+ Meer informatie

Mauretanië

Lnad van zand en hitte...

8 minuten leestijd

Zand en hitte vallen het eerst op als je Mauretanië binnenkomt. Het slechte wagenpark volgt daarna: meest opgelapte schade-auto's uit Europa. Eten bij een bankdirecteur, in kleermakerszit, met je handen als bestek, is een belevenis. Af dingen op de markt een noodzakelijkheid. Verslag van een zakenreis.

Na een 4 en een half uur durende vlucht is vanuit het vliegtuig Nouakchott zichtbaar. De hoofdstad van Mauretanië heeft 450.000 inwoners, van wie 400.000 in een ring rond de stad wonen, in hutten. Hier woont het armste deel van de bevolking. Vanuit het vliegtuig is deze stadsopbouw heel duidelijk te zien. Mauretanië is een van de grotere Afrikaanse landen met een oppervlakte van meer dan een miljoen km^. De grootte van Frankrijk en Spanje bij elkaar. Tot het moment dat de deur van het vliegtuig opengaat is het heerlijk. We lopen de trap af en de warmte valt als het ware op je. De tijd van hitte en zweten is voorlopig aangebroken. Mauretanië vormt het begin van de Sahara en grenst aan de Atlantische Oceaan. Het kent dus zijn extremen m temperatuur en luchtvochtigheid.

Autopark
Nouakchott ligt aan de oceaan, de westkust van Afrika. Het vliegveld is klein, maar oogt modern met veel militair vertoon. In de hal worden we enthousiast begroet of beter gezegd omhelsd, want Mauretanië is een echte islamitische staat met de daarbij behorende gewoonten. Onze agent "Mohammed", die vooruit is gereisd, ontmoeten we hier. Een heleboel mensen staan te dringen om de bagage van de aangekomen reizigers weg te brengen. Maar de opgedrongen werkwilligheid resulteert van onze kant in een grotere voorzichtigheid. Het gevolg is dan ook, dat we de bagage zelf naar de gereedstaande auto dragen. Als Mohammed, onze bestuurder, ook zover is, stappen we in. Het starten van de motor geeft wat problemen, maar na 20 seconden draait de motor. Je kunt van een huurauto ook niet veel meer verwachten. Zeker niet als je om je heen kijkt naar de rest van het wagenpark in de stad. De auto's die je hier ziet zijn vrijwel allemaal ingevoerd vanuit Frankrijk en België. Een groot aantal auto's heeft dan ook nog de F- of B-sticker aan de achterzijde. "Gebruikte" auto's. En hoe! De schade-auto's uit het rijke Europa gaan hier als warme broodjes over de toonbank. Vrijwel alle auto's zijn opgelapt, maar nog niet overgespoten. In Mauretanië komen vooral de Renault 11,12 en de Peugeot 504 voor. Onderdelen zijn dan ook overal te krijgen, zo niet te vinden. Want als een auto tijdens de rit het plotseling helemaal begeeft, wordt deze gewoon achtergelaten.

Moren
Het armste deel van de bevolking vormen de van oorsprong aanwezige zwarte Moren. Deze negers wonen in het zuiden van Mauretanië en de blanke moren wonen in het noorden. Dit heeft tot 1975 rassenproblemen gegeven. De "blanke" moren zijn de machthebbers en beheersen het politieke leven en het leger. Als in het land bedrijven het economisch goed doen, worden deze "afgeschermd en bewaakt" door de overheid. In 1659 hebben de Fransen een handelspost gevestigd in St.Louis in Senegal. Van hieruit werden voornamelijk slaven verhandeld. In 1904 werd door de Fransen behalve de kuststrook van Afrika het achterland van Mauretanië ingelijfd. De kolonisatie van Afrika was een feit. Op 28 november 1960 werd Mauretanië een onafhankelijke staat. Sinds 1975 wordt het land beheerst door de strijd met de Spaanse kolonie West-Sahara. West-Sahara grenst aan het noordelijkste deel van Mauretanië en ligt ook aan de Atlantische Oceaan. De guerilla-oorlog in West-Sahara duurt tot op heden voort.

Zand
De rijwind is een aangename verkoeling in deze droge lucht. Op weg naar het hotel rijden we over grote boulevards. Aan de rijstrook van drie meter breed, in het midden, is te zien dat het om een vroegere vierbaansweg gaat. Alles is door het zandtapijt veranderd in een goudgele vlakte. Door de droogte is de grens tussen het Sahel-gebied en de Sahara 200 km naar het zuiden verschoven en is er veel van het begroeide gebied verloren gegaan door de oprukkende woestijn. Ons hotel is een eenvoudig onderkomen voor onze begrippen, maar is hier "het" hotel voor de ondernemende buitenlandse handelaar. Voor onze komst naar Mauretanië is er veel geregeld door Mohammed. De goed voorbereide afspraken zorgen ervoor dat de tijd erg nuttig wordt besteed. In acht dagen hebben we vijf ministers gesproken en vele andere contacten gelegd.

