+ Meer informatie

Achterhoedegevechten?

11 minuten leestijd

Commentaar

'De Verlichting trok... de conclusie dat er geen onfeilbaar schriftgezag bestaat. In het orthodoxe kamp heeft men deze conclusie... bestreden. Deze achterhoedegevechten duren tot heden voort, zij het in afnemende mate.' (prof dr. H. Berkhof in "Christelijk Geloof", vijfde herziene druk, pag. 92).

Het gezag van de Bijbel

De voornaamste pijler van het christelijke geloof is het Goddelijke, onfeilbare gezag van de Bijbel. De Heilige Geest heeft de bijbelschrijvers geïnspireerd, zodat zij de openbaring Gods onfeilbaar te boek hebben gesteld. Door de eeuwen heen heeft de kerk tegen allerlei dwaling krachtig vastgehouden aan de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift. De onfeilbaarheid van de Schrift rust op de inspiratie ervan door de Heilige Geest. Calvijn merkt in zijn commentaar op 2 Timotheüs 3:16 op dat wij 'de Heilige Schrift zonder enige tegenspreken behoren aan te nemen, met alle eerbied.' In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we van 'de Heilige Schrift in twee boeken, des Ouden en des Nieuwe Testaments, welke zijn de canonieke Boeken waar niets tegen valt te zeggen' (art. 4). De NGB ziet de Bijbel als de onfeilbare regel (art. 7) voor leer en leven. In de gereformeerde theologie wordt de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift en het schriftgezag duidelijk beleden en geleerd. In de Synopsis Purioris Theologiae, het handboek voor de gereformeerde theologie in de 17^ eeuw, stelt Thysius (1565-1640) dat de bijbelschrijvers onder de voortdurende besturing van de Heilige Geest hebben geschreven en dat zodanig 'dat zij van alle dwaling van geest, van geheugen, van spraak en pen, overal gevrijwaard bleven.' En Johannes a Marck (1656-1731) wijst er in zijn Kort Opstel van de Godgeleerdheid op dat de Heilige Schrift de naam Woord van God draagt vanwege haar onfeilbare ingeving (2 Petr. 1:20, 2 Tim. 3:16). De onfeilbaarheid van de Schrift strekt zich volgens a Marck uit tot: 1. Alle personen die ze geschreven hebben 2. Alle zaken die er in voor komen 3. Alle woorden en letters (in de oorspronkelijke tekst) die erin staan. Kortom, de Bijbel is het Woord van God en geheel betrouwbaar. 'Al wat door de goddelijke inspiratie geschreven is, is het Woord Gods, van letter tot letter' (ds. G.H. Kersten, Gereformeerde Dogmatiek, pag. 33). Met krachtige woorden en uitdrukkingen maakt Calvijn korte metten met allen die iets willen afdoen van het gezag en de onfeilbaarheid van het Woord van God. Calvijn noemt dergelijke lieden "honden", "zwetsers", "goddelozen", die met zweepslagen gestraft moeten worden. De onfeilbaarheid van de Schrift is door de eeuwen heen in de kerk volmondig en zonder enige schroom beleden. Het is dé wortel waarop geloof, leer en leven zijn gegrond. Dwars tegen ongeloof, twijfel, spot en ontkenning in. 'Wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is' (art. 5 NGB).

Handschriften

Overigens wil de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift niet zeggen dat onze vertalingen van de Bijbel geheel volkomen zijn. De Koran is, naar zeggen van de Islam, letterlijk aan Mohammed gedicteerd. Daar zou geen enkele fout in staan. Wat we dan ook denken mogen van zulke verzinsels over de Koran, van de Bijbel leren wij zulk soort dingen niet. De Bijbel is ontstaan in een proces van openbaringsgeschiedenis. Vanaf Mozes tot en met Johannes de apostel heeft de Heere in circa 15 eeuwen de Bijbel aan Zijn Kerk geschonken. In de Bijbel kunnen we lezen over Gods grote daden tot verlossing van Zijn volk. Wij geloven daarom niet in de Bijbel (letters, papier, zinnen, etc), maar in God drie-enig die de Bijbel gaf en door de Bijbel met Goddelijk gezag tot ons spreekt!

Nu is het echter zo, dat we de oorspronkelijke teksten van de Bijbel niet meer bezitten. Het boek Genesis, zoals Mozes dat heeft geschreven, is verloren gegaan. Ook hebben wij geen oorspronkelijke, door Paulus zelfgeschreven, brieven van Paulus. Wat wij nu nog hebben, zijn handschriften, handgeschreven kopieën van de oorspronkelijke tekst. De Bijbel werd overgeschreven en zo zijn er allerlei afschriften. De handschriften zijn over het algemeen ongeveer gelijk, maar op kleine onderdelen kunnen er wel eens enkele geringe verschillen zijn. In de kanttekeningen op de Statenvertaling wordt daar soms ook nadrukkelijk op gewezen. Wij belijden daarom dat de oorspronkelijke boeken van de Bijbel geheel zonder fouten zijn geweest. De latere handschriften kunnen mogelijk wel eens wat verschillen. De bijbelwetenschap houdt zich bezig met het onderzoeken van de verschillende handschriften van de Bijbel. Een belangrijke en moeilijke zaak, die echter het Goddelijke gezag van de Bijbel onverlet laat.

