+ Meer informatie

Ongehuwd

het doel gemist?

22 minuten leestijd

De ongehuwde viel in het verleden behoorlijk buiten de boot. De vrijgezelle vrouw was overgeschoten en zielig, de alleenstaande man ondoortastend en afhankelijk. Dat beeld is aan het veranderen. De ongetrouwde man woont zelden meer bij z'n ouders in. De economisch onafhankelijke vrouw wordt door menige huismoeder met jaloezie gadegeslagen. Ook in reformatorische kring is de emancipatie van de vrijgezel in volle gang. Een inventarisatie met drie mensen van de praktijk.

Steven Leeuwestein heeft het druk. Overdag leidt hij de administratie van een zevental ondernemingen in de bouwsector. Sinds enkele jaren gaat een fors deel van zijn vrije tijd heen aan de organisatie van samenkomsten voor alleenstaanden, voor nauwgezette RD-lezers bekend als de reformatorische 25-plus groep, die de ene week op vrijdagavond bijeenkomt in Strijen en de volgende week op zaterdagavond in Oud-Beijerland. Aanvankelijk hadden de avonden primair tot doel ongehuwden bijeen te brengen, om de kans op het vinden van een levensgezel te vergroten. Drie jaar geleden kwam Steven in de organisatie en werd het roer gewend. Bijna elke week treedt nu een spreker op, die een ethisch, maatschappelijk of theologisch onderwerp behandelt. Van recenter datum zijn themaweekenden, elders in den lande. Slechts een enkele keer wordt een recreatief programma geboden.

Overmatig voorzichtig
De 39-jarige organisator bewoont met zijn moeder een riante hoekwoning in Goes. In opvallend neutrale bewoordingen schetst hij de doelgroep waarvoor hij zich inzet. De veranderende positie van de vrijgezel verklaart hij uit de toegenomen welvaart en de individualisering van de samenleving. „Veel ongehuwden blijven niet meer bij hun ouders, maar gaan op zichzelf wonen. Ze bouwen een eigen leven op, hebben een auto, gaan op vakantie, kunnen zich allerlei dingen veroorloven. Daardoor krijgt men een eigen wereldje. Dat maakt mensen kritischer ten opzichte van de ander." Dat kritische kan volgens Leeuwestein ook een houding zijn om een bepaalde onzekerheid en angst om zich te binden, te verbergen." Zichzelf typeert hij als overmatig voorzichtig. „Ik heb gezien hoe het bij gehuwden fout ging. Ik hoop zeker te trouwen, maar niet als een vlucht."

Subcultuur
Opmerkelijk is dat met name in de rechterflank van de gereformeerde gezindte een subcultuur van ongehuwden lijkt te ontstaan. Ze ontmoeten elkaar in hotel Schimmel te Woudenberg, in Strijen, in Oud-Beijerland en op gezamenlijke vakantiereizen. „Als je behoefte hebt aan contacten ontkom je daar bijna niet aan", is de mening van Steven. „Gehuwden hebben vaak andere sociale verplichtingen en beslommeringen. Het is totaal geen probleem als ook zij de avonden bezoeken, maar je ziet gewoon dat mensen die gaan trouwen niet meer komen." Onduidelijk is voor de Zeeuwse vrijgezel hoe vaak een ontmoeting in Strijen of Oud-Beijerland resulteert in een huwelijk. „Mensen komen meestal niet aan de commissieleden vertellen dat ze bij ons de ware hebben gevonden, om vervolgens een versterking voor de kas aan te bieden. Niks van dat alles. Als dank komen ze meestal nooit meer."

