+ Meer informatie

JEUGDOUDERLINGENCONFERENTIE OP 19 MEI 1984 IN HET JEUGDHUIS „DE STUW” TE UTRECHT

15 minuten leestijd

lets over de Vereniging „Jeugdwelzijn” en „De Stuw”

Op uitnodiging van deputaten voor het Contact met de kerkjeugd kwamen velen naar Utrecht voor het bijwonen van bovengenoemde conferentie.

Na opening door de voorzitter van deputaten, ds. K.Boersma, sprak mevrouw E.W. Sonnenberg, directrice van „De Stuw” over de „Activiteiten van de Chr. Geref. Vereniging voor Jeugdwelzijn”.

Mevr. Sonnenberg is dankbaar dat zij ook op deze wijze het werk van onze vereniging uit mag dragen. Deze weet zieh gesteund door de kerk en door het gebed van velen.

Eerst vertelt zij iets over het ontstaan van de vereniging. Deze werd opgericht door de diaconieën van Utrecht en Dordrecht in 1913. Wezen werden ondergebracht in een te-huis in Soest. Doch op den duur werd dit weeshuis te klein en in 1934 werd het ver-plaatst naar het Predikherenkerkhof in Utrecht.

Dit tehuis werd beheerd door een „vader” en „moeder”. Zij hadden eerst geheel alleen de volle verzorging; later kregen zij hulp. Dit duurde tot 1958. In dat jaar werd met een eigen voogdijvereniging begonnen. De aanpak veranderde. Er waren minder kinde-ren die naar een weeshuis verwezen moesten worden; deze werden meer en meer ondergebracht in pleeggezinnen. Men begon zieh meer te richten op kinderen met moeilijkheden. Jongere kinderen kwamen eerst apart van de ouderen in een tehuis. In 1971 kwam er een nieuw tehuis „De Stuw” met alle leeftijden onder één dak.

Soms is het niet wenselijk voor een kind voor langere tijd in een jeugdhuis geplaatst te worden. Wanneer bijv. het kind niet terug kan naar het ouderlijk huis of naar een pleeggezin, is er nog de mogelijkheid van het gezinshuis. Het gezinshuis van onze vereniging is een onopvallend huis in een gewone straat in De Bilt; er woont een echtpaar met vier jongeren. In zo’n leefgemeenschap hebben zij meer mogelijkheden dan in een kindertehuis. Voor de gezinsouders is er hulp en begeleiding door maatschappelijke werkers en ook andere specialistische hulp vanuit „De Stuw”. Een tweede gezinshuis wordt hopelijk binnenafzienbare tijd gerealiseerd.

Door de ontwikkelingen in onze snel veranderende wereld kunnen zieh in de gezinnen heel wat moeilijkheden en spanningen voordoen waar ouders en kinderen geen raad meer mee weten. Zij kunnen een beroep doen op ons adviesbureau „De Brug” door een bezoek of schriftelijk resp. telefonisch. Ook predikanten, ouderlingen, diakenen, doktoren enz. kunnen in hun werk stuiten op moeilijkheden in de gezinnen waarvoor zij geen oplossing zien; ook hiervoor is een open oor en vaak kan door „De Brug” hulp en advies geboden worden. Het adviesbureau wordt niet gesubsidieerd maar bekostigd door de kerk. Subsidie is aangevraagd maar het ziet er niet naar uit dat deze in deze be-zuinigingstijd gerealiseerd wordt. Is het nu nodig dat dit allemaal vanuit onze kerk ge-beurt? Er zijn toch instanties genoeg? Ja, er zijn instanties genoeg, maar deze zitten meestal niet op één lijn met een opvoeding van onze kinderen, zoals God die van ons vraagt, en wij willen onze kinderen niet loslaten. Het christelijk maatschappelijk werk is heel belangrijk! In een tehuis bijv. waar niet de verplichting is om naar de kerk en de catechisatie te gaan, is er voor kinderen moed nodig om - als het misschien door andere bewoners afgeraden wordt of wanneer men er misschien zelfs mee geplaagd wordt - toch naar de kerk of naar de catechisatie te gaan, of om openlijk te bidden en te dan-ken voor en na het eten en uit je Bijbeltje te lezen. Dan heb je af en toe eens een duw-tje nodig.

