+ Meer informatie

Conferentie Gelderse diakenen 16 Maart 1957

7 minuten leestijd

Er was geen slapen bij, ook geen warme maaltijd, zelfs geen gemeenschappelijke koffietafel, op die konferentie van Gelderse diakenen. In die zin was „Konferentie” dan eigenlijk ook wel een groot woord voor zo’n samenkomst van één namiddag. Maar verder had deze konferentie in het Sonsbeekpaviljoen toch grote allure.

Al werd er geen beroemde „Flora” gehouden en al stonden er geen meesterwerken van de Franse beeldhouwkunst, juist in z’n gewone doen is dit mooiste park van Nederland zo verrukkelijk. De eerste bloesem bloeide en de milde voorjaarsregen op die 16de maart had niets met do soms zo maartse hagel- en sneeuwstorm en van doen die ons dit jaar in mei een koude rilling bezorgden.

De paar druppels hadden hen dan ook niet weerhouden, de mannen-broeders-diakenen uit Harderwijk en Dinxperlo, uit Almen-Harfsen en Maurik, uit Lathum en Nijbroek. Ruim honderd man uit 23 verschillende gemeenten. Een kniesoor gaal me natuurlijk voorrekenen dat Gelderland tien keer zoveel kolleges van diakenen heeft. Maar wij antwoorden hem dat wij het weer van een andere kant bekijken en dat er in Sonsbeck 4 à 5 keer zoveel diakonieën vertegenwoordigd waren uit Gelderland als op de laatste landelijke konferentie in Woudschoten. En wat weet hij tenslotte van de opkomst van volgend jaar! Dat kon hem helemaal wel eens beschaamd maken.

Nee er was geen slapen bij, zeiden we al, ook niet tijdens de referaten en de gedachtenwisseling. De Provinciale Diakonale Kommissie die samen met haar Hervormde Stichting voor Diakonaal Maatschappelijk Werk in Gelderland het initiatief tot deze konferentie nam, had gezorgd voor een kort en interessant program van drie lezinkjes en er ook de goede spreken toe bereid gevonden.

Ds. de Lange, voor deze middag niet in zijn nieuwe hoedanigheid van direktor der Geref. Zendingsbond, maar als enthousiaste vroegere medewerker die zijn oude liefde voor het Gelders diakonaal niet had kunnen verloochenen, hield een korte inleiding over de bijbel en het diakonaat, Het evangelie van Gods genade gaat uit naar alle zijden. Het werk der barmhartigheid, zoals het diakonaat zo vaak genoemd wordt, is in feite het doorgeven van deze genade aan ieder die God als naaste in nood op onze weg brengt. Die naaste kan een enkeling maar ook een groep zijn. Doch in beide gevallen hebben zij te doen met de mens die pas ten volle mens kan zijn in Christus. Daarom zal de diaken altijd aan meer dingen aandacht schenken dan alleen aan maatschappelijke hulp. Diakonaal is werk des geloofs als wij wanhopen of geen resultaat zien: wie overvloedig is in het werk des Heien mag ook weten dat zijn arbeid niet tevergeefs, niet ijdel is in den Here.

Het diakonaat in Gelderland was het onderwerp van Ds. Plomp, voorzitter van P.D.C. en Hervormde Stichting. Het jaarverslag 1956 dat kort tevoren aan alle diakonieën was toegezonden zou hij graag als een bescheiden diakonale reisgids gehanteerd zien. In die zin spraken onze vaderen reeds van de kerk als van de stoel van pelgrims, reizigers op weg naar Gods toekomst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. Welnu, wie diaken is, heeft een visioen gezien, weet zich aangesproken en is op weg gegaan. Er zijn voor onderweg onmisbare reisgidsjes voor de praktijk van de diaken: het diakonaal zakboekje, het lijfblad Diakonia, maar ook het boekje dat de Gelderse P.D.C. jaarlijks laat uitkomen. Daarin is te lezen over te laat ingezonden rekeningen en begrotingen, over belegging in het grootboek der Nederlandse Hervormde Kerk (in onze provincie werd in 1956 voor 45.000 gulden belegd op deze wijze). Daarin is ook te lezen over „armenbanken” — ja waarempel —, het zij ons een onveilig signaal langs de weg: hoe het niet moet en ook niet mag! Maar ook vertelt de reisgids over voor vele diakonieën nog onbekende bestemmingen: het maatschappelijk werk, de gezinsverzorging, de zorg voor bejaarden, voor langdurig zieken, voor gerepatrieerden, voor elke naaste die er niet „naast” mag komen te staan. Overigens mag al dit nieuwe werk geen mode worden. Een goed diaken bezint eer hij begint, zal dan ook hartelijk meedoen aan de tot standkoming van belangrijke streekrapporten, die weer niet bereikbaar zijn zonder serieus en goed ingevulde vragenlijsten. Ds. Plomp vraagt tenslotte warme aandacht voor de „Streekverbanden”: verzuim geen enkele ontmoeting met buurdiakonieën. Wees beweeglijk als diakonie. En bewogen! Want de velden zijn wit om te oogsten.