Uit eten
Mohammed heeft telefoon gehad en zegt: „We worden vanavond bij de directeur van de ontwikkkelingsbank Mauretanië verwacht voor een zakelijk diner." Dat is een mooi aanbod! Keurig op tijd verschijnen we met de huurauto van Mohammed bij het woonhuis van de directeur. Een mooie oosterse villa. Via de garage komen we op een binnenplaats, die erg hoog is. Er is een groot Perzisch tapijt neergelegd. De bedienden kunnen hier eten en samen zijn. Een andere ruimte is het vrouwenvertrek. Hier wonen de vrouwen en kinderen van de directeur. Het mannenvertrek, tevens ontvangstvertrek, is gescheiden van de andere vertrekken. Deze ruimte is erg karakteristiek qua aankleding. Langs de wanden staan twaalf driezitsbanken tegen elkaar. In de kleur hemelsblauw. Op de grond ligt vloerbedekking met oosterse figuren met de hoofdkleur rood. Hierop liggen weer twee Perzische tapijten. Op de scheiding van de twee tapijten staat een tafel. Deze tafel is van rand tot rand ongeveer 150 cm doorsnede en + 15 cm hoog. De aankleding van de kamer is verder zeer kaal, wat de indruk geeft van een nomadentent.

Handen wassen
Als de maaltijd begint zitten we allemaal, zes mannen, rond de tafel. Op de grond, in de kleermakerszit. De Mauretaniërs in hun traditionele kleding en wij in onze Europese kleding. De eerste gang is het rondgaan van de kom met schapemelk, waar iedereen een aantal slokken uit neemt. Voor ons is speciaal kamelemelk gekocht, die als tweede de ronde doet. Deze melk is veel zouter dan de schapemelk. Na deze drinkronde wordt de rijst neergezet, met veel sausjes en vruchten. Omdat zonder bestek wordt gegeten en er één schaal met rijst is geserveerd, nemen we allen uit deze schaal met de rechterhand. Dit mag alleen als de handen voordien goed zijn gewassen. Een bediende komt langs met het speciale wasbekken. Hij giet water op onze handen. Het vuile water met zeep loopt in een verzamelvat dat op de grond staat. Als deze gang ook voorbij is komt het vlees met diverse sausjes. Dit schapevlees bestaat uit één stuk, waarvan iedereen een gedeelte pakt. Heerlijk gaar in elk geval! Naar gelang de maaltijd langer duurt, raken de magen verder gevuld en de houding verandert van zitten in liggen. Dat wordt gemakkelijker gemaakt door het gebruik van de losse rug- en armkussens van de driezitsbanken.

De markt
De volgende morgen gaan we naar de markt. De visvangst is de grootste bron van inkomsten. Per auto rijden we naar de kust. Onderweg komen we erg veel auto's tegen. Hoofdzakelijk het model Peugeot 504 met een laadbakje. Deze auto's rijden met + 20 mensen, afgeladen vol. Bij de kust zien we allemaal bootjes die op het strand zijn getrokken. Met de Peugeots 504 pickup wordt de vis uit de scheepjes vervoerd naar de visafslag. De meegereden zwarte moren helpen de auto als deze van de ligplaats van de bootjes, tweehonderd meter over het zand naar de "visafslag" rijdt. Op de duinovergang is een enorme vismarkt. Ook op de markt in het centrum van de stad is altijd een geweldige bedrijvigheid te zien. Het is zeven dagen per week markt in Nouakchott. De mensen die rond de stad wonen in de achterbuurten brengen hier hun spullen aan de man. Om niet altijd met kraampjes te sjouwen en naar een plaatsje op de markt te hoeven zoeken, blijft bijna iedereen op de markt overnachten. Wat overdag de toonbank is van de kraam, is 's nachts het plafond van de slaapruimte.

Messeleggers
Op de markt is veel te koop. Van drank tot sieraden en van eten tot huishoudelijke gebruiksartikelen. Even buiten de markt zijn in een straat wel vijftien kraampjes met sieraden ingericht. Mijn interesse gaat uit naar vier messeleggers. De verkoper noemt een prijs van 8000 ouguiya en wacht gespannen af wat mijn tegenbod is. Met de mededeling: „Dat is veel te veel" vertrek ik direct. Maar bij de andere kraampjes ligt niets dat mijn belangstelling meer heeft dan deze uitzonderlijk mooie messeleggers. Zo laat mogelijk op de dag ga ik nog eens naar de markt. Bij de bewuste messeleggers aangekomen doe ik een bod van 1500 ouguiya voor drie exemplaren. Dit wordt afgewimpeld en er wordt 2500 ouguiya gevraagd. 1800 ouguiya is mijn tegenbod, maar dat is dan ook mijn "last price" (want daar zijn ze erg gevoelig voor). Zijn laatste prijs is nu 2000 ouguiya. Ik antwoord: "Oké, prima prijs, maar dan wil ik die vierde messelegger er ook bij hebben." Drie is zo'n vervelend aantal en hij heeft er immers vier. Nu antwoordt hij: „Maar dat kan niet, dat is veel te weinig." Waarop ik hem vertel dat ik niet meer geld bij me heb, maar ik heb nog wel een balpen voor hem en een rolmaatje. „Oké, goed." Zo vertrek ik toch met vier messeleggers. Souvenir voor thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.