+ Meer informatie

ALS MOEILIJKHEDEN PROBLEMEN WORDEN… (1)

11 minuten leestijd

Inleiding

De titel van dit artikel is ontleend aan een jubileumboekje van de Stichting De Driehoek (een hulpverleningsinstelling binnen de Geref. Kerken - vrijg.) enkele jaren geleden. Zij geeft goed aan wat het doel is van dit artikel. Moeilijkheden hebben we allemaal wel eens. Je loopt er mee rond, je keert het om en om, je praat er eens met een ander over, je legt het biddend aan de Here voor (bepaald niet het minst belangrijke), en op een gegeven moment kom je tot een plan voor een oplossing - of de moeilijkheid lost zich spontaan op. In het algemeen lig je er niet wakker van.

Misschien is dat wel het kenmerkende verschil tussen een moeilijkheid en een probleem. Van het laatste lig je wakker! Niet zomaar eens één nacht, maar telkens weer opnieuw. Een moeilijkheid houdt je bezig, maar een probleem beheerst je. En soms ben je er dusdanig door gevangen, dat je er op eigen kracht niet meer uit komt. Dat is het moment waarop je zelf tot de ontdekking komt (of daar door anderen op gewezen wordt) dat het tijd wordt om aan anderen hulp te gaan vragen.

Ambtsdragers komen in hun rondgang door de wijken van tijd tot tijd in aanraking met mensen die met hun probleem niet meer uit de voeten kunnen. Ze raken er helemaal van slag van; hun gezin lijdt in toenemende mate onder de spanning die het teweeg brengt. De ouderling brengt eens een extra bezoekje, constateert dat de toestand nog somberder is dan de vorige keer en denkt: ik moest de dominee maar eens waarschuwen. Maar ook van deze geldt, dat - wanneer er echt sprake is van een ingewikkelde problematiek - hij niet de Instrumenten’ heeft om bij te dragen tot een bevrijding van het probleem.

Natuurlijk heeft iedere ambtsdrager een geestelijke taak bij leden van de gemeente die verstrikt zitten in grote problemen. Zij zullen biddend begeleidend bij hen zijn in opdracht van Hem die de ‘Ik ben’ heet. Zij kunnen - zeker wanneer ze een zekere ervaring en rijpheid hebben - ook nog wel eens via een aantal verhelderende gesprekken mensen meer inzicht geven in hun probleem en zo nu en dan de weg naar de professionele hulp voorkomen. Maar in het algemeen moeten ambtsdragers toch de grenzen van hun pastorale hulp goed weten en die niet overschrijden. Men kan e.e.a. vergelijken met het voorbeeld van een gebroken been. Wanneer iemand uit de gemeente zijn of haar been breekt, is het fijn als op enig moment een ouderling van zijn belangstelling laat blijken en een fijn geestelijk gesprek voert. Niemand zal echter denken dat dit gesprek in de plaats kan komen van het noodzakelijke bezoek aan het ziekenhuis, de gipskamer enz. Beide elementen dragen bij tot het herstel: de geestelijke component én de medisch-deskundige component.

De maatschappelijke en psychische hulpverlening

Met het bovenstaande voorbeeld wil ik meteen iets anders dik onderstrepen. Veel mensen schamen zich om er voor uit te komen dat ze met een probleem rondlopen dat ze niet meer zelfstandig de baas kunnen. Het duurt in het algemeen heel lang voordat men bereid is dat met een ander (vriend, ouderling, predikant) te delen. En naarmate de huipverlening - die dan echt nodig is - dieper gaat, worden die schaamtegevoelens vaak erger. ‘Wat zullen de mensen ervan denken dat ik in contact sta met een psychiater?’ ‘Wat zal mijn buurvrouw er van vinden dat ik mijn kinderen niet goed kan opvoeden en dat ik daarvoor gesprekken voer bij het maatschappelijk werk?’

Dergelijke reserves zullen wel nooit helemaal uit te roeien zijn; ze zitten ons a.h.w. ‘ingebakken’. Toch is het van groot belang om - zeker in de sfeer van het pastoraat - uit te stralen dat niemand zich minderwaardig hoeft te vinden omdat hij of zij een groot probleem heeft dat met deskundige hulp te lijf gegaan moet worden. Men meldt zich toch ook bij de huisarts met een lichàmelijke kwaal, of bij de medische specialist met een gebroken been? Er zou ook veel gewonnen zijn wanneer eventueel nog bestaande vooroordelen in de gemeente over mensen die professionele hulp nodig hebben met kracht bestreden worden. Niet degene die hulp zoekt is beklagenswaardig, maar juist degene die deze hulp afwijst tegen beter weten in.