Oplichter
De organisatie van alleenstaanden is een van de aanwijzingen dat ook in reformatorische kring een emancipatie van de vrijgezel gaande is. In een geïndividualiseerde samenleving hoefje je er niet meer voor te schamen als je alleen door het leven gaat. In die ontwikkeling past ook de hoos van publiciteit rond dit onderwerp. De vrijgemaakt gereformeerde predikant M.J.C. Blok publiceerde in 1990 het boekje "Je staat er niet alleen voor". Ds. J. van Amstel, christelijk gereformeerd predikant in Ede, kwam vorig jaar met "Als je alleen staat". Begin dit jaar verscheen "Ongehuwd, kan ik er wat aan doerii", geschreven door vier vrijgezelle auteurs. Het springt eruit door de originaliteit en de praktische aanpak. Voor een groot deel is dat te danken aan Nico van der Voet, godsdienstdocent en schoolpastor aan het Ichthus-College in Veenendaal. Hij wilde aan het boek meewerken als hij een bijdrage mocht leveren over de oorzaken van het ongehuwdzijn. Om misverstanden te voorkomen deelt de schoolpastor meteen maar mee dat hij onlangs verloofd is. „Het is opvallend hoe sommige mensen die ons boekje gelezen hebben, daarop reageren", grijnst hij. „Ze zien me ineens als een op- chchter. Terwijl mijn verloving juist een praktische illustratie is van de titel."

Teleurgesteld
De samenbundeling van ongehuwden ziet Van der Voet als een symptoom van een algemeen maatschappelijk verschijnsel. „Door de individualisering is de allesomvattende dorpsgemeenschap, waarin gehuwden en alleenstaanden, zieken en gezonden een eigen plaats hadden, doorbroken. Omdat de mens toch een gemeenschapswezen blijft, zie je nu een vereniging rond thema's. De patiëntenvereniging, de club van postzegelverzamelaars, de hondenfokvereniging, de sportclub, de vrijgezellengroep. Mij is zo'n vrijgezellenclub te eenzijdig, al zie ik wel een zekere functie voor samenkomsten van alleenstaanden. Vooral voor hen die geen kerkelijk verenigingswerk kennen. In die kring slaan zulke bijeenkomsten ook het meest aan. Het is geen schande om ernaar toe te gaan. Wel is het gevaar groot dat je steeds meer gefixeerd raakt op je ongehuwd-zijn. Je gaat er een beetje hijgend van verlangen naartoe, waardoor de kans dat je teleurgesteld weer terugkomt zeker aanwezig is."

Omstandigheden
De meeste ongehuwden verklaren hun burgerlijke staat vanuit de omstandigheden. Ze wonen in een ontkerstende streek, de eigen kerkelijke gemeente is een braakland en op het bedrijf waar ze werken zijn ze de enige die bidt en dankt voor het eten. „Oké", zegt Nico van der Voet, „maar hoe komt het dan dat een ander in dezelfde omstandigheden wel een man of vrouw vindt? Je kunt mensen opzoeken, een groepsreis maken, gehandicaptenwerk gaan doen. Voor mijn part ga je verhuizen en sluit je je aan bij een andere kerkelijke gemeente. Waarom doet de ene mens dat wel en de andere niet? Dat heeft te maken met de wijze waarop je met de omstandigheden omgaat. Het is een statistisch gegeven dat er meer vrouwen zijn dan mannen. Dat betekent dat een deel van de vrouwen ongehuwd moet blijven. Maar dan nog is het niet toevallig dat de ene vrouw trouwt en de andere niet. Ongehuwden die niet gelukkig zijn in die staat van leven, zullen zich eerlijk de vraag moeten stellen: in welke mate draag ik er door mijn manier van omgaan met de omstandigheden en de medemensen aan bij dat ik nog alleen ben?"

