+ Meer informatie

„Moderne, autonome denken is ver in christelijke gemeente doorgedrongen"

Ds. De Leede: Evangeliseren dat Jezus Heere is, sluit alle andere heren uit

14 minuten leestijd

„Sedert Pinksteren is de roeping voor de christelijke gemeente om alle geesten te beproeven of ze uit God zijn. Dit sluit uit dat de geesten in andere religies 'heilbrengers' zijn". Dat is het antwoord van drs. De Leede op geluiden uit de assemblee van de Wereldraad van Kerken in Canberra dat de Heilige Geest ook in niet-christelijke religies zou werken. „Zending is, te evangeliseren dat Jezus Christus Heere is. Dat sluit alle andere heren uit".

Heeft evangelisatie nog zin of toekomst? In harde, kille getallen blijkt dat de ontkerstening in Nederland doorgaat. Er zijn, met name in de jaren tachtig, landelijke acties gehouden. Maar het percentage christenen wordt kleiner. Hoe komt dat? Het antwoord op die vraag, zegt drs. H. de Leede, toerustingspredikant in dienst van de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op gereformeerde grondslag (IZB), begint bij het woord Godsverduistering, Godsverberging.
„Wat hebben wij, in onze Westeuropese christelijke cultuur, door de eeuwen heen gedaan met het ons toevertrouwde Evangelie? Wij hebben Israël en de joden hun plaats niet gegund. En er staan vele andere misdaden op rekening van het door het Evangelie aangeraakte Westen. In hoeverre heeft de kerk zelf zich overgegeven aan een leven uit de wortel van het moderne, autonome denken? Dat is ver in onze christelijke gemeente doorgedrongen. Met als gevolg een aanbidding van andere goden: die van de economie, van het materialisme en van de consumptie. Dan is daar de kerkelijke verdeeldheid. En: het ontbreekt binnen de gemeente te veel aan een krachtige bediening van het Woord. Daarbij kan ik zelf niet buiten schot blijven".
„Als ik dat bij elkaar neem, dan komt de Bijbelse notie in het beeld, dat de Heere Zijn aangezicht verborg, en dat het Woord Gods schaars was in die dagen. Daar zit iets in van het oordeel". In gesprek met drs. De Leede over de toekomst van de evangelisatie.

______________________________________________________________

„Wel is de grondgedachte in de gereformeerde theologie, dat de mens vanuit de algemene openbaring een zekere mate van religiositeit heeft, een zekere kennis van God. Ook de Heilige Geest was werkzaam als Schepper en geeft wijsheid en kennis aan mensen. Dit komt tot uiting in andere religies. Dat is in het Oude Testament zeer duidelijk. De wijsheidsboeken Spreuken, Prediker en Job hebben veel gemeenschappelijk met andere culturen. Maar bij Israël wordt die wijsheid in het kader gezet van de bijzondere openbaring. En dan is er sprake van 'her-ijking', of van afwijzing op onderdelen of totaal, of van integratie".

„Op die manier durft ook de Engelse zendingstheoloog Lesslie Newbigin het zeer belaste woord dialoog te gebruiken. Het gaat erom dat wij in de ontmoeting met andere godsdiensten ons moeten afvragen of wij zélf de Schriften voldoende verstaan hebben en waar op een gegeven ogenblik in die ontmoeting ook een snijpunt ligt. Er is echter alleen maar heil in het christelijk geloof".

Geen wiskundeboek

Newbigin is een innemend, aansprekend, boeiend figuur. Toch viel mij bij hem op, dat hij niet ondubbelzinnig wil zeggen dat mensen die niet het christelijk geloof aanhangen, verloren gaan. „Dat is Gods geheim". Ik heb dat nooit begrepen van hem. Hoe kijkt u daar tegen aan?

„Het op Bijbelse, gereformeerde wijze zending bedrijven betekent dat de diepe bewogenheid met mensen je drijft. Grote zendingsmensen zijn altijd in die gedrevenheid uitgegaan, dat zij positief de kennis van Christus als heilsnoodzakelijk hebben aangeprezen, en dat de mens ook alleen maar tot zijn werkelijke bestemming komt als hij God leert kennen. Het maakt verschil of mensen Christus duidelijk afwijzen, of dat zij nooit van Hem hebben gehoord. Maar ik geloof dat die zendingsmensen de eeuwige bestemming van deze laatste categorie -en dat niet als uitvlucht- meestal hebben overgelaten aan God. De positieve opdracht is, te verkondigen dat mens en samenleving wereldwijd alleen tot bestemming en doel kunnen komen in de erkenning van Gods Naam".

