+ Meer informatie

EEN NIEUWE START, EEN NIEUW LEVEN

8 minuten leestijd

BEKENDE WOORDEN, DIEPE INHOUD

Op catechisatie leek het zo makkelijk. Bekering, zo werd ons geleerd, had drie kanten: inkeer, afkeer en heenkeer. De gelijkenis van de verloren zoon (Luk. 15:11–32) werd als verduidelijking gebruikt: hij had tussen de varkens een moment van inkeer tot zichzelf, kreeg een afkeer van de zonde en kwam tot heenkeer naar zijn vader. Deze kernachtige typering is me altijd bij gebleven. Maar het kunnen opnoemen van deze drie elementen is nog iets anders dan antwoord geven op de vraag: ben jijzelf bekeerd? Het leek erop dat in allerlei groepen buiten de kerken veel opener getuigd werd over iemands persoonlijke bekering. Binnen de kerken werd dat niet ‘zomaar’ gezegd. Ongetwijfeld veranderen tijden en omstandigheden voortdurend, maar een stukje schroom om van jezelf te zeggen dat je bekeerd bent, kom ik nog regelmatig tegen. Aan de andere kant hoor je tegenwoordig ook binnen de kerken openlijk spreken over geestelijke verandering.

WEDERGEBOORTE EN BEKERING

Bekering is in de Bijbel nauw verbonden met wedergeboorte. Wedergeboorte is een gave van God, die door de Heilige Geest wordt bewerkt door middel van de roeping door het Woord. Het begrip ‘wedergeboorte’ legt sterk de nadruk op het geschenk-karakter van de genade. Je ontvangt het nieuwe leven. Bekering is (samen met geloof) vrucht van de wedergeboorte. Het nieuwe leven wordt merkbaar in de praktijk van het leven. Bekering zet mensen in beweging. Er worden stappen gezet op de weg achter Christus en weg van de zonde.

ENKELE BIJBELSE LIJNEN

In het OT komt het Hebreeuwse woord ‘sjub’ voor. Het is de aanduiding van ‘bekering’ of ‘zich bekeren’. Bekering is luisteren naar de stem van God, om te doen wat Hij zegt (Deut. 30:2). Het gaat ten diepste om terugkeer tot God om Hem te dienen (1 Sam. 7:3). Bekering gaat samen met erkennen en belijden van schuld, het betonen van berouw en het zich verootmoedigen voor de Here. Bekering heeft te maken met

1. het afscheid nemen van een leven zonder God en tegen Hem in;

2. een leren gaan in het spoor van het leven met God en het gehoorzamen van Zijn Woord.

Deze beide elementen — afkeer en heenkeer — zijn onderdeel van dezelfde beweging. Toch krijgt het positieve van het zich heenkeren naar een leven met God de meeste nadruk. Want de oproep tot bekering gaat zo goed als altijd samen met de belofte van Gods genade (b.v. 1 Kon. 8:33–34). Al bekritiseren de profeten de ontrouw van Israël tegenover de Here, toch zien zij bekering als uitweg naar de aangekondigde heilstijd (Jes. 41–44; Hosea 2:13–22; 11:8–11; 14:2–8; Amos 9:11–14).

Sleutelwoord in het NT voor bekering is ‘metanoia’. Dit woord sluit aan bij het oudtestamentisch woordgebruik, maar legt een eigen accent op het denken en willen van mensen. Niet dat ‘bekering’ daardoor een verstandelijke zaak of een emotionele opwelling wordt. Het gaat om een omkering van de gehele mens. Maar het laat zien dat de ontvangen genade mensen ook inschakelt om van harte hun levenswegen te laten bepalen door God.

Indrukwekkend is de figuur van Johannes de Doper die tot boete en bekering oproept omdat het Koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen (Mat. 3:2). De Here Jezus sluit in Zijn prediking aan bij de woorden van Johannes de Doper (Mat. 4:17). Maar Christus verwijst niet meer naar een Ander die na Hem komt. De oproep tot bekering gaat bij Christus samen met de oproep tot het volgen van Hem (Mat. 16:24, Luk. 9:23), want dat is het vinden van het werkelijke leven.

In de prediking van de apostelen keren de verschillende lijnen uit OT en NT terug: de oproep tot berouw en bekering met de belofte van de vergeving van de zonden (Hand. 3:19; 5:31), de bekering als weg ten leven (Hand. 11:18; 2 Kor. 7:9) en een afkeer van het kwade (Hand. 8:22) en een heenkeren tot God (Hand. 20:21; 26:20)

Het woord ‘bekering’ komt in de brieven van Paulus en van Johannes bijna niet voor. Het wil niet zeggen dat de zaak waarom het gaat ontbreekt. Paulus spreekt over het geloof als een ‘zijn in Christus’ (Rom. 8:1; 1 Kor. 1:30; 2 Kor. 5:17) en over het ‘sterven en opstaan met Christus’ (Rom. 6:3–11; Ef. 2:1–10) en over het ‘uittrekken van de oude en aandoen van de nieuwe mens’ (Ef. 4:22–24; Kol. 3:9–10). Johannes spreekt in zijn brieven voortdurend over het nieuwe leven als een overgang van duister naar licht, van leugen naar de waarheid, van haat naar liefde.