Geen lot
Uitgangspunt van Van der Voet is, dat de ongehuwde staat geen lot is, maar voor een deel te maken heeft met het karakter van de ongehuwde. In het eerste hoofdstuk van het boek tekent hij uiterst herkenbaar vier typen ongehuwden: de afstandelijke, de lieve, de krampachtige en de wispelturige. Waarbij elk type in drie vormen voorkomt: tegen de ander in, naar de ander toe en bij de ander vandaan. De auteur benadrukt dat het niet meer is dan een werkmodel. Maar wel een bruikbaar model. En dat niet alleen voor ongehuwden. De evenwichtigste mensen zijn volgens de schoolpastor zij die van elk type voldoende in zich hebben. Mensen die uitgesproken één type vertegenwoordigen en daarvan de in zichzelf gekeerde vorm, bevinden zich in de gevarenzone. Een afstandelijke, introverte man zal niet snel tot een huwelijk geraken. Een krampachtige vrouw komt weüicht meer dan eens nabij het moment waarop ze een relatie aangaat, maar deinst op het laatste moment toch weer terug. Waarom ook een spontaan meisje, dat voor iedereen openstaan, ongehuwd blijft, is voor velen heel wat minder verklaarbaar. Maar ook daarvoor biedt de analyse van Van der Voet een antwoord. ,Je ontmoet meisjes die een bodemloze put zijn als het gaat om het ontvangen van liefde. Ik zie dat ook op school. Ze hebben een permanente honger naar aandacht en genegenheid. Zo sterk, dat ze de ander afschrikken door hun altijddurende getob. Je bespeurt dat, pijnlijk genoeg, nogal eens bij mensen die een hefdeloze jeugd hebben gehad."

Krampachtig
De godsdienstdocent is zich ervan bewust dat zijn benadering bij veel ongehuwden weerstand oproept. Ze hebben hun situatie altijd verklaard vanuit Gods leiding in hun leven en krijgen nu te horen dat hun persoonlijkheid er mede de oorzaak van is. „Ik ontken Gods leiding niet. Alle haren van mijn hoofd zijn geteld. Maar daarnaast weet ik dat mijn kaalheid ook een Uchamelijke oorzaak heeft. Ik heb alleenstaanden willen confronteren met hun eigen verantwoordelijkheid, zonder over schuld te praten. Bij krampachtige mensen overheerst de angst voor het nieuwe. Ze zeggen wel dat ze open staan voor een relatie, maar zodra een man of vrouw écht contact met hen zoekt worden ze schrikkerig. Tegen zoi emand moet je niet over Gods leiding in zijn of haar leven beginnen, maar kun je beter zeggen: durf door een diep dal te gaan. Als je die relatie aangaat, zul je na een maand of drie ontdekken dat de verstoorde rust in je leven terugkeert. Ook daardoorheen gaat Gods leiding. Bij het naderen van de trouwdag zal de schrik opnieuw toeslaan. Dat hoort gewoon bij een krampachtig karakter. Weet je dat, dan maak je je door de herkenning al minder nerveus. Veel ongehuwden denken dat ze alleen staan in hun problematiek. Dat is absoluut niet het geval. Het is ook geen noodlot. Als ik me bijvoorbeeld herken in het lief-depressieve type, dan zal ik moeten proberen om me iets zelfstandiger op te stellen."

Relatieproblematiek
Om enig licht te laten schijnen over de duistere diepten van de menselijke psyche, nodigde hij de arts drs. A.B.F. Hoek-Van Kooten uit. In het najaar van 1991 sprak de predikantsvrouw uit Veenendaal voor de vrijgezellen in Strijen over "relatievorming en problemen daarbij, in bijbels licht". Haar verhaal sloeg in als een bom. „Toen ze klaar was stonden de mensen niet, zoals gewoonlijk, op om consumpties te gaan halen, maar bleven stil voor zich uit staren. Haar referaat was voor velen voluit realiteit. Ik vond het zinvol om de relatieproblematiek een keer aan de orde te stellen. Wel besefik dat je dat ook weer niet te veel moet doen. Dan versterk je de gevoelens van eenzaamheid en alleen-zijn. Mensen gaan nog meer naar een partner, liefde, aandacht en tederheid verlangen. Ze voelen zich daardoor > nog eenzamer en komen in een negatieve spiraal terecht."

