+ Meer informatie

Het Kerstevangelie van Jesaja

4 minuten leestijd

(Jesaja 9 : 5a). „Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven."

Het is een oude en goede gewoonte om in een viertal weken voor het Kerstfeest de Gemeente te bepalen bij die beloften, die betrekking hebben op de komst van Christus in het vlees.

Daardoor , wordt de Gemeente voorbereid tot een waardige Kerstfeestviering.

Dan treedt de Kerk des Heeren terug uit het licht van de nieuwe in de schaduw - van de oude bedeling. Dat teruggaan is echter geen degradatie of achteruitzetting, maar noodzakelijk om het licht des te beter te waarderen.

Da Costa heeft gezongen: In het oud Verbond schuilt reeds het nieuwe, maar verhuld; in het nieuwe Verbond leeft voort het oude, maar vervuld.

Gods Woord is één Woord, werd geboren uit één Raad, en geschreven onder de leiding van één Geest.

Al de zes en zestig Bijbelboeken vormen een organische harmonische eenheid.

Het Evangelie begint dan ook niet bij Mattheus, maar bij Genesis.

Op de vraag: waaruit weet gij dat, geeft de Catechismus in Zondag 6 dat .schone antwoord: „Uit het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen."

In de donkere Paradijsnacht heeft God Zelf de fakkel der belofte ontstoken in de aankondiging van het komende Vrouwenzaad.

De adventsprediking behoort niet alleen een ontdekkende, schriftuurlijke, maar vooral een echte Christusprediking te zijn.

Jesaja de Evangelist des Ouden Verbonds, was een man des geloofs, die uit de heilsfeiten heeft geleefd.

Al leefde hij eeuwen vóór de vervulling der belofte, heeft hij toch door het geloof die vervulling naar zich toe getrokken.

Hij zegt dan ook niet, dat er straks een Kind zal geboren en een Zoon zal gegeven worden maar hij zegt: Een Kind is ons geboren, en een Zoon is ons gegeven. In de geest heeft Jesaja gestaan bij de kribbe van Bethlehem en Immanuël gezien, niet alleen als een geboren Kind, dus als waarachtig mens, maar ook als een gegeven Zoon, dus als waarachtig God.

Onze geboorte is een lot, Zijn geboorte is een daad.

De Vader heeft Zijn Zoon gegeven, want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon; gegeven heeft, - opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Hoewel de Zoon het geen roof behoefde te achten Gode evengelijk te zijn, heeft Hij Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende en is de mensen gelijk geworden.

Zo is Hij de Immanuël, God met ons.

Het Kerstevangelie van Jesaja bepaalt ons bij die Held, waarbij God hulpe besteld heeft voor Zijn volk.

Die-Held heeft de kop der slang vermorzeld, de dood verslonden, de schuld betaald en de zondemacht gebroken.

Zo maakt Hij Zijn volk zalig en ontsteekt door Zijn Geest in hun hart een oprecht geloof, .dat niet alleen met Jesaja instemt „want een Kind is ons geboren, en een Zoon is ons gegeven", maar dat ook met Johannes mag roemen: „Wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eengeborene van de Vader, vol van genade en waarheid."

U dan, die gelooft is Hij dierbaar, maar de ongehoorzamen is Hij een steen des aanstoots.

Het Kerstfeest, met alles wat er mee in verband staat is door alle tijden heen een voorwerp geweest van de fantasie der kunstenaars.

Dichters hebben gezongen van „Stille nacht, heilige nacht."

Schilders hebben op het doek gebracht een lieftallige maagd en een aanvallig kindeke.

Zij hebben dat zo mooi gemaakt, dat zelfs de wereldse mens, die zich anders met God en Zijn Woord niet bemoeit er door werd ontroerd, zodat zij henengingen om een kerstboom te kopen, die boom te versieren en te verlichten, en met hun familie in devóte stemming om die Kerstboom gaan zingen van „Stille nacht, heilige nacht."

Gods kinderen wenden zich verontwaardigd af van dat heidens gedoe van ons verbasterd Christendom. Zij zien door genade, tegenover de zwarte achtergrond van hun schuld, die parel van grote waarde.

De Heere brengt Zijn volk naar het Paradijs opdat zij zouden leren verstaan, door de ongehoorzaamheid van één mens, zijn velen tot zondaars gesteld.

Maar Hij brengt Zijn volk ook bij Golgotha opdat zij zouden leren verstaan: „Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. Alleen als de Heere het Evangelie toepast en de boodschap ^an de hemel tot ons persoonlijk wordt gebracht in dat „U, is heden geboren de Zaligmaker, welke is Christus de Heere", zal het door de Heilige Geest ge-' wrochte geloof dat Evangelie weergeven in de blijde kerstjubel „Want een Kind is ons geboren, en een Zoon is ons gegeven."

En al zijn we dan nooit in Bethiehem geweest, en al heben we nooit dat Kindeke gezien, zulle^ we toch met Petrus mogen instemmen:

„Denwelke gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelke gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, U verheugt met een onuitsprekelijke en heer-, ltjke vreugde.

Ds. DE BLOIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.