Schriftkritiek

In de geschiedenis van de kerk zijn er echter altijd lieden geweest die het gezag en de onfeilbaarheid van de Bijbel in twijfel hebben getrokken. In de vroege kerk was er bijvoorbeeld een zekere Marcion, die slechts de brieven van Paulus en een gedeelte van het Evangelie van Lukas als het Woord van God erkende. Het overige van de Bijbel viel voor Marcion niet onder het Woord van God. Terecht heeft de kerk deze ketter veroordeeld. In de tijd van de Reformatie was er de 'goddeloze Socinus' (Dordtse Leerregels, hoofdstuk 2, Verwerping van dwalingen art. 4), die alleen die gedeelten van de Bijbel wilde aanvaarden die overeenkwamen met de menselijke rede. Wonderen en openbaringen waren volgens Socinus verzinsels van mensen, in strijd met de rede en dus niet Goddelijk. In de tijd van de Verlichting is de Schriftkritiek massaal opgekomen. Vele bijbelonderzoekers gingen allerlei vraagtekens plaatsten achter het Goddelijk gezag van de Bijbel. Voor het Oude Testament kunnen hier de namen worden genoemd van Astruc, Julius en Wellhausen. Voor het Nieuwe Testament kan gewezen worden op mensen als F.C. Baur en R. Bultmann. Deze wetenschappers erkenden beslist niet het onfeilbare gezag van de Schrift. Uiteindelijk is voor vele hedendaagse bijbelwetenschappers en theologen de Bijbel een boek met religieuze ervaringen van mensen. In Nederland heeft de moderne schriftkritiek inmiddels ook zijn duizenden verslagen. Iemand als prof dr. H. Berkhof laat in zijn boek over het christelijke geloof duidelijk merken dat hij de historische kritiek op de Bijbel heel belangrijk vindt. Ook een man als dr. H.M. Kuitert laat in al zijn recente boeken zien dat de schriftkritiek voluit en verwoestend doorwerkt in zijn theologische stellingname. Uiteindelijk gaan alle belangrijke leerstukken bij het aanvaarden van de schriftkritiek radicaal overboord. Geen schepping in zes dagen, geen plaats voor wonderen, geen onbevlekte ontvangenis van de Heere Jezus, geen opstanding, geen hel en geen hemel, etc. Wie de schriftkritiek aanvaardt, houdt van de twaalf artikelen des geloofs niet veel meer over. De ene theoloog zal nog wat meer van de Bijbel overeind laten dan de ander, maar dat er heel veel op de helling gaat, is bij het lezen van de geschriften van Berkhof, Kuitert, Den Heijer en anderen wel duidelijk. De schriftkritiek heeft een verwoestend spoor getrokken door kerkelijk Nederland. Helaas is het einde ervan nog lang niet in zicht. En de verdediging van de onfeilbaarheid van de Schrift wordt door de huidige theologische elite enigszins denigrerend bestempeld tot ' achterhoedegevechten'.

Gereformeerde gezindte

Inmiddels voltrekt zich binnen de gereformeerde gezindte ook een min of meer sluipend proces van aantasting van het gezag en de onfeilbaarheid van de Schrift. De boeken van dr. B. Loonstra zijn bekend en hebben heel wat opschudding veroorzaakt. Ook in de kring van de Gereformeerde Bond zijn opmerkelijke geluiden te vernemen. Er zijn er die het auteurschap van de Efezebrief door Paulus in twijfel trekken. Recent deed dr. A. Noordegraaf opmerkelijke en schokkende uitspraken over Jona in de vis en de schepping van de hemel en de aarde in zes dagen. Volgens Noordegraaf is het veel te gemakkelijk om zomaar aan te nemen dat Jona werkelijk in de vis heeft gezeten en dat de hemel en de aarde in zes gewone dagen en nachten zijn geschapen. 'Ik weiger deze tekst als hermeneutische sleutel te lezen', zei dr. Noordegraaf. 'Overigens, wie het verhaal van Jona of de schepping als echt gebeurd wil beschouwen, mijn zegen heeft hij. Maar het gaat hier om zoveel belangrijker dingen.' (RD, 10-01-2003). Ach, eenvoudige mensen mogen nog wel geloven in de geschiedenis van Jona en de vis, een schepping in zes dagen, etc, de Heere Jezus mag daar dan in het Nieuwe Testament nog van uit gaan, maar Noordegraaf weet zoveel meer van hermeneutiek, exegese en archeologie en daarom stelt hij zijn kritische vragen. Daarmee heeft de schriftkritiek ook binnen de gereformeerde gezindte inmiddels zijn aanhangers gekregen. Onlangs heeft de heer L.M.R Scholten in het blad van de GBS hier nog eens nadrukkelijk de vinger bij gelegd. Met naam en toenaam heeft hij ontwikkelingen en personen genoemd die schriftkritische elementen onze gezindte binnendragen. Een schokkende ontwikkeling. Het is de hoogste tijd om daar duidelijk stelling tegen te nemen. Het onfeilbare gezag van de Schrift mag niet worden aangetast. Wie dat doet, tast de gereformeerde belijdenis in het hart aan! Overigens vraag je ondertussen wel af waarom mensen als Loonstra, Noordegraaf en anderen zich zo laten meeslepen. Schaamt men zich wellicht voor 'achterhoedegevechten'? Is men bang om in de wetenschappelijke wereld niet voor 'vol' aangezien te worden als men nog onverkort wil vasthouden aan de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift?