„De Stuw” heeft vier wooneenheden en biedt onderdak aan 44 jongeren in de leeftijd van 0-18 jaar. Per wooneenheid vormen 12 jongens en meisjes met begeleiding van vier groepsleid(st)ers een leefgroep. Deze groepen zijn onderverdeeld in een:

- kleutergroep met 8 kinderen van 0 - 5 jaar

- lagere schoolgroep met 12 kinderen van 6 -12 jaar

- school/werkgroep met in totaal 12 kinderen; schoolgaande jongens tot 12 jaar en schoolgaande/werkende meisjes van 12 - 18 jaar

- jongensgroep met 12 werkende en schoolgaande jongens van 10-18 jaar.

De leid(st)ers van elke groep zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, zodat alles zoveel mogelijk als in een gezin verloopt. Deze leid(st)ers worden wekelijks begeleid en ondersteund door een maatschappelijk werkster en pedagoge.

De kinderen die opgenomen worden in ons jeugdhuis zijn moeilijk opvoedbare kinderen of kinderen die thuis niet opgevangen kunnen worden. Er is vaak weinig contact over deze dingen met predikanten en/of ouderlingen. Ouders willen niet weten dat ze moeilijkheden hebben met hun kinderen. Kinderen durven vaak niet te zeggen hoe het thuis gesteld is. Er worden kinderen opgenomen, die soms een half jaar niet naar school geweest zijn; deze moeten weer naar school of aan het werk. In het laatste geval moet er serieus werk gezocht worden; ook daarmee worden ze geholpen.

Er zijn onderwijzers nodig die alert zijn op sociale Problemen en niet alleen technisch goed les geven; ook daar wordt vanuit het tehuis veel aandacht aan geschonken.

Voordat een kind geplaatst wordt, wordt zoveel mogelijk informatie ingewonnen, zodat plaatsing zo verantwoord mogelijk kan geschieden. Dit gebeurt via socioloog, psy-choloog enz. Daarna worden pupil c.q. ouders uitgenodigd en volgt met hen een ge-sprek waarin dan wordt verteld hoe alles reilt en zeilt in het tehuis, o.a. ook dat ze naar de kerk en de catechisatie gaan. Gaan de pupil en eventueel de ouders daarmee ak-koord, dan kan plaatsing in het tehuis gerealiseerd worden.

Het is niet de bedoeling om de kinderen zolang mogelijk in ons tehuis te houden. De maatschappelijk werk(st)er beziet de thuissituatie, hoe en wanneer het kind weer thuis kan komen. Samen met het adviesbureau worden richtlijnen opgesteld voor de meest gewenste situatie. Elk half jaar wordt elke pupil „doorgesproken”. Daar wordt ook ge-sproken over de bezoeken die het kind mag ontvangen, alsmede wanneer het met kor-tere of langere tussenpozen (weekends, vakantie enz.) naar huis mag. Wanneer kinderen niet naar huis kunnen, ligt de weg misschien open voor een pleeggezin. Hiervoor worden dan advertenties geplaatst en voldoet een gezin dat reflecteert, aan bepaalde eisen, dan volgt er kennismaking met de pupil door een bezoek (van een dag) aan dat gezin. Daarna volgt eventueel een weekend in het pleeggezin en dit kan verder uitge-breid worden tot een vakantie of met de feestdagen enz……

Er moeten door „De Stuw” in het kader van de bezuiniging zes plaatsen worden ingele-verd, toch hoopt men financieel gezien de nu bestaande woongroepen in stand te houden. Het is steeds meer de bedoeling van de overheid om vooral heel jonge en pasgeboren kinderen onder te brengen in pleeggezinnen. Toch is dit niet aan te raden. De kinderen worden vaak weer uit deze gezinnen weggehaald door de moeder of door het gezin of de familie, terwijl de pleegouders en de kinderen zieh al aan elkaar gehecht hebben. Dit brengt dan veel verdriet met zieh mee. Terugplaatsing van kinderen vanuit het tehuis naar het eigen gezin of de familie zal minder Problemen opleveren.

Tot zover mevrouw Sonnenberg.

