+ Meer informatie

Nieuwe tekst artikelen 9 t/m 19 van de kerkorde

10 minuten leestijd

Artikelen 9 en 10 K.O.
de artikelen 9 en 10 van de kerkorde worden omgenummerd in artikel 10 respectievelijk artikel 9.

Artikel 11 K.O. (bestaand artikel 15)
1. Een dienaar des Woords, die arbeid aanvaardt waarin hij aan een gemeente verbonden blijft of wordt, maar welke voor hem een verhindering is de in artikel 10 bedoelde taak in een gemeente te verrichten, zal toch de eer en de naam van een dienaar behouden, mits is voldaan aan de in lid 2 omschreven vereisten en de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Een proponent, die arbeid aanvaardt als hierboven bedoeld, zal de eer en de naam van een dienaar des Woords ontvangen, mits is voldaan aan de eerdergenoemde vereisten en bepalingen.
2. De in lid 1 bedoelde arbeid dient te zijn aanvaard met bewilliging van de kerkeraad, met goedkeuring van de classis en met medewerking en goedvinden van de deputaten van de particuliere synode, bedoeld in artikel 56, lid 1 van de kerkorde. De classis zal haar goedkeuring slechts kunnen verlenen, indien de desbetreffende arbeid - naar het tevoren door haar ingewonnen oordeel van de deputaten, daartoe door de generale synode benoemd - een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het Evangelie in rechtstreeks verband staat.
3. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor een dienaar des Woords bedoeld in artikel 12, die de in het eerste lid omschreven arbeid wenst te aanvaarden. Hij dient bewilliging en goedkeuring te verkrijgen van de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden. De classis handelt daarbij met medewerking en goedvinden van de deputaten, genoemd in het tweede lid.
4. De dienaar des Woords, bedoeld in lid 1, zal ten aanzien van zijn ambtelijke positie in de regel worden verbonden aan de gemeente in welker gebied hij werkzaam zal zijn.

Artikel 12 K.O. (Bestaand artikel 16)
Een dienaar des Woords of een proponent die, met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen, door een meerdere vergadering wordt geroepen tot arbeid in haar opdracht ten behoeve van in haar samenkomende kerken, welke arbeid een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het Evangelie in rechtstreeks verband staat, zal de eer en de naam van een dienaar behouden respectievelijk ontvangen en worden verbonden aan de meerdere vergadering die hem benoemt, in dienst van de kerken in haar ressort. Een meerdere vergadering kan zulk een benoeming slechts verrichten indien de desbetreffende arbeid - naar het tevoren door haar ingewonnen oordeel van de deputaten, daartoe door de generale synode benoemd - aan de bovengenoemde vereisten voldoet.

Artikel 13 K.O. (Lid 1: bestaand artikel 19; lid 2: bestaand artikel 18)
1. Indien een kerkeraad respectievelijk een meerdere vergadering en een dienaar des Woords, ten behoeve van een taak als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12, een verbintenis willen aangaan onder beperkende of anderszins bijzondere voorwaarden, kan daar slechts uitvoering aan worden gegeven met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen bij dit artikel.
2. Een emeritus-verklaarde dienaar des Woords kan met bewilliging van de kerkeraad der gemeente dan wel de meerdere vergadering, waaraan hij verbonden is, voor een bepaalde periode worden geroepen tot het verrichten van ambtelijke arbeid in bepaalde hiervoor in aanmerking komende kerken, een en ander met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Hij zal dan geacht worden in de desbetreffende kerk het ambt van dienaar des Woords te vervullen.

Artikel 14 K.O. (Nieuw; materie is thans - deels op andere wijze - geregeld in uitvoeringsbepalingen, gebaseerd op bestaand artikel 19)
Met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen kan een meerdere vergadering een dienaar des Woords eervol ontheffen van de ambtsbediening indien hij door omstandigheden, anders dan emeritering, zijn taak niet meer kan of behoeft te verrichten. Bij de eervolle ontheffing van de ambtsbediening ontvangt de dienaar des Woords de rechten van een emeritus.