Maar het wiskundig logisch daaruit voortvloeiende omgekeerde zegt Newbigin niet. En u ook niet?

„De Bijbel is geen wiskundeboek. De Bijbel doorkruist onze schema's, ook met scherpe waarschuwingen over de eersten die de laatsten zullen zijn en andersom. De teksten over de realiteit van de eeuwige straf staan er om de gemeente te waarschuwen en uit te drijven tot getuigen en niet om in Gods oordeel te treden. Die last is ons te zwaar.

Zorgwekkend

Nu de praktijk in Nederland. Hoe komt het dat —ondanks alle evangelisatie-activiteiten— het percentage christenen nog steeds daalt? Of is dat niet waar?

„Het is waar, maar met kanttekeningen. Als je alleen al kijkt naar de getallen betreffende jongeren, dan is dat zeer onrustbarend en zorgwekkend. Ook Youth for Christ zegt te merken dat de bereikbaarheid van jongeren niet toeneemt. Dat is de ene kant. De andere kant is —maar dat laat zich getalsmatig niet zo gemakkelijk vertalen— dat er ook een nieuw geloof is, nieuw toetreden tot de kerk, enkelingen, her en der. Ik ben dus helemaal niet in een stemming om te zeggen dat er geen werking van de Heilige Geest meer is. Kijk maar eens naar de jongerenevangelisatie of naar kleine, missionaire gemeenten in grote steden".

„Evangelisatie heeft voor mij deze drie constanten: de verkondiging met woord en daad dat Jezus Christus Heere is, met uitsluiting van andere heren en machten, de oproep tot geloof en bekering en het toeleiden naar de gemeente. Bij de opdracht voor een evangelisatieorgaan hoort echter ook het de gemeente zelf toebereiden tot evangelisatie".

„Eerlijk gezegd werken onze evangelisten en onze plaatselijke commissies vooral onder degenen die nog min of meer een band hebben met de kerk. Onder de eerste generatie van hen die vervreemd zijn. Wij merken in ons werk dat het werken onder degenen die echt buitenkerkelijk zijn, in toenemende mate ontzettend moeilijk is. De eigenlijke evangelisatie onder hen die volstrekt buitenkerkelijk zijn, kan eigenlijk alleen met vrucht gebeuren door gemeenteleden op de plaats waar zij leven. Waar een evangelisatiecommissie de man op straat niet meer kan bereiken —want de deur gaat dicht— en waar de evangelisatielectuur bij het oud papier gegooid wordt, waar een evangelisatiedienst die groep niet meer bereikt, ontmoet die buitenkerkelijke wèl een christen op zijn werk. Of hij heeft een gemeentelid in de straat wonen die naar de kerk gaat. En dan gaat het erom dat hij aan dat gemeentelid merkt waarom hij christen is".

Zijn er geen christenen genoeg in Nederland? Hoe komt het dan dat de ontkerstening nog steeds doorgaat?

„Dan wijs ik naar de Godsverduistering, de Godsverberging. Als een van de belangrijke dingen heb ik genoemd dat het binnen de gemeenten te veel ontbreekt aan een prediking in betoning van geest en kracht. Een prediking waarbij de hele Schrift ook echt aan de orde komt, zodat de gemeente ook de ervaring heeft dat het Woord van God slaat op haar eigen leven. Dat het haar hele bestaan raakt. Dat de gemeente er ook onrustig onder wordt. Dat zonde inderdaad niet iets is dat als een vaag begrip boven de mensen blijft hangen. Maar dat heel concreet wordt wat zonde is. Zodat mensen ook heel concreet tot verootmoediging komen. En dat de genade en de ontferming van Christus en de heiliging, de roeping tot navolging, ook heel concreet worden".

Israël

U sprak in het kader van Godsverduistering ook over „de plaats die Israël niet gegund is". Hoe bedoelt u dat?

„Ik denk dat er sprake is van een collectieve schuld van de christelijke traditie door de eeuwen heen ten aanzien van Israël. Is er dan geen sprake van collectieve Godsverlating? En kan dan, zoals ook in Openbaringen staat, de kandelaar niet weggenomen worden? Moet-de kerk dan niet -evenals Israël- door een periode van ballingschap heen? Toch is dat niet zonder hoop, want juist de woestijn is in de Bijbel ook de plaats van de nieuwe ontmoeting met God".

Waarom spreekt u over „de plaats die Israël niet gegund is". Waarom zegt u nu niet dat de kerk onvoldoende het Evangelie heeft verkondigd aan Israël?

