+ Meer informatie

Stedelijk Museum is wellicht door Newman-restaurateur in VS voor tonnen opgelicht

7 minuten leestijd

Newman, die ook beeldhouwer was en heldere, grote composities in cortenstaal maakte, beïnvloedde als schilder sinds de jaren vijftig de zogeheten "postpainterly abstraction" (abstracte schilderingen voorbij de schilderkunst). Hij

Die kleuren werden niet egaal opgebracht, maar in verschillende, zeer bewerkelijke lagen. Ze vertonen voor wie goed kijkt allerlei nuances en intensiteit en zijn daardoor van een veel grotere expressiekracht dan je op het eerste gezicht waarneemt. Om die kracht van de kleuren gaat het de kunstenaar, bij voorbeeld in zijn uit 1954 daterende "The Gate" (De Poort), ook aangekocht door het Stedelijk Museum in Amsterdam. Die olieverf met drie verticale kleurbanen meet 236 bij 193 cm. Zo ook zijn metersgrote "Wie is er bang voor Rood, Geel en Blauw", waar het intense rood domineert. Dit doek werd door de vroegere directeur Edy de Wilde voor het museum verworven. Maar Newman kon niet zelf het Amsterdamse doek herstellen; hij overleed in 1970. Die restauratie is.na veel getouwtrek en gekibbel en onder protest van diverse Nederlandse restauratoren en kunsthistorici uitgevoerd door de Amerikaan Dan iel Goldreyer in New York. Die keuze werd min of meer doorgedrukt door de directeur van het Stedelijk Museum, dr. W. A. L. Beeren.

„Schaamteloze oplichterij"

Wim Beeren (64), voorheen directeur van Museum Boymans-Van Beuningen, ging met zijn opdracht aan Goldreyer in tegen de visie van zijn eigen staf en die van specialisten. Zelf is,Beeren, zoals hij ook toegeeft, géén restauratie-deskundige. Maar Goldreyer zou al eerder een Newman hebben gerestaureerd, zou zijn aanbevolen en had internationaal een naam als hersteller van andere moderne schilderijen. Beeren had eerst nagegaan of restauratie nog in het museum zelf kon worden uitgevoerd, maar na adviezen koos hij voor de niet bepaald goedkope Goldreyer. Kwaliteit moet betaald worden en in augustus jl. was het karwei dan eindelijk geklaard.

Maar toen barstte pas goed de bom en de kruitdamp is voorlopig nog niet opgetrokken. De Amsterdamse kunsthistoricus prof. Ernst van de Wetering -voor zover bekend geen aartsvijand van Beeren- betoogde in de media, nadat hij het gerestaureerde doek goed bestudeerd had, dat Goldreyer een „oplichter'' was en dat Beeren en zijn "Stedelijk" schaamteloos te grazen waren genomen voor minstens een half miljoen gulden of in totaal voor wel acht ton. Er was, aldus deze kenner, geen sprake van herstel op de wijze èn met de verfsoorten van Newman, maar van een ordinair overschilderen met een gewone verfroller. Daarbij waren niet alleen de gescheurde en weer gehechte delen met de roller bewerkt, maar ook de rest. Dat kan moeilijk een normale restauratie heten.

Roller met acrylverf...

Goldreyer reageerde woedend en ook Beeren was furieus. Hij dekte aanvankelijk zijn restaurateur, maar had zelf toch wat vragen bij het herstel. Zo werd in het geheim het Gerechtelijk Laboratorium ingeschakeld, en directeur prof. dr. E. Groeneveld en onderzoeker ir. R. Beek kwamen, hoewel voorzichtig formulerend, tot voor Beeren tamelijk vernietigende conclusies: Goldreyer heeft verf met een kwast of'verfroller op de scheuren aangebracht en hij gebruikte acrylverf en vernis, waar Newman niets van moest hebben. Zo kwam de zaak in een stroomversnelling en nu blijkt dat 'het' goed fout zit. Maar wie is hoofddader? Daniel Goldreyer? Directeur Beeren, die allerlei deskundige kritiek op het werk van Goldreyer naast zich neer legde? De jacht op een zondebok is in volle gang.

Newman schilderde dit werk in een serie van vier; het Amsterdamse doek is nummer III en de kunstenaar zette met deze werken zijn dogrna uiteen: alle

De meterslange beschadigingen die een Amsterdammer in 1986 toebracht aan het schilderij "Wie is er bang voor Rood, Geel en Blauw" van Barrett Newman. De restauratie kostte inmiddels acht ton en is ondeugdelijk met een verfroller en acrylverf uitgevoerd door Daniel Goldreyer in New York. mentaire, rood, geel en blauw. Maar afgezien van de kunstzinnige waarde van het doek, die door deze restauratie zwaar zou zijn aangetast, zit er ook een politieke kant aan de zaak. Het museum is eigendom van Amsterdam en directeur Beeren is gemeenteambtenaar.