De discussie

Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen, waarvan dankbaar gebruikt werd gemaakt. De beantwoording kan als volgt samengevat worden:

- regelmatig wordt er door de vereniging voorlichting gegeven door middel van spreek-beurten en met behulp van dia’s;

- kinderen die de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben, behoeven niet weg. Tegen de tijd dat zij 18 worden, wordt er een duidelijk plan opgesteld. Tevens is in „De Stuw” de mogelijkheid aanwezig dat zulke jonge mensen een half jaar op zichzelf gaan wo-nen; ze kunnen dan zichzelf geheel verzorgen, zelf koken enz. om daarna eventueel op kamers te gaan met dan nog eens drie maanden begeleiding; zij kunnen nl. vaak niet terugvallen op hun ouders of familie;

- de begeleiding stopt wanneer deze niet meer nodig is, of wordt beeindigd door ouder(s) of door hem/haar zelf;

- alcohol- of drugsverslaving kan het tehuis zelf niet aan; in deze gevallen zal dus eiders hulp gezocht moeten worden;

- om in aanmerking te komen als pleeggezin gelden de volgende eisen: goede huwe-lijksrelatie - opgewassen zijn tegen een bepaalde graad van moeilijkheden - de eigen gezinssituatie - opvoedingservaringen - past het kind in het gezin; elke ouder kan zieh hiervoor aanmelden;

- voor vakanties zijn er weekend- en vakantiegezinnen; meer van deze opvanggezinnen zou fijn zijn;

- aan instruetie ten behoeve van kerkeraadsleden wordt niets gedaan; overwogen wordt wat daaraan gedaan kan worden;

- financiële steun van andere kerken is er incidenteel; diaconieën van andere kerken worden wel aangesproken wanneer een pupil tot die kerk behoort.

De maaltijd in de middagpauze was door enkele personeelsleden en pupillen van „De Stuw” uitstekend verzorgd, zodat alle 63 aanwezigen zieh ruimschoots te goed konden doen.

De middagvergadering

In de middagvergadering was het woord aan mevrouw J.C.A. Thoomes-Vreugdenhil, als pedagoge verbonden aan „De Stuw”. Haar taak is het begeleiden van de groepslei-ding. Zij sprak, als volgt samengevat, over „Conflictsituaties in het gezin”.

Allereerst een achtergrondschets van het verschijnsel conflict. In ieder gezin komen conflicten voor, grote en/of kleine, openlijke en/of ondergrondse. Conflicten horen bij de ontwikkeling van het jonge kind tot volwassene.

De ontwikkeling van het kind verloopt met horten en stoten, vallen en opstaan, in het begin letterlijk, later figuurlijk. Steeds ontmoet het kind op zijn weg de volwassene die hem de regels stelt, ge- en verboden oplegt. Steeds ervaart het kind dat tegenover zijn eigen wil de wil van de volwassene Staat. Om enkele voorbeelden te noemen: het kind moet op de po plassen, het mag geen boeken kapotscheuren, het moet - hopelijk - eten wat de pot schaft, het moet op tijd thuis zijn enz.

De conflicten liggen hiermee voorhanden. ledere ouder kent het kind dat niet wil, nee zegt daar waar de ouder zijn wil stelt. Dit nee-zeggen varieert van „ik bid niet voor bruine bonen” tot „ik kom helemaal niet meer thuis”.

Conflicten zijn, zoals gezegd, veel voorkomend in de ontwikkeling. Maar het is niet vol-doende dit zo te stellen. Conflicten zijn ook noodzakelijk voor een goede ontwikkeling. Ik wil dat toelichten.

Zoals de bewegingen van een baby ongecoordineerd zijn en zieh gaandeweg ontwikke-len tot een gericht en harmonisch geheel, zo ontwikkelt zieh ook de wil van het kind. In het begin ongericht, de zogenaamde koppigheidsfase waarin het kind nee zegt als de ouders ja zeggen en omgekeerd.

De taak van de opvoeders is dan het kind te leren dat sommige dingen gewoon moeten, dat met andere zaken te schipperen is en dat soms iets veranderd kan worden. Niet aan het kind de eigen wil opleggen, maar de wil van het kind leiden.