„De kerk kan het Evangelie nooit aan Israël betuigen als ze niet een plaats aan Israël gunt. Wij kunnen niet de Naam van Jezus Christus aan Israël betuigen zonder de erkenning van de eigen plaats van Israël en zijn blijvende plaats in het heilsplan van God. Wanneer het gaat om de concrete voorbede voor Israël, dan vraag ik -denkend aan het zicht op het heilsplan van God met Zijn volk en aan de betekenis van de Messias, Jezus Christus— om het wegnemen van de bedekking van kerk èn Israël".

Newbigin liet het oordeel rusten over degenen die niet tot erkentenis van de Messias komen. Hoe zit dat met de joden?

„Daar geldt dan hetzelfde voor. Nog sterker, zou ik bijna zeggen. Bij het spreken over een collectieve schuld van de kerk ten aanzien van Israël is het duidelijk dat ik mij volstrekt heb te onthouden van het oordeel over het eeuwig wel of wee van joodse mensen. Ik zou dat ongehoorde overmoed vinden, waarmee ik als het ware op de stoel van God zou gaan zitten. Voor ons geldt: „Strijdt gij om in te gaan". Dat neemt niet weg, dat ik graag gehad had dat er in onze kerkorde gesproken zou blijven worden over het ten aanzien van de joden getuigenis geven van de Naam van Jezus Christus".

Televisie

Er verschijnt dezer dagen een boek van drs. A. G. Knevel, waarin de televisie gezien wordt als een grote oorzaak achter de Godsverduistering.

„Ik weet natuurlijk niet precies wat hij geschreven heeft. Ik denk dat ik een eind met hem mee ga. Niet dat het probleem minder aanwezig is voor ons wanneer wij geen televisie hebben. Maar televisie heeft een ongehoorde invloed op het leven van mensen. Het is een stimulans voor het materialisme. Het is ook een vervlakkend medium. Er is sprake van een subtiele beïnvloeding op de wijze van denken, op het tot besluiten komen in ethische en in godsdienstige vragen. En dat alles volstrekt los van het Evangelie. In die zin is televisie een exponent van het in stand houden en bevorderen van de Godsverduistering".

Zondeval

Is dat eerlijk? Moetje toch feitelijk met dat alles niet terug naar het Paradijs? Wij moeten toch met de term Godsverduistering de schuld van de onbekeerlijkheid van de post-christelijke samenleving niet op God gooien.

„Nee, die kant wil ik niet op. Misschien is het beter om te spreken van Godsverberging. Dat God Zijn aangezicht verbergt is een heel bijbels gegeven. Dat vloeit voort uit het denken vanuit de zondeval. De zondeval is iets dat in de geschiedenis zich telkens verder uitwerkt. Dat is geen statisch gegeven. Als Israël op een verkeerde manier omgaat met de thora —bij voorbeeld onder de koningen of richteren dan zie je dat daar de zondeval zich herhaalt, om het even zo te zeggen. En dat God daar ook op reageert in het Zich verbergen. Door zo te spreken houd je twee dingen bij elkaar: de schuld en de verberging".

De zondeval herhaalt zich, wat bedoelt u daarmee? Die herhaalt zich toch evenmin als de heilsfeiten?

„Wij leven uit wat eenmaal geschied en gezegd is. Dus in die zin is dat volstrekt duidelijk. Maar, Genesis 3 en 4 staan niet in de Bijbel om te zeggen: Nu, dat weten we dus. Maar dat staat in de Bijbel opdat wij in de gang van de geschiedenis telkens weer ontdekken hoe waar het is wat daar staat".

„Kijk, in het Oude Testament wordt in toenemende mate duidelijk dat ook Israël geen heil brengt, dat het in ongehoorzaamheid blijkt Adam te zijn. En dat dan Christus moet komen. Nu, dat betekent dus dat Genesis 3 en 4 zich telkens en steeds sterker herhaalt: in de zonden van het volk en in het oordeel van God erover. Hetzelfde geldt voor de heilsfeiten. Handelingen 2, dat is het heilsfeit, één maal en op dat ogenblik geschied. Maar in Handelingen 4 staat dat de plaats waar de gemeente samen was, bewogen werd en dat de Heilige Geest hen allen vervulde. Dan herhaalt Handelingen 2 zich als het ware. Hoewel je het woord herhalen eigenlijk niet mag gebruiken, want dan zou je het eenmalige eruit halen. Handelingen 2 is een belofte voor de toekomst, telkens weer".

