+ Meer informatie

TER OVERWEGING

2 minuten leestijd

Dr. T. Brienen/W. Huizer. Heroriëntatie in het christelijk-maatschappelijk werk. Uitg. Kok, Kampen, 1980.

Op een in 1977 gehouden conferentie van het „Bezinningscentrum van belangstellenden in de Christelijke Gereformeerde Kerken voor het maatschappelijk werk” hebben de beide auteurs een referaat gehouden, waarmee zij herbezinning op het christelijke maatschappelijk werk wilden stimuleren. Van verschillende zijden bereikten hen daarna vragen om nadere uitwerking van het gebodene. Dit boek is een antwoord op die vragen, volgens de schrijvers gegeven „na jaren van inwerking in de materie, van worsteling met de grondvragen, van luisteren naar wat anderen op dit terrein te zeggen hadden en van zoeken naar de bijbelse weg in de opdringende problematiek”.

Van dr. Brienen is een aantal hoofdstukken over de te wensen inhoud en aard van een christelijke vorm van maatschappelijk werk: vanuit de gemeenschap der heiligen preventief, curatief en educatief bezig zijn met de hulpbehoevende naaste en dit doen met een eigen en geëigende methodiek (dus niet allerlei composities van overgenomen Amerikaanse dan wel neo-marxistische methoden). W. Huizer behandelt de organisatie en opzet van christelijk maatschappelijk werk en pleit daarbij voor een „mobilisatie” van christenen: mensen moeten in beweging komen voor mensen in velerlei vorm van praktische en doelgerichte hulpverlening.

Ook deze nadere uitwerking is niet meer dan een eerste aanzet, die concretisering behoeft. Het zal zaak zijn tot zulk een op de praktijk gerichte concretisering te komen. De toevoeging „christelijk” met betrekking tot maatschappelijk werk is alleen geloofwaardig wanneer uit de praktijk blijkt, dat christenen specifieke waarden aan ook elders gehanteerde werkvormen weten toe te voegen.

Aangaande W. Huizers bijdragen zij nog opgemerkt, dat hij wel wat optimistisch aankijkt tegen de komende decentralisatie van beleid met betrekking tot het welzijnswerk. Hij veronderstelt blijkbaar dat decentralisatie de mogelijkheid opent om lokaal of regionaal tot geheel eigen werkvormen te komen. Ervaringen met decentralisatie van beleid op andere gebieden hebben inmiddels echter al wel geleerd, dat met de delegatie van bevoegdheden een groot aantal richtlijnen - iets vriendelijker check-points genoemd - meekomt, volgens welke het gedecentraliseerde beleid dan dient te worden gevoerd. Het beste dat dan ook nog van decentralisatie mag worden verwacht, is misschien een mogelijkheid tot lichte lokale of regionale differentiatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.