+ Meer informatie

Dag in, dag uit ....

5 minuten leestijd

De beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

Het is twaalf uur als ik met twee volle fietstassen ons tuinpad oprij. Tevreden constateer ik dat ik vóór Jelle en Stefan thuis ben. Mooi, dan heb ik nog net even de tijd om alle boodschappen op te bergen en koffie te zetten. Terwijl ik heen en weer loop, valt mijn oog op het memobordje dat naast het koffiezetapparaat hangt. MAX, half twaalf, lees ik. Ik glimlach.

Max is ons vijfjarig overbuurjongetje waar we allemaal dol op zijn. Eén a twee keer per week komt hij uit school bij ons totdat zijn moeder hem weer ophaalt uit haar werk. Mijn glimlach verdwijnt echter snel als ik tot de ontdekking kom dat er HALEN!! achter Max' naam staat. Normaal wordt hij gehaald en gebracht door de schoolbus en keurig netjes voor de deur afgezet, maar vandaag is dus een uitzondering. En het is al over twaalven!

Als een komeet schiet ik het huis uit, spring op mijn fiets en rijd zo hard ik kan de tuin uit. Jelle, die net aan komt fietsen, kijkt mij verbaasd na. „Max!", roep ik over mijn schouder. „Ik moet hem halen!" En dan... BOEM! Daar lig ik. Op de stoep, onder mijn fiets. Door een onhandige manoeuvre heeft mijn trapper de stoeprand geraakt en ben ik met fiets en al omgekieperd.

Vlug krabbel ik overeind. Ik negeer de stekende pijn in mijn voet en spring voor de tweede keer op de fiets. Helemaal bezweet en hijgend als een opgejaagd hert kom ik vijf minuten later bij de school van Max aan.

Het is inmiddels kwart over twaalf. Drie kwartier te laat dus. Met bonkend hart speur ik het schoolplein af, op zoek naar een klein blond jongetje dat ongetwijfeld huilend en moederziel alleen ergens staat te wachten. Op het schoolplein is echter niemand te bekennen. Ik ren naar binnen, half strompelend vanwege mijn zere voet.

Tot mijn verbazing is het nog één en al drukte in de gangen. Kinderen rennen heen en weer. Juffrouws staan vrolijk te praten met elkaar of ruimen speelgoed op. En tussen al die bedrijvigheid ontwaar ik de witte krullekop van Max. Zo te zien heeft hij het prima naar z'n zin. Niks moederziel alleen. Niks huilen.

Als de juffrouw mijn verhaal hoort moet ze nog lachen ook: „O, maar we hadden u wel weten te vinden hoor. We hebben uw adres en telefoonnummer." Mijn paniek is dus volkomen misplaatst geweest, begrijp ik nu. Thuisgekomen neem ik de schade op: Een gekneusde voet en een flinke blauwe plek op mijn bovenbeen. En dat allemaal omdat ik, zoals zo vaak, te laat op het memobordje heb gekeken.

                              ------------------------------

Frederique

Ze is 8 jaar, weegt nog geen 23 kg, meet 1 meter 26 en heeft energie voor drie.

In contact komen met wildvreemde kinderen is voor Frederique absoluut geen probleem. Het lijkt eigenlijk meer op een sport; zou het deze keer lukken of niet? Meestal start ze haar "interview" met een brede glimlach en twinkelende ogen, en wie daarop idem dito reageert is een geschikte kandidaat: „Hoi... Hoe heet je..." of: „Hoe oud ben jij?"

In het geval van Maureen, die ze zag skeeleren in het dorp, iets van: „Hoi, kan jij dat goed?" en de rest komt vanzelf. En toen bleek dat Maureen Engels sprak en uit Amerika kwam, werd haar interesse alleen maar groter. Ook Maureen was bepaald niet verlegen of op haar mondje gevallen. Met een heleboel gebrabbel; en gebaren kwamen ze genoeg te weten van elkaar.

Maureen werd dè grote trekpleister van de klas (al zat ze niet bij hen op school) door mond-tot-mondreclame. De concurrentie werd dan ook met de dag groter. Miriam, Frederiques vriendinnetje, was duidelijk minder enthousiast; vond het niet half zo interessant als Fré, zag bovendien hun vriendschap in het gedrang komen en werd het gewoon een beetje beu.

Dus gingen ze onder protest van Fré eerst om de dag naar Maureen en tot slot steeds minder. Met pijn in haar hart constateerde Frederique twee weken later dat Maureen nu meestal met een ander meisje speelde; Maureen was toch een beetje haar ontdekking. Maar ze begreep ook wel dat Maureen moeilijk kon zitten wachten tot zij eens een keertje zou kunnen en met Miriam was zij allang vriendin, dus ja... weinig keus. Toch beschouwde ze Maureen ook als haar vriendin.

Die zondag zou Maureen jarig zijn. Frederique zocht de mooiste kaart op die in huis te vinden was en ik bezorgde die zaterdagavond nog even op haar adres. 's Maandagsmorgens op het schoolplein laaide er een discussie op wie er nu precies Maureens vriendin was. „Pfft", zei Frederiques concurrentie minachtend: „Jij hebt maar een kaart gegeven, maar van mij kreeg ze een cadeautje!" Oei.. Die kwam aan!

Korte tijd later reisde Maureen naar Japan. Ze woonde hier tijdelijk bij haar tante. Frederique heeft haar in die tussentijd niet meer gesproken en bleef achter met een onbevredigd knagend gevoel en een brandende vraag: Vindt Maureen mij haar vriendin of niet? Zelf vindt ze van wel. Bovendien heeft ze zwart op wit het Japanse adres gekregen om te schrijven, dat is toch niet niks. Maar ja, die kaart he...!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.