+ Meer informatie

AANVAARDEN WIJ DE ANDER IN DE KERK VAN CHRISTUS?

7 minuten leestijd

Hoe moeilijk dat is

In Rom. 15:7 staat de oproep: „Daarom aanvaardt elkaar, zoals ook Christus ons aan-vaard heeft tot heerlijkheid Gods”.

Als het aanvaarden van elkaar erg vlot ging in de gemeente van Rome dan had Paulus deze oproep niet behoeven te doen. Ook in onze kerken is deze oproep nog op z’n plaats. ’k Wil enkele voorbeelden uit de praktijk van ons kerkelijke leven geven om aan te tonen hoe ver we nog van het aanvaarden van elkaar om Christus’ wil verwijderd zijn. Allereerst enkele voorbeelden uit het gemeenteleven.

Een jongeman die tot geloof was gekomen na veel van de wereld geproefd te hebben, wilde graag met andere jongeren evangeliseren. Hij ging aan een bepaalde vorm van straatevangelisatie doen, waaronder het aanbieden van evangeliën aan voorbijgangers. Hij deed dat werk graag. Maar het deed hem veel verdriet dat een aantal gemeenteleden, als ze hem bij dat werk passeerden, net deed alsof hij lucht was. Dat werk was die gemeenteleden vreemd en ze aanvaardden hem niet als evangelist.

In een andere gemeente was er op de mannenvereniging een gesprek over moderne théologie. Ook de naam Kuitert kwam ter sprake. Velen vonden hem een gevaarlijk theoloog. lemand van de leden vroeg het volgende: „Hebben jullie wel eens een boek van Kuitert gelezen?” Alleen het stellen van die vraag was voor velen aanleiding de broeder als een aanhanger van Kuitert te bestempelen. Hoewel hij dat helemaal niet was. Hij werd door de vraag te stellen door velen gezien als een gevaar voor de gemeente.

Dit voorbeeld geeft aan hoe snel en oppervlakkig iemand als onaanvaardbaar kan worden bestempeld.

Op verschillende classisvergaderingen worden classisbeurten voor vacante gemeenten uitgedeeld. Helaas zijn er voorbeelden dat de toegewezen classisbeurten niet worden gebruikt omdat bepaalde predikanten niet gewenst zijn.

Zelf heb ik het eens meegemaakt dat ik in gemeente Y een beurt kreeg toegewezen. In de pauze vroeg ik een datum af te spreken. Dat was niet nodig, want het was voor de gemeente en mij beter een „vrije” zondag te hebben. „Maar”, antwoordde ik, „’k heb nog nooit bij u gepreekt. Hoe kunt u dan over mijn preek oordelen?” „Och doninee”, was het antwoord, „wij lezen wel eens uw stukjes voor de gemeente in het classisblad en daaruit kunnen wij voldoende opmaken. U kunt beter maar niet komen”.

Onaanvaardbaar. Op welke gronden? Vermoedens en geruchten.

Anderzijds zijn er bij de verkiezingen naar meerdere vergaderingen ook Symptomen van blokvorming van gelijkdenkenden. De „rekkelijken” denken dat bij een te groot aantal „preciezen” het somberder en vreugdelozer in onze kerken zal worden. De „preciezen” vinden dat zij op hun hoede moeten zijn voor vooruitstrevende broeders, die niet meer zo’n waarde hechten aan de Chr. Geref. tradities.

Wederzijds wantrouwen doet afbreuk aan het aanvaarden van elkaar.

Op een schooldag merk je dat velen hun eigen geestelijke verwanten opzoeken. Br. A. uit Schelluinen, die van degelijke ouderwetse geestelijke kost houdt, zou niet graag in de pauze oplopen met een predikant uit het Noorden met een licht pak.

Br. Z. uit Leek zou niet graag gesignaleerd worden met een aantal aanhangers van „Bewaar het pand”.

Op een predikantenvergadering zijn er getapte causeurs die gemakkelijk contact maken. Maar die stugge, moeilijk toegankelijke predikant, die het toch al moeilijk heeft in de gemeente, loopt steeds een zoom op een bospad of langs de rivier.

Hoe leren wij het aanvaarden van de ander?

De opdracht de ander te aanvaarden leren wij niet van zondige mensen maar van Jezus Christus. Welke mensen heeft de Heiland verlost en aanvaard? Petrus, die Hern verloochende, de Samaritaanse vrouw met een duister verleden, de overspelige vrouw op heterdaad betrapt, Zacheüs de verachte tollenaar, en de moordenaar aan het kruis.

Hoeveel heeft de Here Jezus niet moeten verdragen? Hoeveel moet Hij nu niet verdragen van u en mij als ambtsdragers? Het is een wonder dat Hij ons nog niet ontslagen heeft uit de dienst, dat Hij ons nog verdraagt en handhaaft.

De gelijkenis van de twee schuldenaars uit Mattheüs 18 : 21-35 leert ons hoe het komt dat wij anderen, die ons teleurstelden, pijn gedaan hebben, zo moeilijk kunnen vergeven en verdragen.