Principieel vertrouwde hulp

Laten we aannemen dat iemand uit uw gemeente of uw wijk tot de ontdekking is gekomen dat het probleem waar hij of zij mee rond loopt zó groot is, dat het de hoogste tijd is om professionele hulp in te schakelen. Te denken is dan aan huipverlening op het gebied van het maatschappelijk werk, de psycho-sociale huipverlening of de psychiatrie. Bij het laatste kan men nog weer onderscheiden in huipverlening in de vorm van een aantal gesprekken of een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis.

Meer nog dan bij de contacten met een huisarts of specialist is het van belang dat de noodzakelijke huipverlening plaats kan vinden in een geestelijk-principieel betrouwbare omgeving, en dat de betrokkene te maken krijgt met hulpverleners die ook in hun eigen persoonlijk leven de Here God kennen en vertrouwen op zijn Woord. Bij huipverlening komt immers heel wat los; als men ‘aan één touwtje gaat trekken in het levenshuis’, moet men niet verbaasd als er een hele ‘kluwen achter zit die ontward moet worden’. Daarbij komen heel diepe én tere dingen uit het leven naar voren. Vragen worden door de hulpverlener gesteld, adviezen gegeven. En wat zijn dan de principiële kaders?

Voorbeelden zijn eenvoudig te geven. Een kind komt bij een jeugdhulpverlener; het kan op geen enkele manier met zijn vader en moeder overweg - grote spanningen zijn het gevolg. In de gesprekken die onder vier ogen gevoerd worden komen de achtergronden op tafel én de mogelijkheden om ‘eruit te komen’. Ieder voelt aan dat het van groot belang is dat - hoe geschonden de verhoudingen ook zijn - de principiële uitgangspunten van het vijfde gebod van de Wet des Heren verwerkt worden. Een ander voorbeeld: een echtpaar komt - na moeizame maanden of zelfs jaren - bij de relatietherapeut omdat hun huwelijk op breken staat. Waar wordt op aan gewerkt? Als goede vrienden toch maar een scheidingsprocedure, of op de basis van de principieel levenslange huwelijksband - als afschaduwing van de verhouding tussen Christus en de gemeente - toch zien in hoeverre de relatie tussen de twee echtelieden te herstellen is? Tot goed begrip: ook in de onderlinge verhoudingen van mensen die de Schrift als norm voor hun leven wensen te nemen, komen breuken voor die spanning met die norm opleveren. Soms moeten hulpverleners, en ook ambtsdragers van de christelijke gemeente, van een huwelijk constateren dat het bij elkaar blijven een groter kwaad oplevert dan het uit elkaar gaan. Maar juist deze formulering geeft aan hoe veel ons het gebod van God de Here waard is.

Daarom hechten we zo veel als mogelijk is aan principieel vertrouwde hulp. Dat wil zeggen: deskundige hulp (dat in de eerste plaats), maar ook op de basis van de Schrift en de belijdenis van de kerken. Daarbij moeten de leden van onze gemeenten zich veilig kunnen weten.

Een netwerk van hulpverlening in de gereformeerde gezindte

Door de jaren heen, maar vooral in de laatste decennia, toen de hulpverlening een hoge vlucht heeft genomen, hebben de kerken binnen de gereformeerde gezindte zich ingespannen om in zoveel mogelijk gezamenlijkheid hulpverlening te creëren op het gebied van maatschappelijk werk, psycho-therapie, psychologische en psychiatrische hulpverlening, tot zelfs op het gebied van opname in een psychiatrisch ziekenhuis aan toe. Dit is gepaard gegaan, vooral in de beginfase van de betrokken instellingen, met grote financiële offers van de achterban. Tegelijk zijn alle zeilen bijgezet om deze hulpverlening door de overheid erkend te krijgen, en de gevraagde subsidies van de ministeries van volksgezondheid en/of justitie binnen te krijgen.

Deze inspanningen, die in die fase veelal begeleid werden door vele gebeden - zowel persoonlijk als in het kader van de gemeentelijke samenkomsten - hebben Gode zij dank in vele gevallen geleid tot gehele of gedeeltelijke subsidiëring. Daarnaast is een zekere mate van financiële hulp van kerken/diaconieën of leden van de kerken blijvend noodzakelijk om de gewenste hulp te bieden.

Juist daarom is het Jammer dat toch nog vaak geconstateerd moet worden, dat binnen de kerken onvoldoende van de ‘eigen’ hulpverlening gebruik wordt gemaakt. (Te) vaak komen mensen nog terecht bij instellingen voor algemeen maatschappelijk werk of RIAGG’s (deze letters staan voor Regionale Instelling voor Algemene Geestelijke Gezondheidszorg), zonder eerst getoetst te hebben of hulpverlening in eigen geestelijke kring tot de mogelijkheden behoort.

