+ Meer informatie

GASTVRIJHEID

8 minuten leestijd

“En hij sloeg zijn ogen op en zag, en zie, drie mannen stonden bij hem; toen hij hen zag, liep hij hun uit de ingang van zijn tent tegemoet, en boog zich ter aarde” (Gen. 18:2).

THEMA

Op een gesprekskringavond die ik het afgelopen seizoen bezocht, stond bovenstaande tekst centraal bij de bespreking van het thema ‘gastvrijheid’. Wat ons in de tekst opviel, was de onmiddellijke reactie van Abraham: ‘toen hij hen zag, liep hij hen tegemoet’. Abraham zat dus niet te wachten totdat de gasten zich bij hem zouden melden, maar hij stond op en ging hen tegemoet, een actieve houding dus. Als je het hoofdstuk verder leest zie je hoe Abraham zijn gasten een warm onthaal bereidt, waarbij het de gasten aan niets ontbrak. Dit brengt me op het thema van dit artikel: ‘hoe gaan we om met onze buitenlandse gasten?’. In dit artikel is dit thema toegespitst op de gemeente van Winschoten, waar ondergetekende lid van is.

HISTORIE

In het Oost-Groningse Winschoten was het 10 jaar geleden een ware uitzondering dat een buitenlandse broeder of zuster zich meldde aan de deur van de gemeente. Als gemeente hadden we niet echt de houding van Abraham, maar we keken wel eens vol bewondering naar deze soms in prachtige kledij gestoken mensen. Aanspreken, laat staan een gesprek was er vaak niet bij. In 1996 werd er een asielzoekerscentrum in Winschoten geopend en een van onze gemeenteleden kon daar vrijwilligerswerk doen als juridisch adviseur. Zo kwamen de eerste contacten met asielzoekers tot stand. In diezelfde periode kregen we als gemeente ook contact met de Stichting Rusland Kinderhulp (SRK), die vooral de kinderen van de Tsjernobyl ramp (1986) een wat beter leven probeert te geven door ze buiten hun landsgrenzen een periode te laten aansterken. Sommige gezinnen boden aan om gedurende een aantal weken, een of meerdere kinderen op te vangen en zo was ook deze relatie een feit.

ASIELZOEKERS

Het genoemde gemeentelid in het asielzoekerscentrum was in staat om veel vluchtelingen te helpen en maakte daar erg veel mee, zowel verdriet als vreugde kwamen op zijn weg. Veel vluchtelingen hebben veel meegemaakt, wat hen erg kwetsbaar maakt.. Op een gegeven moment kwam hij in contact met een Eritrese christen (broeder T.), een diep gelovige man. Ze herkenden elkaar als kinderen van één Vader en broeder T., bezocht de diensten en leefde erg mee met onze gemeente. Daarbij bracht hij ons in contact met nog meer christenen in het asielzoekerscentrum. Waar wij misschien zouden vragen: ‘Waar komt u vandaan?”, vroeg onze Eritrese broeder: ‘Gelooft u ook in God? Zo ja, dan weet ik wel een kerk voor u’. Een heel andere benadering, die ons aan het denken kan zetten. Waar is ons hart vol van? Mede door zijn inzet groeide de groep buitenlandse bezoekers en moesten we serieus gaan nadenken over de vraag hoe we onze buitenlandse broeders en zusters een goed thuis konden bieden. Er kwamen vragen binnen om kinderen te laten dopen of op te dragen, vragen over lidmaatschap en vragen over de verschillende gebruiken in onze eredienst. We wilden de mensen een warm welkom bieden in onze gemeente en daarvoor moesten we het e.e.a. organiseren oftewel ‘onze ogen opslaan en in de benen komen’. Maar zoals vaak leefde dit voor de een meer dan de ander en kwam het werk soms neer op een groep van enthousiastelingen.

TSJERNOBYL

De opvang van Tsjernobylkinderen is van een heel andere orde, want het gaat hier om kinderen en de opvang is erg afhankelijk van de inzet van gezinnen die ze een tijdelijk huis willen bieden. Voor deze kinderen geldt, dat ze vaak uit een problematische omgeving of gezin komen en dus vraagt dit van de opvanggezinnen een stuk aanpassingsvermogen. De contacten met de SRK lopen veelal buiten de gemeente om, direct met de gezinnen. De gemeente is er dus wat minder bij betrokken en verleent op verzoek van SRK een aantal hand- en spandiensten. De gezinnen ervaren in hun eigen omgeving dat het opvangen van deze kinderen een goede manier is om je christen zijn aan de buitenwereld te laten zien.

PRAKTIJK

Om aan te geven hoe we in de gemeente met onze gasten omgaan noem ik een aantal praktische voorbeelden:

• We hebben een werkgroep opgezet die tot taak had om speciale aandacht te hebben voor de mensen uit het AZC.

• We regelen vervoer van en naar de diensten.

• We heten de mensen speciaal welkom vanaf de kansel in een taal die ze verstaan, hiertoe ligt er een standaard briefje die de predikant kan gebruiken.