Artikel 15 K.O. (Leden 1 en 2: bestaand artikel 14)
1. Het staat een dienaar des Woords niet vrij zijn ambt neer te leggen.
2. Een dienaar des Woords kan op zijn verzoek van zijn ambt worden ontheven, om zich tot een andere staat des levens te begeven, indien de kerkeraad en de classis, met medewerking en goedvinden van de door de particuliere synode aangewezen deputaten, oordelen dat daarvoor bijzondere en gewichtige redenen zijn. Indien zulk een verzoek wordt ingediend door een dienaar des Woords die verbonden is aan een classis of een particuliere synode, staat dit ter beoordeling aan de naastvolgende meerdere vergadering. Indien zulk een verzoek wordt ingediend door een dienaar des Woords die verbonden is aan de generale synode, staat dit ter beoordeling van de generale synode.
3. Indien een dienaar des Woords, door omstandigheden anders dan emeritering, gedurende een bepaalde tijd zijn ambt niet meer heeft vervuld, zal - al dan niet op zijn verzoek - ontheffing uit het ambt plaats hebben bij besluit van een meerdere vergadering overeenkomstig de hiervoor door de generale synode vastgestelde bepalingen.
4. De weg tot het ambt van dienaar des Woords kan alleen worden heropend met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Artikel 16 K.O. (lid 1: bestaand artikel 11)
1. Zolang een dienaar des Woords aan een gemeente verbonden is voor arbeid als bedoeld in artikel 10, zal deze in het onderhoud van hem en zijn gezin voorzien, overeenkomstig de door de generale synode vasgestelde bepalingen. Zij zal zich van deze plicht niet ontslagen mogen rekenen, indien hij wegens ziekte of om een andere wettige reden zijn werk tijdelijk niet kan verrichten. Indien met toepassing van het derde lid van artikel 10 anderen dan de kerkeraad mede verantwoordelijkheid dragen voor de werkzaamheden van deze dienaar des Woords, kan met zijn bewilliging geheel of gedeeltelijk op andere wijze in het bovenbedoelde onderhoud worden voorzien.
2. Indien een dienaar des Woords arbeid aanvaardt als bedoeld in artikel 11 of artikel 12, berust de verantwoordelijkheid voor het onderhoud, bedoeld in het eerste lid, bij de gemeente respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij voor die arbeid verbonden is, tenzij anderen die verantwoordelijkheid hebben aanvaard overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Artikel 17 K.O. (Bestaand artikel 17)
1. Een dienaar des Woords zal emeritus worden verklaard wanneer hij de vijfenzestigjarige leeftijd bereikt heeft of wanneer hij door arbeidsongeschiktheid niet in staat is zijn taak te blijven verrichten. Hij komt voorts voor emeritaat in aanmerking wanneer hij ten minste veertig jaren zijn ambt heeft vervuld of wanneer hij voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld door de generale synode, voor vervroegd uittreden. De aanvraag voor emeritaat gaat uit van de dienaar des Woords of van de desbetreffende kerkelijke vergadering, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, waarin tevens de wijze van behandeling van de aanvraag wordt gegeven. De dienaar des Woords behoudt als emeritus de eer en de naam van een dienaar en blijft verbonden aan de gemeente respectievelijk de vergadering welke hij het laatst diende.
2. De meerdere vergadering die het emeritaat verleent kan - in het geval van de classis met medewerking en goedvinden, en in het geval van de particuliere synode met advies van de door de particuliere synode aangewezen deputaten - aan de emeritaatsverlening van een dienaar des Woords een beperkende bepaling verbinden inzake het vervullen van tot dit ambt behorende werkzaamheden, indien hij, naar haar oordeel, de kerken niet met stichting zal kunnen dienen. Het opnemen van een dergelijke bepaling zal evenwel een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.
3. In het onderhoud van de emeritus en zijn gezin, en na zijn of haar overlijden in dat van de nagelaten weduwe respectievelijk weduwnaar en de wezen, zal worden voorzien overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, voor zover de verantwoordelijkheid hiervoor niet berust bij anderen als bedoeld in artikel 16. Deze voorziening in het onderhoud geschiedt voor rekening van de gezamenlijke kerken, met inbreng van een bijdrage van de dienstdoende dienaren des Woords, die daarvoor in aanmerking komen. De uitvoering hiervan berust bij de daartoe door de generale synode aangewezen deputaten overeenkomstig de door haar vastgestelde bepalingen.
4. Het in lid 3 bepaalde geldt eveneens voor het onderhoud van de weduwe of de weduwnaar en de wezen van een dienaar des Woords, die vóór het verkrijgen van zijn respectievelijk haar emeritaat is overleden.

Artikel 18 K.O. (Bestaand artikel 12)
1. Indien een dienaar des Woords - door oorzaken gelegen bij zijn gemeente, in zijn werk, bij hemzelf of in verschillende factoren - zijn taak niet langer met stichting kan vervullen en er geen reden bestaat tot het oefenen van kerkelijke tucht, kan de desbetreffende kerkelijke vergadering hem voor een bepaalde tijd ontheffen van zijn ambtsuitoefening overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Gedurende deze tijd is hij beroepbaar en blijft hij verbonden aan de gemeente respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij was verbonden. Heeft hij na verloop van deze tijd geen beroep of benoeming kunnen aanvaarden, dan is artikel 15, lid 3 van toepassing.
2. Een meerdere vergadering kan aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, een beperkende bepaling verbinden inzake het vervullen van tot zijn ambt behorende werkzaamheden, indien de dienaar des Woords naar haar oordeel de kerken niet met stichting zal kunnen dienen. Het opnemen van een dergelijke bepaling zal evenwel een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.
3. Zolang de dienaar des Woords niet elders is beroepen of benoemd, blijft de gemeente respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij verbonden is, binnen de door de generale synode bepaalde grenzen, verantwoordelijk voor de voorziening in het onderhoud van hem en zijn gezin.

Artikel 19 K.O. (Bestaand artikel 13)
1. Indien de kerkeraad en de classis, met medewerking en goedvinden van de deputaten van de particuliere synode, oordelen dat een dienaar des Woords die aan een gemeente verbonden is, zonder dat er goede grond is voor het verlenen van emeritaat of voor het oefenen van kerkelijke tucht, de bekwaamheid mist om enige gemeente met stichting te dienen of enige functie als dienaar des Woords met stichting te vervullen, zal een volledig ontslag uit de dienst slechts kunnen volgen, wanneer de particuliere synode met een meerderheid van ten minste twee derden der uitgebrachte stemmen dat oordeel bevestigd en, in geval van appèl, de generale synode deze beslissing bekrachtigd heeft. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing voor een dienaar des Woords bedoeld in artikel 12. Alsdan berust de beslissing bij de particuliere synode indien hij aan een classis is verbonden en bij de generale synode indien hij aan een particuliere synode of de generale synode is verbonden.
2. Ten behoeve van het onderhoud van hem die ontslagen is en van zijn gezin zal de kerkeraad respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij was verbonden, ook hangende het appèl, hem een uitkering doen overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Artikel 123, lid 4 K.O. (Bestaand artikel 123, lid 4)
4. Ten aanzien van de dienaren des Woords, die overeenkomstig artikel 12 zijn verbonden aan een meerdere vergadering, zal in voorkomende gevallen worden gehandeld overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.