+ Meer informatie

De dag van Christus

5 minuten leestijd

„Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen". I Thessalonicenzen 5:4

Gij, broeders, zijt niet in duisternis. Wat een eeuwig wonder! Dat is Gods weldaad in het leven van de broeders in Thessalonica. Zij zijn van de afgoden bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen. Uit de duisternis van de Godsvervreemding zijn ze overgezet in het licht van de Godsgemeenschap. Die herscheppende daad van Gods almacht en genade moet in ons aller leven plaatsvinden. Er wordt gesproken over Godsverduistering. Maar de HEERE is geen land van uiterste duisternis! Wij verkeren van nature in duisternis. Zonder kennis van God. Geen hoop en houvast. Blind voor Gods werken. Niet wetend van de toekomende toorn. En we blijven in die nacht van het verloren paradijs ronddwalen, tenzij God Zelf ons bekeert. Zijn onze ogen geopend voor de duisternis? Dan komen we in het Godsgemis. De duisternis gaan we zien als vrucht van onze zonden. Als een des doods schuldige kunnen we enkel smeken om het Licht des levens. Het licht der genade van Jezus Christus. Laat dat Licht schijnen in de duisternis van mijn zondaarshart! Paulus wijst hier op de tegenstelling met de ongelovigen. Of wij leven in de duisternis, óf wij leven door genade in het licht. We moeten niet wachten totdat dit in de toekomst openbaar zal worden. Nü. in het heden der genade, moeten we weten wat onze staat is. Want Christus zal wederkomen. Die dag des Heeren zal komen als een diefin de nacht. Wie in duisternis verkeert, in de staat van ongeloof, is in groot gevaar.

Hij kan plotseling worden overvallen door de grote en doorluchte dag van Christus' komst in heerlijkheid. Als we in duisternis zijn, rekenen we immers niet met die dag. Dan leven we alsof die oordeelsdag niet komt. Met de toekomstige dingen weten we geen raad. Het oordeel over levenden en doden, de wederopstanding, eeuwig wel of eeuwig wee — we denken er dan niet aan. O ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? Vreest u het gericht niet? Zoekt u niet geborgen te zijn in het offer van Christus? Verkeert u nog in onwetendheid aangaande uw toekomst? Za! dan de dag van Christus' wederkomst u als een dief bevangen? Vreselijk zal het zijn om voor eigen rekening voor de rechterstoel van Christus te moeten verschijnen! Voor allen die in duisternis zijn, zal die dag een haastig verderf brengen.

Laat deze waarschuwing ons tot zelfonderzoek dringen of we nog in duisternis zijn. Hoe plotseling kan het uur aanbreken waarop we rekenschap moeten afleggen. Hetzij door een onverwachts sterven, hetzij door het aanbreken van de grote Dag! Een dief komt onverwachts. Hij kondigt zijn komst niet aan. Bij voorkeur gaat hij 's nachts te werk. Terwijl zijn slachtoffer slaapt, slaat hij zijn slag. Als de diefstal bemerkt wordt, is het kwaad al geschied. Zo zal de dag des Heeren hen overvallen die in duisternis zijn. Dan is het voor eeuwig te laat! Maar dat zal niet diegenen overkomen die in het licht mogen zijn. Zij zullen de Heere niet onvoorbereid ontmoeten. Voor geen vreemde God verschijnen. De wederkomst van Christus brengt hun geen nieuwe dingen. Het Licht van Zijn heerlijkheid zal hen niet verteren. Dat Licht trok hen immers al uit hun duisternis? De majesteit van de verheerlijkte Koning zal hen niet verpletteren. Genade maakte hen reeds gewjilig voor Hem te buigen! Wordt u zo voorbereid op Zijn dag? Vóórdat we in het eindgericht verschijnen, moeten we in het genadegericht de vrijspraak van schuld en straf hebben ontvangen. Dan zal Christus' dag de volkomen verlossing brengen waarop wij hopen. De geloofsverwachting za! vervuld worden en uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn. Kan dit ook voor mij gelden? Mag ik met al mijn zonden en schuld Hem zó verwachten?

De dag des HEEREN zal komen als een dief in de nacht. Toch zal hij Gods kinderen niet als een dief bevangen. Wat is daarvan de oorzaak? Die dag begon reeds te lichten in hun harten. De blinkende Morgenster is hun opgegaan. Zij zijn ten onder gegaan. Ze leerden sterven aan zich zelf en het leven vinden in Christus, de Gekruisigde. Wat krijgen ze Zijn verschijning lief! Dat Hij Zich zo diep vernederde. Hoe Hij leed, streed en worstelde voor hun zaligheid.

Dat Jezus in duisternis gehuld werd, en in de Godsverlating verzoening heeft aangebracht. Wie Hem in dat Borgwerk heeft lief gekregen, begeert zijn Zaligmaker ook in heerlijkheid te aanschouwen. Daarom verwachten zij die dag met reikhalzend verlangen. Ze weten noch de dag van hun dood, noch de tijd van Jezus' wederkomst. Het kan wel onverwachts, maar niet onvoorbereid over hen komen. Hoewel zij niet meer in duisternis zijn, is er nog wel veel duisternis in hen. De inwonende zonde en de overblijfselen der ongerechtigheid geven veel bestrijding. Wat een strijd tegen de duisternis van binnen! Hoe kan men uitzien naar het licht des Heeren! Maar hun zaligheid ligt vast in Christus, In de verwachting van Hem zullen ze niet beschaamd worden. Die dag zal hen geen verschrikking brengen, want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onze Heere Jezus Christus. Die hoop moet al ons leed verzachten. Kinderen des lichts, laat ons waken en nuchter zijn. Alzo zullen we eeuwig in het voile licht met de Heere zijn.

Ds. J. P. Boiten, Schiedam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.