Psychologie
Duidelijk is dat enige kennis van de psychologie voor zowel gehuwden als ongehuwden dienstbaar kan zijn om het eigen gedrag te doorgronden. De keerzijde is dat mensen elkaar al snel in categorieën gaan indelen. Wie de uiteenzetting van Nico van der Voet heeft gelezen, kan na enige observatie van een ongehuwde vriend of vriendin tot de tevreden conclusie komen: type één in de in zichzelf gekeerde vorm. Of type drie, met enkele kenmerken van vier. De auteur vindt dat niet zo'n bezwaar. „Voorzichtigheid is zeker geboden, want levende mensen zijn uiteindelijk nooit in hokjes te plaatsen. Maar een voordeel is dat je tenminste een heel klein beetje weet hoe je met mensen om moet gaan. Kijk, als je herkent dat je broer heel krampachtig is, dan moet je hem niet vandaag voorstellen om volgende week op vakantie naar Israël te gaan. Bij zoiemand moet je de dingen voorkoken. Kom een jaar van tevoren met dat idee. Dan zegt hij: O nee! Na twee maanden kom je er op terug. "Ik heb hier een heel aardige folder, die moet je 's lezen." Dan reageert hij al minder terughoudend. Na weer twee maanden begint hij zelfs enigszins enthousiast te worden. Zo moet je omgaan met krampachtige mensen, ook bij het aangaan van relaties."

Opvoeding
De Veenendaalse godsdienstdocent is van mening dat in de gereformeerde gezindte door het opvoedingspatroon, waarin bijna alle nadruk valt op liefde en gehoorzaamheid, het krampachtige en lief-depressieve type oververtegenwoordigd is. „Wij zijn niet zo goed in staat om in de opvoeding invulling te geven aan de begrippen vrijheid en zelfstandigheid. Die worden direct verbonden met wetteloosheid en autonomie, waarbij men niet ziet dat ook een bijbelse invulling mogelijk is. In een evenwichtige opvoeding hebben niet alleen liefde en plicht, maar ook zelfstandigheid en vrijheid een plaats. Je kunt niet zeggen dat kinderen die evenwichtig worden opgevoed, allemaal tot een huwelijk zullen komen. Maar blijft in een gezin de helft van de kinderen ongehuwd, dan zegt dat iets van de opvoeding. Daar ben ik van overtuigd. Er is bijvoorbeeld een te sterke vaderbinding. Of de moeder is zo'n liefdevolle en tegelijk zo'n dominante persoonlijkheid, dat de kinderen zich altijd afhankelijk blijven voelen. Dat is geen verwijt aan het adres van ouders. Zij hebben gewoon hun best gedaan. Maar door hun opvoeding hebben zij hun kinderen geen gunstige startpositie voor het aangaan van een relatie meegegeven."

Bestemming
Hoewel de vrijgezel geen buitenbeentje meer is, is in bijbelgetrouwe kring de positie van de alleenstaande in zekere zin precairder geworden, door de brede acceptatie van alternatieve samenlevingsvormen. Een generatie terug kon de ongehuwde predikant vrijmoedig een huishoudster aantrekken en betrokken twee vrijgezelle boezemvriendinnen onbekommerd één huis. Dat roept vandaag al snel vragen op. Voor de vrouw komt daar nog bij dat het huwelijk in de gereformeerde gezindte als haar doel wordt gezien. In huwelijksdiensten wordt dat nogal eens aangegeven met de uitdrukking dat de bruid "tot haar bestemming" is gekomen. „Dat vind ik een wereldse maatstaf', oordeelt Janny Agterkamp. „Wanneer kom je nou in bijbels licht tot je bestemming? Alleen als je gelooft dat je leven geborgen is in Jezus Christus. En dat heil is gelukkig niet afhankelijk van onze burgerlijke staat." In de klacht van menige vrijgezei dat de ongehuwde er binnen de kerkelijke gemeente maar wat bij bungelt, kan ze zich overigens niet vinden. „Ik denk dat dat voor een groot deel aan jezelf ligt. Hooguit kun je zeggen dat de meeste preken gericht zijn op een gezin met opgroeiende kinderen. Ik denk dat het goed is als een predikant ook de anderen in het oog houdt. Al moet dat niet doorslaan naar de andere kant. Er zijn er die in hun gebed achtereenvolgens voorbede doen voor ernstig zieken, zwaar gehandicapten, gevangenen en alleenstaanden. Zo hoeft het nu ook weer niet."