Voorbeelden: in het verkeer geen discussie maar gehoorzaamheid: je blijft op de stoep, met oversteken geef je een hand enz. Te praten valt over de volgorde van eten: eerst alle aardappelen, dan alle groente of gelijk op. Je zin kun je soms krijgen in het kiezen van een kledingstuk. Zo wordt de wil van het kind gevormd via de conflicten.

Dit scherpen van de wil van het kind aan de concrete opvoedingssituatie is een door-gaand proces en een noodzakelijk proces. Noodzakelijk om tot een persoon te groeien die in staat is om zelfstandig te functioneren, in staat is om keuzes te maken.

Het bezien van conflicten als een zinvolle zaak werpt een ander licht op het geheel. De paniek wordt zo gereduceerd. De kern ligt in de wijze waarop conflicten worden opge-lost. Enkele aandachtspunten zijn hierbij te geven:

- hoe gaan ouders met spanningen om?

- hoe is de omgang met hun kinderen?

Leggen ze kinderen hun wil op of trachten ze de wil van hun kind te leiden, te vormen. Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat de basis gelegd wordt in de vroege ontwikke-ling.

Als gesprekspunt voor de straks te voeren discussie, wil ik aandacht vragen voor het preventief werken. Juist in een kerkelijke gemeente moet de mogelijkheid daartoe aan-wezig zijn. Te denken valt aan gespreksgroepen voor jonge ouders.

Tot zover de achtergrond van conflicten. Nu de realiteit waar u als ouderling mee te maken krijgt. Ik stel me voor dat een ouderling een telefoontje krijgt met het verzoek in een gezin langs te komen omdat er moeilijkheden zijn. Ik kan me zo voorstellen dat bij het aanhoren van de Problemen bij u de vragen rijzen zoals: waar moet ik beginnen, hoe de ware toedracht te onderkennen, wat te doen? Conflictsituaties verschillen in zwaarte:

- soms kan het voldoende zijn ouders gelegenheid te geven te praten, hen rustig aan te horen en vervolgens samen met hen trachten de zaken op een rij te zetten;

- soms is het nodig met ouders en/of kinderen regelmatig te praten en is regelmatige steun aan het gezin noodzakelijk. Ik denk hierbij aan ouders die goedwillend zijn, maar moeite hebben om consequent te zijn of gezag te zwaar of te licht opvatten; kortom ouders die zieh vol liefde inzetten, maar weinig pedagogisch inzicht hebben;

- soms is het nodig om voorbereidend werk te verrichten om vervolgens door te ver-wijzen naar de professionele hulpverlening; de vraag hierbij is waarheen?

Niet moeilijk is het om een overzicht te krijgen van de hulpverleningsmogelijkheden in uw eigen gebied/regio. Wei moeilijk is het de inhoudelijke kant van de hulpverlening in te schatten, dit zowel wat betreft de levensbeschouwelijke kant als de kwalitatieve kant. Ik zou u aanraden om in geval van professionele hulpverlening het eigen advies-bureau „De Brug” in te schakelen òf van daaruit hulp te krijgen isdan wel of samen de mogelijkheden in de eigen omgeving zijn na te gaan.

Van elk van de drie genoemde punten wil ik een voorbeeld geven:

* Het incidentele hulpverleningsgesprek. Ouders die bekend staan als vrij stevig in hun gezinsleven, roepen de hulp in van de ouderling omdat hun zoon van 10 jaar dingen wegneemt thuis en uit Winkels. De ouders zijn ontsteld en nemen het hoog op. In een gesprek kan het voldoende zijn, na het uiten van zorg en schrik, met de ouders na te gaan waar mogelijke oorzaken Iiggen:

- krijgt de jongen zakgeld; zo ja, hoe gaat hij daarmee om, zo nee, waarom niet, wil hij het graag?

- hoe gaat het op school; is een gesprek met de onderwijzer zinvol?

- heeft de jongen vriendjes?

- wat doet hij met het gestolene; koopt hij vriendjes? (veel voorkomend).

Daarmee wordt het incident tegen een achtergrond geplaatst en uit de sfeer van de zienswijze van de volwassenen gehaald. Ik bedoel hiermee dat ouders in geval van Stelen vaak aan misdadige inslag denken, terwijl de oorzaak bij kinderen niet zelden minder ernstig is.

