+ Meer informatie

Voor de jeugd

9 minuten leestijd

Beste Jongelui!

De wedergeborene heeft een verborgen omgang met God. Je zoudt het ook een vertrouwelijke omgang met God kunnen noemen. En wat is dat nu, een vertrouwelijke omgang met de Heere hebben? Dat is niets anders dan aan de Heere alles kinderlijk vertellen, gelijk een kind dat doet, dat vertrouwelijk met zijn moeder omgaat. Of, om het beeld nog konkreter te stellen: zoals een jongen met het meisje vertrouwelijk omgaat en omgekeerd. Je kunt dit natuurlijk ook doortrekken, tot op de omgang tussen een man en een vrouw. Men heeft dan voor elkaar geen geheimen meer. Al is dat dan in menselijke verhoudingen altijd nog betrekkelijk, in de verhouding tussen de Heere en een wedergeborene, een kind des Heeren dus, is dat volkomen. Men wil dan, om het zo te zeggen, alles van elkaar weten en dat houdt dan ook in, dat men alles aan elkaar vertelt.

De zondaar vertelt alles aan de Heere. ’k Bekend’ o Heer’ aan U oprecht mijn zonden, ’k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden. Maar ik beleed, na ernstig overleg. Mijn boze daad. Wat men zelfs aan z’n meest vertrouwde betrekkingen op aarde niet vertellen kan, dat vertelt men aan de Heere. Want de Heere moet alles weten. Men vertelt dan ook, dat men de Heere liefheeft, omdat de Heere dat zo waard is.

Dit gaat dan met bestrijding gepaard. Want dan komt de duivel aan boord, om het zo een te zeggen, dat dit inbeelding en bedrog is. Want het leven is er niet naar. Die de Heere liefheeft, die bewaart Zijn geboden. En dan is er natuurlijk altijd wel wat te vinden voor die Boze, om dit te bestrijden. Want de allerbeste werken zijn immers met zonde bevlekt. Dus, aldus redeneert de Boze dan, het zal met die liefde van jou wel wat meevallen. Je verbeeldt je het maar. Het is allemaal bedrog En dat kan dan weer zo’n pijn doen in het hart, als men inderdaad konstateren moet, dat men niet volmaakt in de liefde is. Doch dit gaat men dan ook eerlijk de Heere maar weer belijden.

Ik hoorde iemand zeggen, die dat leven kende: Heere, hier ben ik weer. Mag ik het U weer vertellen. Ik heb het er weer niet beter afgebracht. Maar tot Wie moet ik anders heengaan dan tot U. Gij nodigt mij er zelf toe uit. En dan komt men nooit genoeg bij de Heere op spreekuur, met al z’n zieleklachten. De Heere laat Zich in die vertrouwelijke omgang van Zijn kant dan ook niet onbetuigd. Want Hij komt door Woord en Geest verzekering te doen in het hart, dat Hij nu juist op dezulken gesteld is, die met al hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Die wil Hij helpen. Die wil Hij genezen. Die wil Hij Zijn heil doen zien. Ja, dat is eigenlijk een onbegrijpelijke zaak, hoe dat kan. Als men enigszins dogmatisch geschoold is, dan is dit geen probleem voor de rekenaar. Want die heeft het antwoord zo gereed. Die zegt: Dat kan natuurlijk alleen maar terwille van de Heere Jezus Christus. Een antwoord, waar niets op af te dingen is. Het is net zo zuiver als het antwoord, wat die schriftgeleerden aan de wijzen uit het Oosten gaven. Zij „zochten” de geboren Koning der Joden. En hun werd nauwkeurig de weg gewezen. Micha 5:1 was de sleutel tot de oplossing voor de wijzen. Maar die „wijzen” in de Jeruzalem, vonden zichzelf te wijs, om die „dwaze” wijzen uit het Oosten achterna te gaan. Begrijpen jullie dit? Zij wezen wel de weg, maar bleven zelf rustig waar zij waren. Zij fungeerden als dode wegwijzers. Op zichzelf zijn dat nuttige dingen, onmisbaar zelfs, maar ze zijn dood.

Doch degene die het werkelijk om de Heere te doen is en Zijn heil, die kunnen met een rekensommetje niet klaar komen, zo in de geest van: Je moet in de Heere Jezus Christus geloven, dan is alles in orde, Die heeft immers alles voldaan? Om Zijnentwil kan God je genadig zijn. Dat is allemaal waar. Maar men wil dat nu van God uit weten. Die moet het in hun hart verklaren door de krachtdadige werking van de Heilige Geest, hoe het nu eigenlijk kan, dat de Heere met zulk een albedervend mens, die het er geen dag beter af kan brengen, toch in een vertrouwelijke omgang verkeren kan. Hoe Hij nu een zondaar, die de hel verdiend heeft, genade betonen kan. Dat zou men zo graag willen weten. Want hier is de eer des Heeren mee gemoeid. En ten koste van de eer des Heeren zou men niet graag zalig willen worden. Want men heeft de eer des Heeren liever leren krijgen dan de eigen zaligheid. Iemand die het niet werkelijk om de Heere te doen is, heeft met deze zaken geen moeite. Als die maar in de hemel komt, dan is het hem voldoende.