Verdediging

De onfeilbaarheid van de Heilige Schrift is een aangelegen zaak. Gelukkig heeft onlangs prof. dr. J. van Bruggen daar in het familieblad Terdege nog eens nadrukkelijk op gewezen. Hij biedt krachtig weerstand tegen deze ontwikkeling, die hij 'een Leidse ziekte' noemt. En recht van spreken heeft hij! Van

Bruggen is in het land van de bijbeluitleggers echt niet de eerste de beste. Verschillende belangrijke commentaren heeft hij geschreven. Ook heeft hij verschillende publicaties op zijn naam staan over het gezag van de Bijbel. Recent verscheen van hem het boek Het Kompas van het Christendom; Ontstaan en betekenis van een omstreden bijbel. Wellicht zal dit boek in de toekomst in De Saambinder nog wel (uitvoerig) besproken kunnen worden. De inhoud is het voluit waard. Van Bruggen neemt in zijn boek en in het vraaggesprek in Terdege duidelijk afstand van alle geflirt met de schriftkritiek. Over Jona en de vis bijvoorbeeld: 'Moet God eerst aan mij verantwoording afleggen hoe Hij dat gedaan heeft, voor ik dat geloof? Dat is een houding die gereformeerde mensen niet past.' Er staan meer heldere uitspraken in dit waardevolle interview met de vrijgemaakte hoogleraar. Allen die zo mee kunnen met de kritiek op de Schrift mogen zich ook de volgende uitspaak van de hoogleraar wel aan trekken: 'Er is een wisselwerking tussen de vreze des Heeren en het ontzag voor de Heilige Schrift.' Wat een zegen dat er zulke wetenschappers zijn die het opnemen voor het schriftgezag. Heel opmerkelijk vond ik ook het slot van het vraaggesprek. De vraagsteller vraagt dan of de professor niet somber wordt van al deze negatieve ontwikkelingen. Opmerkelijk is zijn antwoord. Niet somber, maar actief! De verkeerde ontwikkeling is voor Van Bruggen juist aanleiding om er iets tegenin te doen. Een positief geluid te laten horen. Mooi dat iemand met zoveel geleerdheid dat zo kan zeggen. Het is in de achterhoede ook best nog wel goed toeven. Laten toch velen zich daar maar verenigen. De gehele gereformeerde belijdenis dringt daartoe!

Tenslotte..

Wellicht zal menige lezer van De Saambinder de gedachte hebben dat heel de moderne schriftkritiek wel erg is, maar aan ons gelukkig voorbij gaat. Ik denk dat dit helaas een grote misvatting is. Mogelijk zullen er nog niet veel overtuigd schriftkritische mensen in onze gemeenten te vinden zijn. Nee, zover is het mogelijk nog niet. Maar naast een theologisch-remonstrantisme heeft ds. Kersten ook altijd scherp gewaar- schuwd voor een praktisch remonstrantisme. Dan is de leer nog wel zuiver, maar de praktijk deugt niet. En is het mogelijk zo ook niet gesteld met de kritiek op de Schrift? Uiteraard erkennen we dat er een hemel en een hel is. Wie zou het willen ontkennen? Maar waarom kunnen we dan zo gerust voortleven? Ook als we nog onbekeerd zijn? Is het niet omdat we de realiteit van de hel gewoon hebben weggeduwd uit ons denken? Natuurlijk willen we onverkort vasthouden aan de Goddelijke instelling van het huwelijk. Maar als de praktijk nu eens heel anders blijkt te gaan? Ach, dan gaan ook wij knoeien met de Schrift. En dan sluipt de praktijk van de schriftkritiek zomaar binnen. Daarom is het zo belangrijk om maar steeds weer tegen elkaar te zeggen: zó spreekt de Heere. En het Woord van God zullen we laten staan. Want alles wat naar dat Woord niet is, dat zal geen dageraad hebben. 'Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.' (Hebr. 4:12).

Amersfoort,

ds. W. Visscher.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.