• Bij gelegenheid zingen we een lied in het Engels, de voertaal van een groot aantal gasten.

• Gemeenteleden nemen plaats naast onze gasten om ze te helpen tijdens de dienst. Onze gebruiken zijn anders en men snapt niets van verschillen tussen Nieuwe Berijming, Oude Berijming, Schriftberijming, Liedboek etc. en van de meeste van onze liturgische handelingen (bijvoorbeeld het staan en zitten op diverse momenten).

• We hebben een vertaalinstallatie aangeschaft en een vertaalruimte gebouwd, waardoor gasten de diensten live vertaald krijgen in het Engels en ze met een koptelefoon op elke plek in de kerk kunnen gaan zitten. Dit maakt dat ze niet apart hoeven te zitten, maar onderdeel worden van de gemeente en van de eredienst.

• Soms werkt een gast mee in de dienst; ik zal bijvoorbeeld nooit vergeten hoe onze Eritrese broeder in zijn eigen taal — voor ons onverstaanbaar — zingt, maar in ons hart voelden we ons verbonden met elkaar en onze God.

• We knopen een gesprek met hen aan om hen te laten merken dat ze welkom zijn. De taalbarrière is overigens niet echt een excuus om geen contact met hen te hoeven leggen.

• We nodigen de gasten uit om mee te doen met gemeenteactiviteiten en halen en brengen ze desnoods. Een rommelmarkt is voor hen zoiets als kinderen in een speelgoedwinkel, men begrijpt niet dat wij dergelijke spullen als ‘rommel’ kenmerken.

• We organiseren gezellige middagen voor hen; een potje bingo doen wonderen.

• We nemen de gasten mee naar activiteiten van andere gemeenten gericht op asielzoekers.

• We zoeken contact met andere gemeenten om zaken samen te kunnen doen; asielzoekerswerk overstijgt kerkgrenzen.

• We roepen gemeenteleden op om eventueel een cursus te volgen van bijvoorbeeld de stichting Gave.

• Soms lukt het om bijbelstudie en bidstonden te doen in het AZC of op een andere plaats.

• We informeren de gemeente regelmatig via verschillende wegen en op de gebedslijst vragen we regelmatig biddende aandacht voor de vluchtelingen.

• We proberen hen te voorzien van noodzakelijke goederen.

• We proberen hen te begeleiden als uitzetting dreigt en ook daarna financieel te ondersteunen. Contacten met overheden, advocaten en diverse vluchtelingen organisaties zijn erg belangrijk.

• We proberen contact te houden als ze terug zijn in het land van herkomst, wat soms zeer moeilijk is, want lang niet alle landen kunnen als veilig bestempeld worden.

• We proberen hen te begeleiden naar een nieuwe gemeente als ze worden overgeplaatst naar een ander AZC.

• We proberen hen te begeleiden als ze in Winschoten mogen blijven, bijvoorbeeld bij het inrichten van woonruimte.

• Voor de Tsjernobylkinderen stellen we ruimte en mogelijkheden beschikbaar om bijvoorbeeld les te kunnen krijgen.

• Via de SRK regelen we eventueel slaapplaatsen voor de kinderen en hun begeleiders.

• Via de SRK regelen we een voedselpakket en extra kleding voor de kinderen en hun familie, zodat ze bij terugkomst iets uit te delen hebben.

• Sommige gezinnen blijven de kinderen ook nadien financieel ondersteunen.

GOD ZORGT!

Toen onze Eritrese broeder terug moest naar zijn land, werden de contacten met het ACZ minder. Maar God zorgde er voor, dat een andere gemeentelid met een hart voor deze mensen pal naast het AZC kwam wonen; God zorgt! Dit artikel is te kort om hele verhalen te houden over de vraag hoe onze gasten het nu maken en hoe het is na terugkomst in het land van herkomst. Over deze laatste groep krijgen we soms verdrietige berichten en dan merken we weer, dat ondanks al onze inspanningen we het vertrouwen toch moeten stellen op de Here onze God. Het afscheid nemen van medechristenen stelt je soms voor een zwaar dilemma, vooral als je weet dat het land waar ze naar toe moeten de vluchtelingen liever ziet gaan dan komen. Daarom is ons gebed, maar ook uw gebed, vaak het enige wapen dat we hebben in de strijd tegen het onrecht.

TOT SLOT

De laatste jaren is de stroom van asielzoekers wat opgedroogd, vooral door het nieuwe asielbeleid van onze overheid, maar toch mogen we blij zijn met de contacten met onze buitenlandse medechristenen. Ik sluit af met een citaat uit een mail die ik van een broeder uit de gemeente kreeg: ‘Kan de vluchteling zien dat ik anders ben dan velen en zich daarom gaan afvragen of ik misschien een christen ben, zodat mijn Heiland zichtbaar wordt?’

Br. E. Mulder is scriba van de Chr. Ger. Kerk Winschoten.

Reageren:

    erik.mulder@muriftkappa.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.