+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland. Ds. Kaftan over de| Zending.

Er zijn dus Christenen in Duitschland, gelijk wij in een vorig artikel zagen, die willen dat het Engelsche voorbeeld gevolgd wordt, door de Zending te gebruiken als m.iddel om bij de verkondiging van het Evangelie ook nationale belangen te bevorderen. Men kon dan ook op steun voor de Zending rekenen van menschen, die overigens niet veel hart voor de uitbreiding van Gods koninkrijk onder Mahomedanen en Heidenen hebben. Deze zienswijze wordt voorgestaan door den Zendingsdirector Richter, terwijl daarentegen pastor Bracker met alle kracht het standpunt verdedigt, dat tot dusver door de Duitsche zendingsmannen wordt ingenomen, hetwelk doelt op het najagen van een louter Christelijk dbel, zonder nationale bijgedachten, als het uitbreiden van de Duitsche invloedssfeer, en het vermeerderen van koloniale bezittingen.

Nu heeft zich ook de bekende Ds. Kaftan van Kiel in deze discussie gemengd. Deze betoogde, dat wanneer Richter »eene verchristelijking van de wereldbetrekkingen van Duitschlandc op het 'oog heeft, de Zending daaraan weinig doen kan. De Christelijke politici zijn daartoe in de eerste plaats geroepen. De Kerk is er ook nog, en de inwendige zending en Christelijke vereenigingen hebben in deze ook een taak te vervullen. In één woord, het is de taak van alle Duitsche christenen, niet speciaal van de Zending.

Aan de andere zijde wraakt het Ds. Kaftan in pastor Bracker, dat hij hoegenaamd geen gewicht hechten wil aan de nevenwerkingen van de Zending. Volgens Ds. Kaftan mag men er op wijzen, dat de Zending uit het oogpunt van. de bevordering der cultuur en van de Duitsche nationaliteit een goed werk verricht. Die nevenwerkingen zijn niet toevallig, maar komen uit de Zending voort. Daarom moet men daarvoor de oogen niet sluiten. De aardsche of uitwendige vrachten van de Zending komen in de eerste plaats ten goede van het volk, waaronder de Zending gedreven wordt. In de tweede plaats vallen zij in den schoot van den bezitter van een koloniaal land. Nu drijft de Duitsche Zending haar werk meerendeels op koloniaal gebied, dat niet onder Duitschland staat. Dit is te verklaren uit het feit, dat Duitschland, toen de Zending zich begon te ontwikkeien, geen koloniën had. Duitschland heeft dien begonnen arbeid voort te zetten, maar nieuw Zendingswerk moet alleen ondernomen worden op Duitsch koloniaal gebied. De vruchten van dien arbeid komen dan ten goede van het Duitsche vaderland. Dit moet men niet trachten te vetbloemen. Het motief waardoor men Zending drijft, moet zuiver blijven-; men mag het Evangelie niet gaan verkondigen om daardoor de macht van Duitschland te vergrooten. Maar wanneer de gechris^ •tianiseerde volken in de koloniën voor Duitschland gewonnen wórden en het Duitsche ^ez*g er door bevestigd wordt, dan mag men hierop wijzen en gaven aannemen van hen, die om de nevenwerkingen de zending willen, steunem

Tenslotte roept Ds, Kaftan èn Ds-Richter èn Ds. Bracker toe: > ne nimis*, of: «overdrijft toch niet*.

Ebgeland. Inkrimping van Zendingsarbeid in de Congregational i s t i s c h e k e r k e n.

De Londensche Zen dings vereeniging, uitgaande van de Congregationalisten of Independenten, besloot haar werk in Calcutta, de hoofdstad van Engelsch-Indië, op te geven. De reden is gebrek aan middelen. De Congregationalistische predikant Dr. Arnold Thomas maakt eene vergelijking tusschen het terugtrekken van zijn Vereeniging van Calcutta met den aftocht van de Engelsche troepen van Gallipoli. »Schitterend in deze laatste geweest», zoo schrijft hij, »maar hij is niettemin een bittere vernedering, waardoor het voor den vyand duidelijk werd, dat , wij op een bepaald strategisch punt ons niet konden handhaven. Het, feit dat eene groote zendingsvereeniging haar arbeid opgeeft in een stad als Calcutta, waar zij zoovele jaren met groot succes gewerkt heeft, en dat alleen om der wille van het geld, moet bij ons allen eene blos van schaamte op het ^ngezicht doen komen, terwijl de uitwerking daarvan op de inboorlingen niet anders dan bedroevend kan zijn.