Vrijgezel
Voor het boek "Ongehuwd, kan ik er wat aan doenT' leverde Janny, medewerkster van boekhandel "De Bron" in Ede, een persoonlijk getinte bijdrage over de praktijk van het leven als vrijgezel. In tegenstelling tot veel lotgenoten hanteert ze dat begrip zonder enige schroom. „Het is een beetje een ouderwets woord, maar het geeft de situatie goed weer. Ik denk dat de aversie ertegen bij een aantal mensen is ontstaan door de negatieve lading die er vroeger aan gegeven werd. "Echt zo'n typische vrijgezel". Dat was de uitdrukking. Toch? Zeker als iemand bij z'n ouders bleef wonen." Zelfverliet ze al vroeg het ouderlijk huis. Over het kopen van een eigen woning heeft ze nooit gedacht. „Er zijn alleenstaande vrouwen die zelfde zaag en de boor hanteren, maar daar ben ik net even te gemakzuchtig voor. En ik wil niet voor elk klusje m'n broer of m'n baas vragen."

Vriendschappen
Vanuit haar woonkamer op de dertiende verdieping van een flat in Ede heeft ze een schitterend uitzicht op de Amerongse berg. „Toen mijn moeder overleed, zei m'n oudste broer: nou heeft Janny geen thuis meer. Dat was goed bedoeld, maar het klopte natuurlijk niet. Ik woonde toen al op mezelf en had mijn eigen thuis. Wel moest ik daar nog aan bouwen. Als je alleen bent, is het gevaar groot dat je elke avond op pad gaat. Dat deed ik ook. Achteraf zie je beter dat dat een vlucht is voor de eenzaamheid. Je moet leren om te gaan met het alleen-zijn." De betekenis van vriendschappen wil ze daarmee niet wegcijferen. „Ik denk dat het zeker voor alleenstaanden van belang is, dat ze een gevarieerde vriendenkring opbouwen. Je moet mensen om je heen hebben met wie je dingen werkelijk kunt delen. Ik vind het een armoedig gedoe als je het alleen van die vrijgezellensamenkomsten moet hebben. Zelf heb ik geen behoefte aan dat soort avonden."

Gods wil
Met de wijze waarop Nico van der Voet de ongehuwde staat benadert, had ze aanvankelijk grote moeite. Op de eerste samenkomst van de vier auteurs gaf ze dat ook te kennen, „Als je altijd hebt gedacht dat je ongehuwd-zijn Gods leiding is, omdat Hij weet dat dat goed voor je is, dan is het niet zo prettig als je hoort dat het vooral met je karakter te maken heeft. Nu zie ik dat hij daarin voor een groot deel gelijk heeft. Maar blijf je bij het verhaal over de karakters staan, dan doe je evenzeer tekort aan de werkelijkheid. Het karakter is zeker van invloed, maar ook de omstandigheden spelen een rol. En door dat alles heen is het de wil van God dat je nog niet gehuwd bent. Als ik dat niet wist, was het heel wat moeilijker te aanvaarden. Nico heeft te weinig > oog voor het mysterie van de levensloop van elk mens."