Zondebok gezocht

Nu er mogelijk vijf tot acht ton zo maar weggegooid is —kunsthistorici en vooral restaurateurs zijn die mening toegedaan, maar sommigen hebben uit angst voor Beeren lange tijd hun mond gehouden- klemt de vraag: Is dat geld nog van Goldreyer terug te krijgen of moet het anderszins verhaald worden? De roep om het vertrek van Wim Beeren wordt sterker, ook in de gemeenteraad. Maar 'zijn' wethouder van cuUuur steunt hem nog. Bovendien zou hij over een jaar toch met pensioen gaan; dus een vervroegd uittreden, al of niet met een gouden handdruk, is niet zo onmogelijk. Maar daarmee zijn die verloren gelden nog niet terug en bovendien is het doek volgens ingewijden nu pas echt helemaal goed vernield, meer dan door de scheuren van het stanleymes. voor cultuur zal het gerechtelijk rapport op 18 december bespreken, en raadsleden als Annemarie Grewel (PvdA) en Ernst Bakker (D66) willen klaarheid over de vragen of ze opgelicht zijn, hoe het geld terugkomt, of het schilderij nu nog ^naar een dummy is van wat het was en hoe de begeleidingscommissie van het Stedelijk Museum rond deze restauratie heeft gewerkt. Daar zit niet alleen Beeren in, maar onder meer ook het gemeentelijk hoofd van de afdeling kunstzaken, A. Janssen.

Tal van zegslieden zijn het er nu wel over eens dat de volstrekt eigenzinnige Wim Beeren zich fout gedraagt: toen iedereen wist dat Goldreyer gefaald had, wilde Beeren zich nog niet distantiëren van zijn verkeerde keuze. Hij blijft, ook nu nog, volhouden dat er dan weliswaar hier en daar wat gerommeld mag zijn met wat in restauratiekringen gebruikelijk is, maar het herstel als geheel vindt hij toch bevredigend, want de scheuren zijn gedicht en het doek is weer. rood. Maar hij heeft "Who is Afraid..." wèl naar het depot laten verhuizen; met eigen ogen krijgen we niet te zien hoe goed of slecht het er nu uitziet.

„Ondeskundige"

Het gaat te ver, Beeren als enige schuldige aan te wijzen. Maar hij wist en kon weten van de vele bezwaren, ook in de VS. tegen Goldreyers praktijken. Toen er enige twijfel rees over de hersteltechniek, werd bekend dat Goldreyer ook andere belangrijke werken had 'gerestaureerd' door klakkeloos overschilderen. Maar Goldreyer deed en doet in de VS en elders iedereen een proces aan die maar enige twijfel uitspreekt over zijn handelwijzen. Het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium heeft hij als „een leugen" betiteld.

Ironisch rond de hele gang van zaken is wel, dat Goldreyer op dit moment ook woedend is op Beeren, die hem toch niet voldoende rugdekking zou hebben gegeven. De medeverantwoordelijke Amsterdamse wethouder van cultuur, mevr. M. Baak —„Ik ben kunstwethouder, geen -deskundige"- erkende al dat „wij reusachtig voor de gek gehouden zijn". Dat het restauratiebudget van een half miljoen zelfs met drie ton is overschreden, vindt ze niet het meest schokkend.

Bekende Nederlandse restauratoren kennen Goldreyer maar al te goed en van Van Grevenstein en Hummelen tot Elisabeth Bracht erkennen ze nu, dat er allang aanwijzingen waren dat Goldreyer de zaak bedroog, ook met andere moderne meesters, zoals Rothko, Reinhardt en Francis. Nu is het woord aan de politiek.

Van haar hoeft Beeren nog niet op te stappen: „Kun je iemand verwijten dat hij om de tuin geleid is?" Maar B en W gaan toch onderzoeken of er juridische stappen te nemen zijn. onder meer om het geld voor deze —volgens de bepalingen van het restauratiecontract- wanprestatie terug te krijgen. En komende woensdag volgt dan het raadsdebat.

Doek nu in depot
Maar ook dat zal nog niet het einde betekenen van deze ongehoorde affaire De gemeentelijke raadscommissie rond een moderne kunstfraude.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.