Kun je in die gedachte van het zich herhalen van de zondeval de verantwoordelijkheid van de mens niet zó gaan onderstrepen, dat je het begin van de zondeval, in z'n vloek over de wereld brengend effect, gaat relativeren? Waardoor je een stuk optimisme gaat inbouwen?

„De zondeval staat toch niet in de Bijbel om ons onze verantwoordelijkheid te ontnemen? Maar opdat wij onderkennen, in Israël en in ons eigen leven en in de geschiedenis van deze wereld, dat de mens zonder de volstrekte genade van God niet kan. Verantwoordelijkheid en schuld en toorn van God over wat in de geschiedenis zich voltrekt, moet je samenhouden. Dan denk ik dat je op wezenlijke manier ook tot echte verootmoediging kunt komen en tot zicht op wat er moet veranderen".

Schuld van theologie

Aan de basis van de Godsverduistering zag u onder andere de geringe kracht in de Woordbediening. Moet je dan niet zeggen dat het de theologie is die evangelisatie en kerstening van ons volk in de weg staat?

„Het is wat te eenvoudig om te zeggen: De theologen hebben het verkeerd gedaan. Toch ligt er inderdaad een stuk schuld bij de kerk en bij de theologie. In de eerste plaats zijn wij niet duidelijk genoeg geweest in de verkondiging van de unieke naam van Jezus Christus als Heere en Zaligmaker en Heiland en Redder voor het hele leven naar ziel en lichaam. En ook niet ten aanzien van de volheid van het werk van de Heilige Geest. Zowel ten aanzien van wedergeboorte, geloof en bekering, als ten aanzien van de vrucht van de Geest, de heiliging, en met betrekking tot de gaven van de Heilige Geest. In de tweede plaats hebben wij ook onvoldoende zicht gehad op het Koninkrijk van God. Dan gaat het dus over de betekenis van het heil van God voor de totale werkelijkheid. Daar ligt ook een oorzaak. De prediking in de gereformeerde gezindte heeft vaak zo weinig breedte. Zodat ook het dagelijks leven van de mensen, hun wijze van wetenschap beoefenen, van bedrijf leiden, de vragen hoe zij omgaan met hun bezit en werknemers en de verantwoordelijkheid naar de Derde Wereld, te weinig in beeld komen. En de vragen van gerechtigheid en milieu."

Gaven van de Geest

Nadruk op de gaven van de Geest is vooral waarneembaar bij pinkster- en charismatische groepen. Betekent dit dat u zegt dat de gevestigde kerk bereid moet zijn om te leren van die groepen die vanouds de gaven van de Geest vrij sterk accentueren?

„Ik denk dat wij —pratend over de toekomst van de evangelisatie— Paulus opnieuw moeten leren begrijpen, als hij zegt: „Pas samen met alle heiligen kunnen wij de hoogte, de breedte, de diepte en de lengte bevatten van de liefde Gods". Dit betekent dat wij ontzettend in de gaten moeten hebben wat zich beweegt in de wereldkerk. Een groot deel daarvan ondergaat de invloed van de charismatische en pinksterbeweging. Daar zitten negatieve kanten aan. Maar tegelijk zeg ik: Wees alert op wat de Heilige Geest doet. Want Hij werkt. En wanneer wij zeggen —en ik hoor dat telkens weer om me heen in de gereformeerde gezindte—: Het is geestelijk zo doods en er is zo weinig geestelijk leven, dan denk ik: Laat dan in ieder geval je ogen open zijn. En ga het contact niet uit de weg, maar zoek het juist. Om te zien of God daar soms aan het werk is. Dan hoef je je eigen traditie niet overboord te zetten. Er kunnen zo enorm veel aanknopingspunten liggen".

In hoeverre bepleit u dan variatie in de methodiek?

„Eerder in het gesprek heb ik enkele constanten genoemd. Voor het concretiseren daarvan is een grote mate van creativiteit vereist en mijns inziens ook geoorloofd. Die concretisering moet in de jeugdevangelisatie weer anders zijn dan bij sterk diaconale vormen in een achterstandswijk in de stad. In dit opzicht geldt, dat je er beter niet aan kunt beginnen als je de risico's van spanning tussen traditie en nieuwe methodiek niet aankunt. Zonder risico's kun je niet leven, niet in de kerk, zeker niet in de evangelisatie. Maar die constanten als zodanig zijn onopgeefbaar: de verkondiging met woord en daad dat Jezus Christus Heere is, met uitsluiting van andere heren en machten, de oproep tot geloof en bekering en het toeleiden naar de gemeente".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.