 Identiteit
Opvallend is dat veel ongehuwde vrouwen rond hun vijfendertigste jaar een crisis doormaken en vaak zelfs bij een hulpverlener terecht komen. Voor Nico van der Voet is dat niet toevallig. „In de eerste plaats wordt de kans op het krijgen van kinderen steeds kleiner. Nog belangrijker is dat het voor een vrouw een grotere schok geeft, als ze zich realiseert dat ze wellicht ongehuwd blijft. De identiteit van de man valt in onze cultuur, helaas, samen met zijn werk. Die krijgt daarom vaak identiteitsproblemen als hij z'n werk kwijtraakt. Zeker in de gereformeerde gezindte heeft het ik-gevoel van meisjes bijna altijd te maken met het vrouw-zijn en moeder-worden. Dat wordt gefrustreerd als ze ongehuwd blijven. Je ziet dan ook dat nogal wat vrouwen van rond de dertig een ommezwaai maken, om een nieuwe identiteit te vinden. Ze gaan weer studeren of zoeken ander werk. Vaak lijkt het erop dat ze zich er prima doorheen slaan. Maar achter die houding van "ik red me wel" kan een grote eenzaamheid schuilgaan. De buitenwacht is heel verbaasd als zulke vrouwen bij een psycholoog terechtkomen. Ze zouden er volgens mij niet gekomen zijn, als ze eerder zichzelf hadden leren kennen."

Vicueuze Vrijgezel Voor het boek "Ongehuwd, kan ik er wat aan doenT' leverde Janny, medewerkster van boekhandel "De Bron" in Ede, een persoonlijk getinte bijdrage over de praktijk van het leven als vrijgezel. In tegenstelling tot veel lotgenoten hanteert ze dat begrip zonder enige schroom. „Het is een beetje een ouderwets woord, maar het geeft de situatie goed weer. Ik denk dat de aversie ertegen bij een aantal mensen is ontstaan door de negatieve lading die er vroeger aan gegeven werd. "Echt zo'n typische vrijgezel". Dat was de uitdrukking. Toch? Zeker als iemand bij z'n ouders bleef wonen." Zelfverliet ze al vroeg het ouderlijk huis. Over het kopen van een eigen woning heeft ze nooit gedacht. „Er zijn alleenstaande vrouwen die zelfde zaag en de boor hanteren, maar daar ben ik net even te gemakzuchtig voor. En ik wil niet voor elk klusje m'n broer of m'n baas vragen." Vriendschappen Vanuit haar woonkamer op de dertiende verdieping van een flat in Ede heeft ze een schitterend uitzicht op de Amerongse berg. „Toen mijn moeder overleed, zei m'n oudste broer: nou heeft Janny geen thuis meer. Dat was goed bedoeld, maar het klopte natuurlijk niet. Ik woonde toen al op mezelf en had mijn eigen thuis. Wel moest ik daar nog aan bouwen. Als je alleen bent, is het gevaar groot dat je elke avond op pad gaat. Dat deed ik ook. Achteraf zie je beter dat dat een vlucht is voor de eenzaamheid. Je moet leren om te gaan met het alleen-zijn." De betekenis van vriendschappen wil ze daarmee niet wegcijferen. „Ik denk dat het zeker voor alleenstaanden van belang is, dat ze een gevarieerde vriendenkring opbouwen. Je moet mensen om je heen hebben met wie je dingen werkelijk kunt delen. Ik vind het een armoedig gedoe als je het alleen van die vrijgezellensamenkomsten moet hebben. Zelf heb ik geen behoefte aan dat soort avonden." Gods wil Met de wijze waarop Nico van der Voet de ongehuwde staat benadert, had ze aanvankelijk grote moeite. Op de eerste samenkomst van de vier auteurs gaf ze dat ook te kennen, „Als je altijd hebt gedacht dat je ongehuwd-zijn Gods leiding is, omdat Hij weet dat dat goed voor je is, dan is het niet zo prettig als je hoort dat het vooral met je karakter te maken heeft. Nu zie ik dat hij daarin voor een groot deel gelijk heeft. Maar blijf je bij het verhaal over de karakters staan, dan doe je evenzeer tekort aan de werkelijkheid. Het karakter is zeker van invloed, maar ook de omstandigheden spelen een rol. En door dat alles heen is het de wil van God dat je nog niet gehuwd bent. Als ik dat niet wist, was het heel wat moeilijker te aanvaarden. Nico heeft te weinig > oog voor het mysterie van de levensloop van elk mens." Identiteit Opvallend is dat veel ongehuwde vrouwen rond hun vijfendertigste jaar een crisis doormaken en vaak zelfs bij een hulpverlener terecht komen. Voor Nico van der Voet is dat niet toevallig. „In de eerste plaats wordt de kans op het krijgen van kinderen steeds kleiner. Nog belangrijker is dat het voor een vrouw een grotere schok geeft, als ze zich realiseert dat ze wellicht ongehuwd blijft. De identiteit van de man valt in onze cultuur, helaas, samen met zijn werk. Die krijgt daarom vaak identiteitsproblemen als hij z'n werk kwijtraakt. Zeker in de gereformeerde gezindte heeft het ik-gevoel van meisjes bijna altijd te maken met het vrouw-zijn en moeder-worden. Dat wordt gefrustreerd als ze ongehuwd blijven. Je ziet dan ook dat nogal wat vrouwen van rond de dertig een ommezwaai maken, om een nieuwe identiteit te vinden. Ze gaan weer studeren of zoeken ander werk. Vaak lijkt het erop dat ze zich er prima doorheen slaan. Maar achter die houding van "ik red me wel" kan een grote eenzaamheid schuilgaan. De buitenwacht is heel verbaasd als zulke vrouwen bij een psycholoog terechtkomen. Ze zouden er volgens mij niet gekomen zijn, als ze eerder zichzelf hadden leren kennen."