Conclusie:

1. Bekering heeft een positieve spits. Het gaat om het dienen van de levende God. Onlosmakelijk daaraan verbonden is het opgeven van een levenswandel zonder God.

2. Bekering spreekt mensen aan op hun verantwoordelijkheid. Toch wordt bekering daarmee niet een puur menselijke beslissing. Bekering is antwoord op de roepstem van het evangelie. Gods opzoekende liefde gaat vooraf aan de menselijke reactie daarop.

3. Bekering is geen doel op zichzelf. Bekering is de deur naar het volgen van Christus en het delen in het volle heil van God.

DE HEIDELBERGSE CATECHISMUS OVER BEKERING

De verschillende elementen die in de Schrift te vinden zijn over bekering zijn in de Heidelbergse Catechismus verwerkt, maar vooral wordt aangesloten bij het spraakgebruik van Paulus over sterven en opstaan met Christus. In antwoord 88 wordt de bekering omschreven als afsterving van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens. De formulering geeft al aan dat hier niet aan een afgesloten moment wordt gedacht, maar aan een voortgaand proces: afsterving en opstanding. Met andere woorden: in dit leven breekt geen periode aan waarin de gelovige is ‘uitbekeerd’. Door het vallen in de zonde is steeds weer bekering tot God nodig. Hier wordt ook wel het onderscheid gemaakt tussen de ‘eerste bekering’ en de ‘dagelijkse’ of ‘voortgaande bekering’. Het wil zeggen dat bekering ergens begint, maar in dit leven nooit helemaal wordt afgerond. Daarmee wordt de realiteit van de verleiding in deze wereld, de macht van satan, het woelen van de oude mens en het vallen in de zonde voluit serieus genomen. Gelovigen zijn daar niet immuun voor. Denk aan de Bijbelse voorbeelden van David en Petrus. David had door de kracht van het geloof Goliath verslagen, maar daarna kwamen er nog momenten van ernstige ontsporing (Bathseba) en zonde (volkstelling). Petrus had met stellige woorden beleden dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. Maar kort daarna verloochende hij zijn Meester driemaal. Ook moest Petrus door zijn mede-apostel Paulus ernstig vermaand worden wegens een onwaarachtige houding naar een deel van de gemeente (Gal. 2:11–14).

Mooi en pastoraal van toon is de verdere omschrijving in de Catechismus in antwoord 89 en 90: de afsterving van de oude mens is een oprecht berouw hebben dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en het steeds meer haten en mijden van de zonden. De opstanding van de nieuwe mens is een innige blijdschap in God door Christus, en lust en liefde om naar de wil van God alle goede werken te volbrengen. Bij de afsterving van de oude mens gaat het om oprecht berouw. Dat berouw is niet het verdriet van iemand die betrapt is, maar het alleen jammer vindt dat hij niet ongemerkt verder zijn gang kon gaan. Het is berouw tegenover God, omdat Hem verdriet is aangedaan door de zonde en Hij Zich daarover vertoornt. Het berouw blijft niet steken in de emotionele sfeer, maar vormt een krachtige motivatie om de zonde te onderkennen, er tegen te strijden door het kwade te haten en te laten. De opstanding van de nieuwe mens wordt gekenmerkt door vreugde in God door Christus. In lijn van de Bijbel heeft het positieve de overhand: het is een geweldig voorrecht de Here lief te hebben en te dienen. De vreugde daarvan vormt een krachtige motivatie om te leven in de navolging van Christus.

OP HUISBEZOEK

Niet elke gemeente is gelijk en binnen de gemeente bestaat er ook variatie in betrokkenheid op de boodschap van het evangelie. De schroom of de vanzelfsprekendheid waarmee over bekering gesproken wordt — zie het begin van dit artikel — is wellicht herkenbaar. Het huisbezoek kan een mooie gelegenheid zijn om de dingen die hierboven zijn aangestipt, vruchtbaar te maken voor de praktijk van de gemeente. Een paar handvatten:

• hoe is het met de vreugde van het liefhebben en dienen van God?

• zijn er kritieke punten in de strijd tegen de zonde waar we elkaar kunnen helpen?

• is er sprake van voortgang in het volgen van Christus, wat zijn eventuele struikelblokken?

• leeft het besef dat bekering nodig is en blijft?

GEESTELIJKE VERANDERING

Bekering is onderdeel van een algehele geestelijke verandering die als een geschenk van God ontvangen wordt. Het is belangrijk te beseffen dat in die geestelijke vernieuwing Abraham en David, Paulus en Timotheüs niet langs hetzelfde ‘stappenplan’ geleid worden. De vernieuwing is het werk van de Heilige Geest, die vrij is in de manier waarop Hij mensen leidt. Bovendien sluit de vernieuwing aan bij de persoon: Ruth wordt geen Maria en Johannes is geen Jakobus. Het laat zien dat de genade veelkleurig is en op de persoon gericht. Gemeenschappelijk punt is het met vreugde liefhebben en dienen van de Here en strijden tegen alles wat dat verhindert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.