* Van de continue gesprekken heb ik al voorbeelden geschetst. Nog wat concreter:

- ouders die vaak naar slaan grijpen als pedagogisch middel;

- ouders die te veel en te lang straffen (bijv. kinderen hele dagen op hun kamer laten);

- ouders die moeten schreeuwen voordat hun kinderen luisteren;

- ouders van wie de kinderen erg veel kattekwaad uithalen.

Ouders kunnen begeleid worden in het leren straffen: wanneer straf zinvol is en welke straf; in het hanteren van grenzen: gezag.

*Bij doorverwijzing denk ik aan een siechte huwelijksrelatie, niet aan een incidentele crisis, maar aan een langer durend conflict. Een gulden regel bij het inschatten van con-flictsituaties in een gezin is: als het met de ouders niet goed gaat, dan gaat het ook met de kinderen niet goed.

Ook denk ik aan regelmatig voorkomende ernstige Problemen: spijbelende kinderen, kinderen die weigeren naar school te gaan, drugs- en alcoholgebruikende kinderen, weglopende kinderen, zware driftbuien bij kinderen, kinderen die blijven stelen.

Bij al de onderscheidingen ga ik er vanuit dat een gezin bekend is voor de ouderling, zodat gemakkelijker na te gaan is of regelmatig Problemen aanwezig waren. Bij het bepalen van de zwaarte is belangrijk te weten hoe vaak crisissituaties uit de hand gelopen zijn. Is dit niet bekend dan is het zaak dit met de ouders na te gaan (dat is dan voorbe-reidend werk).

Voor alle genoemde gevallen geldt dat van de ouderling veel gevraagd wordt:

- hij moet de problematiek juist inschatten;

- hij moet de kundigheid hebben ouders te kunnen laten praten;

- hij moet zoveel inzicht hebben in de problematiek dat hij de zaken op een rij kan zetten;

- hij moet ouders pedagogisch kunnen begeleiden;

- hij moet ouders kunnen voorbereiden op een doorverwijzing.

Ik hoop dat ik hiermee niemand wanhopig maak, wel dat het gezegde tot bezinning roept. Ik zou daarom willen eindigen met een tweede aandachtspunt voor de discussie: heeft een jeugdouderling (en dominee) een training nodig voor zijn werk en zo ja, welke?

De afsluiting

Na deze inleiding wordt over diverse zaken nagepraat. Bij het benaderen van ouders en kinderen moet ieder geval op zichzelf bekeken worden. Ouders en kinderen spelen meestal hierin samen een rol.

Er wordt gesproken over de toerusting van de jeugdouderling: enige kennis van de ontwikkeling van kinderen; van conflictsituaties; over het met elkaar praten en leren luis-teren naar elkaar; over signaleren enz. Ambtsdragers moeten vaker met de jeugdouderling in contact treden.

Er komt nog een voorstel uit de zaal om regionaal een cursus samen te stellen om praktisch en theoretisch toegerust te worden, bijv. drie a vier weken of via De Wekker of Ambtelijk Contact. Door verschillenden wordt de noodzakelijkheid van meer kennis beaamd.

We hoeven geen pedagogen te worden, maar we moeten wel goed kunnen aanvoelen en luisteren, liefde hebben voor God en zijn dienst en weten hoe afhankelijk wij zijn van Hem die alles gemaakt heeft.

Het is inmiddels 16.00 uur geworden. De voorzitter bedankt beide spreeksters. Wij hebben van u veel meegekregen. Het heeft ons als jeugdouderlingen en jeugddeputaten goed gedaan. Ware kennis manifesteert zieh in het eenvoudig weer kunnen geven. Heel dankbaar zijn we voor uw lezingen, heel erg bedankt.

Beide inleidsters werd een attentie aangeboden in de vorm van een cadeaubon.

Namens de vergadering bedankt de voorzitter voor de gastvrijheid en goede verzorging die wij mochten ervaren in „De Stuw”.

Er werd weer nieuwe moed ontvangen om verder te gaan met Gods zegen over het werk dat wij alien te doen hebben.

Na samen gezongen te hebben eindigt ds. Bijkerk deze dag met dankgebed, waarna ds. Boersma de conferentie sluit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.