Vicueuze cirkel
In tegenstelling tot meisjes die jong trouwen, heeft de ongehuwde vrouw de mogelijkheid om door te klimmen op de maatschappelijke ladder. Niet als een weloverwogen keuze. Janny Agterkamp en Nico van der Voet werkten mee aan het boek "Ongehuwd, kan ik er wat aan doen?". Overige auteurs zijn Jan Verhaar, hervormd predikant te Houten, en Jannie Smit, die een eigen boekhandel in Gouda heeft. Het boek werd uitgegeven door Boekencentrum in Zoetermeer, telt 132 pagina's en kost/21,50. maar eenvoudig als gevolg van haar burgerlijke staat. De buitenwacht gaat haar meer dan eens zien als een geslaagde dame, die vrijwillig een interessante baan heeft verkozen boven het huwelijk. Menige huismoeder benijdt haar om haar vrijheid, de gevulde portemonnee en de vakanties in verre oorden. Dat achter de zelfbewuste houding van de economisch onafhankelijke vrouw het verlangen naar een harmonieus huwelijk kan schuilgaan, raakt daardoor buiten beeld. Daar komt nog bij dat de meeste mannen binnen de gereformeerde gezindte niet erg gecharmeerd zijn van zelfstandige en onafhankelijke vrouwen. Waarmee de vicueuze cirkel rond is. De maatschappelijke carrière, die mogelijk was dankzij de ongehuwde staat, gaat het huwelijk na verloop van tijd zelfs in de weg staan. Ook al omdat een ongehuwde vrouw met een goede maatschappelijke positie veel meer voor een huwelijk op moet geven dan het meisje dat bij Albert Heijn achter de kassa zit.