Expres formuleer ik het op deze manier: ‘of hulpverlening … tot de mogelijkheden behoort’. De instellingen binnen de gereformeerde gezindte hebben, gemeten aan de doelgroep, toch vaak nog een beperkte capaciteit. Niet alles kan dan behandeld worden. Er moet door de hulpverleners een keuze gemaakt worden. Ook is het zo, dat er vaak - en de instellingen zelf betreuren dat het meest - wachtlijsten zijn, zodat weken, of zelfs één tot twee maanden gewacht moet worden. Dat is te betreuren; het is echter een triest gegeven dat men bij vrijwel alle hulpverleningsinstellingen vindt. Er is veel nood op dit gebied - en men kan geen ijzer met handen breken, hoe graag men het ook zou willen. Maar bij dit alles blijft staan dat velen in onze kring met dankbaarheid terug mogen zien op de eigen, vertrouwde geestelijke hulp die geboden is.

Wellicht moet hier tevens nog maar eens benadrukt worden dat maatschappelijke of psychische hulpverlening geen tovermiddel is. Soms zijn de verwachtingen te hoog gespannen. Ik moet zeggen: zowel van de mensen die hulp nodig hebben als ook soms van de ambtsdragers. Het is zo als overal in het leven: soms worden problemen opgelost, soms moet men er ook mee leren leven. Om maar weer even aan het gebroken been te herinneren: een breuk kan zó gecompliceerd zijn, en op een zó lastige plaats zitten, dat de heling wel bewerkstelligd kan worden, maar dat de betrokkene altijd een beetje mank zal lopen, of zelfs een stok als hulpmiddel zal moeten gebruiken. Veel kwalen waaraan mensen lijden kunnen helaas (nog?) niet genezen worden, wél kan door een gehchte medicatie het leven zo leefbaar mogelijk gehouden worden en de kwaal zo veel mogelijk onderdrukt worden.

Zo is het ook met de huipverlening. Wij moeten ook daarin soms aanvaarden dat de gebrokenheid in het leven te sterk en te groot is, dan dat men die geheel en al te boven kan komen. Het is geen ‘dooddoener’ wanneer ik hier herinner aan het feit dat wij het volmaakte hier op aarde niet bereiken. We zien nog door een spiegel in raadselen (1 Cor. 13:12). De werkelijkheid van Rom. 8:18 - het lijden van deze tegenwoordige tijd dringt zich elke dag aan ons op. Maar bij dit alles blijft staan dat men gebruik mag maken van de middelen die de Here geeft om temidden van deze gebrokenheid een weg te vinden van hulp, adviezen en inzicht om daarmee bemoedigd verder te gaan, en als het nodig is verder te strijden.

De bemensing van deze instellingen

Het opzetten van eigen, principieel vertrouwde hulpverleningsinstellingen is één, te zorgen voor goede, vertrouwde hulpverleners is twee. Het is van groot belang dat binnen de kring van de bijbelgetrouwe kerken en groepen mensen zich geroepen weten - dat woord mag men best gebruiken - om zich in hun beroepskeuze te geven aan de professionele hulp van mensen in nood. Het komt nog vaak voor dat de betrokken instellingen hun advertenties plaatsen in de onder ons gelezen bladen, maar dat de respons niet al te groot is.

Daar zit ook een andere kant aan: het mede zorg dragen voor opleidingen voor hulpverleners. Als het gaat om de meer specialistische beroepen van psycho-therapeuten en psychiaters is men aangewezen op de algemene opleidingen en daarna zo mogelijk een meer toegespitste toerusting in eigen kring. Soms is het ook mogelijk een opleiding in de eigen kring van de gereformeerde gezindte te volgen. Dat geldt vooral de beroepsopleiding van maatschappelijk werkers en sociaal-pedagogische hulpverleners (de laatsten vinden hun werk in een tehuis). Al bijna 25 jaar kan men deze opleiding volgen op hoger beroepsniveau in Ede aan de Christelijke Hogeschool (voorheen bekend als De Vijverberg) - een opleiding in de volle breedte van de geref. gezindte - of aan de Geref. Hogeschool in Zwolle (vooral bekend binnen de Geref. Kerken - vrijg.). Op het niveau van het MBO kan men bijvoorbeeld terecht bij het Saldenus College in Amersfoort, een reformatorische opleiding.

Ook daarvan geldt dat jongeren soms nog te weinig bekend zijn met deze mogelijkheden en hun opleiding elders volgen. Daar kunnen goede redenen voor zijn. Zeker wanneer men moet kiezen tussen een opleiding dicht bij huis met mogelijkheid van thuis blijven of een opleiding verder weg, waarbij je uitwonend wordt, kan het met het huidige stelsel van studiefinanciering een lastige keus zijn. Maar laten jongeren in de laatste fase van hun middelbare schoolopleiding toch in ieder geval eens de open dagen van de genoemde opleidingen bezoeken, om kennis te nemen van de sfeer en de uitgangspunten. En dominees op hun catechisaties of ouderlingen in hun huisbezoeken zouden er eens een tip in kunnen geven!

Concretisering

Graag wil ik enkele hulpverleningsinstellingen voor uw aandacht brengen. Dat moet dan in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.