Zij zien er niet tegen op, om over de muur te klimmen. Zij gaan niet door de „Deur” naar binnen. Zij betonen daardoor, dat ze dieven en moordenaars zijn, omdat ze van elders zoeken in te klimmen. Men kan dus voor God, in geestelijke zaken een dief en een moordenaar zijn, al is men nooit met de politie in aanraking gekomen. Want dezulken worden door de aardse overheid niet gegrepen. Maar de Heere zal ze grijpen, als het te laat is voor dezulken, n.l. als ze in het uur des gerichts openbaar zullen komen als mensen, die niet door de Deur-Christus zijn binnengegaan. Voor dat zelfbedrog nu zijn de oprechten zo benauwd, zie je. Want die willen voor alle dingen eerlijk zalig worden. Heere, zeggen ze dan, in die ver trouwelijke omgang: Bewaar me voor zelfbedrog. Dat ik toch niet op valse gronden mij gerust zal stellen. Heere, doorgrond en ken mij, en zie of er bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op de eeuwige weg.

Degenen die zo onderhandelen met de Heere, die laat de Heere niet staan. Aan de zodanigen wordt het van Boven verklaard, altijd door het Woord natuurlijk, dat Sion door recht verlost wordt. Met andere woorden, dat men eerlijk zalig kan worden. Wat geeft dat al een geruststelling aan het hart. Men kan nu zalig worden, zo dat niet één van Gods deugden, eigenschappen of volmaaktheden er schade bij behoeft te lijden.

Daar heeft de Heere Zelf zorg voor gedragen. Als jullie dit lezen, dan is de geboorte van de Heere Jezus weer herdacht. Ik hoop dat jullie er veel goeds van zullen hebben gehoord en dat het nog vers in je geheugen zal mogen liggen. Maar terwille van Hem die gekomen is in het vlees kan dat dan. God verklaart dan aan de ziel, dat Hij uit enkel liefde, eenzijdige liefde - want Hij heeft ons reeds liefgehad ook toen wij dood waren - Zijn Zoon heeft gegeven, tot zaligheid van zondaren. En die Zoon wil men dan kennen. Wie zou de Zaligmaker van zondaren niet willen kennen? Wie zou daar niet eens kennis mee willen maken? Niet hij of zij, die van z’n zonden geen last heeft. Maar degenen, die last van hun zonden hebben leren krijgen, die willen Hem leren kennen. Die willen kennis met Hem maken. Die lopen Hem achterna, net als die twee discipelen van Johannes de Doper, Johannes en Andréas. En dan is het de Heere Zelf, Die het kontakt gaat openen. Wien zoekt gij? Heere, waar woont Gij, zo was hun wedervraag. En het antwoord luidde: Kom en zie! En zij zagen waar Hij woonde. Je kunt hier natuurlijk zeggen: Dat was te Kapernaum. Punt, uit. Maar ik geloof dat ze meer gezien hebben. Want de Heere heeft, al weer die vertrouwelijke omgang, hun Zijn hart verklaard. N.l. dat Hij woning wilde maken bij hen, die van een verbroken hart en een verslagen geest zijn. Om hen te helen. Om Zichzelf daarvoor te laten verbreken. Om alles te doen wat tot hun zaligheid van node was.

Wanneer er iets van deze dingen mag worden verstaan, wat wordt dan de Heere Jezus Christus begeerlijk. Ja, dan begeert men Hem te kennen als „de mijne”. En als Hij dan tot de ziel zegt: „Gij zijt de Mijne”, dan zegt men met geloofsvrijmoedigheid „en Hij is nu ook de mijne”.

En dan te mogen verstaan dat Hij nu door de Vader gegeven is, om alles te doen, wat er bij God te doen is, wat tot zaligheid van node is, dat doet de Heere Jezus als het ware, als het Geschenk des Vaders aan het hart drukken. Dan heeft men geen last van de zonden. Dan is het hart vervuld met liefde tot de Heere en Zijn dienst. Dan zou men nooit meer enige zonden willen doen of denken zelfs, maar altijd heilig tot des Heeren eer willen leven. Als deze dingen niet vreemd zijn in jullie leven, die we nu en in vorige artikelen geschreven hebben, dan zijn dit bewijzen van geestelijk leven, en dat kennen alleen de wedergeborenen. De geestelijk doden weten daar niets van. Dus vrienden, staat er naar om daar iets van te weten te komen. Die vertrouwelijke omgang met de Heere is het beste wat zich denken laat. De kleinste in de genade kan daar niet buiten en de grootste ook niet. Het zij jullie aller levensbehoefte.

En daar mijn blad weer vol raakt, haast ik mij tenslotte nog om jullie allen een gezegend nieuwjaar toe te wensen, en dat maar veel de verborgen omgang met God je deel zal mogen zijn. Want dat is de weg waarin de Heere Zijn heilgeheimen, naar Zijn vreeverbond bekend wil maken. Ps. 25: 7:


Gods verborgen omgang vinden
Zielen, daar Zijn vrees in woont,
’t Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden,
Naar Zijn vrêeverbond getoond.
d’Ogen houdt mijn stil gemoed
Opwaarts, om op God te letten;
Hij, Die trouw is, zal mijn voet
Voeren uit der bozen netten.


Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.