Verdringen
„Natuurlijk zou ik best nog eens willen trouwen", zegt Janny Agterkamp. „Maar in de praktijk hou ik daar eigenlijk nauwelijks rekening meer mee. Je gaat anders tegen het huwelijk aankijken. Realistischer denk ik. Er zijn niet zo veel echt jaloezieverwekkende huwelijken. Ik heb gezien hoe groot de eenzaamheid binnen het huwelijk kan zijn. Die mensen zijn meer te beklagen dan ik. Ben je vijftien jaar en lees je "De tuinfluiter" van Jos van Manen-Pieters, dan denk je: dat is het paradijs op aarde. Bij het ouder worden ontdek je dat de gebrokenheid door de zonde ook in het huwelijk openbaar komt. Al neemt dat de pijn van het alleen-zijn nooit helemaal weg. Het is uiteindelijk niet de bedoeling geweest dat een mens alleen zou blijven. Dat brengt altijd een stukje verdriet mee, al ga je nog zo leuk en gezellig met iedereen om. Een enkele keer kom je iemand tegen, die zegt er totaal geen moeite mee te hebben. Maar dat geloof ik niet. Dan wordt het tijd dat je jezelf eens onderzoekt. Je moet je niet mee laten slepen door zelfmedelijden. Maar het verdringen van je gevoelens is evenmin gezond cirkel In tegenstelling tot meisjes die jong trouwen, heeft de ongehuwde vrouw de mogelijkheid om door te klimmen op de maatschappelijke ladder. Niet als een weloverwogen keuze. Janny Agterkamp en Nico van der Voet werkten mee aan het boek "Ongehuwd, kan ik er wat aan doen?". Overige auteurs zijn Jan Verhaar, hervormd predikant te Houten, en Jannie Smit, die een eigen boekhandel in Gouda heeft. Het boek werd uitgegeven door Boekencentrum in Zoetermeer, telt 132 pagina's en kost/21,50. maar eenvoudig als gevolg van haar burgerlijke staat. De buitenwacht gaat haar meer dan eens zien als een geslaagde dame, die vrijwillig een interessante baan heeft verkozen boven het huwelijk. Menige huismoeder benijdt haar om haar vrijheid, de gevulde portemonnee en de vakanties in verre oorden. Dat achter de zelfbewuste houding van de economisch onafhankelijke vrouw het verlangen naar een harmonieus huwelijk kan schuilgaan, raakt daardoor buiten beeld. Daar komt nog bij dat de meeste mannen binnen de gereformeerde gezindte niet erg gecharmeerd zijn van zelfstandige en onafhankelijke vrouwen. Waarmee de vicueuze cirkel rond is. De maatschappelijke carrière, die mogelijk was dankzij de ongehuwde staat, gaat het huwelijk na verloop van tijd zelfs in de weg staan. Ook al omdat een ongehuwde vrouw met een goede maatschappelijke positie veel meer voor een huwelijk op moet geven dan het meisje dat bij Albert Heijn achter de kassa zit. Verdringen „Natuurlijk zou ik best nog eens willen trouwen", zegt Janny Agterkamp. „Maar in de praktijk hou ik daar eigenlijk nauwelijks rekening meer mee. Je gaat anders tegen het huwelijk aankijken. Realistischer denk ik. Er zijn niet zo veel echt jaloezieverwekkende huwelijken. Ik heb gezien hoe groot de eenzaamheid binnen het huwelijk kan zijn. Die mensen zijn meer te beklagen dan ik. Ben je vijftien jaar en lees je "De tuinfluiter" van Jos van Manen-Pieters, dan denk je: dat is het paradijs op aarde. Bij het ouder worden ontdek je dat de gebrokenheid door de zonde ook in het huwelijk openbaar komt. Al neemt dat de pijn van het alleen-zijn nooit helemaal weg. Het is uiteindelijk niet de bedoeling geweest dat een mens alleen zou blijven. Dat brengt altijd een stukje verdriet mee, al ga je nog zo leuk en gezellig met iedereen om. Een enkele keer kom je iemand tegen, die zegt er totaal geen moeite mee te hebben. Maar dat geloof ik niet. Dan wordt het tijd dat je jezelf eens onderzoekt. Je moet je niet mee laten slepen door zelfmedelijden. Maar het verdringen van je gevoelens is evenmin gezond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.