Ten laatste: de praktik van de plaatselijke diakonie. Dat was de titel van de derde inleiding gehouden door do heer E. S. van Veen uit Aalten. Geen diaken! Het was goed hem als burgemeester over dit onderwerp te horen. Kritisch. Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid zonder meer zorgt voor de ondersteuning. Beperking der diakonale uitgaven ten deze is alleen verantwoord wanneer ander zinvol werk daarvoor in de plaats wordt gedaan door de diakonie. Er worde gestreefd naar een goed overleg tussen diakonie en overheid, naar een sfeer van vertrouwen waarin de overheid met vreugde de volledige zorg voor een bepaald gezin aan de diakonie zal overlaten omdat er mannen en vrouwen zijn die zich tot „diakonia”, tot dienst aan de naaste geroepen weten, maar waarin de diakonie van haar kant ook bereid zal moeten zijn tot intensieve samenwerking en tot een organisatie van de zorg op deskundige wijze. De maatschappelijk werkster vinde meer en meer ook in de kerkelijke zorg haar plaats. Allerminst om de diakenen daarmee de gelegenheid te geven om deze zorg op haar af te wentelen. Juist in die diakenen zal zij de mannen moeten ontdekken die eigen dorp en eigen mensen kennen en haar tot volledige steun zijn, zoals zij dit door haar opleiding en deskundigheid voor de diakonie kan zijn. „Zou het onder de huidige bepalingen der Armenwet, die toch door de jaren heen een ontwikkeling hebben doen groeien die aanvankelijk niet was gedacht, niet mogelijk zijn in kleinere gemeenten een maatschappelijk en geestelijk verantwoorde uitoefening van opdracht en taak tot stand te brengen in onderling dienstbetoon van diakonie en gemeentebestuur?”

Ja, natuurlijk komt er bij de vergadering kommentaar los. Nijmegen brengt Ds. de Lange tot nadere uitleg, Arnhem en Zutfen willen met de burgemeester van Aalten wel eens praten over de verhouding overheid-diakonie in de steden. Nunspeets diakonie zorgt zelf voor haar weduwen en wezen maar laat andere ondersteuningen aan Sociale Zaken over. De juiste opmerking valt dat een diakonie nooit een mens kan „overdoen aan Sociale Zaken”; de diaken kan zich nooit van een mens afmaken. Hattem onderscheidt materiële en maatschappelijkgeestelijke nood. Anderen achten dit niet te splitsen: als de kerk financieel helpt, is zij geestelijk doende omdat nu eenmaal „de ganse aarde des Heren is.” Helaas ontbreekt het de kerk aan de middelen om in alles te voorzien. Er wordt geöpperd, dat het dan toch troostvol kan zijn te bedenken, dat ook de overheidsgelden tenslotte „des Heren” zijn …

Moet ik nog meer noemen? Ach een verslag wordt gauw langdradig. Ik zou zeggen: zorg dat u er volgend jaar bij bent als er weer zo’n Gelderse diakenenkonferentie wordt gehouden. En maak het mee. In de pauze ontdekt U bovendien dat er zelfs niet-diakenen zijn die grote belangstelling hebben voor de vergadering waar u misschien zo maar wegbleef. Ik kan tenminste de verleiding niet weerstaan om u te vertellen dat het hoofd van het bureau Gelderland van het Ministerie van Maatschappelijk Werk en de direkteur van de Stichting Gelderland van harte meededen toen wij aan het begin en aan het einde der konferentie met al die diakenmannen een schone psalm zongen.

Rectificatie

De kop van het artikel „De Hongaarse vluchtelingen in Oostenrijk” (pag. 85 van het april-nummer) suggereert, dat dit het eerste zou zijn van een serie artikelen over dit onderwerp. Dit is echter -zoals ook uit het slot van dit artikel blijkt — niet de bedoeling geweest.

Door dit abuis is ook de ondertekening weggevallen: het werd geschreven door Ds. G. J. Geels.

(Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.