘concrete utopie’) kunnen er in geloof en vertrouwen stappen gezet worden om de droom te verwerkelijken. Dit boek biedt erg veel: over gemeenteopbouwprocessen, over stromingen, over actuele vragen die spelen bij gemeenteopbouw en over de plaats in het geheel van de theologie. Daarbij blijft de schrijver dichtbij de praktijk van het gemeente zijn door veel voorbeelden en dichtbij de lezer door een heldere stijl van formuleren.

G.C. den Hertog en C. van der Kooi (red.), Tussen leer en lezen. De spanning tussen bijbelwetenschap en geloofsleer. Uitg. Kok Kampen 2007, 239 blz., € 17,50.

Deze bundel opstellen is de neerslag van een symposium dat in november 2004 aan de TUA gehouden werd. Het symposium werd georganiseerd door de TUA samen met de theologische faculteit van de VU (Amsterdam). Al ligt de datum van het symposium al even achter ons, de problematiek die aangesneden werd, is nog volop actueel. De verschillende opstellen getuigen daarvan. Het gaat in deze bundel om de vraag hoe Bijbelwetenschappen en systematisch-theologische vakken met de Bijbel omgaan. Wat kort door de bocht geformuleerd: exegeten willen de Bijbeltekst bij voorkeur benaderen met zo weinig mogelijk dogmatische vooronderstellingen en dogmatici willen de doorgaande lijn van de Schrift gebruiken om daar de geloofsleer op te bouwen. Er wordt behoorlijk wat theologische bagage verwacht van de lezers van deze bundel. Wie de moeite doet om de stof tot zich te nemen en te verwerken, zal zeker niet teleurgesteld worden.

A. van de Beek, God doet recht. Eschatologie als christologie. Spreken over God 2.1. Uitg. Meinema Zoetermeer 2008, 444 blz., € 35,=.

Prof. Van de Beek is een productief schrijver, die niet bang is tegen de stroom op te roeien. In dit boek maakt hij die reputatie opnieuw waar. In 2005 verscheen zijn Hier beneden is het niet, en nu is er deze bredere studie over hetzelfde onderwerp: de christelijke toekomstverwachting. De titel van zijn nieuwe boek drukt uit, dat de Bijbelse hoop is ontsprongen aan de verwachting dat God recht doet. Van de Beek schrijft dat in de tegenwoordige tijd. Dat hangt ermee samen, dat hij over eschatologie als christologie wil spreken. In het kruis van Christus is het beslissende geschied en de geschiedenis daarna is niets anders dan uitgerekte beslissingstijd. Het kruis is oordeel en de opstanding verandert daar niets aan. De opstanding van Christus is aan gene zijde van de geschiedenis. Het gaat niet vooruit in de geschiedenis en het wordt allemaal niet beter.

Het is goed, dat Van de Beek zich keert tegen een optimistisch vooruitgangsdenken, maar de manier waarop hij dat doet, plaatst God en zijn heilshandelen buiten de geschiedenis. In deze geschiedenis liggen kwaad, zonde, lot en dood volstrekt en onontwarbaar dooréén. Er is in zijn gedachtegang geen zicht op God die het uiteenlegt, niet in het kruis van Christus en evenmin in de geschiedenis. De serie heeft als titel: Spreken over God, maar de vraag die bij mij achterbleef, is of Van de Beeks theologische visie op de tijd hem op dit punt niet meer in de weg staat dan dat die hem — en ons — helpt.

Willem van der Meiden, Christus tussen IJssel en Elbe. Inculturatiemotieven in de Heliand. Uitg. Protestantse Pers Heerenveen 2008,128 blz., € 9,95.

Twee jaar geleden verscheen het oud-saksische gedicht Heliand (Heiland) voor het eerst in Nederlandse vertaling. Dat gedicht is een hervertelling van het leven, sterven en de opstanding van lezus, maar dan afgestemd op de hoorders van tóen, begin negende eeuw. In 690 had Willibrord voet aan wal gezet bij Katwijk en zo’n vijfentwintig jaar later ondernam Bonifatius zijn eerste tocht naar de Friezen. Het zou tot begin 800 duren, voordat Friezen en Saksen in onze contreien tot het christelijk geloof overgingen. Ook omdat Karei de Grote de nodige dwang uitoefende was het christendom echter voornamelijk uiterlijk gebleven. De Heliand, geschreven tegen 850, kan gezien worden als een poging Christus bij de mensen te brengen. In dit boekje belicht Van der Meiden, die zelf meewerkte aan de vertaling van de Heliand, op een even heldere als boeiende wijze de eigen aard van dit gedicht. Daarnaast laat hij zien hoe een vraag als de inculturatie van het evangelie, die vandaag speelt, ook toen al aan de orde was. Een prachtig boekje, voor een heel schappelijke prijs!

F. de Lange, De armoede van het zwitserlevengevoel. Pleidooi voor een beter ouder worden. Uitg. Meinema Zoetermeer 2008, 159 blz., € 14,50.

De schrijver is hoogleraar ethiek aan de Prot. Theol. Universiteit in Kampen en houdt zich de laatste jaren gericht met de ethische aspecten van de menselijke levensloop bezig. Vorig jaar verscheen van hem al: De mythe van het voltooide leven, met als ondertitel: Over de oude dag van morgen. Nu is er dit boek, voor een wat breder publiek geschreven. De Lange neemt waar dat het hemelse heil nu niet meer in het hiernamaals gesitueerd wordt als leven na de dood, maar in het hiemumaals als zwitserlevenpensioen. Gevolg is dat het pensioen de trekken krijgt van een quasi-religie.

De overvloed aan vrije tijd die de pensionado heeft staat niet meer in het teken van rust en ontspanning, maar er moet zo nodig van alles: vooral iets bijzonders meemaken. Het leven wordt van die zucht naar beleving eerder armer dan rijker en in het verlies aan levenskunst vermoedt De Lange één van de drijfveren van pleidooien voor een recht tot zelfdoding, als het leven niet meer boeit en aangenaam is.

Treffend vond ik ook zijn observatie dat het verlies aan het zicht op de eeuwigheid maakt dat mensen oneindig korter leven. Ze leven twintig, dertig jaar langer dan een eeuw geleden, maar ze hebben alleen maar dit leven. Prikkelend en tot nadenken stemmend is ook zijn vraag of dit mogelijk de reden is dat reizen onder ouderen zo populair is. De veelheid aan indrukken geeft de illusie dat je ontsnapt bent aan de beperkende condities van dit bestaan. Je leeft éven eeuwig. Zijn conclusie is: we kunnen de hemel niet missen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.