Dat komt omdat wij onze eigen schuld voor God zo vaak bagatelliseren.

Hoe vaak wordt iemand die zich in leer of leven heeft misdragen, niet gemeden en bijna als een melaatse beschouwd?

Daaruit spreekt heel weinig van de vergeving en de liefde van Christus.

Heel boeiend is het wat ds. J. van Andel schrijft in zijn boek „Gemeenschap der heiligen”. Hij zegt o.a. op pag. 51-54 het volgende: „Hoevelen onder ons zijn er niet aan wie niet weinig te verdragen valt!

Er zijn onvaste broeders die telkens afgevoerd worden van de eenvoudigheid des geloofs of afgetrokken worden door de begeerlijkheid van het vlees. Er zijn vitachtige broeders die we het bijna nooit naar de zin kunnen maken, wantrouwende broeders die ons nooit hun hart schenken. Er zijn onhebbelijke broeders, wier gemis aan wat rein en lieflijk is, ons tegen hun gezelschap doet opzien. Er zijn andersdenkende broeders die ons tegenspreken, van wie verschil van mening te verdragen valt. Bij deze lijst is ook plaats voor onszelf met al onze gebreken.

Het is de gemakkelijkste weg om ons te onttrekken aan de moeilijke broeder.

De gemakkelijkste wegen worden het meest bezocht, steile wegen worden gemeden.

Wij kunnen er zeker van zijn, dat wij onszelf de pas afsnijden om in de liefde gelouterd en geworteld te worden als wij ons onttrekken aan de minder lieflijke broeder. Niet het klooster, maar de gemeente is de beste oefenschool om liefde en verdraagzaamheid te leren.

De Here houdt ons hart in de laagte, door ons onder een dak te laten wonen met mensen, die ons geen reden geven om ons op hun gezelschap te verheffen.

De gebreken des broeders zijn als een spiegel die ons voorgehouden wordt, opdat wij er ons eigen beeld in alle afschuw in zouden zien.

De gebreken der broeders dienen om ons kennis te laten maken met onze armoe aan liefde tot de broeders.”

Aldus de behartenswaardige raad van ds. Van Andel.

Aanvaarden van elkaar door „vooroordelen” te overwinnen

Er zijn vooroordelen onder volken en natiën. In de dagen van Jezus’ rondwandeling was er feile haat tussen Joden en Samaritanen.

Er zijn tijden geweest dat wij anti-Engels waren na de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika. Na de Tweede Wereldoorlog zijn we meer anti-Duits geworden. Rassendiscriminatie beschädigt veel aan de zendingsarbeid.

Iemand uit Nigeria kan het moeilijk begrijpen dat de westerse kerken wel miljoenen guldens aan het zendingswerk in Afrika geven, maar dat veel christenen niet graag zwarte buren zouden hebben.

In de kerk zijn er vooroordelen. In Hoogvliet ontmoette ik eens iemand, die van gedachte was dat er boven de Ussel weinig of geen geestelijk leven te bespeuren viel.

Vooroordelen worden gevormd door mensen te beoordelen naar de keuze van het dagblad, radioomroep of politieke partij. De een zegt: „Je moet voor die man of vrouw oppassen want hij of zij is lid van het C.D.?.

De ander zegt, als lid van een vacante gemeente, „Die dominee moeten wij niet beroepen, want hij is een echt EO-mannetje”.

Vooroordelen zijn gevaarlijk en belemmeren ernstig het aanvaarden van elkaar om Christus’ wil. Het is een oordeel dat men zich vormt over een persoon of zaak voordat men zich voldoende van de feiten op de hoogte heeft gesteld. Vooroordelen komen dikwijls voort uit hoogmoed, de gedachte dat eigen ideeën, eigen kringetje, eigen geestelijke inslag het beste is, dat andere kringen en Stromingen veel minder zijn, zelfs gevaarlijk en verwerpelijk zijn.

Gebrek aan zelfkennis, kennis van eigen zondig hart, heeft tot gevolg dat ik over veel en velen verontrust ben, behalve over mij zelf.

De Here wil dat wij elkaar verdragen en vergeven - Gal. 6 : 2; Col. 3 : 13.

Tegenover zwakke broeders en zusters is er juist niet de opdracht zich aan hen te onttrekken maar juist hen met liefde en geduld te omringen. Rom. 14 :1, 21.

’t Is goed om mijzelf de vraag te stellen: „Ben ik bereid de voeten van anderen te wassen, ook van hen die mij niet zo liggen, die mij pijn gedaan hebben?”

Het is onder predikanten, ouderlingen, diakenen, gemeenteleden goed om juist die broeder, dat gezin te bezoeken, dat anders is of denkt dan wij. Daarmee leren wij anderen te aanvaarden en onszelf te verloochenen. Het is goed om te overdenken Mattheüs 5 : 46, 47. In hoeverre hebben wij alleen lief degenen die ons sympathiek vinden?

De Here Jezus vraagt meer dan het gewone.

Dat kan als wij nauw aan Hern verbunden leven. Joh. 15: 5.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.