Een Engelsch Christelijk blad zegt bij de mededeeling van het bovenstaande, dat het gelooft dat hier niet de finantieele quaestie de hoofdzaak i.5, maar'dat er een geestelijke oorzaak achter ligt. De Congregationalistische kerken 'tellen een half millioen leden in Engeland, en velen hunner zijn zeer rijk. Het is daarom niet onmogelijk, om jaarlijks voor Ca'kutta f 240, 000 saam te brengen. Welke geestelijke oorzaak achter het besluit ligt om zich van Indië's hoofdstad af te wenden, zegt het blad niet. Wij meenen niet mis te tasten als wij beweren, dat de »downgrade< beweging de offervaardigheid voor de Zending in de Kerken der voormalige Independenten deed verminderen. Spurgeon, die een 25 jaar geleden aan de Unie der Baptisten een. scheldbrief gaf, omdat het modernisme daarin vrij spel had, heeft gezegd dat het in de Congregationalistische - Kerken in dit opzicht nog erger gesteld was, dan in de Baptistische gemeenten.

Het is wel aan te nemen, dat de zware offers die men in' Engeland dóór den oorlog te brengen heeft, ook invloed hebben op de gaven die voor de Zending inkomen. Maar als men den arbeid in de hoofdstad van Engelsch-Indiö laat varen, ^vaartoe men het allerlaatst had moeten besluiten, is dit een bedenkelijk teeken. - • • .

— Achteruitgang in het kerkely k leven.

Bij het begin van het jaar zijn de kerken in Engeland gewoon openbaar te maken, hoe het met haar ledental staat. De Congregationalisten zijn daarin dit jaar de andere kerken vóór geweest; weldra zal de statistiek van andere kerken volgen. Uit meer dan een bron vernemen wij, dat men wel zal moeten mededeelen, dat het aantal leden en het getal leerlingen der Zondagsscholen weder verminderd is. De statistiek van de Congregationalisten geeft reden tot groote bezorgdheid. Het cijfer der leden geeft eene vermindering aan van 1645 en dat van de leerlingen der Zondagsscholen van 10, 823. Deze statistiek gaat echter over het jaar „1914; men kan daaruit dus niet optnaken dat de oorlog in deze «en invtoed ten k^vade heeft uitgeoefend.

De teruggang van de Zondagsschool begon twee jaar geleden en gaat nog altijd voort, ofschoon men nieuwe methoden brj het geven van onderwijs heeft aangenomen. Deze toestand geeft te denken. Waar ligt de oorzaak? Wordt er geen goed onderwijs gegeven? Deugt de methode van onderwijsgeven niet? Zijn de onderwijzers niet berekend voor hun taak? Of neemt bij fiet Engelsche volk het aantal dergenen die het Christendom den rug toekeeren, toe ?

Wij vreezen, dat de laatste vraag toestemmend moet beantwoord worden. Men roept: slaat ons geen onderzoeking naar de vermindering van het aantal Zondagschoolleerlingen instellen, laat ons daarover geen verslagen schrijven, want terwijl wij onderzoeken en referaten leveren, groeien de kinderen tot mannen en viröuwen op , .en verlaten ons. Het eerste wat de kerk te doen heeft is, het jonge volk van het land voor Christus te winnen." Maar wij vragen: gaat kennis van de ellende en verootmoediging daarover, niet aan de verlossing vooraf?

In Episcopaalsche kringen heeft men evenmin te roemen over een krachtig kerkelijk leven. Dezer dagen Afierde Tht Guatdian., een bekend orgaan der Staatskerk, zijn 70-jarig bestaan. In het feestnummer schreef de redactie: »de 26 diocesen van 1846 zijn in 70 jaar met 14 vermeerderd: Maar de bevolking van Engeland en Wales klom in dat tijdsverloop van nog geen 16 millioen tot 39 millioen in 1911. Wanneer daarmede in overeenstemming het getal bisdommen was vermeerderd, zou men 59 diocesen in plaats van 40 tellen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.